Jaar Inwonersaantal 1940 2506 1953 3000 1955 3125 1958 3562 1960 5500 1963 10.000 1965 15.000 1967 20.000 1970 25.000 1975 30.000 1980 40.000 1982 50.000 1985 60.000 1992 70.000 2019 71.830 Met de verstedelijking van Spijkenisse wordt gedoeld op de periode in de geschiedenis van Spijkenisse waarin sprake was van een forse groei (1950-1990), gevolgd door drie decennia waarin het oorspronkelijke dorp een meer stadse uitstraling kreeg.
Situatie in 1950 thumb|335px|Wijken in Spijkenisse (2009) De bevolking bestond rond het midden van de twintigste eeuw vooral uit boeren, ambachtslieden, fabrieksarbeiders en winkeliers die generaties lang afkomstig waren uit de directe nabijheid van Spijkenisse. De fabrieksarbeiders werkten zowel in Spijkenisser fabrieken, als over de Spijkenisserbrug in de industrie van Pernis. Fabrieksarbeiders van buiten Spijkenisse die in Spijkenisse werkten, wilden ook in Spijkenisse wonen. Daarvoor werden al voor de Tweede Wereldoorlog nieuwe buurten gebouwd (onder andere de Laning, Parallelweg en de Kooiweide (de straten tussen de Groene Kruisstraat en de Breestraat)).
Wereldkampioen bouwen Rond 1950 werd de woningnood nijpender. Niet alleen in Spijkenisse zelf, maar door de komst van meer industrie en havens op het Rotterdamse grondgebied, ook in Rotterdam. Rotterdam had zelf geen ruimte om voldoende nieuwe huizen in de buurt van deze nieuwe werkgelegenheid te bouwen, terwijl Spijkenisse daar dichtbij lag en zo op het oog land genoeg had. Spijkenisse werd "wereldkampioen bouwen"Ontleend aan: Spijkenisse kreeg de eretitel 'wereldkampioen bouwen' / Claudia Langendoen. - In: Algemeent Dagblad, d.d. 29-12-2019. https://www.ad.nl/voorne-putten/spijkenisse-kreeg-de-eretitel-wereldkampioen-bouwen~a9c54be2/ om aan deze woningnood een eind te maken en zou in de tweede helft van de 20e eeuw uitgroeien tot de grootste plaats op Voorne-Putten.
Bouwen in 1950-1976 Bouw nieuwe wijkenBronnen cijfers Bouw nieuwe wijken: Gemeente Spijkenisse archief J. de Baan 1945-1993, 74 stukken betreffende bevolkingsgegevens, personeelsbestand, begrotingen en onderwijs. Overgenomen uit: [Blanken, 2007], p. 40 Fotodateringen in de Beeldbank van het Streekarchief Voorne-Putten Bouwjaren op FundaLigging en omvang: Wijken en buurten in Spijkenisse jaren 20 Laning & Parallelweg 1925-1935 Karel Doormanstraat (Kerkweg) jaren 30 Kooiweide (Groene Kruisstraat-Breestraat) 1952-1953 Molenwei 1956-1958 Vogelbuurt 1956-1958 Zeeheldenbuurt 1958-1960 Schiekamp 1958-1965 Hoogwerf 1960-1962 Oranjebuurt 1962-1965 Groenewoud 1965-1970 Sterrenkwartier 1972-1978 Waterland 1979-1982 De Hoek 1979-1982 Gildenwijk 1979-1982 De Akkers 1981-1982 Vriesland 1983-1985 Vogelenzang 1987-1997 Schenkel 1989-2000 Maaswijk 1998-2000 Vierambachten 2003-2006 De Staalmeesters 2005-2021 De Elementen
Woningnood, plannen en knelpunten Niet alle arbeiders die net na de oorlog in Spijkenisse werkten of wilden werken, konden in Spijkenisse wonen. Fabrieken in Spijkenisse hadden tekorten aan arbeiders door gebrek aan woonruimte voor hen. En ook jonge Spijkenissers die wilden trouwen, konden geen huis vinden en moesten vaak inwonen bij een van de ouders. Bouwen ging echter niet zomaar. Zo waren er direct na de oorlog tekorten aan bouwmaterialen, geld, vakmensen en prioriteit bij de rijksoverheid (herstel van bruggen, viaducten, wegen en de industrie ging vóór).[Blanken, 2007], p. 25 Plannen moesten worden goedgekeurd en dat duurde soms enkele jaren. Tot 1957 werd er alleen gebouwd voor de toenemende eigen bevolking.
Maar Rotterdam had grootse plannen om verder te industrialiseren en het havengebied uit te breiden. Daarvoor was extra land nodig. Allereerst viel het oog op de Welplaat, dat van agrarisch gebied werd veranderd in industrie- en havengebied de Botlek. Vervolgens hadden de arbeiders die er gingen werken huizen nodig, èn vele anderen uit de regio Rotterdam. Door zijn ligging ten opzichte van de groeiende Rotterdamse havens lag Spijkenisse voor de hand.
Rond 1955 werd duidelijker dat Spijkenisse hiervoor grootschalige plannen zou moeten maken, allereerst voor de bouw van minstens 670 nieuwe woningen in Spijkenisse-Noord, dicht bij de Botlek. Dat had nogal wat voeten in de aarde. De Spijkenisserbrug zou onvoldoende zijn voor het lokale verkeer, er waren betere verbindingen met Rotterdam en het Botlekgebied nodig, èn binnen Spijkenisse tussen de nieuwe wijken en het centrum. Het huidige winkelaanbod in het centrum (vooral gericht op de primaire levensbehoeften) zou volstrekt ontoereikend worden. Mensen uit de stad die naar Spijkenisse trekken, verwachten er een uitgebreid winkelaanbod, horeca en andere voorzieningen. In mei 1957 nam de gemeenteraad daarom het Plan-Centrum aan, met het besluit om het centrum drastisch te saneren, herinrichten en uit te breiden.Het dorpscentrum in Spijkenisse zal gesaneerd worden: felle debatten in de gemeenteraad. - In: De Botlek, 31 mei 1957. In 1958 werd Spijkenisse officieel groeigemeente.[Blanken, 2007], p. 62 Spijkenisse ging groeien zonder dat er onderzoek was gedaan of de grond buiten de toenmalige bebouwde kom wel geschikt was voor zo'n massale woningbouw. Er werd een nieuw gemeentehuis (aan het Koningin Julianaplein) gebouwd, dat bij de oplevering in 1958 alweer te klein leek.
Bestuur en organisatie P.J. Bliek, burgemeester van 1947 tot 1976, was een groot voorstander van vooruitgang en had een visie over tal van zaken die Spijkenisse vooruit zouden kunnen helpen. Hij heeft achter en voor de schermen een groot stempel gedrukt op de ontwikkeling van Spijkenisse van dorp tot stad. Hij zag daarbij de nationale belangen (van een grote haven bij Rotterdam) en behartigde de belangen van Spijkenisse. Hij zorgde er mede voor dat Spijkenisse een zelfstandige gemeente bleef en niet opging in Rotterdam. Hij spande zich in voor goede woningen voor het groeiend aantal continu-arbeiders. Hij stimuleerde dat het centrum op de schop ging en een aantrekkelijk winkel- en uitgaansgebied zou worden. Om de grote uitbreidingen in goede banen te leiden, waren er vele overleggen, in de gemeenteraad, met woningbouwverenigingen in Spijkenisse, met Rotterdam, Openbaar Lichaam Rijnmond, de provincie Zuid-Holland, betrokken ministeries (voor voldoende financiën en toewijzing van voldoende bouwcontingenten) en vele andere instanties. En uiteindelijk met architecten en bouwbedrijven. Men stelde structuurplannen, ontwikkelingsprogramma's en uitbreidingsplannen op (die in het begin al snel weer achterhaald bleken), veranderde bestemmingsplannen, won adviezen in (onder andere bij het Economisch-Technologisch Instituut voor Zuid-Holland en de Maatschappij voor Projektontwikkeling Empeo) en Bliek stelde een coördinatiecommissie in om het ontoereikende ambtelijk apparaat voor dit doel aan te vullen.[Molengraaf, 1999], p. 16 Er werden werkbezoeken georganiseerd aan vergelijkbare satellietsteden als Hürth in Duitsland en Thetford in Engeland om te zien wat de mogelijkheden waren.[Molengraaf, 1999], p. 23 Later werden beide partnersteden van Spijkenisse. Vóór de bouw van een nieuwe wijk was er korte tijd de mogelijkheid om archeologische opgravingen te doen. Onder de deskundige leiding van en in samenwerking met het Bureau Oudheidkundig Onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam (BOOR) en geholpen door enkele enthousiaste amateur-archeologen werd het archeologische verleden bloot gelegd en vastgelegd. Mede dankzij deze vondsten kon de Geschiedenis van Spijkenisse worden geschreven.
Uitvoering (1958-1976) thumb|Afbraak Nieuwstraat, 1964 Het centrum ging dus grondig op de schop, na afloop onherkenbaar. Het spui-gedeelte van de haven werd gedempt (1962). Er werd heel veel gesloopt rond de Dorpskerk en op en rond de Voorstraat. De bebouwing aan de Nieuwstraat en omgeving werd zelfs in zijn geheel afgebroken. Met deze sanering verdwenen ook vele kleine dorpswinkels van bakkers, slagers, kruideniers, groente- en melkboeren. Een enkeling kon een nieuwe winkel beginnen in een van de winkelcentra in de nieuwe wijken. De open terreinen lagen vervolgens jarenlang braak voordat er weer kon worden opgebouwd, door een tekort aan geld, jarenlange juridisch procedures en vele aanpassingen van de plannen.
Om sneller te kunnen bouwen, werden er in 1963 in Spijkenisse-Noord 288 woningen met het Dura-Coignet bouwsysteem gebouwd en werd de Akeleiflat met een soortgelijk systeem (van Neduco) gebouwd. Later werden er ook flats in het Sterrenkwartier en de Marrewijkflat (centrum) volgens het Dura-Coignet principe gebouwd.
Na Spijkenisse-Noord was de polder Braband aan de beurt om te worden bebouwd. Deze polder was oorspronkelijk veengebied, drassig, met kreken en grond als pap. Voordat de eerste paal kon worden geslagen, moest de grond worden droog gepompt en voormalige kreken worden volgestort met vele vrachtwagens zand. Dit bracht extra kosten met zich mee, die Spijkenisse niet kon dragen, ook vanwege uitgaven voor de wijk Noord. Uiteindelijk ontving Spijkenisse hiervoor enige compensatie van het Rijk, maar de financiële problematiek zou zich nog tot de jaren negentig voortslepen. Spijkenisse moest bezuinigen en andere manieren vinden om de financiën kloppend te krijgen, in een periode dat de rest van Nederland steeds welvarender werd. Tussen 1992 en 1995 werd Spijkenisse onder financiële curatele gesteld door het Rijk.[Blanken, 2007], p. 72-75 + 82
In Spijkenisse-Noord (Schiekamp en Hoogwerf, 1958-1965) en de eerste wijken ten zuiden van Spijkenisse (plan Braband: Groenewoud en Sterrenkwartier, 1962-1970) kwamen lange straten, een rechttoe-rechtaan stratenpatroon en veel hoogbouw. Begin jaren 70 brak men hiermee. De bevolking wilde meer betrokken worden bij de besluitvorming omtrent nieuwe woonwijken. Vanaf het Structuurplan 1973 werden plannen besproken tijdens inspraakprocedures[Molengraaf, 1999], p. 36 en werden er vooral eengezinshuizen gebouwd, als eerste in de wijk Waterland (1974-1978), die een bloemkoolstructuur met woonerven kreeg.
Naast het bouwen van woningen en wijkwinkels, waren er tal van andere voorzieningen nodig, zoals middelbare scholen, uitgebreider openbaar vervoer, sportfaciliteiten, een weekmarkt (opening 26-3-1968) en bedrijventerreinen. Maar ook een theater annex cultureel centrum, een grotere bibliotheek en een ruimer winkelaanbod in het centrum, zodat men niet meer naar Rotterdam hoefde voor duurzame goederen zoals kleding; deze laatste drie lieten langer op zich wachten. Ook moest Spijkenisse in 1972 overgaan van rijkspolitie naar gemeentepolitie omdat er toen meer dan 25.000 inwoners waren.Wij spraken met S. Adema, korpschef van gemeentepolitie Spijkenisse. - In: Groei (uitgave van de gemeente Spijkenisse), jg 13 (1973), nr 2, p. 14-17
Groeikern (1977-1990) In 1977 aanvaardde de gemeente Spijkenisse de status als groeikern met een verhoogde taakstelling. Deze groeitaak hield in dat in een periode van vijftien jaar ca. 16.500 woningen gebouwd moesten worden. Om dat te realiseren zette de gemeente een projectbureau op, Projectbureau Gemeente Spijkenisse (PGS), mede om commerciële projectontwikkelaars buiten de deur te houden. Ambtenaren en externe deskundigen uit allerlei disciplines maakten er deel van uit.[Molengraaf, 1999], p. 44 Het PGS leidde het totale bouwproces in goede banen, van de inspraak door toekomstige bewoners tot aan de oplevering. Het hoofd ervan, de heer Sirre, voerde een strakke regie en zorgde ervoor dat iedereen zich aan de planning hield.[Molengraaf, 1999], p. 69