Rinze Douma (Burgum, 28 april 1910 – Bergen-Belsen, 9 maart 1945) was een Nederlandse gereformeerde predikant en verzetsstrijder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij sprak zich op de preekstoel ideologisch tegen het nazi-gedachtegoed uit, maar kwam ook praktisch in verzet tegen maatregelen van de bezetter. Binnen het verzet stond hij bekend onder de schuilnaam Dominee De Groot.
Jeugd, opleiding en huwelijk Rinze Joukes Douma werd in het Friese Burgum geborenhttps://allefriezen.nl/zoeken/deeds/9b97b2e2-09ce-11e5-b114-67d7489e326a?person=82e4d054-09ce-11e5-8c22-e714dbcfd675 als oudste zoon van het winkeliersechtpaar Jouke Rinzes Doumahttps://www.wikitree.com/wiki/Douma-138 en Hinke Jans Kuperushttps://www.wikitree.com/wiki/Kuperus-72. Hij doorliep het gereformeerd gymnasium in Leeuwarden (het huidige Christelijk Gymnasium Beyers Naudé) en studeerde theologie aan de Vrije Universiteit AmsterdamRinze Douma werd in het cursusjaar 1929-1930 ingeschreven als theologisch student onder nummer 1425. Zie ook https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=ddd:010606351:mpeg21:p005. Daar werd hij lid van het VU-dispuut AreiopagosAreiopagos is het een na oudste dispuut op de sociëteit L.A.N.X. te Amsterdam. Het dispuut stuurde in maart 1946 aan haar leden een in memoriam op voor Rinze Douma in het blad 'P.O.N.S. Orgaan van de Reunisten-Organisatie en het Dispuut “Areopagus”' (nr. 26, maart 1946).. Op 1 oktober 1935 werd hij aangesteld als hulppredikant in het Overijsselse Hardenberghttps://www.historischeprojecten.nl/geheugenvanhardenberg/shpedia/predikanten/ en https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=MMTRES02:000022347:mpeg21:p003. Ruim een half jaar later werd hij beroepen in de gemeente Emmer-Compascuum, waar hij op 2 augustus 1936 zijn intrede deed Het archief van deze kerk bevindt zich in het Drents Archief te Assen, inventarisnummer B871. Zie ook https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=ddd:010673256:mpeg21:p011 en https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?coll=ddd&identifier=MMDA03:000114307:mpeg21:p008. Op 23 juli 1936 trouwdehttps://web.archive.org/web/20240616155749/https://allefriezen.nl/ Huwelijksregister 1936, archiefnummer 30-12, Burgerlijke Stand Franeker - Tresoar, inventarisnummer 2064, aktenummer 0060 Gemeente: Franeker, Periode: 1936 hij met Minke van der Veen (Franeker 27 oktober 1908https://web.archive.org/web/20240616155749/https://allefriezen.nl/ Geboorteregister 1908, archiefnummer 30-12, Burgerlijke Stand Franeker - Tresoar, inventarisnummer 1044, aktenummer 0154, Gemeente: Franeker, Periode: 1908 – Apeldoorn 3 juli 1988). Ze namen hun intrek in de pastorie van de gereformeerde kerk aan het Hoofdkanaal W.Z. 9. In Emmer-Compascuum werden ook hun vier kinderen geboren: Sita (1937), Henca (1939), Stef (1941) en Wietske (1942).
Verzetswerk
Principieel en praktisch verzetswerk Na bijna vier jaar zijn functie als predikant in Emmer-Compascuum uitgeoefend te hebben, brak de Tweede Wereldoorlog uit. Douma zag al vroeg de gevaren van de nazi-ideologie en riep vanaf de kansel op tot principieel en actief verzet. Gaandeweg raakten hij en zijn echtgenote ook praktisch bij het verzet betrokken. In de pastorie kwamen illegale werkers samen, werden bonkaarten en persoonsbewijzen verdeeld ten behoeve van onderduikers en er dook enige tijd een joodse vrouw onder. In 1942 ontstond er contact tussen Douma en een verzetsgroep in Utrecht en met verzetsgroep 'Ome Gerrit' van de gereformeerde onderwijzer Gerrit Stoker in Emmen. In het najaar van hetzelfde jaar richtte Douma met plaatsgenoot Johan Antonius (Jo) Scheven de verzetsgroep ‘Organisatie Van Dam’ op, om zich nog effectiever te kunnen richten op het onderbrengen en verzorgen van onderduikers. Inmiddels hanteerde hij binnen het verzet de schuilnaam ‘dominee De Groot’.Zie het Registers van schuilnamen behorende bij 'Het Grote Gebod'(Kampen, 1989) onder Groot, ds. de (Douma, R.), p.7. Zijn netwerk en werkterrein breidde zich snel uit, van de gemeente Emmen en de Drentse zuidoosthoek naar de hele provincie en, toen het gezin in augustus 1943 moest onderduiken, ook de provincie Groningen. De lijst van verzetsgroepen met wie Douma in contact stond, is dan ook indrukwekkend.zie o.a. https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=210&miadt=5&miaet=1&micode=2183&minr=1140481&miview=inv2 en Sietse J. Huizingh. ‘Georganiseerd verzet in Groningen: L.O. en L.K.P.' in: Jan A. Niemeijer & Ad. A.J. Mulder. 'Verzet in Groningen' (Groningen 1986), p. 25-40. Zo werkte hij onder andere samen met de broers Jacob en Pieter Gootjeshttps://www.groningen4045.nl/75-verhalen/verzet-tot-de-dood-in-middelstum in Zuid-Drenthe, met Harm Molenkamphttps://www.groningerarchieven.nl/archieven?mivast=5&mizig=210&miadt=5&miaet=1&micode=2183&minr=1154631&miview=inv2&milang=nl en zijn organisatie voor het verwerven van persoonsbewijzen, de Groningse Nulgroep/Groep Kroonhttp://lo-lkp.nl/images/pdf/pdfI_2/HGGI-H2-421-434.pdf en de landelijke verzetsgroep T.D.Zie ook: Hans Buiter & Ignace de Haes. 'Het geruisloze verzet. De geschiedenis van de TD-verzetsgroep tijdens de Duitse bezetting' (Amersfoort, 1982). (Tweede Distributiestamkaart). In de zomer van 1943 sloten veel verzetsgroepen waarin Douma actief was, zich aan bij de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (L.O.).
Onderduik In 1943 werd de bezetting agressiever en de nazi’s vervolgden ieder die verzetswerk deed of steunde steeds gewelddadiger. Jo Scheven, met wie Douma nauw samenwerkte, werd opgepakt op 19 augustus 1943. Daarop verlieten het echtpaar Douma en hun vier kinderen in allerhaast de pastorie in Emmer-Compascuum en doken onder. Rinze en Minke Douma vonden met hun destijds tweejarige zoon Stef onderdak in Groningen-stad. Jongste dochter Wietske van één jaar oud werd ondergebracht bij de ouders van Minke in Franeker. Hun oudste dochters Sita (zes jaar) en Henca (vier jaar) doken als de kinderen ‘De Groot’ onder bij de schoenmakersfamilie Pijper in Bedum – kennissen uit het verzetsnetwerk. Lang konden hun twee dochters daar niet blijven: Ali Pijper, een dochter uit het gezin, was zelf actief in de illegaliteit en tevens verloofde van verzetsman Harm Molenkamp. Op 31 januari 1944 werd ze door de S.D. thuis gearresteerd. Hierop werden Sita en Henca Douma gescheiden van elkaar ondergebracht op diverse adressen.
Tijdens de onderduikperiode zette het echtpaar Douma hun verzetswerk resoluut voort. Vanuit hun nieuwe standplaats Groningen werden ze fulltime verzetsstrijders.J. Ridderbos. ‘Ds. Rinze Douma (1910-1945)’ in: Waardeel. Drents Historisch Tijdschrift, XXXIV, 1, 2014. Rinze Douma preekte op verschillende plaatsen in het land, bood geestelijke ondersteuning aan medeverzetsmensen, coördineerde plaatsingen en verzorging van onderduikers en werkte aan een gestencilde wekelijkse editie van het ‘Radio BBC Nieuws’ dat hij voorzag van commentaren.P. Tjeerdsma, `Ds. R. Douma´, in: Th. Delleman (red.): Opdat wij niet vergeten. (Kampen, 1949) p. 243-245. Hij bezocht L.O.-bijeenkomsten en door de top van deze organisatie werd Douma verzocht om in de noordelijke provincies de distributie van (gestolen en vervalste) persoonsbewijzen, distributiestamkaarten en-bonnen in goede banen te leiden. Douma ontpopte zich als een belangrijke verbindingsman tussen verschillende verzetsgroepen, probeerde deze te bundelen en uit te breiden om de verzetsactiviteiten beter te kunnen coördineren.
Preek tijdens de onderduik Het verzetswerk vroeg veel tijd, maar Douma vergat zijn eigen gemeente niet. Op 19 maart 1944 sprak hij zijn dorpsgenoten nog een keer vanaf de kansel toe – naar later zou blijken voor het laatst. Onverwacht verscheen de dominee die zondag in de kerk van Emmer-Compascuum. In zijn preek deed Douma een onomwonden oproep om moedig te zijn, actie te ondernemen en hij onderstreepte daarmee de basis van zijn inzet: hij was er rotsvast van overtuigd dat iedere christen ‘ter wille van de gerechtigheid’ moest strijden tegen het Duitse heidendom. Dergelijke preken waren levensgevaarlijk en uit voorzorg sprak Douma de eindzegen al uit voor het einde van de dienst en nog voor de slotzang vertrok hij op de fiets, zodat niemand hem kon aangeven of zien in welke richting hij Emmer-Compascuum verliet. De preek die Rinze Douma die zondag uitsprak, is bewaard gebleven en in 1945 uitgegeven.'Vervolgd om der Gerechtigheid wil. Laatste preek van Ds. R. Douma, in leven Dienaar des Woords bij de Gereformeerde Kerk van Emmer-Compascuum. Gehouden op Zondag 19 Maart 1944.' (1945, 14 pagina’s, gedrukt). Zie ook https://www.sannekevangeest.nl/onewebmedia/SannekevanGeest_Douma_preek.pdf
Arrestatie en gevangenschap Arrestatie Op 31 mei 1944 werd Douma gearresteerd op station Amersfoort, na een overleg met verzetsstrijder Adolph (Dolf) Hendrikshttps://righteous.yadvashem.org/?searchType=righteous_only&language=en&itemId=4015249&ind=NaN van de verzetsgroep T.D. Later schreef Douma aan zijn vrouw dat zijn arrestatie te maken had gehad met ‘te veel belangstelling voor een groep gevangenen’. Over de directe aanleiding van de arrestatie deden later verschillende verhalen de ronde. Volgens het ene groette iemand uit een groep gevangen Groninger verzetsmensen Douma toen ze hem op het station passeerden om naar kamp Amersfoort gebracht te worden.Lammert Huizing, `Groet van gevangene fataal voor predikant´, in: Nieuwsblad van het Noorden, 1995. Volgens een ander verhaal ging het initiatief voor de groet niet uit van een gevangene, maar van Douma zelf. Feit blijft dat Douma staande werd gehouden, zich moest legitimeren - wat hij deed met een vals persoonsbewijs - en werd gefouilleerd. Hierbij werden illegale bescheiden op hem aangetroffen. Douma werd gearresteerd en aan de groep gevangenen toegevoegd, die te voet naar kamp Amersfoort werden gebracht.
Huis van bewaring in Assen Na kort in kamp Amersfoort te zijn vastgehouden – zo kort dat een officiële inschrijving niet plaatsvond – werd Douma op de dag van zijn arrestatie naar het huis van bewaring in Assen gebracht. Tijdens de overdracht probeerde Douma te ontsnappen. Hij wist zich te ontrukken aan de S.D. en Nederlandse politie en vluchtte vanaf het politiebureau aan de Brink de Torenlaan op. Vlak voor het postkantoor werd Douma echter vastgegrepen door een Duitse matroos, maar het lukte hem zich weer los te rukken. Twee Nederlandse ‘hulpagenten’ achtervolgden hem al schietend. Tegen deze overmacht kon Douma niet op en zo kwam hij toch in het huis van bewaring terecht. Hier werd hij ondervraagd, in een poging te achterhalen wie ze precies voor zich hadden.
Huis van bewaring in Groningen Na tien dagen, op 10 juni 1944, werd Douma overgebracht naar het huis van bewaring in Groningenhttps://www.oorlogsbronnen.nl/thema/Strafgevangenis%20en%20Huis%20van%20Bewaring%20Groningen aan de Hereweg. Hij is hier meerdere keren verhoord in het Scholtenhuis. Via zijn verzetsnetwerk en een behulpzame bewaker kon hij een clandestiene correspondentie onderhouden met zijn vrouw, wat uiteindelijk resulteerde in twaalf bewaard gebleven briefjes van zijn hand. Hieruit valt op te maken dat dominee Douma ook in het huis van bewaring het verzet bleef leiden. Uit de verhoren begreep hij wat de bezetter al dan niet wist van zijn verzetsactiviteiten en welke namen van medewerkers bekend waren. In zijn briefjes noteerde hij precieze aanwijzingen: wie moest onderduiken en welke mensen contact met anderen moesten vermijden. Uit de briefjes wordt ook duidelijk hoezeer hij leefde tussen hoop en vrees. Omdat veel van zijn verzetsactiviteiten onbekend bleven, had hij aanvankelijk hoop dat alles met een sisser zou aflopen. In de loop van de tijd nam die hoop af en begon hij rekening te houden met een langdurige gevangenisstraf.https://www.hdc.vu.nl/nl/Images/1054_Douma_R_tcm215-690339.pdf en Henca Douma & Sanneke van Geest. 'In verzet voor een rechtvaardige zaak. Het leven van ds. Rinze Douma, Minke van der Veen en hun kinderen.' (Zutphen/Utrecht, 2020).