Carvium was een Romeins cohortfort (Latijn: castellum) in de provincie Neder-Germanië (Germania Inferior) dat vermoedelijk aan de noordgrens van het Romeinse Rijk (de Neder-Germaanse limes) lag. Carvium lag waarschijnlijk op de noordoever van de Waal en op meer dan een kilometer afstand van de Rijn. Dit moet dicht bij de plek zijn geweest waar de Rijn zich splitste in een zuidelijke (de Waal) en een Noordelijke riviertak (de Nederrijn).

Geografie De Rijn was in de Romeinse tijd een sterk meanderende rivier, waarvan de meanders nog te zien zijn in het gebied ten noorden van Herwen, zoals de Oude Rijn en Oude Rijnstrang. De Waal was in die tijd slechts een kleine rivier in de Betuwe, die niet vermeld staat op de 3e- of 4e-eeuwse Tabula Peutingeriana.In de loop der eeuwen is de Waal de belangrijkste afvoer geworden van het Rijnwater.

Aan het Bijlandsch Kanaal ligt een recreatieplas "De Bijland" (uitgesproken als bieland), waarin de resten van het fort Carvium vermoed worden.

Verwoesting in het jaar 70 Volgens Tacitus is het fort en de dam waarover het fort waakte, tijdens de Bataafse Opstand onder leiding van Julius Civilis in het jaar 70 zijn verwoest.

Heropbouw Gezien een op een steen gevonden inscriptie, gevonden bij het fort, gedateerd op 171/190 na Christus, moet het fort heropgebouwd zijn. Chalcidicus was toen prefect van de Cohors II Civium Romanorum, die gestationeerd was in de provincie Germania inferior. Volgens Jan Kees Haalebos nam Chalcidicus rond 175 het bevel over de eenheid over.

Archeologisch onderzoek miniatuur|alt= Gedenksteen van legionair Marcus Mallius|Gedenksteen van legionair Marcus Mallius, tentoongesteld in het Valkhof Museum in Nijmegen Bij baggerwerkzaamheden in de Bijland werd in het gebied een brede strook bouwpuin gevonden, waarin in 1938 een gedenksteen van de legionair Marcus Mallius die begraven is in "Carvium ad molem". Waarschijnlijk is de moles waarop hier wordt genoemd, de Drususdam die gelegen moet hebben op of nabij de splitsing van de Rijn en de Waal.

Na meer historisch en geologisch onderzoek, waarbij onder andere gebruik is gemaakt van duiken en sondering, is men de mogelijkheid dat Carvium inderdaad op deze plek heeft gelegen, steeds waarschijnlijker gaan vinden. Zekerheid omtrent de precieze locatie van de dam en het kanaal is er desondanks nog altijd niet.Ad Molem, gelderseilandverhaalt.nl

In 2022 werd de nabijgelegen vindplaats Herwen-Hemeling ontdekt met een Romeins heiligdom.

Vermelding Publius Cornelius Tacitus vermeldt een dam die in 12 v.Chr. werd aangelegd door de generaal Nero Claudius Drusus; aangenomen wordt dat het hier om dezelfde moles gaat als in de hiervoor genoemde tekst op de gedenksteen. Door aanleg van de dam hoopte Drusus meer water door de Rijn te krijgen, en de rivier zodoende beter bevaarbaar te maken. In de jaren van Drusus waren er plannen om ook het gebied boven de limes te veroveren, maar zijn zoon Claudius I besloot dat de Rijn de noordgrens van zijn rijk moest worden.

Etymologie Het toponiem Carvium is als Carvio (verbogen vorm) overgeleverd. Het is mogelijk identiek aan de plaatsnamen Caruone en Carvo, die respectievelijk zijn overgeleverd op de Tabula Peutingeriana en in het Itinerarium Antonini.

Categorie:Romeinse vindplaats in Nederland Categorie:Neder-Germaanse limes Categorie:Grens Categorie:Romeins leger Categorie:Romeinen in Nederland