De klein hoefblad-beemdgrasroest of de beemdgrasroest (Puccinia poarum) is een roest, die behoort tot de familie Pucciniaceae en die planten aantast.Puccinia poarum. Accessed : 2010-08-17. Gearchiveerd op 17 mei 2022. De soort komt voor in Eurazië, Noord- en Zuid-Amerika.

Deze schimmel vormt in de generatieve fase gele tot oranjerode, 1-2 cm grote sporenhoopjes (aecia) op de achterkant van de bladeren van klein hoefblad. Stubbs, F. B. Edit. (1986) Provisional Keys to British Plant Galls. Pub. Brit Plant Gall Soc., page 70, In de vegetatieve fase worden grassoorten aangetast, zoals veldbeemdgras.Bioimages. Accessed : 2010-08-17 https://web.archive.org/web/20100308060837/http://www.bioimages.org.uk/html/t1848.htm |date=2010-03-08 P. poarum is genetisch zeer verschillend en tast ongeveer zeventig verschillende gastheren aan.Fungal database : Accessed 2010-08-17 https://web.archive.org/web/20070130123212/https://nt.ars-grin.gov/fungaldatabases/ |date=2007-01-30

Levenscyclus De levenscyclus bestaat uit vijf stadia, die op twee verschillende waardplanten doorlopen worden.

Op de grasplant vindt de vegetatieve fase plaats en worden teleutosporen, basidiosporen en uredosporen gevormd en op klein hoefblad vindt de generatieve fase plaats, waarbij spermatiën en aecidiosporen gevormd worden.

In de generatieve fase worden op de tussenwaardplant klein hoefblad grote, ronde, gele of oranjerode aecia gevormd, die uitsteken aan de onderkant van de bladeren.Hancy, Page 106 De vlekken hebben vaak een paarse rand en soms in het midden een gat. Op de achterkant van het bladoppervlak vormen zich op elke infectieplaats 20-30 komvormige aecia. Op de voorkant van het blad veroorzaakt de infectie een vlakke, gele cirkel. Spermogonia kunnen ook aanwezig zijn.Redfern, Page 260

Beschrijving mycelium en sporen Het mycelium van Puccinia poarum groeit zoals alle Puccinia-soorten intercellulair en vormt haustoria, die in het weefsel van de gastheer groeien. De aecia hebben 20–27 × 18–24 µm grote, brede ellipsvormige tot bolvormige en doorzichtig-geelachtige aecidiosporen. De licht oranjegele urdosoriën groeien aan de bovenzijde op de bladeren van de waardplant. Hun lichtgele tot bijna kleurloze uredosporen zijn meestal ellipsvormig tot eivormig, 23-30 × 17-24  µm groot en fijn stekelig. De telia, die aan de achterkant van de bladeren groeien, zijn lange tijd door de epidermis bedekt. De goud- tot hazelnootbruine teleutosporen van de schimmel zijn een- tot tweecellig, meestal lang, cilindrisch tot ovaal en 40–58 × 17–25 µm groot. Hun steel is geelachtig tot kleurloos en tot 15 µm lang. thumb|450px|Levenscyclus van de zwarte roest (vergelijkbaar met die van Puccinia poarum)

Hyperparasiet Van klein hoefblad-beemdgrasroest kunnen de aecia geparasiteerd worden door Tuberculina persicina en de urediniosporen door de larven van de muggensoort Mycodiplosis coniophaga.

Synoniemen Puccinia conspicua Mains 1933 Puccinia liatridis Bethel 1934 Pleomeris poarum (E. Nielsen) Aecidium tussilaginis Aecidium compositarum var. tussilaginis (Pers.)

Forma specialis De volgende forma specialis wordt onderscheiden: Oranje-strepen roest (Puccinia poarum f.sp. poarum) op veldbeemdgras

Externe links Verspreiding in Nederland FLORON Afbeeldingen ook van spermagonia Nederlands Soortenregister Beschrijving met foto's

Categorie:Pucciniaceae Categorie:Plantenziekte Categorie:Schimmelsoort