Dit artikel beschrijft de wetenschappelijke consensus over het auteurschap van de Bijbel. De christelijke doctrine in dit verband gaat uit van inspiratie van de Bijbel.
Oude Testament Pentateuch 350px|thumb|De veronderstelde spreiding van inhoud naar auteur over de boeken Genesis, Exodus, Leviticus en Numeri volgens Richard Friedman.
Traditioneel is het auteurschap van de Pentateuch (Tora), oftewel eerste vijf Bijbelboeken van het Oude Testament, toegeschreven aan Mozes. Daarom stond Genesis ook wel bekend als "1 Mozes", Exodus als "2 Mozes", enzovoort. In de 19e eeuw gingen historisch-kritische wetenschappers zoals Julius Wellhausen de tekst nauwkeurig bestuderen om de compositie ervan te achterhalen en kwamen zo uit op de documentaire hypothese. Deze stelde dat er op zijn minst vier auteurs moeten zijn geweest voor deze vijf boeken, namelijk de Jahwist (J), de Elohist (E), de Priestercodex (P) en de Deuteronomist (D), die vervolgens door een Redacteur (R) zijn samengesteld. Latere wetenschappers hebben de hypothese verder uitgewerkt en zijn tot conclusies gekomen dat het nog ingewikkelder zit, zoals een Heiligheidscodex (H) of Heiligheidsschool (HS) die nog los van P staat.
Historische boeken Moderne wetenschappers denken dat wat er aan betrouwbaar materiaal te vinden is in de zogeheten historische boeken een periode van het einde van het tweede millennium tot in de 4e eeuw v.Chr. beschrijft, dat echter vaak pas lang na de vermeende gebeurtenissen is opgeschreven en naderhand nog verschillende keren geredigeerd. Bovendien waarschuwen ze ervoor dat het belangrijk is om te proberen feit en fictie van elkaar te onderscheiden en dat de term 'historische boeken' met een korreltje zout dient te worden genomen.
Deuteronomistische geschiedenis
Martin Noth opperde het idee van een deuteronomistische geschiedenis: de eerste historische boeken (Jozua, Rechters (Richteren), 1 en 2 Samuel en 1 en 2 Koningen) zouden gelijktijdig en gezamenlijk zijn gecomponeerd door dezelfde auteur of groep auteurs en zich baseren op de theologie van het boek Deuteronomium. Het woordgebruik en de theologie in deze zes boeken lijken zo veel op elkaar dat er geen sprake van toeval zou kunnen zijn. Er is in de wetenschap nog geen consensus over of dit klopt. Er zijn overeenkomsten in theologie en thematiek tussen deze zes boeken onderling en met Deuteronomium, maar ook verschillen.
Kronieken en Ezra–Nehemia
In de Hebreeuwse Bijbel zijn 1 en 2 Kronieken slechts één boek getiteld 'Kronieken' en Ezra en Nehemia ook één boek (traditioneel 'Ezra' genoemd, in moderne tijden ook wel 'Ezra–Nehemia'). Volgens de traditionele opvatting had de priester Ezra ze allemaal geschreven. In de 19e eeuw en een groot deel van de 20e eeuw ging men er nog steeds vanuit dat Kronieken en Ezra–Nehemia van de hand van dezelfde schrijver of schrijverskring kwam. Maar de gangbare opvatting van moderne wetenschappers is dat de verschillen tussen Kronieken en Ezra–Nehemia groter zijn dan hun overeenkomsten en dat Ezra–Nehemia zelf een lange compositiegeschiedenis heeft die uit vele bronnen putte vanaf de vroege 4e eeuw tot in de hellenistische periode.
Ester (Hebreeuws en Grieks)
De Griekse versie van Ester wijkt significant af van de Hebreeuwse tekst en is niet simpelweg een vertaling van het Hebreeuwse origineel. In een extra stuk tekst, later bekend geworden als de Toevoegingen aan Ester, worden er verklaringen gegeven die antwoord moeten geven op vragen en die reageren op situaties in Alexandrië. Deze Toevoegingen – die later tot de deuterocanonieke boeken dan wel de apocriefen van het Oude Testament zijn gerekend – zijn veel religieuzer van aard dat het Hebreeuwse origineel, dat God niet eens noemt en slechts af en toe indirect naar het bovennatuurlijke verwijst.Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993–2002) s.v. "Ester [religie]". Microsoft Corporation/Het Spectrum. De Toevoegingen aan Ester worden gedateerd tot de 1e eeuw v.Chr. en zijn te Alexandrië geschreven in het Koinè-Grieks.
Zowel qua gebeurtenissen als qua stijl zijn er parallellen te trekken tussen het boek Ester en het Jozefverhaal uit Genesis 39–43.
Profetenboeken De profetenboeken worden zo genoemd omdat het auteurschap ervan traditioneel werd toegeschreven aan de profeten naar wie ze vernoemd zijn.Major and Minor Prophetic Books of the Bible. Gearchiveerd op 3 december 2021. Moderne onderzoekers denken echter dat de boeken zoals ze tot in de huidige tijd zijn overgeleverd het werk zijn van opeenvolgende generaties van schrijvers die hun inspiratie ontleenden aan de uitspraken van deze profeten. Deze auteurs waren actief tussen 750 v.Chr. en 450 v.Chr.Books Resources
Deuterocanonieke boeken Er is aardig veel bekend over waar, wanneer en in welke oorspronkelijk talen de deuterocanonieke boeken waarschijnlijk zijn geschreven, hoewel discussies hierover nog voortduren onder wetenschappers. Er is echter maar één auteur bij naam bekend die naar alle waarschijnlijkheid ook zelf het boek heeft geschreven dat naar hem genoemd is: Jezus Sirach, de schrijver van de Wijsheid van Jezus Sirach. In alle andere gevallen waarin de auteur zichzelf bij naam noemt, betreft het vermoedelijk pseudepigrafen. De overige schrijfsels zijn anoniem.
Nieuwe Testament
Volgens de traditie De geschiedenis ervan moet ongeveer zo gegaan zijn: tijdens het optreden van Jezus waren er veel ooggetuigen en misschien werden er door sommigen aantekeningen van de gebeurtenissen gemaakt, van de parabels en wonderen van Jezus tot en met de kruisiging en opstanding.Zie verder hierover ook Bron Q Aanvankelijk gebeurde de prediking van de apostelen en anderen, na de stichting van de eerste gemeente tijdens Pinksteren, mondeling. Toen er meerdere gemeenten waren gesticht in het Romeinse Rijk rezen er al snel problemen en onenigheden in deze nieuwe gemeenschappen van christenen. Paulus probeerde deze op te lossen door hierover verschillende brieven te schrijven en die naar deze 'probleemgemeenten' te zenden. Deze waren rond de jaren 50 en 60 de eerste geschriften die verzameld werden en gekopieerd omdat men vond dat deze brieven ook voor andere gemeenten nuttig konden zijn. Rond dezelfde tijd of iets later werden er door medewerkers van de apostelen, zoals Lucas en Marcus, of door apostel Matteüs zelf, schriftelijke verslagen verzameld en bewerkt en ooggetuigen ondervraagd over het leven en de leringen van Jezus. Dit werden de evangeliën die ook steeds werden gekopieerd en verdeeld over de diverse christelijke gemeenten. Rond deze tijd werden ook de overige brieven van apostelen geschreven. De jongste werken van het Nieuwe testament zijn waarschijnlijk het Evangelie volgens Johannes en Openbaring van Johannes geschreven tussen ongeveer 70 en 90.Ernst Aebi (1978): Korte inleiding tot de bijbelboeken, Internationale Bijbelbond, Prof. Dr. Frederic Fyve Bruce (1977): De betrouwbaarheid van de geschriften van het Nieuwe Testament, uitgever Internationale Bijbelbond - Telos Nederland () - Vertaling van (1946): Are the New Testament documents reliable?
Evangeliën De vier evangeliën bevatten beschrijvingen van het leven van Jezus Christus. Bij een vergelijking van deze evangeliën valt op dat het Evangelie volgens Johannes sterk afwijkt van de drie andere. De evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas bevatten veel beschrijvingen die in grote lijnen en soms zelfs woordelijk overeenkomen en worden daarom synoptische evangeliën genoemd. Deze overeenkomst wordt als volgt verklaard:
Synoptische evangeliën Jezus leefde in Galilea en in Judea, een streek met een sterke orale traditie. Dat wil zeggen dat ooggetuigen van zijn leven nieuwe volgelingen mondeling vertelden over zijn leven en daden. Aangezien de vroegste christenen een spoedige wederkomst van Jezus verwachtten, voelden zij geen behoefte een biografie van hun leider te schrijven. Zij bleven eenvoudig in Jeruzalem, wachtten op de wederkomst van Jezus en probeerden in de tussenliggende periode anderen ervan te overtuigen dat Jezus de Messias was door verhalen te vertellen over wat hij had gezegd en gedaan. Positief gesteld was dit een gebruikelijke manier om gegevens over Jezus' leven te bewaren. Deze vorm was echter vooral geschikt om Jezus' volgelingen te helpen bij hun verschillende handelingen. Negatief gesteld werden Jezus' woorden en daden uit hun context gehaald (Jezus' feitelijke leven en bediening) en geplaatst in een heel andere context (de prediking en leer van de discipelen).
De jaren verstreken en Jezus kwam niet terug. Op enig moment werden passages die regelmatig van pas kwamen bij het evangelisatiewerk opgeschreven. Sommige daarvan werden op onderwerp samengevoegd. Deze (nog altijd korte) passages worden perikopen genoemd. Dit zijn de bouwstenen van de synoptische evangeliën. Met de groei en verspreiding van het vroege christendom groeiden ook deze perikopen en begonnen ze onderling te verschillen. Op een verder punt in de tijd werden deze perikopen samengevoegd tot proto-evangeliën. Deze term duidt werken aan die redelijk afgeronde verhalen inzake Jezus' leven beschreven, een serie perikopen, maar nog niet het volledige verhaal.
Uiteindelijk werd het eerste evangelie geschreven. De meeste onderzoekers denken dat dit Marcus was, kort na 60. Tussen 70 en 90 werden ook Matteüs en Lucas geschreven.Over de datering van de synoptische evangeliën, zie E.P. Sanders en M. Davies (1989): Studying the Synoptic Gospels, blz. 5-21 Een belangrijke theorie is dat deze evangeliën zich (ook) baseerden op een gezamenlijke bron, de zogenaamde bron Q.
Het is van belang te benadrukken dat het niet bekend is hoe dit exact is gegaan. Dit proces wordt herleid vanuit het eindproduct. Vast staat dat de uiteindelijke auteurs perikopen verplaatsten, want in het ene evangelie verschijnen ze in de ene en in het andere evangelie in een andere context. Dit gebeurde in de voorgaande tientallen jaren. Het staat niet vast dat er fysiek perikopen bestonden, maar dit is te herleiden uit het feit dat het materiaal soms chronologisch, soms op onderwerp in de evangeliën verschijnt.
Het beschikbare materiaal toont aan dat de evangeliën anoniem werden geschreven en zonder toeschrijving aan een auteur bleven tot het midden van de 2e eeuw.E.P. Sanders en M. Davies (1989): Studying the Synoptic Gospels, blz. 7-15, 21-24
Evangelie volgens Johannes Zowel de verhaallijn als de aan Jezus toegeschreven uitspraken in Johannes verschillen sterk van de synoptische evangeliën: De synoptische evangeliën verhalen veelvuldig van exorcisme, Johannes niet één keer. In de synoptische evangeliën weigert Jezus een "teken" van zijn autoriteit te verschaffen,Zie bijvoorbeeld Marcus 8:11 e.v. terwijl dit in Johannes juist een van de belangrijkste kenmerken is.Zie bijvoorbeeld Johannes 2:11, 23; 3:2; 4:48, 54; 6:2, 14; 7:31; 9:16; 11:47; 12:8, 37; 20:30 Het belangrijkste thema van de synoptische evangeliën is het Koninkrijk van God, terwijl dit in Johannes slechts één keer voorkomt in 3:3-5. Een uiterst belangrijk verschil tussen de synoptische evangeliën en Johannes is het verschil in stijl. Waar de synoptische evangeliën spreken in termen van "is als" ("Gods Koninkrijk is als" ... het volgende verhaal), spreekt Johannes meestal in de beroemde vorm "ik ben" (zoals in 6:35 en 15:1). Zo bevat Johannes ook geen verhalen, geen handelingen die illustreren hoe God met mensen handelt. Net als er geen parabelen als in de synoptische evangeliën voorkomen in Johannes, komen er geen metaforen voor in de synoptische evangeliën zoals in Johannes. De bediening van Jezus lijkt zich in de synoptische evangeliën binnen twaalf maanden af te spelen, terwijl in Johannes deze minimaal twee jaar duurde. Johannes plaatst het merendeel van Jezus' leven in Judea, de synoptische evangeliën in Galilea.