Henricus Gerhard (Hein) Schermers (Vaassen, 27 september 1928 - Leiden, 31 augustus 2006), internationaal ook bekend als Henry G. Schermers, was een Nederlands jurist gespecialiseerd in het internationaal publiekrecht — in het bijzonder het recht der internationale organisaties — het Europees recht en de rechten van de mens. Schermers was van 1978 tot 2002 hoogleraar aan de Universiteit Leiden en daarvoor van 1963 tot 1978 aan de Universiteit van Amsterdam.

Schermers studeerde rechten aan de Universiteit Leiden, waar hij aansluitend in 1957 promoveerde op De gespecialiseerde organisaties. Hun bouw en inrichting. Na enige jaren als jurist bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken te hebben gewerkt werd hij in 1963 benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. In 1978 stapte hij over naar de Universiteit Leiden, waar hij ook directeur van het Europa Instituut en hoofdredacteur van het tijdschrift Common Market Law Review was. Toen hij in 1993 met emeritaat ging als hoogleraar in het recht der internationale organisaties werd hij benoemd tot hoogleraar Europese mensenrechten op de Van Asbeck-leerstoel, wat hij tot 2002 zou blijven. Hij was daarnaast van 1981 tot 1996 lid van de Europese Commissie voor de Rechten van de Mens.

Schermers geniet bekendheid als auteur van het handboek International Institutional Law: Unity within Diversity, dat geldt als een standaardwerk over het recht der internationale organisaties. Net als reeds in zijn proefschrift uit 1957 en in veel van zijn werk over het Europese recht is het boek een vergelijkende analyse van internationale organisaties, waarin geen afzonderlijke organisaties worden beschreven maar het rechtsgebied wordt geanalyseerd aan de hand van gemeenschappelijke kenmerken van verschillende organisaties. De positie van het individu in het rechtssysteem is een ander terugkerend thema in zijn werk, met name op het gebied van de rechtsbescherming in het Europees recht; zijn handboek Judicial Protection in the European Communities is daar een voorbeeld van. Schermers was als hoogleraar ook nauw betrokken bij de Leidse studentengemeenschap, in het bijzonder door de oprichting van de studievereniging Mordenate College.

Jeugd en studie miniatuur|links|Schermers' overgrootvader N.K.F. Land (1841–1903), hoogleraar te Groningen. miniatuur|links|Het hoofdgebouw van het Gymnasium Apeldoorn, waar Schermers van 1941 tot 1947 op school zat. Schermers werd geboren in het Gelderse Vaassen, in de gemeente Epe; hij was de tweede van vier zonen uit een huisartsengezin. Zijn overgrootvader N.K.F. Land was hoogleraar burgerlijk recht en Romeins recht aan de Rijksuniversiteit Groningen van 1887 tot 1903.Opera Patris deel 1, p. 227. Hein was elf jaar oud toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak; naar hij later aangaf was zijn interesse in het internationale recht mede beïnvloed door de rol die de oorlog speelde in zijn jeugd: "Als je iets van de gruwelen van de oorlog hebt gezien, ben je sterker voor handhaving van vrede." Na de oorlog was hij onder andere betrokken bij de oprichting van de Vaassense padvinderij. Hij bracht zijn middelbareschooltijd door aan het Stedelijk Gymnasium Apeldoorn van 1941 tot 1947.Mordenate College Almanak 1994-1999, p. 99.

Na zijn eindexamens twijfelde Schermers tussen de studies rechtsgeleerdheid, theologie, en wis- en natuurkunde. Vanuit de wens mee te werken aan het opbouwen van een rechtvaardiger wereld koos hij uiteindelijk voor rechten, aan de Universiteit Leiden, waar hij in juli 1948 slaagde voor zijn kandidaatsexamen. Hij was daar een studiegenoot van onder andere de een jaar oudere Jos Kapteyn, later zelf ook hoogleraar internationaal recht te Leiden. Hij vervulde zijn militaire dienstplicht als luitenant-instructeur bij de 1e Kaderschool Infanterie van 1949-1950. Tijdens zijn studie was hij actief in het naoorlogse Leidse studentenleven, onder andere door de oprichting van de Leidse afdeling van de Nederlandse Studentenvereniging voor Wereldrechtsorde (N.S.W.), later omgedoopt Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen (SIB-Leiden). Als praeses (voorzitter) van de N.S.W. was hij onder andere verantwoordelijk voor de organisatie van een studentenconferentie over de mogelijkheid van een "Atlantische Unie", waarbij onder anderen Roelof Kranenburg, Jan Tinbergen en J.P.A. François betrokken waren. Ook was hij lid van het Leidsch Studenten Corps en was hij in 1952-1953 praeses van het Volkenrechtelijk Dispuut "Prof. Mr. B.M. Telders". Bij laatstgenoemd dispuut was hij in 1951 het "jongste lid" en moest hij een onverwachte redevoering houden op de dies natalis van het dispuut; naar eigen zeggen had hij na afloop geen herinnering meer aan wat hij had verteld. Hij slaagde in september 1953 voor zijn doctoraalexamen, met als hoofdvak internationaal recht.

Promotie en Buitenlandse Zaken (1953–1963) miniatuur|links|Prof. mr. F.M. baron van Asbeck, bij wie Schermers in 1957 promoveerde. Na het afronden van zijn studie rechten, met als afstudeerrichting internationaal recht, in 1953 kwam Schermers te werken bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, waar hij op 1 november van dat jaar in dienst trad. Hij werd geplaatst bij de directie internationale organisaties — een in het kader van het naoorlogse enthousiasme voor internationale organisaties snel groeiende afdeling — waar hij zich bezighield met een voorgestelde "kalenderhervorming" (waar Nederland bij monde van minister Joseph Luns fel op tegen was) en vervolgens ook fungeerde als "brievenbus" voor de gespecialiseerde organisaties. In die laatste functie zorgde hij voor de communicatie tussen internationale organisaties, bijvoorbeeld de FAO, en de "vakdepartementen", bijvoorbeeld het ministerie van Landbouw, die in die tijd nog verliep via het ministerie van Buitenlandse Zaken. Door het verzorgen van alle communicatie met gespecialiseerde organisaties verkreeg hij snel een grote kennis over dat vakgebied, in het bijzonder van de specifieke problemen waar veel organisaties mee kampten: of het bestuur van een organisatie moest bestaan uit experts of uit afgevaardigden van een regering, de deelname van niet-zelfbesturende gebieden, kwesties omtrent de verdeling van de begroting.

Schermers gebruikte de kennis die hij bij zijn werk bij Buitenlandse Zaken had opgedaan voor het schrijven van een proefschrift. Hij wilde in de eerste instantie promoveren op de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, maar zag daarvan af omdat hij er niet genoeg van wist; in plaats daarvan koos hij voor het onderwerp waar hij zich in zijn dagelijkse werk bij Buitenlandse Zaken mee bezighield: de gespecialiseerde organisaties. Omdat het concept "buitenpromovendus" in die dagen nog niet bestond, moest hij zijn proefschrift buiten werktijd schrijven: hij deed dat vooral in de ochtenduren, waardoor hij 's ochtends vaak al enige uren had gewerkt voordat de meeste van zijn collega's op werk verschenen. Schermers' promotor was prof. mr. Frederik Mari van Asbeck, hoogleraar te Leiden van wie Schermers reeds tijdens zijn studie college had gehad en bij wie ook zijn oud-studiegenoot Kapteyn enige jaren later zou promoveren. Het werk van Van Asbeck was een inspiratie voor Schermers' proefschrift en zijn latere werk: enerzijds de structuur van de "internationale gemeenschap", anderzijds de positie van het individu in het internationale recht.

miniatuur|Titelpagina van Schermers' proefschrift (1957). Het proefschrift waar Schermers op 9 oktober 1957 op zou promoveren was getiteld De gespecialiseerde organisaties: Hun bouw en inrichting, dat datzelfde jaar nog werd uitgegeven door A.W. Sijthoff te Leiden. Paranimfen bij de promotie waren Schermers' collega-ambtenaren Guido Bendien, later ambassadeur, en Godert Maas Geesteranus, later juridisch adviseur van het ministerie. Het bood een systematisch overzicht van verschillende aspecten van gespecialiseerde organisaties, zoals het lidmaatschap, de samenstelling en werking van de verschillende organen van de gespecialiseerde organisaties, en de wijze waarop zij hun werkzaamheden uitoefenden; in de systematische en vergelijkende opbouw ervan kan men Schermers' latere werk International Institutional Law reeds duidelijk herkennen. In een korte bespreking in het Nederlands Juristenblad stelde "F." (Herman Fischer) dat het boek "ons inzicht in een gewichtig en allicht nog gewichtiger wordend stuk internationaal recht" verrijkt, maarhij beklaagde zich over hoe weinig "taalverrijkend" de organisaties waren: hij vond "instelling" of "lichaam" een betere Nederlandse term dan "organisatie". Deze taalkundige opmerkingen deden volgens hem echter "aan de juridische waarde van het boek niet af." In het American Journal of International Law omschreef Vandenbosch het als "a good study of the Specialized Agencies, descriptive rather than critical." J.G. Sauveplanne in het Archiv des Völkerrechts vond Schermers' werk een "wertvolle Arbeit" die "dem Wissenschaftler und dem Praktiker eine groβe Menge systematisch geordneten Materials über die Spezialorganisationen [verschafft]". Hij betreurde echter wel "die Unzulänglichkeit der theoretischen Ausführungen" en het gebrek aan kritische beschouwingen over de indrukwekkende hoeveelheid verzameld en systematisch geordend materiaal.

Als ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken was Schermers ook aanwezig bij de eerste en tweede conferentie inzake het zeerecht (die uiteindelijk zouden leiden tot het VN-Zeerechtverdrag van 1982); beide keren als secretaris van de Nederlandse delegatie, die de eerste keer onder leiding stond van J.H.W. VerzijlOfficial Records of the United Nations Conference on the Law of The Sea, Volume II (Plenary Meetings), p. xxi. en de tweede onder leiding van Willem Riphagen.Official Records of the Second United Nations Conference on the Law of the Sea (Summary Records of Plenary Meetings and of Meetings of the Committee of the Whole, Annexes and Final Act), p. xx. Hij was ook juridisch adviseur van de Nederlandse delegatie (wederom geleid door Riphagen) bij de VN-conferentie inzake het diplomatiek verkeer en immuniteiten (Wenen, 1961) die zou leiden tot het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.Official Records of the United Nations Conference on Diplomatic Intercourse and Immunities, Volume I: Summary records of the plenary meetings and of the meetings of the Committee of the Whole, p. xvi.

In 1962 redigeerde Schermers, nog steeds werkzaam bij Buitenlandse Zaken maar nu bij de Juridische Dienst van het ministerie, de eerste uitgave in de reeks Schuurman & Jordens, toentertijd de voornaamste Nederlandse wettenuitgave, over het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). In diezelfde reeks had hij twee jaar eerder reeds een uitgave van het verdrag inzake de Benelux Economische Unie verzorgd. Van 1960 tot 1963 was hij daarnaast ook lid van het comité van experts inzake het EVRM.

Hoogleraar in Amsterdam (1963–1978) miniatuur|links|De Oudemanhuispoort, waar de rechtenfaculteit van de UvA was gehuisvest, in 1943.