De Yadava's (nazaten van Yadu,Franklin C. Southworth considers the word Yadava to be possibly Dravidian, meaning "herder", as it has no known Indo-European etymology (Southworth, Franklin C. (1995). Reconstructing social context from language: Indo-Aryan and Dravidian prehistory, in George Erdösy (ed.) The Indo-Aryans of Ancient South Asia: Language, Material Culture and Ethnicity, Indian Philology and South Asian Studies, Vol. I, Berlin: Walter de Gruyter & Co., , p. 266n. Yadu's) waren een oud Indiaas volk, die meenden af te stammen van de legendarische koning Yadu. De gemeenschap bestond uit verscheidene clans: de Abhira's, Andhaka's, Vrishni's, Bhoja's, Kukura's, Surasena's en Satvata's, die allen Krishna vereerden.While discussing about the Puranic accounts, Hem Chandra Raychaudhuri used the term, Yadava clans for the Andhakas, the Vrishnis and the Kukuras (Raychaudhuri, Hemchandra (1972). Political History of Ancient India, Calcutta: University of Calcutta, p.447fn3). But Ramakrishna Gopal Bhandarkar used the term Yadava tribes for the Satvatas, the Andhakas and the Vrishnis (Bhandarkar, R. G. (1995). Vaisnavism, Saivism and Minor Religious Systems, Delhi: Asian Educational Service, , p. 11).
Ze zijn in de oude, Indiase literatuur onderverdeeld volgens de afstammingslijn van Yadu (Yaduvamsha). Er zijn verschillende gemeenschappen en koninklijke dynastieën geweest op het Indiase subcontinent, die beweerden van de oude clans af te stammen.
Van de Yadava clans, die in de oude, Indiase literatuur worden vermeld, wordt aangenomen dat de Haihaya's afstamden van Sahasrajit, de oudste zoon van YaduPargiter, F. E. (1972) . Ancient Indian Historical Tradition, Delhi: Motilal Banarsidass, p. 87. en alle andere Yadava clans, waaronder de Chedi's, Vidarbha's, Satvata's, Andhaka's, Kukura's, Bhoja's, Vrishni's en de Shainya's, afstamden van Kroshtu (Kroshta), de jongste zoon van Yadu.Pargiter, F. E. (1972) . Ancient Indian Historical Tradition, Delhi: Motilal Banarsidass, pp. 102–4.
Van de vamshanucharita (genealogie) delen van de belangrijkste purana's kan worden afgeleid dat de Yadava's zich verspreidden over het gebied van het Aravalligebergte, Gujarat, de Narmada-vallei, de noordelijke Deccan en de oostelijke Ganges-vallei. De Mahabharata en de purana's noemen de Yadu's of Yadava's, een confederatie van veel clans, als de heersers over het gebied van Mathura. De Mahabharata verwijst ook naar de exodus (uittocht) van de Yadava's van Mathura naar Dvaraka, wegens de druk van de Paurava heersers van Magadha en waarschijnlijk ook van de Kuru's.Raychaudhuri, Hemchandra (1972). Political History of Ancient India, Calcutta: University of Calcutta, pp. 127–8.
Vasudeva, de vader van Krishna en Balarama, was een Yadava prins.
Zie ook Koninkrijk Surasena
Categorie:Vedische tijd