MOS – duurzame scholen, straffe scholen – was een samenwerking tussen het Departement Omgeving van de Vlaamse overheid, de Vlaamse provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie. De werking ondersteunde leerkrachten en schoolteams- samen met leerlingen, ouders en het brede schoolnetwerk- om te bouwen aan een milieuvriendelijke, gezonde en duurzame leer- en leefomgeving. Dat deed MOS onder meer via projecten, vormingen, lesmateriaal, trajecten op maat en internationale programma's zoals Eco- Schools. De MOS- werking maakte deel uit van het expertisecentrum Duurzaam Educatiepunt van het Departement Omgeving en liep van 2001 tot 2026. Aan het einde van haar werking stonden zes op tien scholen in Vlaanderen en Brussel geregistreerd als MOS-school.
De Vlaamse Regering besliste om het programma stop te zetten als onderdeel van het traject naar een begrotingsevenwicht in 2027.
Sommige materialen en documentatie van MOS zijn nog beschikbaar via KlasCement als archief, maar worden niet langer geactualiseerd.
Doelpubliek Het doelpubliek van MOS bestond uit leerkrachten en directies van scholen uit het kleuter-, lager en secundair onderwijs in Vlaanderen en Brussel (Nederlandstalig onderwijs). Scholen die zich registreerden als MOS-school profileerden zich als scholen die een duurzame leer- en leefomgeving creëerden..https://www.hln.be/glabbeek/alle-scholen-in-glabbeek-worden-mos-scholen~a3082fe4/ 11 juni 2019, geraadpleegd op 6 augustus 2021. Gearchiveerd op 25 september 2021.https://web.archive.org/web/20210806074047/https://www.waregem.be/producten/hoe-wordt-mijn-school-een-mos-school geraadpleegd op 6 augustus 2021https://www.buggenhout.be/wij-zijn-een-mos-school geraadpleegd op 6 augustus 2021. Gearchiveerd op 6 augustus 2021. MOS is een netoverschrijdend programma. Dit wil zeggen dat de scholen van alle onderwijsnetten beroep konden doen op ondersteuning door MOS.
Geschiedenis De aanzet van MOS werd gegeven in 1993 toen de Vrije Universiteit Brussel een onderzoeksopdracht kreeg om een milieuzorgsysteem voor de Vlaamse secundaire scholen uit te werken. In 1997 introduceerde de Vlaamse overheid het milieuzorgproject Groene School in het secundair onderwijs. In 2001 startte het project MOS (toen nog de afkorting van Milieuzorg Op School) voor het basisonderwijs. In 2002 smolten MOS en Groene School samen. De naam Groene school verdween. De erkenning als MOS-school verliep in 3 stappen: scholen konden 1 tot 3 MOS-logo’shttps://publicaties.vlaanderen.be/view-file/9177. Gearchiveerd op 6 augustus 2021. behalen, afhankelijk van de criteria waaraan ze voldeden.https://web.archive.org/web/20210806074051/https://www.vlaanderen.be/publicaties/milieuzorg-op-school-handleiding-basisonderwijs geraadpleegd op 6 augustus 2021 De 4de stap was die van de internationale erkenning als Eco-School, met de Green Flag van de Foundation for Environmental Education (FEE) als symbool.
Het educatief milieuzorgproject MOS was van bij de start een samenwerking tussen 7 partners. Er werden overeenkomsten afgesloten tussen de Vlaamse overheid, de 5 Vlaamse provincies en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (Brussel).
Voormalig Vlaams minister van Leefmilieu Vera Dua (Agalev) lag begin jaren 2000 mee aan de basis van het project 'Milieuzorg op School' (MOS). Het initiatief werd in 2001 onder haar impuls in samenwerking met de provincies uitgebreid om scholen te ondersteunen in duurzaamheidseducatie en concrete milieuacties.
Hieronder staat een overzicht van alle Vlaamse ministers die zich schaarden achter MOS:
2001: Minister Vera Dua (1 jaar, enkel basisonderwijs) 2002: Minister Vera Dua (3 jaar) 2005: Minister Kris Peeters (5 jaar) 2010: Minister Joke Schauvliege (3 jaar) 2013: Minister Joke Schauvliege (6 jaar) 2019: Minister Koen Van den Heuvel (5 jaar) 2024: Minister Zuhal Demir (1 jaar) 2025: Minister Jo Brouns (2 jaar)
In 2013 startte MOS een vernieuwingsoperatie op aan de hand van aanbevelingen uit een TWOL-studieTWOL: Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek Leefmilieuhttps://www.vlaanderen.be/publicaties/de-educatieve-effecten-van-milieuzorg-op-school geraadpleegd op 6 augustus 2021. Gearchiveerd op 6 augustus 2021. en de resultaten van een communicatie-onderzoek. Hierbij stapte MOS af van het gebruik van logo’s. Om meer structurele impact en gedragsverandering te realiseren, koos MOS voor coaching op maat van het schoolteam. Waar in de beginjaren de focus nog op directe milieuzorg en -winst op school lag, evolueerde de strategie van MOS doorheen de tijd mee met ontwikkelingen in het milieubeleid, het onderwijslandschap en de brede maatschappij. De focus kwam meer te liggen op educatie voor duurzame ontwikkeling (EDO) en de omgang met (lokale en globale) duurzaamheidsvraagstukken. Vanaf 2020 vormen ook de SDGs en het Global Action Programme for Sustainable Development (GAP) kaders voor de nieuwe klemtonen van het MOS-programma: focus op lokale thema’s die voor de leerlingen en het schoolteam van de MOS-scholen herkenbaar zijn focus op het professionaliseren van leerkrachten en directies focus op het verspreiden van praktijkvoorbeelden en uitwisseling tussen scholen coaching en begeleiding op maat en op vraag van de scholen inspelen op nieuwe kennis, actualiteit en beleidsprioriteiten
Naam Bij de start in 2001 was het drieletterwoord MOS de afkorting van Milieuzorg Op School. Toen in 2013 niet enkel milieuzorg, maar ook andere duurzaamheidsthema’s werden opgepikt, veranderde de naam in MOS – duurzame scholen, straffe scholen. MOS was sindsdien geen acroniem meer, maar een naam.
Uitgangspunten De begeleiding van MOS steunde op 4 uitgangspunten:https://www.mosvlaanderen.be geraadpleegd op 6 augustus 2021 Leerlingenparticipatie: bij elk initiatief worden leerlingen actief betrokken. Teamwork: MOS betrekt het hele schoolteam en de ouders bij initiatieven. Netwerk: MOS-scholen werken samen met de schoolbuurt, lokale besturen, (jeugd)verenigingen, ngo's, ... Beleving: de nadruk ligt op beleven, meedenken, participeren, bijleren, …
Thema’s MOS focuste inhoudelijk op een breed scala aan duurzaamheidsthema’s. Milieuzorg was daar steeds één van. Andere thema’s waren: ontharding en vergroening van speelplaatsen buiten leren klimaatverandering duurzame voeding biodiversiteit duurzame energie duurzaam materialengebruik duurzame mobiliteit water
Werking MOS streefde ernaar leerkrachten en directies te professionaliseren via vormingen, netwerkdagen, begeleiding op maat, pedagogische studiedagen, advies, methodieken en tools. Voorbeelden van MOS-tools waren: SDGs@school, een online tool waarmee scholen de impact van duurzaamheidsinitiatieven konden evalueren. Deze website ging eveneens offline, maar werd herwerkt naar een analoog document, zodat scholen er ook zonder de website mee aan de slag kunnen. Dit document is beschikbaar via KlasCement.
MOS organiseerde jaarlijkse actiedagen waar scholen met hun leerlingen aan konden deelnemen: #Iktrekhetmijaan, tot en met 2022 bekend onder de naam Dikketruiendag, een klimaatactiedag (in 2005 opgestart door MOS, later georganiseerd door Departement Omgeving en mee uitgedragen door MOS)https://sentral.kluwer.be/NewsView.aspx?id=VS300826086&contentdomains=SentralNEWSE&lang=nl geraadpleegd op 27 augustus 2021 #Buitenlesdag, een actiedag waarop leerkrachten buiten lesgeven (sinds 2017)https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2021/04/29/buitenlesdag-vandaag-in-openlucht-leren-heeft-verschillende-voo/ geraadpleegd op 27 augustus 2021. Gearchiveerd op 13 augustus 2021. #MissieMinder, een actiedag in verband met bewust verbruiken (sinds 2020)https://www.detransformisten.be/artikel/missieminder-op-school geraadpleegd op 27 augustus 2021. Gearchiveerd op 27 augustus 2021. #MissieMinder won in 2020 de eerste prijs bij de EWWR Awards van de European Week for Waste Reduction in de categorie 'Educational Establishment'.https://ewwr.eu/wp-content/uploads/2021/06/Press-file_Awards_2020.pdf geraadpleegd op 27 augustus 2021. Gearchiveerd op 30 juni 2021.
Externe link MOS - duurzame scholen, straffe scholen
Categorie:Duurzaamheid Categorie:Vlaamse overheid Categorie:Onderwijs binnen de Vlaamse Gemeenschap Categorie:Educatief samenwerkingsverband