thumb|Wassenberg in de 17e eeuw De Wassenbergse predikanten waren predikanten die tijdens de reformatie de nieuwe leer predikten in het Maasland en door de steeds sterker wordende vervolging moesten uitwijken naar Wassenberg en omgeving, waar zij toevlucht vonden bij de Wassenbergse drost Werner IV van Pallandt en enkele andere heren in het huidige grensgebied van Midden-Limburg en Duitsland. Oorspronkelijk waren zij beïnvloed door verschillende reformatorische richtingen, maar de meesten ontwikkelden zich samen met hun beschermheer steeds meer in de richting van de dopersbeweging. Zij bepleitten niet alleen het avondmaal in twee gedaanten, maar ook de geloofsdoop, enigszins onprecies ook wel volwassenendoop genoemd. Ook de twee meest vooraanstaande predikanten, Hendrick Rol en Johannes Campanus zijn geleidelijk in dat kamp terechtgekomen, zij het uiteindelijk in verschillende richtingen. – Die „Wiedertäufer“ im Herzogtum Jülich in Studien zur Geschichte der Reformation, besonders am Niederrhein. R. Gaertners Verlagsbuchhandlung: Berlin 1899. Download als PDF, p. 87 Toen de Wassenbergse drost werd afgezet en ze ook daar niet meer konden blijven, trokken zij in de jaren 30 naar Münster, waar zij een grote invloed kregen op de anabaptistische opstand. De Wassenbergse predikanten ondergingen in de jaren na 1534 het martelaarschap.
Het begrip predikant In het Duitse taalgebied, en daar vooral in de Lutherse kerk, betekent het woord Prädikant „lekenprediker“. De Wassenbergse predikanten zijn daar als „Wassenberger Prädikanten“ bekend. Zij waren echter theologen, die al voor hun overgang tot de reformatie als katholieke geestelijken werkzaam zijn geweest. Het gaat dus om de Nederlandse betekenis van het woord, namelijk professionele protestantse zielzorgers.
thumb|Titelblad van de 46 artikelen van de Frankfurtse gildeopstand in 1525
Voorgeschiedenis: opkomst van de reformatie in het Maasland In de jaren twintig van de 16e eeuw bereikte de eerste golf van de reformatie het Maasland tussen Luik en Kleef. Een van de redenen, waarom de reformatie ook bij de bevolking van het Maasland goed aansloeg, noemt een theoloog al in 1503: „Uit verveling over hun ambt vervallen zij in plaats van boeken tot gokken, genotzucht en ontuchtelijk leven, zonder zich iets van de algemene verachting aan te trekken. Het evangelie noemt de weg naar de hemel smal, maar zij maken hem breed en vrolijk.“ – Reformations-Geschichte der Länder Jülich, Berg, Cleve, Meurs, Mark, Westfalen und der Städte Aachen, Cöln und Dortmund, dl. I, p. 7Rembert, p. 61 In dezelfde tijd, rond 1525, woedde vooral in Zuid-Duitsland de Duitse Boerenoorlog, in Castilië in de jaren 1520 – 1521 de opstand van de comunidades (vrije steden) en de Frankfurtse gildenopstand. In 1533 of 1534 zou in Münster Gerhard Westerburg door de Wassenbergse predikant Hendrick Rol gedoopt worden. Deze was de waarschijnlijke opsteller van een lijst van 46 artikelen, die men de stadsraad op 22 april 1525 gedwongen had aan te nemen, een van de vroegste revolutionaire documenten met eisen op het gebied van mensenrechten, sociaalpolitiek en godsdienstvrijheid. Die opstanden waren sociaal en religieus gemotiveerd geweest en ook in het Maasland welbekend. Voor het gewone volk waren ze een bron van hoop, voor de hogere adel reden tot bezorgdheid. Want ook een deel van de predikers bracht niet alleen nieuwe denkbeelden over godsdienst, maar ook over de misstanden in kerk en maatschappij.
Theologische ontwikkeling van de predikanten in het Maasland De eerste predikers die de nieuwe ideeën in het Maasland uitdroegen waren beïnvloed door uiteenlopende theologische richtingen en maakten bovendien zelf een stormachtige ontwikkeling door. Het valt daarom moeilijk uit te maken, in welke tijd zij tot welke richting behoorden. Voor de overheid speelde dat doorgaans geen rol, men maakte nauwelijks onderscheid tussen de verschillende reformatorische stromingen; zij werden gemakshalve allemaal lutheranen of later wederdopers genoemd.Rembert, p. 75 De meerderheid van de bevolking leerde de verschillen pas een halve eeuw later kennen. Dezelfde verwarring heerste ook in het prinsbisdom Luik.Lenoir, Histoire de la réforme dans le pays de Liège, p. 21 Overigens werd de term „wederdopers“ of „anabaptisten“ bedacht door tegenstanders van deze stroming binnen de reformatie zoals Zwingli. In werkelijkheid waren de dopers geen voorstanders van het meer dan eenmaal dopen, maar zij verwierpen (en verwerpen) de kinderdoop als ongeldig. – Ontstaan en persoonlikhede in die vroeë anabaptisme HTS Teologiese Studies / Theological Studies | Vol 32, No 1/2, Published: 30 June 1976 © 2018 B. Spoelstra under CC Attribution 4.0 In de woorden van de doopsgezinde Thönis von Hastenrath: Het ging om „de rechte dauff unnd neit wederthauff.“Bax, p. 307 Maar nu gebruiken zij ook zelf deze term, bijvoorbeeld in de naam „Global Anabaptist Mennonite Encyclopedia“.
In het begin van de jaren 1520 beriepen de predikers in het Maasland zich vooral op Luther, maar onder invloed van een van de belangrijkste latere Wassenberger predikanten, Hendrick Rol, gingen zij vervolgens steeds meer zwingliaanse opvattingen aanhangen. Onder invloed van de sacramentariërs deelden zij het avondmaal onder beide vormen uit en verwierpen een genade brengende werking ervan. Van Hendrick Rol verscheen hierover het boekje De Slotel van dat Secret des Nachtmaels (De Sleutel tot het Mysterie van het Avondmaal). De doop stond nog niet in het middelpunt van de belangstelling. Rol en zijn collega Johannes Campanus waren oorspronkelijk niet volledig doopsgezind, maar zij zijn geleidelijk in dat kamp terechtgekomen.Rembert, p. 87 Dit geldt ook de andere predikanten die in de jaren 1530 naar Wassenberg zijn uitgeweken. Maar ook dan nog valt de verscheidenheid van theologische invloeden op te merken in vele verhoren van „wederdopers“, vooral in Maastricht. Eenstemmigheid heerste alleen ten aanzien van enkele zeer centrale punten, zoals de doop en de groeiende afwijzing van degenen, die zij niet als ware Christenen beschouwden. De katholieke kerk, maar ook de lutherse en calvinistische werden als gruwelen gezien, en zichzelf zagen zij als de eerste ware Christenen sinds de tijd van de apostelen, die de ware kerk moesten heroprichten. – Kerkhistorische studiën, Leiden 1885, pp. 6-7 De eerste in het Maasland die dit idee uitte van het herstel van de kerk der apostelen, en de daarvoor gebruikte term restitutie, was volgens Rembert de Wassenbergse predikant Johannes Campanus. Dat idee stond centraal voor de hele zo geheten „radicale“ vleugel van de reformatie. Campanus schreef in 1531: „De ware kerk heeft 1400 jaar lang niet bestaan. Maar nu is de tijd van de restitutie gekomen.“Rembert, p. 244. – Campanus, Johannes (ca. 1500-1575). Global Anabaptist Mennonite Encyclopedia Online. 1953. Zij wezen een centraal kerkelijk gezag af. Campanus noemde Luther de paus van Saksen. – Het Protestantisme in het bisdom Luik en vooral te Maastricht, 1505-1557, ’s-Gravenhage 1937, Uitg. Martinus Nijhoff, p. 44 Zij hadden dan ook geen theologisch centrum zoals Wittenberg met Maarten Luther en Genève met Johannes Calvijn en dus ook geen voor allen geldende dogmata. Veel dopers waren bovendien van mening dat ook leken als prediker konden optreden en dopen. De Zwitser Konrad Grebel (1498 – 1526), een leek, was de eerste die dat deed en werd daarom de doopvader genoemd. In feite werd zo het verschil tussen leek en geestelijke opgeheven.Sepp, p. 20 Ook sacramentariërs en antitrinitariërs hadden geen centrale leiding en het is onmogelijk tussen deze richtingen scherp te onderscheiden.
De Maaslandse dopers en de overheid De houding t.o.v. de overheid speelde ook om deze reden een toenemend belangrijke rol. Zo wist de regering van de verenigde hertogdommen Gulik-Kleef-Berg al ten tijde van de kerkvisitatie in 1533, welke vraag gesteld moest worden wanneer de doopse gezindheid van iemand werd onderzocht: of ook de autoriteiten werden afgewezen.Rembert, p. 73 De dopers stelden openlijk het recht van de overheid ter discussie om over gewetenskwesties te beslissen en zij stelden ook eigen vredesrechters aan. Geïnspireerd o.a. door de Waldenzen pleitten zij voor de afschaffing van rente en tienden, zij weigerden eden af te leggen en militaire dienst te vervullen en velen waren ook voor gemeenschap van goederen (in verschillende vormen) zoals die naar hun idee bij de apostelen zou hebben geheerst.Rembert, p. 94 De gemeenschap van goederen en de afkeer van de „overheid der heidenen“ waren echter in strijd met de leer van de lekenprediker en profeet van de doperse beweging Melchior Hofmann. – Melchior Hofmann, Haarlem 1883, p. 354
Toenemende vervolging der dopers thumb|Verbranding van de doperse Anneken Hendriks in oktober 1571 Door hun afkeer niet alleen van de oude kerk, maar ook van de andere reformatoren en vooral van de overheid, werden de dopers in toenemende mate vervolgd, ook in het Maasland. De historicus Friedrich Nippold schrijft over de oorzaak voor hun toenemende vertwijfeling en woede, dat de „afschuwelijke vervolging“ waaraan „de als misdadigers bestempelde dwepers“ gedurende een aantal jaren waren blootgesteld, „uiteindelijk van de dwepers wel misdadigers heeft moeten maken“. En verder: „Men was nog niet tevreden met de wreedste straf, met de ergste marteling, maar eiste steeds nog hardere maatregelen.“ – David Joris von Delft, in: Zeitschrift für die historische Theologie 1863 p. 523. De Staatsarchivaris van Münster Dr. Ludwig Keller schreef: „Het lag in de aard der zaak, en het wordt bevestigd door contemporaine verslagen van de tegenpartij, dat de schandelijke wreedheden waaraan de heersende klassen van de maatschappij zich tegenover het arme misleide volk schuldig hadden gemaakt, bij de nabestaanden een hartstochtelijk verlangen naar wraak hadden gewekt.“ – Zur Geschichte der Wiedertäufer nach dem Untergang des Münsterschen Königreichs. Artikel in Westdeutsche Zeitschrift für Geschichte und Kunst, I 1882 p. 437
Overal in het Maasland was de vervolging sinds het midden van de jaren twintig toegenomen. Zo ook in Maastricht, het economische en culturele centrum van het Maasland ten noorden van Luik. De gebeurtenissen in Maastricht en die rond Wassenberg kunnen niet los ven elkaar worden gezien. Waarschijnlijk waren de Maastrichtse gilden, en zeker die van de smeden, zo algemeen tot het doperdom en verwante richtingen overgegaan, dat ze op hun vergaderingen vrijelijk over geloofszaken konden spreken. Er arriveerden doperse vluchtelingen uit de omringende gebieden, ook uit het hertogdom Gulik.Rembert, p. 75 vlg. (hoofdstuk 5: Die Anfänge des Täufertums in Maastricht) Maar ook in Maastricht bleef de vervolging niet uit. Op 9 december 1528 werd er een boekhandelaar genaamd Adriaan verhoord. Hij werd ervan beschuldigd ketterse boeken te hebben verkocht, zoals vertalingen van het Oude en het Nieuwe Testament. Hij werd gedwongen, de namen van zijn klanten te onthullen. Hiermee begon de grootscheepse vervolging.Bax, p. 77
Toevlucht in Wassenberg en omgeving De verdreven predikanten, op zoek naar een plaats waar ze ongemoeid konden leven en werken, vonden een vriendelijk onthaal in Wassenberg en omgeving. De eerste was Johannes Campanus, die lang voor de anderen aankwam en in 1527 weer vertrok om in Wittenberg te gaan studeren. Hij zou daarna weer terug komen. Eind 1527 vluchtte ook de leraar Hebreeuws, Dietrich Fabritius, die vanuit Wittenberg naar Keulen was gekomen, naar adellijke vrienden in het hertogdom Jülich.Rembert, p. 145 In 1528 kwamen meer predikers naar Wassenberg, onder wie Gottfried Stralen, Hendrick Rol en Johan Klopris.