miniatuur|Hoogovenschaaktoernooi 1953. Fenny Heemskerk (links) speelt een partij met Rowena Bruce. Hans Bouwmeester (links) en Hein Donner kijken toe. Vrouwenschaak verwijst naar het schaken dat uitsluitend voor vrouwen bedoeld is. Dit onderscheidt zich van het reguliere of genderneutrale schaken, dat door zowel mannen als vrouwen gespeeld kan worden. Het is van oudsher een genderneutraal spel dat zowel door mannen als vrouwen wordt gespeeld, soms gemengd en soms afzonderlijk. Het bood een zeldzaam platform waarop beide geslachten op gelijkwaardige wijze met elkaar konden interageren.

Tot het einde van de vijftiende eeuw leek het schaakspel grotendeels onaangetast door de strikte sociale omgangsregels en etiquette die doorgaans voor vrouwen golden. Aan het einde van de vijftiende eeuw veranderde het spel ingrijpend: de bewegingsvrijheid van de schaakstukken nam toe, en met name de dame kreeg haar moderne, krachtige bewegingsmogelijkheden. Dit versnelde het spel aanzienlijk, maakte het competitiever en agressiever, en creëerde betere mogelijkheden voor systematische studie. Hierdoor steeg het algemene spelniveau, vooral voor degenen die zich ongestoord aan het schaken konden wijden. Dit gold in mindere mate voor vrouwen: terwijl de dame op het schaakbord meer bewegingsvrijheid kreeg, werd de maatschappelijke positie van vrouwen vanaf de zestiende eeuw juist steeds verder beperkt. De patriarchale samenleving verwachtte dat vrouwen zich richtten op huiselijke taken en zich minder in het openbare leven begaven.

Pas tegen het einde van de negentiende eeuw kregen vrouwen geleidelijk weer de ruimte om zich met schaken bezig te houden. Om hen te stimuleren, ontstonden speciale schaakcompetities voor vrouwen. Toch bleef het aantal vrouwelijke schakers beperkt, mede door de beperkte maatschappelijke mogelijkheden en de aanhoudende genderdiscussie rond het spel. Anno 2020 maken vrouwen ongeveer 5% uit van de schaakgemeenschap, waardoor het niveau van het vrouwenschaak zich maar langzaam ontwikkelt. Dit is de belangrijkste reden waarom vrouwenschaak sinds de negentiende eeuw als aparte discipline wordt gezien en waarom de vraag hoe het komt dat vrouwen gemiddeld minder goed zouden schaken dan mannen.

Geschiedenis Het schaakspel heeft een ambivalente relatie met vrouwen, wier rol, betekenis en waarde door de geschiedenis heen voortdurend veranderden. Net als in het dagelijks leven lijken vrouwen zich in de schaakwereld steeds opnieuw te moeten heruitvinden om zich te weren tegen de dominante mannelijke opinie en om op gelijkwaardige wijze de strijd aan te gaan. Feit blijft echter dat vrouwen zowel op als naast het schaakbord een cruciale rol spelen—een rol die zelden volledig op waarde wordt geschat.

De paradox van de Dame Aan het einde van de achttiende eeuw evolueerde schaken van een huiselijk en traag gezelschapsspel zonder tijdslimiet tot een competitieve sport in de twintigste eeuw. De dame (voorheen de vizier) had op het bord altijd meer bewegingsvrijheid dan de koning, maar aanvankelijk was dit verschil minimaal. In de vroege schaakgeschiedenis verliep het spel traag door de beperkte bewegingsmogelijkheden van de stukken. Al sinds de Arabische oudheid probeerde men dit trage karakter te doorbreken door het gebruik van dobbelstenen.

Hoewel het gezamenlijk spelen van mannen en vrouwen in die tijd zelfs binnen religieuze gemeenschappen geen grote controverse leek op te roepen, bracht het gebruik van dobbelstenen juist wél problemen met zich mee. In zowel de islamitische als de westerse wereld tastte dit de reputatie van het spel aan, waardoor het regelmatig werd veroordeeld en soms zelfs verboden door religieuze leiders. Mogelijk hebben de macht van vrouwelijke monarchen in de middeleeuwen—met name Isabella van Castilië—en de wens voor een sneller spel ertoe bijgedragen dat de dame uiteindelijk meer bewegingsvrijheid kreeg. Hierdoor kreeg het schaakspel in de vijftiende eeuw de snelheid die we vandaag de dag kennen.

Opmerkelijk genoeg vond er in dezelfde periode een paradox plaats. Terwijl de dame op het schaakbord een enorme bewegingsvrijheid kreeg en het machtigste stuk werd, werden vrouwen in de samenleving juist steeds verder in hun bewegingsvrijheid beperkt. Vanaf de zestiende eeuw—tijdens de renaissance en de verlichting—werden vrouwen steeds meer toegewezen aan huiselijke taken, zoals de zorg voor kinderen en het huishouden. Hun publieke aanwezigheid werd als ongepast beschouwd, en zij kregen aanzienlijk minder kansen dan mannen om zich met schaken bezig te houden en zich erin te bekwamen.

Bovendien lijkt de interesse van vrouwen voor schaken te zijn afgenomen naarmate het spel sneller, agressiever en competitiever werd—een ontwikkeling die vooral te danken was aan de vergrote bewegingsvrijheid van de dame en de loper. Dit spelkarakter zou beter aansluiten bij de mannelijke aard, zo werd gedacht.

De combinatie van deze twee factoren—de maatschappelijke beperkingen van vrouwen en de toegenomen snelheid van het spel—heeft bijgedragen aan de groeiende kloof tussen mannen en vrouwen op het gebied van schaken, zowel in aantal spelers als in niveau. De snelheid van het spel bood nieuwe mogelijkheden voor diepgaande studie en analyse, terwijl de uitvinding van de boekdrukkunst zorgde voor een snellere en systematische verspreiding van schaaktheorie. Hierdoor verbeterde het schaakniveau van mannen wereldwijd snel, terwijl vrouwen nauwelijks de kans kregen om zich in het spel te ontwikkelen.Murray 1913, Scholten 1999, Yalom 2004.Scholten in Reerink 2000: 63

Chaturanga in India rechts|miniatuur|Krishna en Radha spelen chaturanga Het schaakspel was rond de 5e eeuw bekend als Chaturanga, een oorlogsspel waarmee militairen voor hun operaties getraind konden worden. De stukken bestonden uit de eenheden die in de Indiase legers voorkwamen: naast de koning en de vizier (voorganger van de dame) waren dat de paarden, olifanten, strijdwagens en -paarden, voetsoldaten. Dat was mogelijk de enige tijd dat er, althans op het bord, geen rol voor vrouwen weggelegd was. Maar uit de beeldende kunst en literatuur van toen blijkt dat er geen onderscheid tussen man en vrouw gemaakt werd wanneer het op het beoefenen van het spel aankwam. Voorts verhaalt een legende over het ontstaan van het spel over een Indiase koningin die op tactvolle wijze geïnformeerd moest worden over de dood van een van haar zoons in een veldslag. Chaturanga zou toen ontwikkeld zijn om haar op tactvolle wijze het doodsbericht over te brengen.

Perzische en Arabische culturen Het schaakspel kwam rond 700 naar het Perzische rijk. Ook in de Arabische cultuur werd door beide seksen gespeeld. Hoewel er voorbeelden zijn waarin gesuggereerd wordt dat de schoonheid van een vrouw een grotere rol speelde dan haar schaakkwaliteiten - waarbij de man de partij verliest door verblinding van de liefde, lijkt het spel vaker op gelijkwaardige wijze gespeeld te zijn, waarbij de vrouw als winnaar uit de bus kwam.

De sprookjes van Duizend-en-een-nacht bevatten meerdere verhalen met een schaakpartij tussen man en vrouw als thema. Zo is er het verhaal van de Griekse Amazonenprinses Abrîza die koningszoon Sharkân uitdaagde voor een schaakwedstrijd, na hem eerst al op allerlei andere fronten te hebben verslagen. De verliefde prins had meer oog voor haar dan voor het spel en verloor vijf maal achtereen.Yalom 2004:10-11

Harun al-Rashid was een legendarische kalief die het schaakspel gepopulariseerd heeft. Een van de sprookjes van Duizend-en-een-nacht verhaalt over Haruns aanschaf van een slavenmeisje voor een lieve som omdat zij een goede schaakspeler zou zijn. Toen zij hem tot driemaal toe verslagen had, beloonde hij haar met de intrekking van de veroordeling van een zekere Ahmad al-Amin, die haar geliefde zou zijn.Murray 1913: 196Yalom: 9

In Duizend-en-een-nacht is er ook het verhaal van Tawaddud, een beeldschoon, vijftienjarig slavinnetje dat een wonder van geleerdheid was en zeer bedreven in vaardigheden als triktrak, schaken en het luitspel. Tawaddud laat al haar mannelijke tegenstanders smadelijk in het stof bijten, en neemt ze ter vernedering hun kleren af. Ten slotte mag ook de schaakmeester, de beste van het land, zijn geluk beproeven. Tawaddud verslaat hem drie keer achter elkaar, waarbij zij hem de laatste keer een dame, een toren en een paard voorgeeft. De kalief is overtuigd van haar kwaliteiten, waarop zij een verzoek mocht doen. Tawaddud verzocht aan het hof te wonen met haar voormalige meester en geliefde, die haar uit geldnood moest verkopen.

De schone Zayn al-Mawâsif schaakt met de op haar verliefde Masrûr. Maar hij is zo gefascineerd door haar schoonheid dat hij niet meer kan nadenken en binnen de kortste keren mat gezet wordt. Om zich op het spel te focussen stelt hij haar voor om met inzet te spelen. Het helpt niet en uiteindelijk verliest hij zijn hele bezit aan haar. Op haar verzoek maakt hij een lang gedicht over hun spel. Masrûrs offers dragen uiteindelijk vrucht: na vele wederwaardigheden trouwt hij met Zayn al-Mawâsif.Kruk in Reerink 2000: 25-27

Het Mat van Dilârâm dateert van de 10e eeuw en is een schaakpatroon waarbij twee torens geofferd worden. Deze mat-patroon is vernoemd naar Dilârâm, de echtgenote van de grootvizier van Bagdad. Naar verluidt zou deze grootvizier zijn hele vermogen bij een potje schaak vergokt hebben. Wanhopig zette hij bij een volgende partij zijn lievelingsvrouw, Dilârâm, in. Toen hij opnieuw dreigde te verliezen, fluisterde zij hem de verlossende combinatie in: "Offer je torens en red je vrouw".Murray 1913:311Yalom 2004:...

Het beeld dat uit deze en andere verhalen uit het oude islamitische en Perzische culturen naar voren komt, is dat kennis van het schaakspel een elegante verworvenheid was zoals vele andere; het stond op één lijn met, bijvoorbeeld, het bespelen van de luit, het kunnen reciteren van gedichten, en het kunnen meepraten over intellectuele onderwerpen. Dat waren dingen die mannen en vrouwen leerden. Dat gold speciaal voor de slavinnen die opgeleid werden om een geisha-achtige rol in het sociale leven te spelen. Deze vrouwen waren niet de eerste de beste schakers, zoals blijkt uit de door mannen gepende verhalen. In de verhalen uit de islamitische cultuur is dan ook geen enkele aanwijzing dat goed schaakspelen iets was dat exclusief aan mannen toegeschreven werd.Kruk in Reerink 2000:21 Sterker nog, in de tijd van de Moren werd geschaakt zonder onderscheid van sekse of religie.Yalom 2004:11

Introductie in Europa miniatuur|Schakende Moorse dames en een christelijke dame die de luit speelt, uit het Libro del ajedrez, dados y tablas van Alfons X van Castilië (13e eeuw) miniatuur|Twee schakende Spaanse dames, eveneens uit het boek van Alfons X van Castilië Tot de introductie van het schaakspel in Europa rond de eerste eeuwwisseling was er geen vrouwelijke schaakstuk op het bord. Het militaire schaakspel had toen de zogenaamde vizier als rechterhand van de koning. De vizier alsook stukken als de olifant vertegenwoordigden dingen die destijds onbekend waren in Europa, dus werd er naar passende alternatieven gezocht.

De positie van de koningin en dan met name die van een aantal zeer daadkrachtige dames in die tijd is een aannemelijke verklaring voor de vervanging van de vizier door de dame op het schaakbord: in Europa bestuurde het koningspaar min of meer op gelijkwaardige basis hun rijk. De koningin was hierbij een cruciaal adviespunt voor de koning en soms zelfs metgezel in oorlogen. Onder de bekendste van de machtige koninginnen bevonden zich Toda van Navarra, Adelheid, vrouw van Keizer Otto I de Grote en haar schoondochter, de Byzantijnse Theophanu, vrouw van Keizer Otto II die alleen regeerden, dan wel als zeer machtige regenten optraden en affiniteit met het schaakspel hadden.