Muurnavel (Umbilicus rupestris) is een overblijvende plant uit de vetplantenfamilie (Crassulaceae).
Determinatie De wortel is knolachtig en draagt een rechte stengel die 10–60 cm hoog wordt. De vlezige bladeren aan de voet van de stengel staan in een rozet. De stengelbladeren zijn kleiner, en lijn-lancetvormig. De stengel is kaal. De bleke aren van meest dicht op elkaar staande klokvormige, groene tot roze bloemen verschijnen in mei, en de groene vruchten rijpen in de loop van de zomer. De tweeslachtige bloemen zijn radiaal symmetrisch, met een vijfdelige kelk, een vijfslippige kroon, en tien meeldraden. De vijf relatief kleine kelkblaadjes die aan hun basis zijn versmolten, zijn eivormig met een puntig uiteinde. De vijf kroonbladen zijn vergroeid tot een 7–10 mm lange, cilindrische kroonbuis.
De bladeren lijken wel wat op die van de gewone waternavel (Hydrocotyle vulgaris), maar de bladeren van die laatste hebben een gekartelde bladrand, en die soort staat in natte weilanden en op nog vochtiger plekken.
Ecologie Muurnavel groeit vaak op schaduwrijke muren of in vochtige rotsspleten waar weinig andere vaatplanten groeien.
Syntaxonomie Muurnavel is een kensoort van de muurvaren-klasse (Asplenietea).
Verspreiding Het verspreidingsgebied van muurnavel omvat Zuid- en West-Europa.
Wetenschappelijke naam Linnaeus gaf de soort in zijn Species plantarum van 1753 de naam Cotyledon umbilicus-veneris, (1753). Species plantarum: 429. Gearchiveerd op 12 december 2025.De naam werd, zoals gebruikelijk, in de kantlijn vermeld, en gespeld als "umbilicus ♀". Volgens ICN Art. 23.3 moeten zulke symbolen in gewoon schrift worden overgebracht, in dit geval als "-veneris". Gearchiveerd op 7 september 2025. een naam die hij overnam van Carolus Clusius. (1601). Rariorum plantarum historia 4: 63. Gearchiveerd op 12 december 2025. Linnaeus bracht onder Cotyledon nogal wat soorten samen waarvan men later vond dat die niet in hetzelfde geslacht thuishoorden. Het deel van het geslacht met de soort Cotyledon orbiculata hield de geslachtsnaam Cotyledon. Voor het deel dat de soort Cotyledon umbilicus-veneris omvatte, creëerde Augustin Pyramus de Candolle in 1801 het geslacht Umbilicus. (1801). Bulletin des Sciences, par la Société Philomatique 3(49): 1. Gearchiveerd op 16 september 2025.Cotyledon umbilicus-veneris wordt cryptisch genoemd als Cotyledon tuberosa, een door Linnaeus benoemde variëteit van de soort. De naam "Umbilicus umbilicus-veneris" levert dan een tautoniem op. In 1805 gaf De Candolle de soort daarom het nomen novum Umbilicus pendulinus, vanwege de min of meer hangende bloemen. & (1805). Flore française ed. 3, 4: 383 In 1796 had Richard Anthony Salisbury echter voor dezelfde soort al de naam Cotyledon rupestris gepubliceerd. (1796). Prodromus stirpium in horto ad Chapel Allerton vigentium: 307. Gearchiveerd op 9 april 2025.In Cotyledon is dat een overbodige naam (superfluous name), en dus ongeldig, omdat Salisbury "Cotyledon umbilicus" van Linnaeus als synoniem noemt, maar als basioniem voor een andere combinatie is hij bruikbaar. De geldige naam in Umbilicus is daarom Umbilicus rupestris.
Synonymie Cotyledon umbilicus-veneris (1753) Cotyledon umbilicus-veneris var. tuberosa (1753) Cotyledon tuberosa () (1901) Cotyledon umbilicata (1779) Umbilicus umbilicatus () (1974) Cotyledon ombilicus (1786) Cotyledon rupestris (1796), nom. inval. Umbilicus rupestris () (1948) Umbilicus pendulinus (1805) Cotyledon umbilicifolia (1812) Cotyliphyllum erectum (1831) Cotyliphyllum umbilicus (1831) Umbilicus simplex (1846) Umbilicus deflexus (1875) Umbilicus patulus (1875) Umbilicus aetneus (1887) Umbilicus vulgaris (1905) Cotyledon neglecta (1939) Umbilicus neglectus () (1940)
Categorie:Crassulaceae