H to He, who am the only one is het derde studioalbum van Van der Graaf Generator.Het was het tweede album dat in Europa werd uitgegeven, aangezien het debuutalbum The Aerosol Grey Machine alleen was uitgegeven in de Verenigde Staten.

Opnameperiode Tijdens de opnames van The least we can do is wave to each other stapte bassist Nic Potter op. De band ging aanvankelijk op zoek naar een vervanger, maar besloot daarvan af te zien; in plaats van basgitaar zou toetsenist Banton voortaan de baspartijen op de baspedalen spelen. H to He, who am the only one werd verspreid over 1970 opgenomen in de Trident Studios; muziekproducent was aldoor John Anthony, als geluidstechnicus trad hier en daar David Hentschel op. Om de gitaarpartij in The emperor in his war-room te spelen werd Robert Fripp van King Crimson uitgenodigd. Het verhaal gaat (aldus Jackson) dat hij naar de basistrack luisterde en vervolgens gewoon met koptelefoon op ging spelen. Zijn bijdrage was na twee takes klaar.

Musici Peter Hammill – zang, akoestische gitaar, piano op House with no door David Jackson – altsaxofoon, tenorsaxofoon, baritonsaxofoon, dwarsfluit, zang en allerlei toevoegingen Hugh Banton – toetsinstrumenten, zang, basgitaar op House with no door en Pioneers over c Guy Evans – drumstel, percussie Nic Potter – basgitaar op Killer, The emperor in his war room, Lost Robert Fripp – gitaar op The emperor in his war room

Muziek

Bij heruitgaven op compact disc werden tracks aangevuld met Squid/Octopus (15:24) en de eerste opname van The emperor in his war room (8:50).

Titel Het gedeelte H to He in de titel verwijst naar de samensmelting van twee waterstofmoleculen tot één helium-4molecuul,2x waterstof-1 geeft waterstof-2 H; 1 waterstof-2 en 1 waterstof 1 geeft helium 3; 2x Helium-3 heeft Helium-4 en 2x waterstof-1) een exotherme reactie in het heelal.

Ontvangst in Groot-Brittannië Het album kwam niet op de Britse albumlijsten, in tegenstelling tot het album The least we can do is wave to each other. Men nam aan dat dit werd veroorzaakt door het ontbreken van singlemateriaal, alhoewel de band nog een poging deed om Killer op single uit te brengen, maar die poging strandde.

Ontvangst in Nederland Jip Golsteijn (en Berry Zand) hield een ongemakkelijk gevoel over aan plaat en optreden in onder andere Paradiso.De Telegraaf, Popscore, 9 januari 1971 Het Limburgs Dagblad noemde het in 1975 het een hoogtepunt.Limburgsch Dagblad, 27 september 1975 OOR's Pop-encyclopedie (versie 1979) volhardde in hun mening: macabere vreugdeloosheid en existentiële eenzaamheid. Liefhebbers van progressieve rock waardeerden op Progarchives het album met 4,32 uit 5 bij 1689 stemmen.

Hoes De hoes van het album is ontworpen door Paul Whitehead, die later nog een albumhoes voor Van der Graaf Generator zou ontwerpen. Voor H to He, who am the only one gebruikte hij een reeds bestaand werk getiteld Birthday, met daarop afgebeeld een ruimtereiziger die via een lichtstraal is verbonden met Londen.

Categorie:Muziekalbum uit 1970 Categorie:Muziekalbum van Van der Graaf Generator Categorie:Muziekalbum uitgegeven door Charisma Records