miniatuur Daisy May Bates CBE (née Margaret Dwyer, Roscrea, 16 oktober 1859 – Adelaide, 18 april 1951) was een Ierse journaliste, antropologe en welzijnswerkster bij de Aborigines van Australië. Haar werk heeft enorm bijgedragen aan het begrijpen van hun cultuur en het teruggeven van grondgebied middels native title-eisen.
Bates kende een armoedige afkomst en werd al vroeg wees. Ambitieus en intelligent als ze was verzon zij samen met haar zus Catherine een imaginaire jeugd en rijke afkomst. Ze hoopte zo meer kansen in het leven te krijgen, in een tijd dat zoiets – niet alleen arm maar daarenboven vrouw zijnde – niet vanzelfsprekend was. Haar hele leven zou ze hieraan vast houden. Pas in de 21e eeuw zouden Bates' biografen dit inzien. Zeer veel van wat tot dan toe over Bates bekend was, inclusief haar geboortedatum, diende vervolgens herzien te worden. Dit was geen gemakkelijke taak gezien Bates een groot deel van haar persoonlijke documenten en briefwisseling op het einde van haar leven verbrandde. Dankzij de digitalisering van officiële documenten konden toch een aantal fouten worden rechtgezet.
Verschillende biografen geven verschillende tijdstippen aan waarop Bates in de Aborigines geïnteresseerd raakte. In 1904 kreeg ze van de West-Australische overheid de opdracht om de woordenschat van de Aborigines te verzamelen. Bates deed er tien jaar over, bestudeerde veel meer dan enkel de woordenschat, maar slaagde er niet in haar werk gepubliceerd te krijgen. Pas in 1985 werd haar The Native Tribes of Western Australia postuum gepubliceerd. Gedesillusioneerd omdat haar werk niet gepubliceerd raakte en ze niet tot volwaardig 'Protector of Aborigines' werd benoemd trok ze zich op de grens van de beschaving en de overgebleven leefgebieden van de Aborigines terug. Tot late leeftijd leefde ze in een tent en verzorgde oude en zieke Aborigines.
Bates was reeds bij leven een controversieel en excentriek figuur. Onder invloed van het sociaal darwinisme, en het zien sterven van zovele Aborigines door ziekten opgelopen in contact met de blanke samenleving, geloofde ze dat de Aborigines gedoemd waren te verdwijnen. Bates schreef om den brode geregeld sensationele artikels over vermeend kannibalisme en infanticide bij de Aborigines. Ze had een hekel aan kinderen van gemengde afkomst die ze – naar het beleid van die tijd – bij hun ouders hielp weghalen en onderbrengen in missies. Dankzij haar werk en de kaarten die ze de Aborigines van hun leefgebieden liet maken slagen de nakomelingen erin bepaalde rechten op die gebieden te doen gelden.
Vroege leven - Ierland miniatuur|Roscrea eind 19e eeuw Bates werd op 16 oktober 1859 in Ierland geboren. Ze was de dochter van James Dwyer, een alcoholverslaafde schoenmaker, en Bridget Dwyer (née Hunt). Ze werd op 21 oktober als Margaret Dwyer, samen met haar tweelingsbroer Francis, in de 'St Cronan's Church' gedoopt. Francis stierf korte tijd later. Twee jaar later werd een jongere broer geboren, James (Jim). Bates had reeds twee oudere zussen, Mary Anne (gedoopt 25 november 1856) en Catherine (gedoopt 3 augustus 1858).
Op 20 februari 1864 stierf Bates' moeder aan tuberculose, na eerst nog een tweeling op de wereld gezet te hebben, Joseph (Joe) en Anne, waarvan de eerste vrij jong zou sterven. James Dwyer hertrouwde op 21 september met de boerendochter Mary Dillon. Hij zou daarop met Dillon naar de Verenigde Staten hebben willen emigreren maar tijdens de oversteek (of net erna volgens De Vries) gestorven zijn. Bates werd met broer James en zus Catherine vervolgens door hun grootmoeder langs moederszijde, Catherine Hunt (née Cantwell), opgevangen, een paar kilometer ten zuiden van Roscrea in Ballycrine. Haar grootmoeder was katholiek. Ze had via haar man echter ook protestantse connecties en volgens De Vries zou het kunnen dat ze Daisy en Catherine met de naam O'Dwyer bedacht. Zus Mary Anne zou in het klooster intreden. Omdat katholieke Ieren gediscrimineerd werden en om in het leven vooruit te raken zouden Bates en haar oudere zuster Catherine later samen fantaseren dat ze van rijke protestantse afkomst waren. In 1868 stierf de grootmoeder. Bates' broer en zus werden in Dublin ondergebracht en Bates bij de weduwe Goode in North Wales.
Na enige tijd werden de kinderen terug samengebracht bij een oom, Joseph (Joe) Dwyer, in Roscrea. Volgens De Vries echter kwamen de kinderen onder voogdij van de uit Amerika teruggekeerde Mary Dillon te staan. Bates volgde vanaf haar negende levensjaar les bij de nonnen van het 'Sacred Heart of Mary', in de 'Free National School'. De school was in twee verdeeld, een gratis school en een betalende school. Bates werd er vermoedelijk hulpleerkracht vermits men normaal slechts tot veertien school liep en zij er tot haar negentiende stond ingeschreven. Bates leerde goed schrijven en spreken bij de nonnen. Ze had notities van Duits, Frans en Latijn en een goed geheugen.
Over de periode tussen haar schooltijd en migratie naar Australië is weinig met zekerheid bekend. Ze zou als gouvernante gewerkt hebben voor een Engelse familie. Zelf beweerde ze dat ze door de familie Outram werd geadopteerd en met hen een grand tour door Europa maakte. Als ze met een Engelse familie naar Europa reisde, wat aannemelijk lijkt door haar beschrijvingen, dan was dat waarschijnlijk als gouvernante. Er bestaat een onbewezen verhaal dat een jonge man uit een welgestelde Engelse familie omwille van Bates zelfmoord pleegde, waarna ze in 1881 van Ierland naar Engeland verhuisde.
Wat zich in 1881-82 in Engeland afspeelde is onduidelijk. Vermoedelijk veranderde Bates haar naam toen van Margaret Dwyer in Daisy May O'Dwyer. Ook haar zus Catherine veranderde in die periode haar naam naar O'Dwyer. Catherine, zich van rijke protestantse afkomst voordoend, huwde in december 1882 met kapitein Robert Brownrigg. Waarom en hoe Bates vervolgens naar Australië emigreerde is ook weer onduidelijk. Volgens De Vries had Bates op het punt gestaan Ernest Baglehole te huwen, de zoon van een rijke zakenman. Diens ouders dwongen hem echter een betere partij te kiezen. Deze vernederende ervaring zou Bates ertoe hebben aangezet te emigreren. Bates zou volgens De Vries de impact van het wees en vrouw zijn in een snobistische mannenwereld nooit te boven komen en haar hele leven aan haar gefantaseerde afkomst vasthouden. Zelf beweerde Bates dat ze naar Australië emigreerde omwille van beginnende tuberculose, uitgenodigd door de eerste Anglicaanse bisschop van noordelijk Queensland, G.H. Stanton, en gefinancierd door een kleine erfenis van James Dwyer.
Volgens de geschiedkundige Bob Reece scheepte Bates op 2 november 1882 echter middels een programma van de overheid van Queensland in op de SS Almora. In ruil voor de gratis bootreis verbond men zich er toe een bepaalde tijd als boerenknecht of huishoudhulp te worden tewerkgesteld. De reis was zwaar, zeker voor de jonge vrouwen die contact met de andere passagiers werden ontzegd, maar Bates zou later doen alsof het een cruise betrof. Volgens Susanna De Vries was Bates' reis (vertrokken op 22 november) dan wel gefinancierd door het programma maar zou ze in tegenstelling tot de andere jonge vrouwen die onder contract stonden als "vrije migrant" ingeschreven hebben gestaan. Ze loog over haar leeftijd om een serieuze korting te bekomen. Eens in Australië zou Bates zelf nog een job moeten zoeken.
Volgens De Vries verklaart Bates' vroege leven als Ierse wier land – met hongersnoden en armoede als gevolg – door de Engelsen was afgenomen haar latere sympathie voor het lot van de Aborigines wier land ook was afgenomen met hongersnood tot gevolg.
Queensland en New South Wales miniatuur|Breaker Morant Bates arriveerde op 14 januari 1883 in Townsville. Ze zou de bisschop van noordelijk Queensland, George Stanton, opzoeken en hem vertellen dat haar zus getrouwd was met kapitein Robert Brownrigg, een neef van de bisschop van Tasmanië. Bates had een tijdje een relatie met een aan opium verslaafde journalist, Arnold Colquhoun, die zelfmoord zou plegen, deels vanwege haar afwijzing. Volgens Blackburn werd Bates in die tijd zeer charmant gevonden en zou ze haar seksualiteit gebruikt hebben om haar weg in de wereld te vinden.
Bates werkte korte tijd als gouvernante voor Frederick Hamilton op het 'Fanning Downs Cattle Station'. Daar leerde ze Edwin Henry Murrant kennen, een veedrijver, en huwde hem op 13 maart 1884 in Charters Towers. Murrant, claimde net als Bates een rijke afkomst, maar had de overtocht net als haar middels Queenslands migratieprogramma gemaakt. Hij werd later bekend als 'Breaker Morant' of 'The Breaker'. Murrant werd een maand na het huwelijk gearresteerd voor het stelen van een varken en een zadel. Na zijn vrijlating scheidden hun wegen. Het huwelijk was sowieso onwettig omdat Murrant over zijn leeftijd had gelogen. Hij was slechts negentien jaar oud terwijl de wettelijk minimumleeftijd eenentwintig was.
Kort nadat hun wegen scheidden vertrok Bates naar New South Wales. Ze werd gouvernante op de boerderij van de weduwe Catherine Bates in Pyree. Op 17 februari 1885 huwde ze Catherines oudste zoon Jack in de Anglicaanse kerk van Nowra. Jack Bates vertrok na het huwelijk naar Queensland om er vee te drijven. Daisy Bates hoopte dat Jack Bates ooit in staat zou zijn een eigen veestation te kopen. Toch reisde ze niet lang daarna op vraag van Ernest Baglehole met wie ze zich in Engeland ooit had verloofd naar Sydney. Ze huwde hem op 10 juni 1885 in Newtown. Het is onduidelijk waarom dit huwelijk plaatsvond. Baglehole zou Australië vervolgens verlaten maar nooit naar Engeland zijn teruggekeerd. Over zijn verdere leven en dood is niets bekend. Bates keerde terug naar de familie Bates. Er hing haar een gevangenisstraf vanwege bigamie boven het hoofd. Ze slaagde er echter in haar verschillende huwelijken verborgen te houden.
Op 26 augustus 1886, op zevenentwintigjarige leeftijd, schonk Bates het leven aan een zoontje, Arnold Hamilton Bates. Het was een moeilijke geboorte en ze zou die als excuus inroepen om niet meer aan haar huwelijksplichten tegenover Jack te hoeven voldoen. Volgens Reece zou ze seks voor de rest van haar leven zelfs volledig hebben afgezworen maar wel nog verscheidene keren verliefd worden. Van wie het kind was is onduidelijk. Het werd vermoedelijk in november 1885 verwekt. Jack Bates zou toen niet in Pyree zijn geweest. Het is onwaarschijnlijk dat Bates vijf maanden met Baglehole in Sydney verbleef.
De daarop volgende zeven jaren verbleef Daisy Bates met Arnold bij verschillende pastorale families, als gaste of als gouvernante, terwijl Jack Bates in Queensland vee dreef en zijn geld verbraste.Extensieve veeteelt wordt in Australië pastoralisme genoemd en bedreven op verpacht kroonland. Pastoralisten zijn dus veetelers op een pastoral lease. Daisy Bates bleek goed in de sociale omgang en was geliefd bij de mannen. In 1893 bezocht ze Tasmanië. Volgens De Vries zou het kunnen dat Bates Tasmanië in 1883 reeds een eerste keer had bezocht.
Engeland Op 18 februari 1894 scheepte Bates in Sydney in op de Macquarie, met Engeland als bestemming. Ze liet haar zoon achter in een katholiek pensionaat. Het is onduidelijk waarom ze Australië verliet. Zelf beweerde ze dat haar dokter dit had aanbevolen omdat ze aan nostalgie leed. Bob Reece suggereert dat het misschien was omdat Jack er nog steeds niet in geslaagd was een eigendom te verwerven of omdat ze wilde trachten geld van haar zus te krijgen, wier man net overleden was. Om de reis te bekostigen werkte Bates tijdens de reis als stewardess. Ze arriveerde in mei 1894 met nog slechts drie shilling op zak in Londen en diende haar juwelen te verkopen om rond te komen. Het weinige spaargeld dat de Bates' hadden zou zijn verloren gegaan in een bankcrash. Bates beweerde later haar jeugdfoto's – de onbestaande foto's van haar imaginaire jeugd – tijdens de reis verloren te hebben door een ondergelopen cabine tijdens een storm.