Het polderdistrict Wageningen en Bennekom was een waterschap dat op 1 januari 1949 opging in het nieuwe waterschap Wageningen en Ede.
In Wageningen bevindt zich het Dijkstoelhuis, waar de dijkstoel zitting had. De dijkstoel was voorzitter van de organisatie "Collegien der Exonererende Landen", waarin waterschappen van de zuidelijke Geldersche Vallei samenwerkten. Het district omvatte 23 polders, opgedeeld in drie groepen. Ten zuiden van het Nieuwe kanaal de Nudepolders, daarboven de Wageningse polders en ten noorden de Bennekomse polders.
De acht Nudepolders zijn achtereenvolgens genoemd: de Hoeveslagen1 t/m 4 vormen de Nude in engere zin de Pasmaten de Ungels de Heymaten de Haar de Ossekampen en 8 samen de Nieuwlanden.
De polders van Wageningen heten: de Veenkampen het Slag de Voorburgten (noordelijk deel) en de Oorden (zuidelijk deel) de Haverlanden (noord) en de Maten (zuid) de Bornse Weilanden (noord) en de Hoeven (zuid) heeft als geheel geen naam, maar omvat onder meer Droevendaal en de Roghorst de Bovenbuurtse Weilanden de exclave Oud-Wageningen
De zeven polders onder Bennekom hadden geen naam.
Lubbert Adolph Torck was dijkgraaf van 1736 tot aan zijn dood in 1758.
Categorie:Voormalig waterschap in Gelderland