thumb|De gemeente Fijnaart en Heijningen in 1867. Links is de Sabina-Henricapolder aangegeven, met aan de noordwestzijde Fort De Ruyter, het latere Fort Sabina.
De Sabina-Henricapolder is een circa 700 hectare grote polder in de gemeente Moerdijk in Noord-Brabant. De polder ligt aan het Volkerak, tussen Willemstad, Heijningen en de monding van de Dintel. Hij ontstond in 1787 door de bedijking van gorzen, riet- en weidevelden en slikken voor de toenmalige zeedijk van de polders Oude Heijningen en Elisabethspolder.
Ontstaan en naamgeving De gemeenschappelijke eigendom van de gorzen en aanwassen gaat terug tot 1651. In dat jaar verkocht Maria Elisabeth II van den Bergh, markiezin van Bergen op Zoom, de aanwasrechten op de gorzen en slikken ten westen van Heijningen aan Aarnout van Beaumont, heer van Cromstrijen en Numanspolder. Van Beaumont breidde het gebied in 1655 uit met buitengorzen langs de Elisabeth- en Juffrouwenpolder en met de Rolleplaat. De bezittingen werden vervolgens verdeeld in tien hoofdaandelen, waarvan de eigenaren gezamenlijk het beheer voerden.
De Sabinapolder en de Sabina-Henricapolder zijn twee afzonderlijk benoemde bedijkingen. In 1762 lieten de Eigenaren der Aanwassen onder Fijnaart het Hoge Gors voor de Elisabethspolder door een zomerdijk omsluiten. Ook de Rolleplaat werd in deze kleinere, bezomerdijkte polder opgenomen. De polder kreeg de naam Sabinapolder, naar Sabina Louisa Orizandt (1701–1772), weduwe van Henrik Van den Santheuvel. Zij bezat het grootste aandeel in de gorzen en had het initiatief tot deze bedijking genomen.
In 1784 werden plannen ontwikkeld voor de bedijking van een groter complex gorzen, rietvelden en weidegronden voor de polders West-Heijningen, Oude Heijningen en Elisabethspolder. Ter bevordering van de voorgenomen bedijking verleenden de prins van Oranje en de markies van Bergen op Zoom verschillende tijdelijke vrijstellingen van belastingen, cijnzen en andere heffingen.
Op 4 november 1786 kwamen de eigenaren voor een speciaal belegde vergadering bijeen in het Rotterdamse logement Het Zwijnshoofd. Daar besloten zij tot uitvoering van de bedijking en tot de naam Sabina-Henricapolder. De gesloten overeenkomst, die als uitgiftebrief van de polder fungeerde, bestond uit 31 artikelen. Daarin werden de rechten en verplichtingen van de eigenaren en toekomstige grondbezitters vastgelegd, evenals het voorlopige beheer van de polder, de latere verkaveling en de rechten op het planten van bomen langs wegen, dijken en dijkbermen.
Voor de uitvoering van de werkzaamheden werd een aanzienlijk bedrag geleend. De rente en aflossing werden betaald uit een omslag over de ingelanden en uit de opbrengst van de tienden. De bedijkingswerkzaamheden werden in 1787 voltooid. Daarmee werd het grootste gedeelte van de in 1651 en 1655 verworven gorzen, slikken en zogenoemde blikken tegen het water beschermd. In 1793 volgde de verkaveling, waarbij de gronden onder de deelnemende eigenaren werden verdeeld.
De archiefinventaris vermeldt dat de nieuwe polder vermoedelijk werd genoemd naar Sabina Henrica van den Santheuvel (1731–1805), dochter van Sabina Louisa Orizandt en weduwe van de kapitein-ingenieur en cartograaf Michiel Mattheus van Oosterzee. Ook naamkundige Karel Leenders noemt Sabina Henrica van den Santheuvel als naamgeefster. Waterstaatshistoricus Jan van den Noort geeft een andere verklaring en verbindt de naam met zowel moeder als dochter: Sabina zou verwijzen naar Sabina Louisa en Henrica naar Sabina Henrica. De Sabinapolder uit 1762 en de Sabina-Henricapolder uit 1787 moeten in ieder geval als twee afzonderlijk benoemde bedijkingen worden onderscheiden.
Bestuur en fort
thumb|right|upright=1.20|Fort Sabina Henrica in de noordwesthoek van de polder, met het omliggende polderlandschap, tussen 1920 en 1940.
Na de verkaveling in 1793 kwam de Sabina-Henricapolder onder een afzonderlijk dijksbestuur, dat aanvankelijk werd benoemd door de markies van Bergen op Zoom. Na de omverwerping van het ancien régime en de vestiging van de Bataafse Republiek verviel diens invloed en regelden de ingelanden het bestuur zelf. Vanaf 1815 kwam het benoemingsrecht toe aan de koning, omdat de polderdijk een belangrijke eerste waterkering vormde. Het bestuur bestond uit een dijkgraaf, drie gezworenen en een secretaris-penningmeester.
De financiële band met het voormalige markiezaat bleef aanvankelijk bestaan door het tiendrecht op het nieuwe land. In 1815 kochten de ingelanden dit recht voor 52.000 gulden af van de Staat der Nederlanden, die als rechtsopvolger van de markies optrad. De familie Van Oosterzee bleef bij het beheer betrokken. Mattheus Henrik Willem Joansz van Oosterzee (1792–1856), een kleinzoon van Sabina Henrica van den Santheuvel en Michiel Mattheus van Oosterzee, werd dijkgraaf van de polder. In de archiefinventaris bevinden zich particuliere brieven die hij in die hoedanigheid tussen 1824 en 1839 verzond.
Het waterschap Sabina Henricapolder werd in 1958 opgeheven en opgenomen in het nieuw gevormde Waterschap De Striene.
thumb|right|upright=1.20|Fort Sabina met de omringende gracht. Het fort werd in 1810–1811 in de noordwesthoek van de polder aangelegd.
In de uiterste noordwesthoek van de polder werd in 1810–1811 Fort De Ruyter aangelegd. In 1913 werd het fort hernoemd tot Fort Sabina Henrica, naar de polder waarin het ligt. De aanwezigheid van het fort vergrootte de invloed van de rijksoverheid in het gebied. Over het gebruik van de weg en de dijkberm langs de zeedijk bij de Oude Heijningse Haven ontstonden herhaaldelijk geschillen tussen het polderbestuur en de militaire Genie.
Waterhuishouding De uitwatering van de polder geschiedde aanvankelijk via een stenen spuisluis beneden de Prinslandse brug in de Dintel. Deze sluis was voorzien van puntdeuren en een schuif en had een doorvaartwijdte van 2,54 meter. In de buitenvliet van de sluis hief het waterschap gedurende een deel van de negentiende eeuw havengeld.
Later kon voor de uitwatering tevens gebruik worden gemaakt van de omstreeks 1885 bij het fort gebouwde inundatiesluis. Via de Heyningse of Helse Haven bestond daar een verbinding met het open water. Deze verbinding verdween omstreeks 1960, toen de zeedijk werd gesloten.
Aanvankelijk was geen gemaal nodig, omdat de gronden relatief hoog liggen en met behulp van sluizen voldoende konden worden ontwaterd. Het maaiveld ligt gemiddeld ongeveer een halve meter boven Normaal Amsterdams Peil (NAP). In het ontwateringsplan van 1958 werd voorzien in de bouw van een groter gemaal in de Elisabethspolder, dat tevens water uit de Sabina-Henricapolder zou uitslaan. Deze gezamenlijke waterhuishouding maakte deel uit van de reorganisatie waarbij verschillende polders tussen het Volkerak, het Hollandsch Diep, de Dintel en de Roode Vaart in één waterschap werden samengebracht.
Watersnoodramp van 1953 De 4090 meter lange zeedijk onder beheer van het waterschap werd in de loop der tijd verschillende malen verhoogd en versterkt. Tijdens de Watersnoodramp van 1953 ontstonden echter dijkdoorbraken over een gezamenlijke lengte van meer dan 1000 meter. Daarbij ontstond onder meer een stroomgat bij het fort en een gat van ongeveer 200 meter bij de Heyningse Haven. De polder overstroomde en het water kwam op sommige plaatsen enkele meters boven het maaiveld te staan. Vele bewoners verdronken.
In het zuidwesten beschadigde het binnenstromende water tevens de dijk langs de Dintel, waardoor het waterpeil in de rivier snel steeg. Ook de Slobbegorsedijk brak op twee plaatsen door, waarna de aangrenzende Elisabethspolder onder water liep. Het voorlopige herstel van de buitendijk duurde tot eind maart; op 8 april 1953 was de Sabina-Henricapolder weer droog.
Windenergie en infrastructuur Het Windpark Sabinapolder werd in 1995 in gebruik genomen met zeven windturbines. De oorspronkelijke turbines werden in 2009 vervangen door acht grotere turbines, elk met een vermogen van 0,85 megawatt en een ashoogte van 49 meter. Daarnaast ligt aan de Sabinaweg bij Heijningen het afzonderlijke Windpark Sabina-Henrica van Eneco. Dit windpark werd eind 2014 opgeleverd en bestaat uit drie turbines met een vermogen van 3 megawatt per turbine en een ashoogte van 105 meter.
Het verkeersknooppunt Sabina is eveneens naar de polder vernoemd. Het vormt de verbinding tussen de A4, A29 en A59.
Categorie:Geografie van Moerdijk Categorie:Polder in Noord-Brabant