De Lincoln Mark Series is een serie exclusieve personenwagens die door de Amerikaanse autofabrikant Lincoln, onderdeel van de Ford Group, aangeboden werden van 1956 tot 1960 en van 1969 tot 1998. De voertuigen werden gepositioneerd boven de reguliere Lincoln-modellen en waren meestal de duurste auto's van hun tijd binnen de Ford Group.

De aanduiding van de modellen was door de jaren heen niet uniform en geeft in meerdere opzichten aanleiding tot verwarring. Meestal werden de auto's niet als Lincoln maar als Continental verkocht.

De voertuigen van de Mark-serie waren hoofdzakelijk coupés, van sommige generaties werden ook sedans en cabriolets aangeboden. Vanaf 1969 concurreerden de Mark Coupés in het segment van de zogenaamde Personal luxury cars met de Cadillac Eldorado en de Chrysler Imperial.

De productie van de laatste Mark Coupés eindigde in 1998, nadat de vraag aanzienlijk was gedaald. In 2002 werd ook de productie van de Cadillac Eldorado stopgezet, waarmee voorlopig een einde kwam aan het hoofdstuk van de Amerikaanse Personal Luxury Coupés.

Een bijzonder designkermerk van alle Mark-modellen is de grote uitstulping in het kofferdeksel waardoor het lijkt alsof er een rechtopstaand reservewiel onder zit. Dit was een hommage aan de originele Lincoln Continental, waar een reservewiel in een metalen omhulsel op de kofferbak gemonteerd was.

Geschiedenis De naam Continental werd voor het eerst gebruikt in 1940 voor een variant van de Lincoln-Zephyr. Alhoewel deze variant door verzamelaars soms de Mark I genoemd wordt is zijn officiële naam gewoon Lincoln Continental. De modelaanduiding "Mark" werd pas voor het eerst gebruikt bij de introductie van de Continental Mark II.

De meeste auto's uit de Mark-serie werden door Ford niet als Lincoln aangeduid, alhoewel ze gebouwd werden door de Lincoln-Mercury-divisie. Tot begin jaren tachtig werd de term Continental gebruikt als merk- en modelnaam, aangevuld met een toevoeging in Romeinse cijfers (Mark II tot en met Mark VI). Vanaf 1983 werd Lincoln gebruikt als merknaam (Mark VII en Mark VIII).

Het besluit om de Mark Coupés als Continental en niet als Lincoln op de markt te brengen vindt zijn oorsprong in de Continental Division, een dochteronderneming van de Ford Motor Company die tussen 1952 en 1960 bestond en de eerste naoorlogse Mark produceerde. Alle latere modellen zouden deze traditie voortzetten, zelfs nadat de Continental-divisie in 1960 volledig was opgegaan in de Lincoln-Mercury-divisie. Daarom worden de modellen uit de jaren 1956 tot 1960 meestal vermeld als Continentals terwijl de nieuwe Mark-serie die gelanceerd werd in 1969 wordt toegewezen aan Lincoln.

De naamgeving van de Mark-serie is op verschillende manieren misleidend. Niet alleen veranderde in 1983 de naam van de Mark-serie van Continental Mark in Lincoln Mark, bovendien werd ook voor de standaardmodellen van Lincoln vanaf 1961 de term Continental gebruikt. Daar was Continental dus gewoon een modelnaam.

Ook de nummering zorgde voor verwarring. Het eerste model in de Mark-serie kreeg om marketingredenen meteen de toevoeging "Mark II", om te benadrukken dat het voertuig de spirituele opvolger was van de originele Continental uit 1940. Bovendien was de nummering van de individuele Mark-modellen tegenstrijdig: in 1958 verscheen de Continental Mark III, die gebaseerd was op de Lincoln Premiere en aangeboden werd als sedan, coupé en cabriolet. Zijn opvolgers uit 1959 en 1960 heetten respectievelijk Continental Mark IV en Continental Mark V. Toen Lincoln in 1968 met een nieuwe Personal Luxury Car op de markt kwam werd dit model opnieuw de Continental Mark III genoemd omdat Ford wilde voortbouwen op de reputatie van de Continental Mark II uit 1956. Tegelijkertijd werden de modellen uit 1958 tot 1960 door het bedrijf genegeerd, daarom worden ze in de Amerikaanse vakpers soms aangeduid als "The lost Marks".

Modellen Continental Mark II (1956-1957)

De Continental Mark II was het topmodel van de Ford Group dat van 1956 tot 1957 gebouwd werd door de Continental-divisie, die speciaal voor dit doel was opgericht. De naam was bedoeld om de wagen samen met de Lincoln Continental uit 1940 in een overkoepelend luxesegment te plaatsen. Dit segment zou later bekend worden als het segment van de Personal Luxury Car.

De Continental Mark II was niet ontworpen als de grootste of krachtigste, maar eerder als de meest luxueuze en elegante Amerikaanse auto van zijn tijd. Terwijl concurrerende merken experimenteerden met chroom en forse staartvinnen, zag de Mark II er met zijn strakke, ingetogen lijnen heel Europees uit. Alhoewel de Continental Mark II officieel een Continental was en geen Lincoln, werd de wagen wel via het Lincoln-dealernetwerk verkocht en onderhouden.

De wagen werd aangedreven door een 6,0-liter V8-motor met 285 of 300 pk (SAE gross), gekoppeld aan een drietraps automatische transmissie. Beide werden door Lincoln geleverd.

De Mark II werd grotendeels met de hand gebouwd en was onderworpen aan de strengste kwaliteitsnormen. Door het complexe fabricageproces kostte de Mark II destijds evenveel als een Rolls-Royce of twee Cadillacs.

Beroemde Mark II-bezitters waren Elvis Presley, Frank Sinatra en de sjah van Perzië.

Van de Mark II werden er 1.769 coupés en twee cabriolets gebouwd.

Continental Mark III tot V (1958-1960): The lost Marks

De onafhankelijkheid van het merk Continental eindigde met de stopzetting van de Mark II in de zomer van 1957. Van 1958 tot 1960 gebruikte Ford het merk echter voor bijzonder luxueuze uitvoeringen van de toenmalige Lincoln-modellen. De Continental Mark III (1958), Mark IV (1959) en Mark V (1960) verschilden van de goedkopere Lincoln Premiere alleen door de extra chromen versiering en de vormgeving van het dak: de Continental-modellen hadden een achterwaarts hellende achterruit die elektrisch kon neergelaten worden (het zogenaamde Breezeway Window).

De Mark III-V waren bij de eerste modellen van de Ford Group die een zelfdragende carrosserie hadden. De wagens werden aangedreven door een 7,0-liter "MEL" V8-motor met een vermogen van 375 pk (SAE gross). Dezelfde motor werd ook gebruikt door Lincoln, Mercury en de Ford Thunderbird. Het motorvermogen werd overgebracht naar de achteras via een drietraps automatische transmissie. In 1959 werd het vermogen gereduceerd tot 350 pk en in 1960 tot 315 pk. Van alle personenwagens die ooit door de Ford Group gebouwd zijn hebben deze Continentals de grootste wielbasis.

Wegens de recessie die in 1958 in de VS begon werden er slechts weinig verkocht: 10.275 Mark III-exemplaren in 1958, 7.851 Mark IV-exemplaren in 1959 en 11.056 Mark V-exemplaren in 1960. Van 1961 tot 1968 werd er geen Continental Mark gemaakt.

Continental Mark III (1968-1971)

In april 1968 bracht Ford de Continental Mark III uit. Hoewel deze nieuwe Personal Luxury Coupé door de Lincoln-Mercury divisie gebouwd werd, besloot Ford om marketingredenen de naam Lincoln achterwege te laten en de wagen gewoon Continental Mark III te noemen. Ford negeerde daarbij de Continental Mark III tot V van 1958 tot 1960 in de nummering om de nieuwe Mark III in de markt te zetten als de directe opvolger van de Mark II luxecoupé uit de jaren vijftig. In dit verband was Henry Ford II van mening dat de zware, onaantrekkelijke modellen van eind jaren vijftig de naam Continental niet waardig waren.

De Mark III concurreerde rechtstreeks met de nieuwe Cadillac Eldorado die in 1966 werd uitgebracht. De Mark III gebruikte hetzelfde chassis als de Ford Thunderbird, met daarop een carrosserie met een lange motorkap, een strak passagierscompartiment en een korte achterkant. De neus was voorzien van een opvallend, hoekig radiatorrooster in de stijl van Rolls-Royce en koplampen die verborgen zaten achter koplampdeksels wanneer ze niet in gebruik waren. Het kofferdeksel had een halfronde uitstulping, wat de indruk gaf dat er een staand reservewiel onder zat. Dit was echter gewoon een designkenmerk, het reservewiel lag eigenlijk gewoon in de kofferbak.

Net als bij de standaard Lincoln-modellen werd de Continental Mark III aangedreven door een 7,5-liter V8-motor met 365 pk (SAE gross). Optioneel konden onder meer het Sure-Track antiblokkeersysteem (ABS) en een sperdifferentieel geleverd worden. De wagen bood het grootst mogelijk comfort voor de inzittenden: de ramen en zetels werden elektrisch bediend en er was ook stuur- en rembekrachtiging. Om het voertuiggeluid zoveel mogelijk te verminderen werd er 75 kg isolatiemateriaal gebruikt. De zetels waren bekleed met leer en voor het dashboard, dat aanvankelijk in imitatiehout was uitgevoerd, werd vanaf 1970 echt walnoothout gebruikt. Het klokje was van Cartier, de samenwerking met dit luxemerk moest de exclusiviteit van de Lincoln en Continental voertuigen vergroten.

In 1970 werden een aantal wijzigingen aangebracht: voor het eerst was een vinyl dak standaard en de ruitenwissers waren voortaan volledig weggewerkt. Het interieur kreeg een vergrendelbare stuurkolom en driepuntsgordels vooraan. In 1971 werd automatische klimaatregeling standaard.

Er werden in totaal ongeveer 79.000 exemplaren geproduceerd.

Continental Mark IV (1971-1976)

In 1971 lanceerde Ford de Continental Mark IV. De wagen was technisch nauw verwant aan de toenmalige Ford Thunderbird. Beide voertuigen deelden het chassis, de aandrijflijn en de carrosseriestructuur. Om de productiekosten verder te reduceren hadden de twee modellijnen een gemeenschappelijke daklijn. De Mark IV kreeg wel andere carrosseriepanelen.

De carrosserie van de Mark IV volgde opnieuw het zogenaamde "Long Nose Short Deck"-principe: de motorkap van de Mark IV was nog langer dan die van de Mark III en het achterste gedeelte was nog korter. De pseudo-reservewieluitsparing in het kofferdeksel bleef behouden, net als de afgedekte koplampen en het radiatorrooster in Rolls-Royce-stijl dat wel smaller werd. Aanvankelijk werd de voorbumper in het midden verlaagd om een hoger radiatorrooster mogelijk te maken. Vanaf modeljaar 1973 werden wettelijk verplichte veiligheidsbumpers gemonteerd die horizontaal liepen waardoor een hoger radiatorrooster niet langer mogelijk was. Voor het eerst werd ook het zogenaamde Opera Window geïntroduceerd, een ovaal venster in de C-stijl dat een typisch designelement van de Mark-serie zou worden.

De aandrijflijn bleef ongewijzigd: een 7,5-liter V8-motor van Lincoln. Het aangegeven motorvermogen van 212 pk was lager dan bij de vorige generatie, enerzijds omdat vanaf 1972 het aantal pk in nettowaarden opgegeven werd, anderzijds omdat Lincoln onder invloed van de veranderende emissienormen het motorvermogen moest beperken door een kleinere carburateur en inlaatspruitstuk te gebruiken.

Over het algemeen was de Continental Mark IV een heel grote auto die, net als zijn voorganger, veel zwaarder was dan de standaardmodellen van Lincoln. Hoewel de Mark IV langer en breder was dan de Mark III bood hij aanzienlijk minder passagiers- en kofferruimte.

Vanaf modeljaar 1976 introduceerde Lincoln speciale versies van de Mark IV, waarvan het ontwerp uit de handen kwam van beroemde modeontwerpers. Er waren versies van Bill Blass, Cartier, Hubert de Givenchy en Emilio Pucci, die elk hun eigen lakwerk en interieuraankleding hadden. De modellen uit deze Designer Series waren $ 1.500 tot $ 2.000 duurder dan de standaard Marks.

In vijf jaar tijd werden er meer dan 278.000 exemplaren van de Mark IV gebouwd.

Continental Mark V (1977-1979)