thumb|Tughra (gekalligrafeerde initiaal) van de Ottomaanse sultan Ahmed I onder de capitulatie die hij in 1612 afsloot met de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Een capitulatie is een handelsverdrag waarin de ene verdragspartner privileges verleent aan onderdanen van de andere partner die op zijn grondgebied verblijven, waaronder immuniteit voor de lokale jurisdictie. Dat houdt in dat 'buitenlanders' voor wie de capitulatie geldt, berecht worden volgens hun eigen wetten. Capitulaties verlenen daarnaast privileges als vrijheid van handel, afschaffing dan wel verlaging van in- en uitvoerrechten, vrijheid van godsdienst en vrijheid van verblijf. In veel gevallen wordt ook vrijheid om te reizen verleend evenals vrijstelling van belastingen, vrijwaring van huiszoeking en het recht om nalatenschappen af te wikkelen in het geval dat er geen erfgenamen zijn.

Capitulaties werden in de eerste plaats afgesloten om de handel te bevorderen. Een bijkomend doel kon het vormen van een alliantie tegen een gezamenlijke vijand zijn, of het verkrijgen van bescherming tegen vijandige landen.

Veel capitulaties zijn afgesloten tussen gelijkwaardige partners. Als het voor een van hen niet van belang was om ook privileges voor zijn eigen onderdanen te verkrijgen, werd een eenzijdige capitulatie overeengekomen. Dat is vrijwel steeds het geval; het aantal bekende wederkerige capitulaties is beperkt. Er zijn ook talrijke capitulaties afgesloten tussen ongelijkwaardige partners. Deze kwamen tot stand onder militaire en diplomatieke druk; een dergelijke capitulatie wordt ook wel ongelijk verdrag genoemd.

De oudst bekende capitulaties dateren uit de oudheid. Ze werden afgesloten tussen heersers als koningen en sultans. In de late middeleeuwen droegen capitulaties bij aan het ontstaan van handelsstromen tussen de landen aan de Oost- en Noordzee, en tussen landen in het Middellandse Zeegebied. Tot de ondertekenaars behoorden, naast heersers, vaak bestuurders van steden die de facto zelfstandig waren. Vanaf de 16e eeuw sloot het Ottomaanse Rijk veel capitulaties af met Europese landen. Toen de macht van de Ottomanen in de 19e eeuw tanende was, begonnen westerse landen en hun onderdanen de mogelijkheden die de capitulaties hen boden te misbruiken. In dezelfde periode dwongen militair superieure westerse staten zwakkere landen als China en Japan tot het ondertekenen van voor hen nadelige capitulaties.

Onder invloed van de toenemende militaire macht van de Aziatische landen en onder internationale politieke druk werden zowel de capitulaties die afgedwongen waren door westerse grootmachten als de Ottomaanse capitulaties eind 19e en begin 20e eeuw afgeschaft. De eerste in 1899, de laatste in 1949.

Etymologie Het woord capitulatie komt in het Nederlands voor vanaf het midden van de 16e eeuw. Het is ontleend aan het Franse woord capitulation, een afleiding van capituler, dat oorspronkelijk vooral ‘een verdrag sluiten’ betekende. Het gaat terug op het middeleeuws Latijnse woord capitulare wat betekent ‘punt voor punt opsommen, een stuk opstellen’. Capitulare is een afleiding van het Latijnse woord capitulum (‘hoofdstuk, clausule’), dat een verkleinwoord is van caput (‘hoofd’)., Etymologisch Woordenboek van het Nederlands. Amsterdam (2003-2009). Geraadpleegd van Etymologiebank.nl

Capitulatie heeft in de Nederlandse taal meerdere betekenissen. De bekendste is ‘overgave’; in dit artikel wordt het woord echter in een andere betekenis gebruikt, die van 'handelsverdrag'.

In brede zin In de betekenis van handelsverdrag wordt het woord capitulaties door sommigen gebruikt in strikte zin en door anderen in brede zin. Vooral historici doelen met het woord uitsluitend op handelsverdragen van het Ottomaanse Rijk. Zoals Cassel, die schrijft: Voorafgaand aan de Opiumoorlog verleende het Qing-rijk buitenlanders veel meer juridische autonomie dan het Ottomaanse Rijk in die tijd deed onder de "Capitulaties", een reeks verdragen tussen de Verheven Porte en westerse landen, die werden gesloten van de 16e tot het begin van de 19e eeuw. Sommigen van hen zijn iets rekkelijker en breiden de betekenis uit tot handelsverdragen van alle islamitische landen. Van de in dit artikel geciteerde auteurs behoren naast Cassel onder anderen Augusti, Craven, Glasnovich, Hsieh, Jahnke, Ku, Murray en Whewell tot deze groep.

Andere auteurs, vaak gespecialiseerd in internationaal recht, noemen elk handelsverdrag waarin sprake is van overdracht van jurisdictie een capitulatie. Zo stelt Ravndal: Laten we meteen de misvatting uit ons hoofd zetten dat capitulaties noodzakelijkerwijs verwijzen naar relaties tussen christenen en moslims, om verderop in zijn artikel de reikwijdte te concretiseren: Hoewel ze nog niet met die naam werden aangeduid, wordt door historici vermeld dat capitulaties al in 526 v.Chr. werden gesloten door farao Amasis met Grieken die naar Egypte kwamen om zich als handelaren te vestigen in Naucratis.Ravndal, p. 5 Tot deze groep behoren onder anderen de geciteerde auteurs Alexandrowic, Bell, Brown, Fidler, Jiangfeng Li, Müller en de reeds genoemde Ravndal. Ook onder Nederlandse journalisten die schreven over capitulaties in de periode dat afschaffing ervan ter discussie stond, was het gebruikelijk het woord capitulaties in brede zin te gebruiken.China en de mogendheden. In: Het Vaderland, 12 januari 1927

In dit Wikipedia-artikel worden capitulaties beschreven in brede zin.

Oudheid en vroege middeleeuwen De stadstaten en koninkrijken die in de oudheid ontstonden, dreven onderling handel. De handelswaren werden vervoerd over routes die landen over grote afstanden met elkaar verbonden, zoals de zijderoute en de wierookroute. Het is niet bekend hoe in de beginperiode van de oudheid de juridische status was geregeld van kooplieden uit de ene staat die zich voor kortere of langere tijd gevestigd hadden in de andere staat. Uit de latere oudheid zijn wel enkele gevallen bekend van overeenkomsten. In die gevallen was sprake van capitulaties: een monarch zag af van de jurisdictie over kooplieden uit een andere staat.

thumb|Het hoofd van farao Amasis II, die de oudst bekende capitulatie afsloot met Griekse stadstaten. Het oudst bekende voorbeeld is te vinden in het boek Historiën. Daarin vermeldt Herodotus dat farao Amasis (570-526 v.Chr.) een aantal privileges toekende aan Griekse kooplieden. Ze kregen toestemming zich te vestigen in de handelsstad Naucratis en daar berecht te worden door hun eigen magistraten volgens hun eigen wetten en gewoonten. Een tweede voorbeeld is dat keizer Claudius (41-54 n.Chr.) de kooplieden uit Cádiz het privilege verleende om hun eigen magistraat te kiezen en om vrijgesteld te worden van de jurisdictie van de Romeinse rechtbanken.

Ook uit de vroege middeleeuwen zijn enkele voorbeelden bekend van capitulaties. Keizer Theodosius (379-395) bijvoorbeeld sloot met de Goten een capitulatie af waarin de Goten het bezit verkregen van de dorpen en districten die hen aangewezen werden, en het recht om hun eigen gewoonten en taal te behouden. Bovendien werden ze vrijgesteld van de jurisdictie van de wetten en magistraten van Rome.Ravndal, p. 10 Vier eeuwen later, na de val van het Romeinse Rijk, sloot Karel de Grote (747-814) met kalief Haroen ar-Rashid een capitulatie. Daarin verkreeg hij speciale garanties en privileges voor Frankische kooplieden in het Kalifaat van de Abbasiden.Brown, p. 11; Ravndal, p. 11

In de 9e eeuw stichtten Arabische kooplieden in het Chinees Keizerrijk een nederzetting in de haven van Kanton waarin ze geregeerd en berecht mochten worden door hun eigen kadi.Brown, p. 10 In het oosten van Europa sloot vorst Oleg de Wijze van het Kievse Rijk in 911 een handelsverdrag met keizer Leo VI van Byzantium, dat in 944 werd herzien en vernieuwd, en in 971 werd bekrachtigd. Is de eerste versie niet overal duidelijk over de jurisdictie, in de versie van 944 wordt expliciet vermeld dat onderdanen van Kiev of Constantinopel die een misdaad begaan, gestraft worden naar de wetten van hun eigen land.Ravndal, p. 16 Het is waarschijnlijk de oudste capitulatie waarvan de tekst van de opeenvolgende versies bewaard is gebleven.Ravndal, pp. 16-17, 90-91

Hoge en late middeleeuwen Veel meer is bekend over capitulaties in de hoge en late middeleeuwen. De handel floreerde toen zowel in het noorden van Europa als in het Middellandse Zeegebied.

Noord- en Oostzeegebied thumb|Laatmiddeleeuwse handelsroutes in Noord-Europa Aan het eind van de hoge middeleeuwen sloot de Deense koning capitulaties af met tientallen steden uit gebieden rond de Oost- en Noordzee. Hij verleende elke verdragspartner een concessie voor een vitte, een juridisch autonome handelsnederzetting. De vitten lagen op het schiereiland Schonen dat destijds tot Denemarken behoorde. Schonen beschikte over rijke haringgronden en bezat de belangrijkste haringmarkt van Europa. Kooplieden die de haringmarkt bezochten mochten, als met hun stad een capitulatie was afgesloten, in hun vitte handel drijven in producten uit hun eigen regio. Daarbij genoten ze privileges als veiligheidsgaranties en lage belastingen, en werden ze berecht volgens hun eigen wetten. Schonen groeide dankzij de vitten uit tot het belangrijkste handelscentrum van Noord-Europa, waar naast haring vele producten werden verhandeld, waaronder graan, wol, laken, wijn en bier. De markt bereikte zijn grootste omvang in de jaren 1370. Na die tijd brak een lange periode aan van verval. In de 16e eeuw hield de Schonense markt op te bestaan, wat het einde betekende van de vitten.

De neergang van de Schonense markt werd mede veroorzaakt door de opkomst van de Hanze. Een van de uitgangspunten van de Hanze bij het sluiten van handelsverdragen was dat kooplieden uit Hanzesteden moesten worden beoordeeld door hun 'ouderman', naar de wetten van de Hanze.de Miltitz, p. 141; Ravndal, p. 85 Vanaf de 16e eeuw brokkelde de macht van de Hanze af en de laatste formele Hanzedag werd gehouden in 1669, wat het einde markeerde van de capitulaties die de Hanze afsloot.

Middellandse Zeegebied thumb|Laatmiddeleeuwse handelsroutes van Genua (rood) en Venetië (groen) De Italiaanse maritieme republieken hadden in de hoge en late middeleeuwen een groot aandeel in het handelsverkeer rond de Middellandse Zee. Ieder voor zich probeerden ze tot handelsovereenkomsten te komen met machthebbers in het oostelijk deel van het gebied. Zo wist Pisa extraterritoriale privileges te verkrijgen voor zijn onderdanen in Jeruzalem, Beiroet, Jaffa, Cyprus en Rhodos. Daarnaast verkreeg het in 1173 speciale concessies van Saladin, de sultan van Egypte, op voorwaarde dat er geen kruisvaarders vervoerd zouden worden.Brown, p. 15

Venetië sloot in 1219 een capitulatie met Aladin, de Turkse sultan van Konya, waarbij onderdanen van de ene partij in de domeinen van de andere immuniteiten genoten in alle juridische aangelegenheden van niet-criminele aard. Tien jaar later kreeg Venetië in een capitulatie met de sultan van Aleppo het recht om in die stad een eigen kerk, een telhuis (waar geld werd geteld) en een eigen rechtbank te stichten.Brown, pp. 16, 31

Genua verkreeg via zijn consul in Alexandrië van de Mammelukse sultan het recht van jurisdictie in rechtszaken tussen Genuezen en Saracenen, evenals tussen Genuese en andere christenen. In 1261 kreeg Genua toestemming van de Byzantijnse keizer Michaël VIII om bij Constantinopel, aan de overzijde van de Gouden Hoorn, de aparte stad Galata te vestigen die onder Genuese jurisdictie viel.Brown, pp. 14, 16 Toen het Ottomaanse Rijk in mei 1453 de stad Constantinopel belegerde, beloofden de Genuese inwoners van Galata aan de Turken om neutraal te blijven op voorwaarde dat hun onafhankelijke rechten gewaarborgd zouden blijven. Sultan Mehmet II aanvaardde dat en bevestigde na zijn overwinning de capitulatie uit 1261.Brown, pp. 27, 28, 32