Na de verkiezingen voor het Belgisch Parlement op 26 juni 1949 ging de formatie van een nieuwe Belgische regering van start. De formatie duurde 47 dagen en leidde tot de vorming van de regering-G. Eyskens I.
Verloop van de formatie Tijdslijn
Aanloop naar de formatie Op 26 juni 1949 vonden parlementsverkiezingen plaats, waarbij voor het eerst algemeen stemrecht voor vrouwen gold. De verkiezingscampagne draaide hoofdzakelijk rond de Koningskwestie, de vraag of koning Leopold III na zijn omstreden houding tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht terugkeren naar België, en in mindere mate rond het financieel beleid van de regering-Spaak IV, bestaande uit de christendemocratische CVP-PSC en de socialistische BSP-PSB. De CVP-PSC, de enige partij die gewonnen was voor een terugkeer van de koning, boekte een procent winst en verwierf in de Senaat een absolute meerderheid. In de Kamer behaalde ze twee zetels te weinig voor een absolute meerderheid. De socialistische BSP-PSB verloor drie procent en behaalde nog iets minder dan dertig procent van de stemmen. De communistische partij KPB-PCB verloor bijna de helft van haar stemmenaantal in 1946, behaalde nog 7,5 procent van de stemmen en was de grote verliezer van de verkiezingen. De Liberale Partij was de grootste winnaar van de verkiezingen en steeg van bijna 9 naar 15 procent.Hoofdstuk 12: eerste minister van een vakantieregering, De Memoires, Gaston Eyskens, dbnl.org.
De dag na de verkiezingen ging premier Paul-Henri Spaak (PSB) het ontslag van de regering aanbieden aan prins-regent Karel.Gunstige uitslagen voor de CVP, Gazet van Antwerpen, 27 juni 1949. Deze stemde daarmee in en belastte de regering-Spaak IV met de afhandeling van de lopende zaken. Dezelfde dag startte de prins-regent de consultaties op met het oog op de regeringsvorming en ontving hij Senaatsvoorzitter Henri Rolin, Kamervoorzitter Frans Van Cauwelaert en partijvoorzitters August de Schryver (CVP-PSC), Roger Motz (LP), Max Buset (BSP-PSB) en Julien Lahaut (KPB-PCB).Prins-regent begon de consultaties, Gazet van Antwerpen, 28 juni 1949. Op 28 juni kwamen minister van Financiën en voormalig premier Gaston Eyskens (CVP) en ministers van Staat Octave Dierckx, Robert Gillon, Albert Devèze (allen LP), Henri Carton de Wiart (PSC) en Hendrik Heyman (CVP), minister van Economische Zaken Jean Duvieusart (PSC) en minister van Verkeerswezen en gewezen eerste minister Achiel Van Acker (BSP) op audiëntie.
Formateur Paul van Zeeland (28 juni - 5 juli 1949)
Op 28 juni benoemde prins-regent Karel gewezen eerste minister Paul van Zeeland (PSC) tot formateur.Dhr. Van Zeeland met de vorming van de regering belast, Gazet van Antwerpen, 29 juni 1949. Van Zeeland startte de dag nadien een consultatieronde om op basis van het kiesprogramma van de CVP-PSC te bespreken wat voor regeringsprogramma kon worden doorgevoerd.Besprekingen en beraadslagingen, Gazet van Antwerpen, 30 juni 1949. Enkele dagen later, op 1 juli, legde van Zeeland aan de socialisten en liberalen concrete voorstellen voor over het regeringsprogramma, waarin de oplossing van de Koningskwestie voorrang kreeg, en de samenstelling van de regering.Cabinet CVP-liberalen of drieledige regering, Gazet van Antwerpen, 1 juli 1949. Hieruit bleek dat het van Zeelands doel was om een drieledige regering te vormen die Leopold III zo snel mogelijk moest laten terugkeren naar België. Voorts was er in de voorstellen van van Zeeland sprake van een bestrijding van de werkloosheid, de voortzetting van de uitbouw van de verzorgingsstaat, een vermindering van de belastingen en de oprichting van een commissie die een oplossing moest vinden voor de onderwijskwestie.Dhr Van Zeeland geeft een overzicht van zijn onderhandelingen, Gazet van Antwerpen, 2 juli 1949. Dezelfde dag nog verwierp het partijbureau van de socialisten de voorstellen van van ZeelandBSP-bureau gaat niet in op het voorstel van dhr Van Zeeland, Gazet van Antwerpen, 2 juli 1949., de volgende dag deden de liberalen hetzelfde.Socialisten en liberalen weigeren met Van Zeeland samen te werken, Gazet van Antwerpen, 4 juli 1949. CVP-PSC behield het vertrouwen in de formateur en bleef van mening dat de Koningskwestie zo snel mogelijk moest worden opgelost.Dhr Van Zeeland blijft kabinetsvormer, Gazet van Antwerpen, 5 juli 1949.
Op 4 juli bracht van Zeeland verslag uit bij de prins-regent. Die vatte raadplegingen aan om verdere inlichtingen in te winnen over de houding van de verschillende partijen. De volgende dag gaf de prins-regent van Zeeland de opdracht om zijn taken als formateur voort te zetten.Dhr Van Zeeland van zijn opdracht ontlast, Gazet van Antwerpen, 6 juli 1949. Vervolgens ontving hij vertegenwoordigers van de Liberale Partij om hun opmerkingen in verband met zijn financieel, sociaal en economisch voorstellen te bespreken, maar de partij besliste om geen onderhandelingen meer te voeren over het programma van van Zeeland. Dezelfde dag nog werd de formateur van zijn opdracht ontlast.
Informateur Frans Van Cauwelaert (6 juli - 22 juli 1949)
Op 6 juli 1949 werd Kamervoorzitter Frans Van Cauwelaert (CVP) door de prins-regent aangesteld tot informateur. Het was Van Cauwelaerts bedoeling om het werk van van Zeeland voort te zetten. Hij vatte zijn opdracht aan met raadplegingen om de politieke toestand te onderzoeken en te kijken op welke basis een regering kon worden gevormd.Dhr Van Cauwelaert met een informatiezending belast, Gazet van Antwerpen, 7 juli 1949.
Na een week consultaties te hebben gevoerd legde Van Cauwelaert zijn voorstellen over een regeringsprogramma voor, op 13 juli aan de socialisten en op 14 juli aan de liberalen.Voorstellen aan partijen overgemaakt, Gazet van Antwerpen, 14 juli 1949. Van Cauwelaert stelde onder andere voor om een referendum te organiseren waarin de Belgen zich konden uitspreken over de terugkeer van de koning. Op 15 juli oordeelde het partijbureau van de socialisten dat de voorwaarden waaronder Van Cauwelaert dergelijk referendum wilde laten plaatsvinden, niet aanvaardbaar waren.Volksraadpleging niet aanvaardbaar zonder quorum, Gazet van Antwerpen, 16 juli 1949. Op 17 juli verwierpen ook de liberalen de voorstellen van Van Cauwelaert, maar ze waren wel bereid om voort te onderhandelen over een regering die de aanpak van de financiële en economische problemen voorrang gaf op de Koningskwestie.Liberalen verwerpen voorstellen van informateur, Gazet van Antwerpen, 18 juli 1949. Omdat het antwoord van de liberalen constructiever was dan dat van de socialisten besliste Van Cauwelaert op 18 juli om voort te onderhandelen met de liberalen alleen.Dhr Van Cauwelaert gaat verder met de liberalen, Gazet van Antwerpen, 19 juli 1949. Op 20 juli diende een delegatie van de Liberale Partij een nota met tegenvoorstellen in bij de informateur, waarbij in verband met de Koningskwestie werd voorgesteld om een oplossing te vinden in het kader van een drieledige regering.Van Cauwelaert deed laatste formele voorstellen, Gazet van Antwerpen, 22 juli 1949. Op basis van die nota legde Van Cauwelaert nieuwe voorstellen voor aan de liberalen en socialisten.Van Cauwelaert deed laatste formele voorstellen, Gazet van Antwerpen, 21 juli 1949. Van Cauwelaert beschouwde zijn opdracht hiermee ten einde en werd op 22 juli van zijn informatieopdracht ontheven.Dhr Eyskens met de regeringsvorming belast, Gazet van Antwerpen, 23 juli 1949.
Formateur Gaston Eyskens (23 juli - 11 augustus 1949)
Dezelfde dag nog werd minister van Financiën Gaston Eyskens (CVP) door prins-regent Karel aangezocht om een regering te vormen. Eyskens vroeg 24 uur bedenktijd om overleg te plegen met de leiding van CVP-PSC en aanvaardde daarna op 23 juli zijn opdracht als formateur.De eerste moeilijkheden uit de weg geruimd, Gazet van Antwerpen, 25 juli 1949. De volgende dagen voerde Eyskens raadplegingen met de christendemocraten, liberalen en socialisten om de politieke vraagstukken grondig te bespreken, met name de Koningskwestie, de onderwijskwestie, de financiële en economische politiek, de aanpak van de werkloosheid en het sociaal beleid. Op 26 juli onderhandelde Eyskens met delegaties van de liberalen en de socialisten over zijn voorstellen over het sociaal, financieel en economisch beleid van de nieuwe regering. De liberalen waren vertegenwoordigd door voorzitter Roger Motz, fractieleiders Octave Dierckx (Senaat) en Léon Mundeleer (Kamer), ondervoorzitters Victor Sabbe en Maurice Destenay en minister van Staat Albert Devèze, de socialistische delegatie bestond uit voorzitter Max Buset, ondervoorzitter Edward Anseele jr., ontslagnemend premier Paul-Henri Spaak, gewezen premier Achiel Van Acker en minister Paul De Groote. De volgende dag bracht de formateur de drie traditionele partijen samen om de Koningskwestie nader te bespreken.Dhr Eyskens stuit op grote moeilijkheden, Gazet van Antwerpen, 27 juli 1949. Bij die vergadering werden de christendemocraten vertegenwoordigd door minister Jean Duvieusart, vleugelvoorzitters Paul-Willem Segers (CVP) en Augustin Roberti (PSC) en fractievoorzitters Albert de Vleeschauwer (Kamer) en Paul Struye (Senaat).
De liberalen en socialisten gaven aan bereid te zijn om een referendum over de Koningskwestie te laten plaatsvinden, op voorwaarde dat koning Leopold III tegenover een delegatie van de drie traditionele partijen aangaf wat hij bedoelde met de grote of onweerlegbare meerderheid waarop hij rekende om naar het land terug te kunnen komen. Op basis daarvan zou een quorum vastgelegd worden: het percentage dat het pro- of het anti-Leopoldistische kamp moest halen om hun standpunt door te drukken. De CVP-PSC wilde daar niet van weten, waardoor de onderhandelingen vast kwamen te zitten.Alles regelbaar behalve de Koningskwestie, Gazet van Antwerpen, 28 juli 1949. De volgende dagen hield Eyskens verdere besprekingen over de Koningskwestie. Hieruit bleek dat de traditionele partijen het wel eens waren over een volksraadpleging, maar niet over hoe die eruit moest zien. Nadat de besprekingen daarover weinig hadden opgeleverd, vertrok een socialistische delegatie bestaande uit voormalig premier Achiel Van Acker, minister Joseph Merlot en Kamerlid Antoon Spinoy op 30 juli naar de residentie van Leopold III in Pregny om zijn mening over de volksraadpleging te horen.Socialisten naar Pregny, Gazet van Antwerpen, 1 augustus 1949. Op 1 augustus ontving Leopold III de socialistische delegatie, waarna hij aangaf dat hij ook een liberale en christendemocratische delegatie wenste te ontvangen. De volgende dag vertrokken deze twee delegaties naar Pregny: CVP-PSC stuurde voorzitter August De Schryver, vleugelvoorzitters Paul-Willem Segers en Augustin Roberti, gewezen eerste minister Paul van Zeeland en fractievoorzitters Albert de Vleeschauwer en Paul Struye, de liberalen waren vertegenwoordigd door voorzitter Roger Motz, minister van Staat Albert Devèze, fractievoorzitters Octave Dierckx en Léon Mundeleer, Kamerlid Jean Rey en senator Albert Lilar.CVP-Liberale afvaardiging naar de koning, Gazet van Antwerpen, 2 augustus 1949. Nadat de koning de christendemocratische en liberale delegaties had ontvangen, keerden zij op 3 augustus terug naar België.Eyskens wil heden een oplossing, Gazet van Antwerpen, 4 augustus 1949.