Het huis Dukagjini (Albanees: Shtëpia e Dukagjinit) was een Albanese adellijke familie die vanaf 1387 over het vorstendom Dukagjini in het noorden van Albanië, het zuidwesten van Montenegro en delen van het huidige Kosovo heerste. Het vorstendom sloot zich in 1444 aan bij de Liga van Lezhë, waarna het huis Dukagjini een belangrijke rol bleef spelen in de Albanese strijd tegen het Ottomaanse Rijk. Na de dood van Skanderbeg in 1468 werd Lekë Dukagjini zijn directe opvolger als opperbevelhebber van het Albanese verzet.
Geschiedenis thumb|links|240px|Het vorstendom Dukagjini in de 15e eeuw (geel) De Dukagjini-familie behoorde tot de belangrijkste Albanese adellijke geslachten. De historische oorsprong van het geslacht is niet volledig duidelijk, maar de familie was vanaf de 13e eeuw actief in het noorden van het huidige Albanië en beinvloed door de rooms-katholieke kerk. De naam Dukagjini wordt verbonden met Gjin Tanushi, die in 1281 als een hoge edelman wordt vermeld. Vanuit hun machtsbasis in Mirditë, Zadrima en de gebieden rond de rivier de Drin wisten de Dukagjini's hun invloed geleidelijk uit te breiden. Tijdens de Venetiaanse aanwezigheid aan de Albanese kust kwamen verschillende leden van de familie in het bezit van dorpen, kastelen en andere heerlijkheden rond Lezhë. De Dukagjini's onderhielden daarbij wisselende relaties met Venetië en andere regionale machthebbers. Een tak van de familie steunde de Balsha-dynastie tijdens haar conflicten met Venetië, terwijl andere Dukagjini's probeerden hun eigen bezittingen en politieke positie te behouden. Aan het einde van de 14e eeuw traden Pal I Dukagjini en Lekë I Dukagjini op als belangrijke vertegenwoordigers van het geslacht. In 1387 sloten zij een overeenkomst met de Republiek Ragusa, waarbij Raguseese kooplieden vrije doorgang door hun gebieden kregen. Dit laat zien dat de Dukagjini's naast hun militaire en politieke macht ook controle uitoefenden over belangrijke handelsroutes.
De familie bestond uit verschillende takken die ieder over eigen bezittingen beschikten. Hierdoor vormden de Dukagjini's geen volledig gecentraliseerde dynastie waarin één vorst voortdurend over alle familiedomeinen heerste. De macht was verdeeld over verschillende familieleden, die vanuit hun eigen kastelen en heerlijkheden opereerden. Door huwelijken met andere Albanese adellijke families ontstond bovendien een uitgebreid netwerk van familiebanden. Een belangrijke 15e-eeuwse telt was Pal II Dukagjini. Hij was getrouwd met een vrouw uit de Arianiti-dynastie, waardoor de Dukagjini's ook door huwelijk met deze invloedrijke familie verbonden raakten. Pal II had onder anderen de zoons Lekë Dukagjini en Nikollë II Dukagjini. Zijn kinderen vormden vervolgens een van de belangrijkste Dukagjini-takken tijdens de laatste fase van de middeleeuwse Albanese zelfstandigheid.
Op 2 maart 1444 vertegenwoordigde Pal II de Dukagjini's bij de oprichting van de Liga van Lezhë. De Albanese vorsten en edelen sloten zich onder leiding van Skanderbeg aaneen om gezamenlijk tegen het Ottomaanse Rijk te strijden. De Dukagjini's behielden binnen deze alliantie hun eigen familiebezittingen en politieke zelfstandigheid. Na de dood van Pal II namen zijn zoons Lekë III en Nikollë II een belangrijke positie binnen de familie in. Lekë III Dukagjini werd een van de bekendste vertegenwoordigers van het geslacht en onderhield aanvankelijk nauwe banden met Skanderbeg. Hij was betrokken bij de strijd tegen de Ottomanen en groeide na de dood van Skanderbeg in 1468 uit tot een van de belangrijkste leiders van het Albanese verzet. Nikollë II nam eveneens deel aan de strijd en verdedigde de belangen van de Dukagjini's in Noord-Albanië. De familie was door huwelijken bovendien verbonden met andere belangrijke Albanese geslachten. Dukagjini's trouwden onder meer met leden van de Arianiti-, Kastrioti-, Thopia- en andere adellijke families. Hierdoor vormden de Dukagjini's samen met deze dynastieën een netwerk van verwante families die gezamenlijk een groot deel van de Albanese politieke elite vormden.
De Ottomaanse veroveringen brachten uiteindelijk een einde aan de territoriale macht van de familie. Na de val van de laatste Albanese bolwerken, waaronder Shkodër in 1479, verloren de Dukagjini's hun zelfstandige machtsbasis. Verschillende familieleden verlieten Noord-Albanië en weken uit naar Venetiaanse gebieden, terwijl andere leden onder Ottomaanse heerschappij bleven.
Heerserslijst Pal I Dukagjini (1387-1393) Lekë I Dukagjini (1387–1393) Tanush II Dukagjini (1393–1413) Pal II Dukagjini (1413–1444) Lekë III Dukagjini (1444–1478) Nikollë II Dukagjini (1444–1478) Stamboom 150px|thumb
Tanush Dukagjini Gjin Progon I Irena ⚭ Strazimir Balsha Pal I Tanush III Andrea Lekë IV Lekë I Boska ⚭ Koja Zaharia Gjergj I Nikollë I Gjergj III ⚭ Helena Arianiti Tanush IV ⚭ Despina Arianiti Progon II ⚭ Vojsava II Thopia Dhimitër Tanush II Gjergj II Pal III Lekë II Maria ⚭ Gjon Muzaka Nikollë IV Stefan I Kale Pal II Nikollë II ⚭ Chiranna Arianiti Progon III Gjergj IV Draga 15px Lekë III ⚭ Teodora Muzaka Stefan II ⚭ Angjelina Spani Gjin II Lekë IV Nikollë III
Trivia De heerschappij van de Dukagjini's heeft nog steeds invloed, zo schreef Prins Lekë de kanun, een wettekst bedoeld voor Gegische Albanezen die nog steeds wordt nageleefd in sommige huishoudens in noord-Albanië en west-Kosovo.
Categorie:Geschiedenis van Albanië Categorie:Geschiedenis van Kosovo Categorie:Albanese adel