De Hoofdcursus Kampen was een opleidingsinstituut voor officieren in de periode van 1852 tot en met 1923. Diverse bekende generaals en officieren hebben de opleiding doorlopen, zoals Jo van Heutsz en voormalig premier Hendrikus Colijn.

Geschiedenis thumb|Van Heutszkazerne thumb|Voormalige manege aan de IJsseldijk waar paardrij-instructie werd gegeven. Sinds 1815 bevond zich een bataljon van de landmacht in Kampen, aanvankelijk in de latere Van Heutszkazerne. Dit 3de bataljon, 7de afdeling Infanterie vocht in de Belgische Revolutie. Nadat deze eenheid was vertrokken kwamen het Depot Bataljon 18de afdeling infanterie en het Werfdepot Korps Jagers van Cleerens in Kampen.[https://www.canonvannederland.nl/nl/overijssel/salland/kampen/instructiebataljon Het Instructiebataljon Garnizoensstad]. Gearchiveerd op 27 november 2022. In september 1839 is het Korps naar Harderwijk verplaatst.Nederlanden Na een periode zonder militaire aanwezigheid werd in 1851 een instructiebataljon in Kampen gevestigd. In 1877 sprak Tweede Kamerlid Charles Jean François Mirandolle de wens uit het militaire onderwijs bij wet te regelen. Hierop werden het instructiebataljon in Kampen en de Hoofdcursus Maastricht gefuseerd tot Hoofdcursus Kampen. Dit werd bij wet geregeld door de Wet tot regeling van het Militair Onderwijs bij de Landmacht uit 1890. Hierbij werd ook de Hoofdcursus 's-Hertogenbosch gefuseerd met de Hoofdcursus Kampen. De wet werd voor het laatst aangepast in 1933 en is nog steeds van kracht, hierin wordt Kampen nog steeds genoemd als onderwijslocatie.

In 1877 werd de Hoofdcursus Kampen opgericht met financiële steun van het Ministerie van Oorlog en het Ministerie van Koloniën Deze hoofdcursus was de opvolger van de 1e klasse Cursus. De 1e klasse Cursus was een opleiding op regimentsniveau voor onderofficieren waarvan kon worden verwacht dat zij het officiersexamen na één jaar onderwijs met succes konden afronden. De Hoofdcursus had het niveau wat gelijkwaardig was met de HBS. Waar de Koninklijke Militaire Academie een wetenschappelijke benadering voorstond, had de Hoofdcursus Kampen een meer praktische benadering. Er werden ook kritische noten geplaatst bij het niveau van de opleiding. luitenant-generaal b.d., en Kamerlid voor de Liberalie Unie, Willem Rooseboom gaf in december 1886 in de Tweede Kamer kritiek op de hoofdcursussen. Rooseboom noemde het intellectueel en maatschappelijk niveau van de cursussen te laag voor de eisen van de tijd. Rooseboom vernam "uit betrouwbare bron" dat slechts één tiende tot één zesde van de cursisten de goede basis had om officier te worden. De beste studenten aan de Hoofdcursus Kampen waren diegene die gezakt waren voor het toelatingsexamen van de KMA. Vanaf 1 oktober 1891 werden ook officieren voor het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger opgeleid op de Hoofdcursus.

Studentenleven De studenten, cursisten genoemd bij de krijgsmacht, hadden zich verenigd in verschillende verenigingen zoals: Vereeniging "Excelsior" (algemene cursisten vereniging voor alle cursisten) Zangvereeniging "Polyhymnia" Schietclub "Willem Tell" Gymnastiekvereeniging "Mavors"

De Vereniging Excelsior stond bekend om het organiseren van feesten voor cursisten en de lokale burgerij van Kampen. Generaal b.d. Swart gaf bij een terugblik aan zijn periode in Kampen (1884-1886) aan dat dit door de cursisten werd gebruikt om in contact te komen met lokale dames. Het korpslied werd geschreven door Jan Beckering Vinckers, onder het pseudoniem Wittekind.

Hoofdcommandanten Periode Hoofdcommandant Bijzonderheden 1880-1890 J.T.T.C. van Dam van Isselt 1890-1902 kolonel J.J. Wierts pensioen 1902-1906 luitenant-kolonel H.A.J.A. Timmerman 1906-1912 kolonel R.H. Luber pensioen 1912-1914 kolonel J.M. Mazel 1914-1922 luitenant-kolonel N.J. Kooiman pensioen 1922-1923 kapitein M. Waltheer laatste hoofdcommandant in Kampen 1923-1924 luitenant-kolonel G.G. van Everdingen tevens gouverneur KMA

Alumni In zijn bestaan heeft de Hoofdcursus Kampen ruim 3000 officieren opgeleid. Voor lessen in het berijden van paarden werd gebruik gemaakt van de voormalige Manege (nu evenementenlocatie de Leuke Hanzestad), gelegen naast de Bovenhaven wat daarvoor dienstdeed als tolhaven dankzij de strategische ligging aan de IJssel. Maar liefst 107 officieren kregen de hoogste Nederlandse militaire onderscheiding, de Militaire Willems-Orde. Albert van den Brandeler was de eerste alumnus die de Militaire Willems-Orde ontving. In mei 1874 haalde Van den Brandeler zijn officiers examen waarna hij naar Nederlands-Indië uitgezonden werd. Ingedeeld bij het 15e bataljon infanterie van het KNIL nam Van den Brandeler deel aan de inname van de versterkte kampong Langkroek op 28 september 1874. Van den Brandeler raakte gewond aan zijn linkerarm en werd later tot Ridder der 4e klasse in de Militaire Willems-Orde benoemd. Verreweg de meeste onderscheidingen werden uitgereikt voor handelingen tijdens de Atjehoorlog. Anderen onderscheidden zich tijdens de expeditie naar Lombok of Djambi

Van de afgestudeerde officieren kwamen er 44 om tijdens oorlogsmissies (tot 1932). Al in 1876 kwam de eerste alumnus van de Hoofdcursus, destijds nog instructiebataljon, om het leven. Tweede-luitenant Verschoor rondde de opleiding tot officier in 1875 af en kwam later dat jaar aan in Nederlands-Indië. Verschoor kwam om het leven op 27 maart 1876. De doodsoorzaak is onduidelijk. Een uitgave van de Koninklijke Militaire Academie geeft aan: "door verwondingen in den strijd" in Kotta Radja. De Java-Bode van 4 april 1876 geeft aan dat Verschoor is overleden aan cholera.

De officieren gedecoreerd met de Militaire Willems-Orde, en de officieren gestorven door oorlogshandelingen worden herdacht met een plaquette in de huidige Koninklijke Militaire Academie.

Alumni onderscheiden met de Militaire Willemsorde