De Hebreeuwse Bijbel (ook wel Tenach of Oude Testament genoemd) bevat een aantal verwijzingen naar verkrachting en andere vormen van seksueel geweld, zowel in de Wet van Mozes als in de historische boeken en de profetische poëzie.

Onderzoeksgeschiedenis Tot diep in de 20e eeuw hebben de meeste vertalers en commentatoren geen enkele tekst in de Hebreeuwse Bijbel aangemerkt alsof ze seksueel gewelddadige handelingen (zoals verkrachting) bevatten, dat wil zeggen, seksuele handelingen die worden uitgevoerd zonder consent van beide deelnemers. Sommige narratieven zoals die van Simson en Delila (Rechters 16) en Sichem en Dina (Genesis 34) werden zelfs geïnterpreteerd als liefdesverhalen (bijvoorbeeld over schaking) in plaats van verkrachtingsverhalen. Een voorbeeld van een zeldzame uitzondering hierop is een bewering van Thomas Paine, die in The Age of Reason (1795) beweerde dat Mozes in Numeri 31 de Israëlieten beval om alle Midjanieten te doden behalve de maagdelijke meisjes, die ze voor zichzelf mochten houden om er in Paines woorden debauchery ('zedeloosheid, ontucht') mee te plegen: "Onder de verfoeilijke schurken die in welke periode van de wereld dan ook de naam van de mensheid te schande zouden hebben gemaakt, is het onmogelijk om een grotere te vinden dan Mozes, als dit verhaal waar is. Hier staat een bevel om de jongens af te slachten, de moeders uit te moorden en met de dochters ontucht te plegen". In An Apology for the Bible (1796) probeerde Richard Watson, de bisschop van Llandaff, Paines argumenten te weerleggen: "Ik zie in deze passage niets dan goed beleid, in combinatie met mededogen. (...) De meisjes werden niet voorbehouden om er ontucht mee te plegen, maar voor slavernij." (8e editie) Hoe dan ook, Paine richtte zich niet zozeer op seksueel geweld, maar bekritiseerde christelijke ethiek in het algemeen. Johannes Pedersens werk Israel, Its Life and Culture (1926–1940, oorspronkelijk in het Deens), dat vaak door wetenschappers wordt geciteerd voor informatie over de seksuele moraal onder de Israëlieten, rept nergens over verkrachting, alleen maar 'verboden gradaties van relaties'. Verscheidene Bijbelpassages die later breed erkend zijn als 'verkrachtingsteksten' werden door Pedersen 'ongepaste huwelijksarrangementen' genoemd.

Pas in de late jaren 1970, ten tijde van de tweede feministische golf die de antiverkrachtingsbeweging op gang bracht, bereikten feministische onderzoekers de consensus dat sommige teksten in de Hebreeuwse Bijbel verwezen naar verkrachting; zo werden de verhalen over de bijvrouw van de Leviet en de Benjaminitische maagdenroof in Jabes-Gilead en Silo (Rechters 19–21) als groepsverkrachtingen erkend. Ze waren het aanvankelijk echter nog niet eens over de vraag of sommige narratieven zoals Dina (Genesis 34) en Hagar seksueel geweld beschreven of niet. Enkele van de bekendste werken uit deze ontstaansperiode van de Bijbelse verkrachtingsliteratuur waren: Phyllis Trible, Texts of Terror: literary-feminist readings of Biblical narratives (1984), de eerste feministische wetenschappelijke publicatie waarin werd gesteld dat Hagar (Genesis 16; 21), Tamar (2 Samuel 13) en de bijvrouw van de Leviet (Rechters 19) verkrachtingsnarratieven waren. J. Cheryl Exum, Fragmented Women: Feminist (Sub)versions of Biblical Narratives (1993) over de vrouw-zus-verhalen in Genesis 12, 20 en 26, Dina (Genesis 34), Simson en Delila (Rechters 16), de bijvrouw van de Leviet (Rechters 19) en Batseba en Koning David (2 Samuel 11) als verkrachtingsverhalen. Renita J. Weems, Battered Love: Marriage, Sex, and Violence in the Hebrew Prophets (1995) over seksueel geweld in huwelijksmetaforen in de profetische boeken Hosea, Jeremia en Ezechiël. Jonathan Kirsch, The Harlot by the Side of the Road: Forbidden Tales of the Bible (1997) over de dochters van Lot (Genesis 19), Dina (Genesis 34) en Tamar (2 Samuel 13) als drie verkrachtingsverhalen.

Met betrekking tot de houding die de Hebreeuwse Bijbel aanneemt ten opzichte van verkrachting, met name de sekswetten in hoofdstukken 20 tot en met 22 in Deuteronomium, zijn er twee scholen ontstaan. In het ene kamp zijn er wetenschappers te vinden zoals Richard Elliott Friedman en Shawna Dolansky, die in The Bible Now (2011) schreven: "Wat boven twijfel zou moeten staan is de Bijbelse opvatting over verkrachting: het is vreselijk. Het wordt afgekeurd in de verhalen van de Bijbel. Het wordt niet getolereerd in de wetten van de Bijbel." In het andere kamp verkeren wetenschappers zoals Harold C. Washington, die in "'Lest he die in the battle and another man take her': Violence and the construction of gender in the laws of Deuteronomy 20–22" (1998) concludeerde: "De wetten verbieden seksueel geweld niet; in plaats daarvan bepalen ze slechts onder welke voorwaarden een man verkrachting mag plegen."

Terminologie Wetenschappers zoals Susanne Scholz (2021) hebben erop gewezen dat de betekenis van woorden in de Hebreeuwse Bijbel altijd afhankelijk is van hun context en dat Bijbelvertalers of commentatoren termen vaak verkeerd interpreteren, belangrijke nuances missen of eufemismen gebruiken om seksueel geweld te beschrijven. Zelfs in hedendaags Engels duidt het werkwoord to rape niet per se altijd op seksueel geweld, maar kan metaforisch gebruikt worden bij een beschrijving van een zeer onplezierige maar niet-seksuele ervaring waaraan men wordt onderworpen. Zo zal een Hebreeuws werkwoord zoals עָנָה anah meestal 'verkrachten' of 'seksueel dwingen/mishandelen' betekenen, maar in sommige niet-seksuele contexten kan het beter vertaald worden als 'onderdrukken', 'verzwakken' enzovoort. Omgekeerd kunnen woorden die normaal gesproken niet seksueel zijn gebruikt worden om iets seksueels uit te drukken; een werkwoord zoals עָשַׁק 'āšaq betekent doorgaans 'verpletteren, verwoesten, onderdrukken', maar in een bepaald Bijbelvers (Jesaja 23:12) betekent het misschien eigenlijk 'verkrachten' in combinatie met de term 'maagdelijke dochter', omdat die laatste een speciale seksuele betekenis heeft. Klassiek Hebreeuws zit ook vol seksuele volkstaal en eufemismen die voor moderne lezers misschien moeilijk te begrijpen zijn. 'Liggen met', 'kennen', 'komen naar' en 'de schaamdelen ontbloten van' zijn enkele voorbeelden van werkwoorden die in bepaalde contexten 'seks hebben met' betekenen. Zulke frasen impliceren niet per se dat de ene persoon de ander tot seks dwingt; het zou ook consensuele seks kunnen beschrijven. Maar met name als de context van het narratief vormen van dwang (zoals geweld en intimidatie) jegens iemand toevoegt, of beweert dat dit als 'straf' dient, dan wordt 'verkrachten' een plausibele vertaling. Eveneens kunnen zelfstandige naamwoorden zoals 'rokjes', 'naaktheid' en 'schaamte' eufemismen zijn voor 'vrouwelijke genitaliën'.

Werkwoorden die 'verkrachten' of 'seks hebben' kunnen betekenen עִנָה inah = (expliciet) verkrachten, [seksueel] dwingen, verontreinigen, schenden, onteren, mishandelen, kwellen, vernederen, onderdrukken, onderwerpen, verzwakken. Betekent waarschijnlijk 'verkrachten' in Rechters 20:5 en 2 Samuel 13:14. עָשַׁק 'āšaq = verpletteren, verwoesten, onderdrukken, (+ maagd) verkrachten? (Jesaja 23:12) בּוֹא bô = komen naar, (eufemisme) seks hebben met, binnengaan, (ergens iets) insteken/invoegen, brengen (naar), gaan, ondergaan (de zon) גָּלָה gālâ = (naaktheid/schaamdelen) ontbloten, (kleren) uitkleden/uittrekken/uitscheuren/afscheuren, (impliciet) verkrachten נָבֵל nābal (pi'el) = (expliciet) seksueel mishandelen, onteren, vernederen, laag maken, met minachting behandelen, te schande maken, tot schande strekken פִּתָה pitâ, pithah = lokken, verleiden, overhalen, misleiden, voor de gek houden, vleien? (Spreuken 20:19), overwinnen? (Ezechiël 14:9), verlokken? (Hosea 2:14), (in pi'el (voegt dwang toe)) seksueel dwingen/opdringen? (Rechters 14:15, Rechters 16:5, Hosea 2:14) soms gecombineerd met חָזַק ḥāzaq, chazaq = sterk(er) zijn, sterk/machtig worden, overwinnen/overvallen, (vast)grijpen/vangen, vasthouden/arresteren, versterken/verharden (zichzelf, iemand anders of een voorwerp, bijvoorbeeld het hart van de farao in Exodus 4–14), repareren/versterken (een verdedigingswerk, 2 Koningen 12, 2 Kronieken 11;24;26, Nehemia), moedig zijn, aanmoedigen/overhalen. Onderzoekers twisten over de vraag of de combinatie van פָּתָה pātâ en חָזַק ḥāzaq, bijvoorbeeld in Jeremia 20:7, moet worden opgevat als verkrachting of niet. רָאָה rā'â = zien (ontblote genitaliën), (impliciet) verkrachten שָׁגַל šāgal = (vulgair) (ont)roven/ontvoeren/wegvoeren, verkrachten, schenden (eufemistische vertaling) liggen met, slapen met, beslapen (Deuteronomium 28:30, Jesaja 13:16, Jeremia 3:2, Zacharia 14:2) שָׁכַב šākab = (gaan) liggen, slapen, (eufemisme) liggen/slapen met, naar bed gaan met, (+ dwang) verkrachten (bijvoorbeeld in Genesis 34:7, Rechters 19–21 en 2 Samuel 13:12). סוּר sur = (kleren of andere voorwerpen) verwijderen/uittrekken, wegnemen/wegleggen, onthoofden, (af)scheiden, wegkeren/afkeren (of: afwijzen, weigeren), terugtrekken/intrekken, vertrekken/weggaan טָמֵא tame = (passief) onrein worden, onrein verklaard worden, (actief, passief of wederkerig) (iemand, zichzelf) verontreinigen / verontreinigd worden, (impliciet) onrechtmatige seks hebben met iemand / onderworpen worden aan onrechtmatige seks door iemand (door verleiding of verkrachting) תָּפַשׂ tāphaś = (mee)nemen, vangen, innemen/veroveren, grijpen/graaien, vastgrijpen/vastpakken, in handen krijgen, arresteren/tegenhouden, bezetten, ontheiligen/schenden/misbruiken, (een voorwerp) hanteren/vasthouden/bespelen צָחַק tsachaq = (positief) lachen, grapjes maken (over), zich amuseren, strelen / liefde bedrijven / seks hebben (Genesis 26:8), spelen יָדַע yada = kennen, (eufemisme) seks(uele omgang) hebben met, (eufemisme) (+ dwang) verkrachten soms gecombineerd met מִשְׁכָּב miš-kaḇ ("bed", in de omgangstaal "(gaan) liggen") = (letterlijk) kennen in bed, (oudere Bijbelvertalingen) intiem/vleselijk kennen / kennen door (er)mee te liggen, (moderne Bijbelvertalingen) seks(uele omgang) hebben met (bijvoorbeeld Numeri 31:18, waar de zinsnede 'vrouwenkinderen die geen man in bed hebben gekend' soms simpelweg als 'maagdelijke meisjes' wordt vertaald) זָנָה zanah = (pejoratief) zich als een hoer gedragen, voor hoer spelen, hoererij plegen, ontucht plegen, onrechtmatige seks hebben, ontrouw/overspelig zijn, vreemdgaan

Zelfstandige naamwoorden voor genitaliën בָּ֫טֶן beṭen = baarmoeder, buik עֶרְוָה 'erwâ, ervah = naaktheid, schaamdelen, onbedekt vlees, genitaliën חֶרְפָּה ḥerpâ, cherpah = schaamte, vagina מַ֫עַר ma'ar = naaktheid, schaamdelen, genitaliën פּוֹת pōt = (alleen in Jesaja 3:17, vulgair) kut, (eufemistische vertaling) schaamdelen, voorhoofd/schedel, (alleen in 1 Koningen 7:50) deurschanier שֹׁ֛בֶל šō-ḇel = rokje (ook eufemisme voor vrouwelijke genitaliën)

Zelfstandige naamwoorden voor vernedering נְבָלָה nebalah = verkrachting, schandelijke daad / ding, dwaasheid, wreedheid, gekte קָלוֹן qālôn = schande, oneer, schaamte (ook eufemisme voor vrouwelijke genitaliën) רֹ֫אּי roi = (pejoratief) publieke vernedering/blamage, schouwspel, vertoning

Voorbeelden Genesis Genesis 19 thumb|280px|Jan Wellens de Cock, Lot en zijn dochters.

Genesis 19 bevat een poging tot groepsverkrachting. Twee engelen kwamen aan in de stad Sodom, waar Lot hen gastvrij behandelde. Maar de mannen van de stad kwamen naar Lots huis toe en eisten dat hij de twee gasten aan hen zou overhandigen zouden zij hen zouden kunnen verkrachten. Als antwoord zei Lot zoiets kwalijks zijn gasten niet aan te tonen, en bood de meute in plaats daarvan zijn twee maagdelijke dochters aan. De meute weigerde Lots aanbod, maar de engelen troffen hen met blindheid. Vervolgens ontvluchtte Lot met zijn gezin de stad, die door de god Jahweh werd verwoest.