Het bisdom Noyon (Latijn: Dioecesis Noviomensis) was een rooms-katholiek bisdom in Noord-Frankrijk. Het omvatte onder andere Noyon en Saint-Quentin. Het ontstond in de 4e eeuw, op dat moment met bisschopszetel te Vermand, en werd opgeheven in 1790.

Geschiedenis Het bisdom ontstond vermoedelijk in de tweede helft van de 4e eeuw, toen het rooms-katholicisme uitgroeide tot de staatsgodsdienst van het Romeinse Rijk. De oorspronkelijke hoofdplaats was Vermand, het bestuurlijke centrum van de Viromandui. De eerste bisschoppen zijn slechts bekend bij naam.

Bij het aantreden van bisschop Medardus, omstreeks 530, besloot deze zijn residentie te verplaatsen naar het zuidelijke Noyon, dat vlak bij zijn geboorteplaats Salency lag en beter verdedigd kon worden in tijden van oorlog. Medardus werd later tevens bisschop van het bisdom Doornik. Hoewel Doornik daarna enkele afzonderlijke bisschoppen had, werd het omstreeks 600 opnieuw toegewezen aan de bisschop van Noyon.

De personele unie tussen Noyon en Doornik werd door de paus beëindigd in 1146. Ter compensatie werd de bisschop in 1180 begiftigd met de status van pair van Frankrijk. In het kader van de Franse Revolutie werden alle bisschoppelijke instanties afgeschaft op 12 juli 1790. Het Concordaat van 1801 verdeelde het gebied over de aanliggende bisdommen Amiens, Beauvais en Soissons.

Lijst van bisschoppen Bisschoppen van Vermand (±350–±530) Hilarius I Martinus Germanus Maxim(in)us Fossonius (ook Cosonius) Hilarius II Domitianus (ook Divitianus) Remedius Mercurius (ook Mercorius, Mercantius, Méréon) Promotus ±511: Sophronius Alomerus

Bisschoppen van Noyon (±530–±600) 530–545: Medardus van Noyon Faustinus Gondulphus ±575: Chrasmarus Evroul

Bisschoppen van Noyon en Doornik (±600–1146) Bertimond of Bertond 621/626 – 638/640: Acharius 640/646 – 659/665: Eligius 659/665 – 683/693: Mumolinus ±700: Antgarus ±715: Chrasmar ±721: Garulf ±723: Framenger ±730: Hunuan ±741: Gui ±742: Eunuce ±748: Eliseus ±756/765: Adelfred Dido of Dodo 767 – 782: Giselbert ±798: Plereo of Phileo ±815: Wandelmarus ±830/838: Rantegarus ±830/838: Fichard of Alchard 840–860: Immo 860–879: Rainelm 880–902: Heidilo ±909: Rambert 915–932: Airard 936–937: Walbert 937–950: Transmar 950–951: Rodolf 954–955: Fulcher 955–977: Hadulphus 977–988: Liudolf, zoon van Albert I van Vermandois 989–997: Radboud I 1000–1030: Hardewijn 1030–1044: Hugo 1044–1068: Boudewijn I 1068–1098: Radboud II 1098–1113: Balderik 1114–1122: Lambert 1123–1148: Simon van Vermandois, zoon van Hugo I van Vermandois

Bisschoppen van Noyon (1146–1790) 1148–1167: Boudewijn II 1167–1174/1175: Boudewijn III 1175–1188: Renaud 1188–1221: Étienne de Nemours 1222–1228: Gérard de Bazoches 1228–1240: Nicolas de Roye 1240–1249: Pierre I Charlot 1250–1272: Vermond de La Boissière 1272–1297: Guy II des Prés 1297–1301: Simon II de Clermont-Nesle 1301–1303: Pierre II de Ferrières 1304–1315: André Lemoine de Crécy 1315–1317: Florent de la Boissière 1317–1331: Foucaud de Rochechouart 1331–1338: Guillaume I Bertrand 1338–1339: Étienne II Aubert 1339–1342: Pierre III d'André 1342–1347: Bernard Brion 1347–1349: Guy III de Comborn 1349–1350: Pierre de La Forest 1350–1351: Philippe d'Arbois 1351–1352: Jean I de Meulan 1352–1388: Gilles de Lorris 1388–1409: Philippe II de Moulins 1409–1415: Pierre IV Fresnel 1415–1424: Raoul de Coucy 1425–1473: Jean II de Mailly 1473–1501: Guillaume II Marafin 1501–1525: Charles I de Hangest 1525–1577: Jean III de Hangest de Genlis 1577–1588: Claude I d'Angennes de Rambouillet 1588–1590 ou 1593 : Gabriel le Genevois de Blaigny 1590–1594: Jean IV Meusnier 1594–1596: François-Annibal d'Estrées 1596–1625: Charles II de Balsac 1625: Gilles de Lourmé (?) 1626–1660: Henri de Baradat 1661-1701: François de Clermont-Tonnerre 1701–1707: Claude-Maur d'Aubigné 1707–1731: Charles-François de Chateauneuf de Rochebonne 1731–1733: Claude II de Rouvroy de Saint-Simon 1734–1766: Jean-François de La Cropte de Bourzac 1766–1777: Charles de Broglie 1778–1790: Louis-André de Grimaldi

Noyon Categorie:Geschiedenis van Picardië Categorie:Vermand