Na de val van de regering-Harmel op 10 februari 1966 ging de formatie van een nieuwe Belgische regering van start. De formatie duurde 37 dagen en leidde tot de vorming van de regering-Vanden Boeynants I.
Verloop van de formatie Tijdslijn
Aanloop naar de formatie Op 10 februari 1966 viel de regering-Harmel, samengesteld uit de christendemocratische CVP-PSC en de socialistische BSP-PSB, toen de socialistische ministers ontslag namen vanwege geschillen over de ziekteverzekering en de invoering van remgeld in polyklinieken.Socialisten verlieten regering, Gazet van Antwerpen, 10 februari 1966. De volgende dag bood eerste minister Pierre Harmel (PSC) aan koning Boudewijn het ontslag van zijn regering aan.Nieuwe CVP-BSP-coalitie overwogen, Gazet van Antwerpen, 11 februari 1966.
De koning aanvaardde het ontslag van de regering en begon dezelfde dag nog aan een consultatieronde: eerst ontving hij de voorzitters van Kamer en Senaat, respectievelijk Achiel Van Acker en Paul Struye, en daarna kwamen partijvoorzitters Paul Vanden Boeynants (CVP-PSC), Léo Collard (BSP-PSB) en Omer Vanaudenhove (de liberale PVV-PLP) op audiëntie.Maandag waarschijnlijk informateur, Gazet van Antwerpen, 12 februari 1966. In het weekend van 12 en 13 februari 1966 voerde de vorst consultaties met achtereenvolgens minister van Staat en oud-Senaatsvoorzitter Robert Gillon (PVV), minister van Staat en gewezen eerste minister Théo Lefèvre (CVP), minister van Staat en oud-Kamervoorzitter Paul Kronacker (PVV), minister van Staat en Senaatsfractieleider Henri Rolin (PSB), BSP-ondervoorzitter Jos Van Eynde, Robert Vandekerckhove, voorzitter van de Vlaamse afdeling van de CVP, PLP-ondervoorzitter Norbert Hougardy, senator Herman Vanderpoorten (PVV), voorzitter van het Liberaal Vlaams Verbond, Albert Parisis, voorzitter van de Waalse afdeling van de PSC, Kamerfractieleider Willy De Clercq (PVV), oud-minister Joseph-Jean Merlot (PSB) en ministers Gaston Eyskens en Paul-Willem Segers (beiden CVP). Op 14 februari was het de beurt aan August Cool, voorzitter van de christelijke vakbond ACV, Hubert Ansiaux, voorzitter van de Nationale Bank, minister Antoon Spinoy (BSP), Louis Major, secretaris-generaal van de socialistische vakbond ABVV, Roger De Staercke, voorzitters van werkgeversorganisatie VBN en Armand Colle, voorzitter van de liberale vakbond ACLVB.Koning begon raadplegingen op sociaal-economisch vlak, Gazet van Antwerpen, 14 februari 1966.
Informateur Achiel Van Acker (15 februari - 17 februari 1966)
Na afloop van zijn consultatieronde bood koning Boudewijn in de avond van 14 februari PVV-PLP-voorzitter Omer Vanaudenhove de opdracht van informateur aan. Vanaudenhove weigerde echter, omdat hij regeringsdeelname voor de liberalen weinig waarschijnlijk achtte. De volgende ochtend werd Kamervoorzitter en gewezen eerste minister Achiel Van Acker (BSP) aangezocht als informateur. Hij aanvaardde de opdracht wel en startte meteen met raadplegingen.Van Acker informateur, Gazet van Antwerpen, 15 februari 1966. Ondertussen maakten de socialisten duidelijk dat ze gewonnen waren voor een hernieuwde coalitie met de christendemocraten, op voorwaarde dat een socialist de regering zou leiden, waarbij nadrukkelijk naar Van Acker werd gekeken.Van Acker ook formateur?, Gazet van Antwerpen, 16 februari 1966.
Op 17 februari maakte de informateur bekend dat hij een drieledige regering van christendemocraten, liberalen en socialisten onmogelijk achtte en dat er daarom een hernieuwde coalitie van christendemocraten en socialisten moest worden gevormd, zij het met hemzelf als eerste minister. Hij legde aan de rooms-rode partijen echter geen concreet programma voor, omdat hij dat niet nodig achtte. Dezelfde dag besliste de partijraad van CVP-PSC dat de partij het eerste ministerschap niet wilde afstaan zolang de informateur geen aanvaardbaar programma voorlegde.P.W. Segers formateur, Gazet van Antwerpen, 18 februari 1966. Hierop diende Van Acker zijn ontslag in als informateur.
Formateur Paul-Willem Segers (17 februari - 2 maart 1966)
Dezelfde dag nog benoemde koning benoeming uittredend minister Paul-Willem Segers (CVP) tot formateur. Alvorens zich uit te spreken over een regeringsformule begon Segers een verkenningsronde, waarbij hij gesprekken voerde met parlementsvoorzitter Van Acker en Struye, partijvoorzitters Vanden Boeynants (CVP-PSC), Collard (BSP-PSB) en Vanaudenhove (PVV-PLP), ontslagnemend eerste minister Harmel (PSC) en ministers Eyskens (CVP) en Spinoy (BSP).P.W. Segers wenst een sterke koalitie, Gazet van Antwerpen, 19 februari 1966. Na die verkenningsronde besliste Segers om het programma van de regering-Harmel als leidraad te gebruiken. Hij zou het bestuur van de christendemocratische en socialistische partijen vragen om opmerkingen over dat programma te formuleren, zodat hij het programma van die regering nader kon preciseren en aanvullen. Dat programma moest dan de goedkeuring krijgen van CVP-PSC en BSP-PSB en zou als basis voor verdere onderhandelingen dienen.
Op 21 februari stemden CVP-PSC en BSP-PSB in met onderhandelingen over een vernieuwd regeringsprogramma. Met het oog hierop werd beslist om een programmacommissie van achttien leden (negen voor elke partij) samen te stellen, die op 23 februari zouden samenkomen om door de formateur op de hoogte te worden gebracht van de opmerkingen en vragen om verduidelijking die partijen bij het programma van de regering-Harmel hadden. Daarna zouden werkgroepen de belangrijkste regeringsthema's behandelen.CVP- en BSP-deskundigen aan het werk, Gazet van Antwerpen, 22 februari 1966. Op 23 februari werd in de werkgroepen een beginselakkoord bereikt rond de financiële en economische maatregelen die de volgende regering zou doorvoeren. De volgende dag werden de onderhandelingen rond het sociaal beleid en het vraagstuk van de ziekteverzekering aangesneden.Vrijdag klaar met programma?, Gazet van Antwerpen, 24 februari 1966. Op 25 februari werd een compromis bereikt rond de ziekteverzekering, waarna de gesprekken over het onderwijsbeleid begonnen.Segers volgende week met regering klaar?, Gazet van Antwerpen, 26 februari 1966. Op 26 februari werd ook daarover een basisakkoord bereikt, waarmee de werkzaamheden van de werkgroepen en de programmacommissie voltooid waren.Programmakommissie van CVP en BSP heeft haar werkzaamheden beëindigd, Gazet van Antwerpen, 28 februari 1966.
Op 28 februari dienden de partijbesturen van CVP-PSC en BSP-PSB zich uit te spreken over de basisakkoorden die de programmacommissie had gesloten en of er basis daarvan verder kon worden onderhandeld. CVP-PSC keurde de basisakkoorden goed en zette het licht op groen voor verdere onderhandelingen, terwijl BSP-PSB niet akkoord ging met het bereikte compromis rond de ziekteverzekeringen en voorbehoud maakte bij een aantal andere programmapunten (zoals het onderwijsbeleid en de financiële maatregelen) en daarover nieuwe onderhandelingen vroeg.Ontwijkend akkoord van BSP, Gazet van Antwerpen, 1 maart 1966. Op 1 maart kwamen de onderhandelaars terug samen om het statuut van de kernenergie in België, de noodzakelijke besparingen en het probleem rond de ziekteverzekering te bespreken. Over het eerste thema werd een akkoord bereikt, maar de onderhandelingen liepen uiteindelijk vast op de besparingen en de ziekteverzekering. Omdat Segers geen kans op slagen meer zag, diende hij de volgende dag zijn ontslag in als formateur.Segers geeft het op, Gazet van Antwerpen, 3 maart 1966.
Formateur Paul Vanden Boeynants (3 maart - 19 maart 1966)
Dezelfde dag nog zocht koning Boudewijn CVP-PSC-voorzitter Paul Vanden Boeynants (PSC) aan om een nieuwe regering te vormen. Vanden Boeynants hield zijn antwoord in beraad en wilde eerst nog overleg plegen met vertegenwoordigers van zijn partij.Vanden Boeynants als formateur aangezocht, Gazet van Antwerpen, 4 maart 1966. Nadat CVP-PSC zijn steun aan Vanden Boeynants toezegde, aanvaardde hij op 3 maart de opdracht van formateur.PVV en BSP krijgen vandaag kernprogramma-Vanden Boeynants, Gazet van Antwerpen, 4 maart 1966. Vanden Boeynants stelde een beperkt urgentieprogramma op en legde dat op 4 maart voor aan de liberale en socialistische partijen, die daar binnen de drie dagen een oordeel over moesten vellen. Op 7 maart maakten zowel liberalen als de socialisten duidelijk dat ze niet te spreken waren over de onderhandelingsmethode van de formateur: ze wilden dat Vanden Boeynants niet met hen beiden zou praten en dat hij eerst zou beslissen met welke van de twee partijen hij een regering wenste te vormen, alvorens aan een regeringsprogramma te werken.Wordt het toch een minderheidsregering?, Gazet van Antwerpen, 7 maart 1966. Een dag later spraken beide partijen zich uit over de vraag of ze op basis van het urgentieprogramma van Vanden Boeynants een regeerakkoord wensten te onderhandelen: BSP-PSB was niet tevreden over het urgentieprogramma en stelde een veto tegen Vanden Boeynants als premier. De liberalen waren wel bereid om te praten.Socialisten willen niet weten van VDB, Gazet van Antwerpen, 9 maart 1966.
Op 9 maart besliste Vanden Boeynants om onderhandelingen op te starten met de liberalen, waarvoor hij de toestemming kreeg van zijn partij.PVV aanvaardt taalbestand, Gazet van Antwerpen, 10 maart 1966. Vanaf 10 maart kwamen CVP-PSC en PVV-PLP samen om over het programma van rooms-blauwe regering te onderhandelen.CVP en PVV bestuderen programma, Gazet van Antwerpen, 11 maart 1966. Hierbij deden de liberalen heel wat toegevingen en op 12 maart werd een akkoord bereikt tussen beide partijen.PVV laat alle eisen varen, Gazet van Antwerpen, 14 maart 1966. Op 13 maart ging het partijbestuur van de liberalen akkoord om een regering te vormen met de christendemocraten.PVV eenparig bereid om met CVP te regeren, Gazet van Antwerpen, 14 maart 1966. Op 15 maart ging ook het partijbestuur van CVP-PSC akkoord om een rooms-blauwe regering te vormen, ondanks het verzet van de centrumlinkse ACW-vleugel tegen de afgesproken bezuinigingen in de ziekteverzekering.Instemming van de CVP, Gazet van Antwerpen, 16 maart 1966. De dag nadien begon Vanden Boeynants met de besprekingen over de structuur en samenstelling van de regering.VDB doktert aan zijn regering, Gazet van Antwerpen, 17 maart 1966. Op 19 maart werd hierover een akkoord bereikt, waarna de 19 ministers en 4 staatssecretarissen van de regering-Vanden Boeynants I dezelfde dag nog de eed aflegden in handen van de koning.Regering Vanden Boeynants dinsdag voor de Kamer, Gazet van Antwerpen, 20 maart 1966. Op 23 maart werd de regeringsverklaring voorgelezen in het parlement, waarna de Kamer op 25 maart en de Senaat op 31 maart 1966 hun vertrouwen gaven aan de regering.
Mislukte formatie na de val van de regering-Vanden Boeynants I De regering-Vanden Boeynants I bleef bijna twee jaar in functie, tot ze op 7 februari 1968 viel over de kwestie Leuven Vlaams, waarover in de regering geen overeenstemming werd gevonden.Regering viel over veto van Vlaamse CVP-ministers, Gazet van Antwerpen, 8 februari 1968. De koning aanvaardde dezelfde dag nog het ontslag van de regering, waarna de regering belast werd met de afhandeling van de lopende zaken. Omdat de socialisten de uittredende regering weigerden te depanneren, werd enkel een hernieuwde coalitie van CVP-PSC en PVV-PLP mogelijk geacht, anders zouden er vervroegde verkiezingen komen.Herstel koalitie CVP-PVV of nieuwe verkiezingen de enige uitweg, Gazet van Antwerpen, 9 februari 1968.