Het Zeepreventorium is een medisch pediatrisch revalidatiecentrum voor kinderen en jongeren in de Belgische plaats Klemskerke. In het centrum worden chronische aandoeningen zoals astma, obesitas, chronischevermoeidheidssyndroom behandeld.

Geschiedenis

Oprichting (1917 – 1927) Het Zeepreventorium dankt zijn ontstaan aan de familie Solvay. Ter nagedachtenis aan zijn moeder en vader Alfred Solvay, investeerde Louis Solvay een bedrag van 2.800.000 frank in de tuberculosebestrijding. Op 10 maart 1917 drukte hij zijn wens uit tijdens een uiteenzetting over de naoorlogse toestand.

In november 1917 verenigden enkele hooggeplaatste personen (de heren Bordet, Demoor, Hannon, Louis Solvay en Emile Tournay-Solvay en M. Chaoffray) zich in de B.N.V.T. of de Belgische Nationale Vereniging voor Bestrijding der Tuberculose. M. Chaoffray werd secretaris. Doel was een instelling op te richten voor kinderen met de zogenaamde primo infecties (het eerste contact met de bacterie in het lichaam).

Op 11 december 1917 startte de zoektocht naar een geschikte plaats aan de kust onder leiding van de directeur bij het Ministerie van Financiën, de heer Pirson. Hiervoor keek hij uit naar gronden die eigendom van het Vlaams Gewest waren. Zo kwam hij, samen met de vereniging, uit op Klemskerke. Het B.N.V.T. deed het nodige om na Eerste Wereldoorlog meteen te starten. Na de wapenstilstand betrok de vereniging, dankzij het Rode Kruis, tijdelijk de barakken van het veldhospitaal Océan. Hier kreeg een groep van driehonderd kinderen een onderkomen, met als directeur dokter Wettendorf.

Architect Masure tekende in 1920 de plannen van het Zeepreventorium, in 1923 ging de bouw van start en in 1925 openden de (huidige) Solvay-gebouwen de deuren. De voorziening kon vierhonderd kinderen aan, zowel jongens (van 6 tot 12 jaar) als meisjes (van 6 tot 14 jaar). De exploitatie werd toevertrouwd aan de “Association contre la Tuberculose” onder leiding van de (eerste) geneesheer-directeur Denis Coulon. Op 20 augustus 1926 werd het preventorium officieel geopend door Koningin Elisabeth.

Beginjaren (1925 – 1940) De heer Denis Coulon zou er blijven tot 1927, waarna dokter Vandersmissen hem tot 1940 opvolgde als medisch directeur. Er verbleven een 350-tal kinderen. Ze kregen er rust, zuivere lucht, zonnekuren, hydrotherapie, baden met verwarmd zeewater, continue medische controle, lichamelijke opvoeding en (lager) onderwijs. Toen de strijd tegen tuberculose effect had en de ziekte afnam bij kinderen, werd er nagedacht om te voorzien in een behandeling voor meisjes met bloedarmoede en groeiproblemen. Ondanks dat de tuberculose verminderde bij kinderen, nam ze toe bij adolescenten. Die werden opgenomen en behandeld in de Hélio-Marin. (Aanvankelijk voor meisjes van 16 tot 21 jaar.)

Tweede Wereldoorlog Toen Duitsland op 10 mei 1940 België binnen viel, werd er een uitzetbevel afgekondigd. Op 13 mei 1940 schreef “De Volksgazet” dat het preventorium ontruimd werd. Ouders werden gevraagd hun kinderen binnen de acht dagen op te halen. Kinderen die niet opgehaald werden, zouden in een gelijkaardige instelling ondergebracht worden. Op 19 mei 1940 werd het preventorium geëvacueerd. De overgebleven patiënten werden overgebracht naar De Panne, om op 20 mei 1940 terug te keren naar het preventorium. Tijdens hun afwezigheid werd het preventorium geplunderd.

Beide gebouwen werden in gebruik genomen en brachten er zowel de beenderpatiënten van het Sanatorium Roger de Grimberghe, het leger, als de patiënten van dr. Delchef onder. Enkel rechthebbende patiënten met beendertuberculose werden toegelaten. Patiënten met longtuberculose werden niet aanvaard wegens het besmettingsgevaar. Ook konden er vijfhonderd gekwetste militairen en tweeduizend vluchtelingen terecht. Verder werd het preventorium een plaats waar de gezondheidsdienst van het Belgische leger enkele dagen verbleef. Op de dag van de Belgische overgave werden er 26 brandbommen op het preventorium gevonden. Hiervan kwamen er 24 in de duinen terecht. Op de vooravond van de bezetting, verliet het Belgische leger de gebouwen op bevel.

Tijdens de oorlog werd het preventorium een basis van de Duitse Kriegsmarine, onder het mom van het Rode Kruis. Nog tot aan de afbraak van de Hélio-Marin was het rode kruis te zien op het gebouw, het rode kruis op de Solvay-gebouwen ging weg bij de vernieuwing van het dak.

Door de ligging, dicht bij de haven van Oostende, was De Haan een goede basis voor matrozen in opleiding. De Hélio-Marin werd gebruikt als ziekenhuis voor oorlogsslachtoffers. Op het domein kwamen er bunkers.

Na de oorlog De Canadezen bevrijdden op 9 september 1944 De Haan en het preventorium kwam in de handen van de geallieerden. De Hélio-Marin werd een hospitaal voor de gekwetsten van de slag om Walcheren. De Solvay-gebouwen zijn zo beschadigd dat ze pas in 1953 opnieuw gebruikt konden worden.

Toen dr. Fernand Parisel in 1946 aankwam met zijn echtgenote dr. Annie Leclercq en hun kinderen Claire en Roger, troffen ze een lege Hélio-Marin en Solvay-gebouwen aan. Ze vestigden zich in Villa Kos en bleven er tot 7 november 1957. Bij de terugkomst van de patiënten, kwamen ook de onderhouds-, het medisch- en het onderwijzend personeel toe. Aangezien de Solvay-gebouwen nog te zwaar beschadigd waren, werden ze ondergebracht in de Hélio-Marin.

Naast dr. Parisel die er vast verbleef, kwam dr. Blankoff wekelijks langs voor consultaties. Als neus-, keel- en oorspecialist kwam dr. P. Van de Calseyde één keer per maand bij de patiënten.

Dr. Parisel zelf spitst zich toe op chronische orthopedische heelkunde. Toen bestond dit hoofdzakelijk uit beender- en gewrichtstuberculose of kliertuberculose, wat een gevolg was van kinderverlamming, beenmergontsteking of een aangeboren afwijking. Hiermee was de behandeling opnieuw gericht op de bestrijding van tuberculose. Patiënten van alle leeftijden werden vanuit gans België en Luxemburg naar het preventorium gestuurd voor een kuur. Ook werden er regelmatig heelkundige ingrepen uitgevoerd.

Verder was dr. Parisel vanaf 1947 een stagebegeleider voor laatstejaars studenten geneeskunde aan de universiteit ULB. Bij dr. Parisel kregen ze de kans om opgeleid te worden als chirurgen in de orthopedie. Een van die stagiairs was dr. Fernand Alexander.

Preventorium Georges Born

Het preventorium Georges Born in Wenduine (gebouwd in 1878- 1880 en ook wel Hospices Maritimes genoemd) kreeg vanaf 1969 - in de jaren van Fernand Alexander- een rol in de behandelingen van het Zeepreventorium.Deze instelling was opgericht als herstellingsoord door dr. Van den Abeele. In de jaren 1899 en 1900 werd het gebruikt als meisjesschool, geleid door de zusters van de Kindsheid Maria. In 1903 nam de Antwerpse afdeling van de Nationale Liga tegen tuberculose er zijn intrek onder de naam “Villa Maritime”. Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg het gebouw het zwaar te verduren. Na de herstellingswerken werd het op 7 augustus 1924 opnieuw ingehuldigd door Koningin Elisabeth. Dit maal als het Preventorium Georges Born, als erkenning voor de vrijgevigheid van de familie Born. In de jaren 70 eindigde de samenwerking en werd het preventorium omgebouwd tot het woonzorgcentrum Duneroze.

Fernand Alexander In 1947 kwam Fernand Alexander in het Zeepreventorium werken als stagiair van dr. Parisel. In 1955 volgde hij er dr. René Dupont op als geneesheer-directeur. Met als zijn rechterhand dr. Flahaut en Paul ’t Felt als financieel directeur. Vanaf 1957 werd er geleidelijk aan overgeschakeld naar een astmacentrum. Na de fusie met het preventorium Georges Born, richtten dr. Alexander en de vzw Jeugdzorg in 1962 het Hoger Instituut voor Sociale Studiën (HISS). Onder dr. Alexander werden de kinderen niet behandeld als zieken, zijn visie was om de kinderen een normaal leven te bezorgen. Hen niet laten afhangen van medicatie, maar door sport en buitenactiviteiten astma te bestrijden. Medicatie werd enkel voorzien voor wie zwaar ziek was. Er werd de kinderen verantwoordelijkheidszin aangeleerd. Ze waren verantwoordelijk voor het onderhoud van de slaapzalen, de serre en de kinderhoeve “Zeewinde”. Aan de komst van medicatie tegen astma deed dr. Alexander niet mee, hij bleef geloven in zijn aanpak.

Om voor de zorgen van de 475 kinderen te kunnen instaan, was er een personeelsbestand van een 172 werknemers. Die bestond uit:

Medisch personeel: 4 geneesheren, 5 verpleegsters, 5 kinesisten en 20 kinderverzorgsters 28 onderwijzers 40 opvoeders en opvoedsters Algemene diensten: 70 bedienden en werklieden

In 1967 kreeg het Zeepreventorium bezoek van Koningin Fabiola. Dankzij de bezoeken en de vooruitstrevende onderwijs kwam het preventorium vaak in de pers en kende het in de jaren zestig een bloeiperiode. De oliecrisis in 1973 luidde een periode van besparingen in. Dr. Alexander stelde alles in het werk om het preventorium draaiende te houden. Zijn beheer en beleid werd echter in vraag gesteld en leidde tot een onderzoek waarop dr. Alexander zelfmoord pleegde in Villa Kos op 30 december 1980, op 53-jarige leeftijd.

Hilde Franckx Daarna nam dr. Patrick Debode kortstondig de leiding tot begin 1982 dr. Hilde Franckx het roer overnam. Ze erfde hierbij de nijpende financiële kwestie en moest besparen. Als arts in de kindergeneeskunde bepleitte voor sport, beweging, adem-therapie, ademkinesitherapie en medicatie. In 1990 werd het preventorium een mucoviscidose- en revalidatiecentrum en in 1992 werd Villa Kos een centrum voor de volwassen muco-patiënten. Later kwamen er obesitas, huidaandoeningen, hypotrofie en endocrinologische stoornissen bij. Begin 1993 werd de inkomhal vernieuwd en startte de renovatie van de oudste gebouwen. Op 4 juli 2001 werd Hilde Franckx tot Barones gehuldigd en op 17 juni 2002 ontving ze Prinses Mathilde.

Actueel Sinds maart 2006 is Bruno Wattiez belast met het bestuur als algemeen directeur. Eind 2019 werden professor Christiane De Boeck tot medisch coördinator en Nick Marlein tot directeur patiëntenzorg benoemd.

Gebouw

Het Zeepreventorium behoort sinds 2012 tot bouwkundig erfgoed.

Solvay-gebouw

Het Solvay-gebouw is het hoofdgebouw en genoemd naar de familie die het preventorium oprichtte: een groot symmetrisch gebouw, met de hoofdingang aan de rechterkant. De hoofdingang zou later het centrale deel innemen. In het begin was één slaapzaal per sectie. Na de Tweede Wereldoorlog werden de slaapzalen opgesplitst in drie grote en twee kleinere slaapzalen per sectie. De kapel maakte in de jaren zeventig plaats voor een sportzaal. Andere ruimtes waren onder andere de keuken, linnenkamer en de sanitaire voorzieningen. Naast de binnenruimten waren er zonnegalerijen die het genezingsproces stimuleerden. Met de sluiting van het medisch paviljoen, de Hélio-Marin, werden de praktijkruimtes, het labo en de onderzoeksruimten overgeplaatst naar het hoofdgebouw.

Villa Kantekraai Villa Kantekraai werd mee opgebouwd samen met het hoofdgebouw. Het was gebruikelijk dat de geneesheer in een villa op het domein verbleef. In 1926 was dit voor dokter Vandersmissen Villa Kantekraai, ten westen van het hoofdgebouw. Later werd het gebouw gebruikt door de personeelsdienst en administratie. De villa werd in 2006 afgebroken om plaats te maken voor het nieuwe gebouw.

De tunnel De tunnel van 30 meter verbindt het Solvay-gebouw met het strand. De muurschilderijen zijn virtueel te bezoeken. Deze werden aangebracht, naar aanleiding van het kunstproject Beaufort 2009, door het Chileenss kunstenaarscollectief Brigada Ramona Parra samen met de kinderen van het preventorium.

De infirmerie