thumb|Junio Valerio Borghese Junio Valerio Borghese (Rome, 6 juni 1906 – Cádiz, 26 augustus 1974) was een Italiaans edelman, officier van de Regia Marina en na de Tweede Wereldoorlog een neofascistisch politicus. Hij werd vooral bekend door zijn leidinggevende rol binnen de Decima Flottiglia MAS, een speciale marine-eenheid die onder meer bemande torpedo's en andere aanvalsmiddelen inzette. Na de oorlog was hij actief in de Italiaanse extreemrechtse politiek en werd zijn naam verbonden aan de in december 1970 voortijdig afgebroken poging tot staatsgreep die bekendstaat als de Golpe Borghese. In de literatuur werd hij aangeduid als Il Principe Nero ("de Zwarte Prins").
Jeugd en marinecarrière Borghese stamde uit de adellijke Borghese-familie en was de tweede zoon van Livio Borghese en Valeria Keun. Een deel van zijn jeugd bracht hij door in het Verenigd Koninkrijk, waar hij ongeveer vijf jaar onderwijs volgde. In 1923 begon hij zijn opleiding aan de marineacademie in Livorno. Hij voltooide deze in 1928 als guardiamarina, de laagste officiersrang bij de Italiaanse marine.
Borghese specialiseerde zich vervolgens in onderwaterwapens en duikoperaties. In 1931 werd hij bevorderd tot luitenant-ter-zee. Hij diende op verschillende onderzeeboten, waaronder de Tricheco en de Iride, en deed tijdens het interbellum operationele ervaring op in Oost-Afrika en gedurende de Spaanse Burgeroorlog. Bij de Italiaanse deelname aan de Tweede Wereldoorlog in juni 1940 voerde hij het bevel over de onderzeeboot Vettor Pisani.
Tweede Wereldoorlog
Decima Flottiglia MAS Borghese raakte nauw betrokken bij de ontwikkeling en operationele inzet van speciale Italiaanse aanvalsmiddelen, waaronder de siluro a lenta corsa (SLC), een langzaam varende bemande torpedo waarmee duikers explosieve ladingen onder vijandelijke schepen konden aanbrengen. Hij kreeg het bevel over de onderzeeboot Scirè, die was aangepast om dergelijke aanvalsmiddelen dicht bij vijandelijke havens af te zetten.
In maart 1941 kreeg de eenheid waarin deze middelen waren ondergebracht de naam Xª Flottiglia MAS, doorgaans aangeduid als Decima Flottiglia MAS. Borghese werd een van de belangrijkste commandanten van het onderwatergedeelte ervan. De eenheid voerde operaties uit tegen onder meer Gibraltar en Alexandrië.
Een van de bekendste acties vond plaats in de nacht van 18 op 19 december 1941 bij Alexandrië. De Scirè, onder bevel van Borghese, bracht drie SLC's met hun bemanningen tot in de omgeving van de Britse marinebasis. De duikers wisten vervolgens explosieve ladingen aan te brengen bij Britse schepen. De slagschepen HMS Queen Elizabeth en HMS Valiant werden zwaar beschadigd en tijdelijk buiten gevecht gesteld. Borghese zelf nam aan deze actie deel als commandant van de onderzeeboot en niet als een van de duikers die de mijnen plaatsten.
Voor zijn militaire optreden ontving Borghese verschillende Italiaanse onderscheidingen, waaronder de Gouden Medaille voor Militaire Dapperheid (Medaglia d'oro al valor militare). Op 1 mei 1943 kreeg hij het algemene bevel over de Decima MAS.
Na de wapenstilstand van 1943 Na de Italiaanse wapenstilstand met de geallieerden van 8 september 1943 koos Borghese ervoor de strijd aan Duitse zijde voort te zetten. Op 14 september bereikte hij met Duitse vertegenwoordigers een overeenkomst waarbij zijn formatie een zekere organisatorische autonomie behield, maar operationeel met de Duitse marine samenwerkte. De eenheid kwam daarmee terecht binnen het kamp van de door Duitsland gesteunde Italiaanse Sociale Republiek.
De aard van de formatie veranderde tijdens deze periode. Naast de oorspronkelijke maritieme speciale eenheden werd de Xª MAS sterk uitgebreid met formaties die op het land werden ingezet. Een belangrijk deel ervan werd, onder het overkoepelende Duitse gezag van SS-generaal Karl Wolff, gebruikt bij de bestrijding en repressie van de Italiaanse partizanenbeweging. Volgens de biografie in het Dizionario Biografico degli Italiani verwierf de formatie daarbij een slechte reputatie door haar harde optreden.
Borgheses betrekkingen met de leiding van de Italiaanse Sociale Republiek waren niet steeds goed. Benito Mussolini liet hem op 13 januari 1944 arresteren, onder meer vanwege spanningen over de zelfstandige positie en politieke ambities van de Xª MAS. Na onderzoek en druk vanuit onder andere Duitse kringen werd hij op 25 januari weer vrijgelaten.
Bij het uiteenvallen van de Italiaanse Sociale Republiek in april 1945 gaf Borghese zich over. Hij werd vervolgens naar Rome overgebracht en gevangengezet in afwachting van zijn proces.
Berechting na de oorlog Het proces tegen Borghese begon op 8 november 1948. De aanklachten hadden betrekking op zijn samenwerking met de Duitse bezettingsmacht en op de verantwoordelijkheid van de onder zijn bevel staande formatie voor de gewelddadige repressie van partizanen.
Op 12 februari 1949 werd hij tot twaalf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Door toepassing van verzachtende omstandigheden en naoorlogse amnestie- en strafverminderingsmaatregelen werd de daadwerkelijk te ondergaan straf tot drie jaar teruggebracht. Borghese werd op de dag van de uitspraak vrijgelaten.
Politieke activiteiten
Movimento Sociale Italiano en Fronte Nazionale Na zijn vrijlating begaf Borghese zich in de politiek van het naoorlogse Italiaanse neofascisme. Hij sloot zich aan bij het Movimento Sociale Italiano (MSI), de voornaamste parlementaire partij van de Italiaanse neofascistische rechterzijde. In 1951 werd hij erevoorzitter van de partij. Binnen het MSI stond hij dichter bij de radicalere stroming rond Giorgio Almirante dan bij de gematigde vleugel die aansluiting zocht bij de reguliere conservatieve politiek.
Borghese verwijderde zich later van de parlementaire koers van het MSI en raakte meer betrokken bij de buitenparlementaire rechterzijde. In 1968 riep hij aanhangers op blanco te stemmen als afwijzing van het bestaande partijpolitieke stelsel. Op 13 september van dat jaar richtte hij het Fronte Nazionale op. De beweging legde de nadruk op anticommunisme, herstel van gezag en verzet tegen het bestaande parlementaire partijstelsel. Zijn activiteiten maakten deel uit van een bredere radicale en neofascistische politieke omgeving waarin in Italië vanaf het einde van de jaren zestig verschillende plannen voor autoritaire politieke veranderingen circuleerden.
Golpe Borghese In de nacht van 7 op 8 december 1970 begon een operatie waarbij groepen uit de extreemrechtse omgeving van Borghese betrokken waren en die tot doel had het bestaande staatsbestel omver te werpen. Het plan werd binnen enkele uren afgebroken. De gebeurtenis werd later bekend als de Golpe Borghese.
Historicus Juan Avilés beschouwt het complot als uitzonderlijk onder de verschillende Italiaanse staatsgreepplannen uit deze periode, omdat het daadwerkelijk het stadium van operationele uitvoering bereikte voordat het werd gestaakt. Over de achtergronden van het plan, de mate van steun van afzonderlijke betrokkenen en vooral de reden waarom de operatie op het laatste moment werd afgebroken, zijn in de loop der jaren uiteenlopende verklaringen en hypotheses gepubliceerd. Om die reden kunnen onbewezen verklaringen over de afgelasting niet als vaststaand feit worden weergegeven.
In 1971 werd tegen Borghese een arrestatiebevel uitgevaardigd in verband met de poging tot staatsgreep. Hij week uit naar Spanje en keerde niet meer naar Italië terug.
Overlijden Borghese overleed op 26 augustus 1974 in Cádiz in Spanje, 68 jaar oud.
Publicatie Borghese publiceerde in 1950 zijn eigen relaas over de maritieme operaties van de Decima MAS vóór de Italiaanse wapenstilstand:
Decima flottiglia Mas: dalle origini all'armistizio. Milaan: Garzanti, 1950.
Als egodocument is dit werk een primaire bron voor Borgheses eigen voorstelling van de militaire gebeurtenissen; voor onafhankelijke historische duiding zijn secundaire studies geschikter.
Categorie:Borghese Categorie:Italiaans militair Categorie:Italiaans militair in de Tweede Wereldoorlog Categorie:Italiaans politicus Categorie:Italiaans fascist