Het Beleg van Bagdad was een belegering van de stad Bagdad door het Mongoolse Rijk die plaatsvond tussen 29 januari en 10 februari 1258. Het beleg resulteerde in de inname van de stad en daarmee de val van het Kalifaat van de Abbasiden. De stad werd na de verovering geplunderd en een groot gedeelte van de bevolking werd uitgemoord.

Sinds de komst van Dzjengis Khan op het wereldtoneel in 1206 breidde het Mongoolse Rijk zich gestaag uit. Na enkele schermutselingen met het in verval geraakte Kalifaat van de Abbasiden werd Hulagu in 1252 door zijn broer Möngke Khan naar het Midden-Oosten gestuurd om het rijk uit te breiden. Met het uitblijven van militaire steun van de Abbasidische kalief Al-Musta'sim voor Hulagu's veldtocht tegen de Assassijnen had Hulagu een excuus om de stad Bagdad aan te vallen. Op 29 januari 1258 begonnen de Mongolen met hun belegering en het duurde tot 10 februari voor de kalief zich overgaf. De kalief en zijn familie werden ter dood gebracht en na het beleg volgde een plundering van zeven dagen in Bagdad. De schattingen over het aantal doden bij de plunderingen lopen uiteen van 200.000 tot een miljoen. Na het beleg verschoof het wetenschappelijk middelpunt van de regio van Bagdad naar Maragha.

De val van Bagdad in 1258, vijftig jaar na het beleg en de val van Constantinopel in 1204, maakte een einde aan de oude gebalanceerde diarchie tussen het Byzantijnse Rijk en het kalifaat waaronder de mensheid in het Midden-Oosten lange tijd had gefloreerd., A History of the Crusades III: The Kingdom of Acre (London 2016), 252. De Mongoolse verovering van Bagdad is vaak beschreven als een middeleeuwse holocaust, een extreem wreedaardige gebeurtenis, die niet alleen leidde tot de val van het Abbasidische kalifaat en de stad Bagdad, maar ook van de Islamitische samenleving. Deze anachronistische zienswijze is nieuw leven ingeblazen na de Amerikaanse bezetting van Bagdad in 2003., "The Mongol Conquest of Baghdad Revisited: Violence and Restoration according to Contemporaneous Biographical Sources.", & (ed.), Violence in Islamic Thought from the Mongols to European Imperialism, (Edinburgh 2018) 15-31, 15. Historicus Justin Marozzi omschreef het beleg als de verpletterendste klap die de moslimwereld ooit heeft gekregen en de toekomst van de islam in gevaar bracht., Baghdad: City of Peace, City of Blood (London 2014), 149.

Achtergrond Verval van het Abbasidische kalifaat thumb|Een dinar geslagen ten tijde van de regering van Al-Musta'sim In 750 hadden de Abbasiden de Omajjaden vervangen als kaliefs en onder hun leiding begon de islamitische wereld zich te verrijken doordat ze de verbinding verzorgden tussen de Mediterrane wereld en Oost-Azië., A Short History of the Middle Ages (Toronto 2014), 89. Al rond het jaar 1000 begon het rijk van de Abbasiden hun zwakte te tonen en deze lag aan het gebrek aan inkomsten. Als de landeigenaren in hun rijk weigerden de belasting te betalen waren de kaliefs afhankelijk van de rijke landbouwgrond van het huidige Irak voor hun inkomen. Daarnaast kreeg hun economie een grote knauw te verwerken na een opstand van de Zanj in de periode 869-883. Door het gebrek aan inkomsten konden de Abbasiden ook niet de invallen van Karmaten tegenhouden. In de tiende eeuw konden de Boejiden Bagdad veroveren en werden de kaliefs een bijrol toebedeeld., A Short History of the Middle Ages, 124. De Seltsjoeken wisten na een eeuw de Boejiden te verdrijven uit Bagdad, maar dit betekende geen verbetering van de positie van de kalief. In deze zelfde tijd werd het kalifaat betwist door twee andere dynastieën die deze titel opeisten, namelijk de Omajjaden in Spanje en de Fatimiden in Egypte.De kalief is in de islamitische cultuur de religieuze leider van een groot deel van de soennitische islam en wordt gezien als Gods vertegenwoordiger op aarde. Geen van deze drie wist zich als de leider van de islamitische wereld te profileren, omdat ze alle drie worstelden met de macht in hun regio., The Great Caliphs: The Golden Age of the 'Abbasid Empire (New Haven 2009), 45.

Door middel van politieke intriges, burgeroorlogen en slechte regeringen was de macht en de grandeur van de kaliefs in de loop der eeuwen behoorlijk aangetast. Het door de Abbasiden gecontroleerde gebied bevatte in de twaalfde eeuw uitsluitend nog Centraal- en Zuid-Irak. Onder leiding van kalief al-Nasir begonnen de Abbasiden zich te ontworstelen van de macht van de Seltsjoeken. Hij wist wat van de oude macht van de Abbasiden te herwinnen en probeerde de positie van de kalief te herstellen. Dit was te laat, want de religieuze en verbindende rol van de kalief was in de islamitische wereld reeds ingewisseld voor de alternatieve functie van sultan. De titel van kalief was in deze tijds slechts nog een symbool in de islamitische wereld., 52. In 1242 kwam kalief Al-Musta'sim aan de macht in het kalifaat en de chroniqueurs omschreven hem als iemand die meer van spelen met vogels hield, dan van regeren. Hij liet de regeringszaken dan ook over aan zijn vizier Ibn Al-Aqami, een Sji'itische moslim., The Mongol Empire (Edinburgh 2018), 165.

Mongoolse opmars thumb|Verspreiding van het Mongoolse Rijk met in het uiterste zuidwesten Bagdad

Eind elfde eeuw waren de Mongolen nog een van de vele nomadische stammen aan de noordrand van China. De Mongolen begonnen een bedreiging voor de wereld om hen heen te vormen met de komst van Dzjengis Khan. In 1206 was hij uitgegroeid tot de onbetwiste leider van de Mongoolse steppen. Daarna richtte de khan zich tot zijn buurlanden. In 1219 vielen de Mongolen Chorasmië binnen. Twee jaar later werd de eerste aanval op Perzië uitgevoerd en werden onder meer de voormalige Abbasidische steden Merv en Nisjapoer veroverd. De dood van Dzjengis Khan in 1227 maakte geen eind aan de veroveringen, want zijn erfgenamen waren even vindingrijk en succesvol., De Zijderoutes (14de druk; Houten 2017), 199.

Er kwam een tijdelijke pauze in de veroveringszucht van de Mongolen na de dood van Ögedei Khan.In de Mongoolse cultuur was het van levensbelang was dat hooggeplaatste Mongolen aanwezig waren bij het selectieproces voor de khan. In hun cultuur was het erfelijkheid niet aan de orde, maar de keus viel op degene die zich het duidelijkst zou doen gelden. De steun van andere hierbij was van groot belang. In 1235 vonden de eerste schermutselingen plaats tussen de Mongolen en de Abbasiden. In dat jaar vielen zij Jazira (noordelijk Irak) en al-Arabi (zuidelijk Irak) binnen. Toen vervolgens het Abbasidische leger optrok tegen de Mongolen trokken deze zich terug. Ditmaal waren ze slechts op plundertochten uit en niet op veroveringen., The Mongol empire, 108. Kalief Al-Mustansir riep in 1238 op tot een jihad en hij wist de binnenvallende legers te verdrijven., Baghdad, 138. Enkele jaren later, in 1243, vielen de Mongolen enkele steden aan die de bescherming zochten van de kalief, maar ook hier trokken zij zich terug zodra er een groot leger kwam opdagen. & (ed.), The Mongols' Middle East: Continuity and Transformation in Ilkhanid Iran (Leiden/Boston 2016), 31.

Bagdad

thumb|Kaart van Bagdad in de achtste en negende eeuw De stad Bagdad werd in 762 gesticht door kalief Al-Mansoer. In het hart van deze geplande stad kwam het paleis van de kaliefs te liggen. De rest van Bagdad werd opgebouwd uit twee concentrische cirkels. In de binnenste ring woonden de prinsen en de hoge ambtenaren en in de buitenste ring huisvestte het leger van de kalief met hun families en de bedienden. Vanuit het centrale plein leidden vier wegen dwars door de ringen heen richting de vier stadspoorten van de hoofdstad. De stadsmuren waren voorzien van een dubbele muur., 70. Deze muren werden versterkt door een gracht en de stad werd door middel van het kanaal Nahr Isa, die de Eufraat met de Tigris verbond, van drinkwater voorzien. In 1094 werd er begonnen met de bouw van een nieuwe verdedigingsmuur aan de oostelijke oever van de Tigris. Deze muur werd tijdens de regering van kalief Al-Mustarshid voltooid en in 1229 werd deze nog gerestaureerd., "Aspects of City's Fortification through Time: The challenge of Fortifying Baghdad as a Case Study", International Journal of Engineering Trends and Technology, Vol. 28, no. 6 (2015), 269-276, 274.

Bagdad groeide uit tot een commerciële en industriële metropool met de nodige buitenwijken. In de tiende eeuw besloeg de stad 7.000 hectare en telde de bevolking van de stad zo'n 1.400.000 inwoners. Kalief Haroen ar-Rashid stichtte in Bagdad het Huis der Wijsheid en hierdoor trok de stad vele islamitische wetenschappers aan. De periode van het bewind van de kaliefs in Bagdad en de bloeiende wetenschap kwam bekend te staan als de Islamitische gouden tijdperk. Door de eeuwen heen zou het intellectuele leven in de stad blijven floreren. In 1233 stichtte kalief Al-Mustansir de universiteit Mustansiriya Madrasah., Baghdad, 131. De stad leed in de loop van de eeuwen veel door overstromingen en burgerlijk geweld. Een islamitische bezoeker in de stad omschreef Bagdad in 1185 als "een verdwijnende ruïne, een verbleekte restant, of het beeld van een geest. Het heeft geen schoonheid die de aandacht trekt." Tijdens de militaire campagne van de Mongolen in Iran in 1256 werd Bagdad getroffen door een overstroming na hevige regenval. Nog voor de overstroming goed voorbij was brak er sektarisch geweld uit in de stad tussen de Soennieten en Sji'ieten. Soldaten van de kalief moesten vervolgens aan de pas komen om het geweld te beëindigen.

Veldtocht van Hulagu Uitbreidingsplannen van Möngke Khan thumb|Hulagu Khan met zijn vrouw Doquz Khatun, afbeelding uit de Jami' al-tawarikh van Rashid al-Din. Möngke Khan was in 1251 aan de macht gekomen als de khan der Mongolen. Nadat hij zijn regering had geconsolideerd besloot hij over te gaan op het neerslaan van opstanden die de ideologie van het Tengerisme afwezen. De Mongolen geloofden dat hun godheid Tengri de aarde had geschonken aan Dzjengis Khan en zijn opvolgers. Volgens deze ideologie was iemand die zich niet had overgegeven aan de Mongolen een rebel. Möngke wees zijn twee broers Hulagu en Koeblai Khan aan om aan de randen van het rijk militaire campagnes te organiseren. Koeblai kreeg de opdracht om de Song-dynastie van China op de knieën te dwingen en Hulagu kreeg het Midden-Oosten toegewezen., The Mongol Empire, 159. Hij moest met name de Arabische steden Bagdad, Damascus en Caïro aanvallen. In 1253 vertrokken de twee broers op hun campagne., Genghis Khan and the Making of the Modern World (New York 2004), 177.

Möngke gaf de opdracht dat iedere twee op de tien mannen moest dienen in de legers van Hulagu, maar deze order betrof alleen de Mongoolse bevolking., The Mongol Empire, 160. Hulagu had het commando over 15 tot 17 tumens. Iedere tumen bestond uit 10.000 soldaten en hiermee verkreeg hij een totaal van 150.000 soldaten. Een bijna even groot aantal kan toegevoegd worden aan hulptroepen die bestonden uit Armeniërs en Iraniërs. Volgens verschillende kroniekschrijvers bestond het invasieleger uit 200.000 man. Enkele moderne historici schatte de grootte van het leger van Hulagu zelfs op 300.000., Baghdad, 139.Een gedeelte van het totaal opgetrommelde leger bleef achter om de grenzen van het rijk te bewaken. Hieronder bevonden zich ook een duizendtal Han ingenieurs om de katapulten tijdens de campagne te bedienen., A Short History of the Chinese People (North Chelmsford 2002), 173. Ter voorbereiding van de komst van het leger had Hulagu troepen vooruitgestuurd om de kuddes te verdrijven uit het land waar het leger doorheen trok. Hierdoor was er genoeg weide aanwezig voor het moment dat de hoofdmacht door het gebied trok. Hulagu koos er bewust voor om langzaam met zijn leger op te trekken.

Veldtocht tegen de Assassijnen thumb|Hulagu vernietigt het fort Alamoet, vijftiende-eeuwse Perzische miniatuur.