Épinac is een gemeente in het Franse departement Saône-et-Loire (regio Bourgogne-Franche-Comté). De plaats maakt deel uit van het arrondissement Autun. Épinac telde op inwoners.

Geschiedenis De plaats ontstond in de middeleeuwen bij het kasteel van Monestoy. Nicolas Rolin werd in 1429 heer van Monestoy en hij liet het kasteel verbouwen. In de zestiende eeuw kwamen het kasteel en de heerlijkheid in het bezit van de familie d'Épinac. De naam Épinac kwam geleidelijk aan in de plaats van de naam Monestoy voor het kasteel en het naastliggende dorp. In 1656 werd Louis de Pernes de eerste graaf van Épinac toen koning Lodewijk XIV de heerlijkheid verhief tot graafschap.

Vanaf 1735 speurde Gaspard de Clermont-Tonnerre naar steenkool in Épinac. De eerste onderzoeken waren teleurstellend. In 1744 werd er wel steenkool gevonden en tien jaar later begon de exploitatie. Gaspard de Clermont-Tonnerre stichtte een jaar later een glasfabriek in Épinac. Beide sectoren, steenkoolwinning en glasproductie namen een hoge vlucht in de negentiende eeuw, zeker na de komst van de spoorweg. Er kwamen ook andere industrieën. De steenkoolontginning in Épinac ging gepaard met technische innovatie. Ingenieur Zulma Blanchet maakte in 1871 de exploitatie van de puits Hottinguer mogelijk op een diepte van 618 meter, toen de diepste steenkoolmijn van Frankrijk. De bevolking groeide sterk en er werden arbeiderswijken (cités) gebouwd.

De Compagnie du Chemin de fer et des Houillères d'Épinac werd tijdens de nationalisatie van de steenkoolmijnen (1946) overgenomen door de Société des Mines de Blanzy.

Geografie De oppervlakte van Épinac bedroeg op ; de bevolkingsdichtheid was toen inwoners per km². De plaats ligt in de vallei van de Drée. Het hoogste punt van de gemeente ligt op 475 meter, het laagste op 314 meter.

thumb|left|350px|Kaart van de gemeente met de belangrijkste infrastructuur, bodemgebruik en omliggende gemeenten

Demografie In 1850 telde Épinac 3.273 inwoners. De figuur toont het verloop van het inwonertal (bron: INSEE-tellingen).

Erfgoed Épinac heeft een rijk industrieel erfgoed. De puits Hottinguer werd begonnen in 1863 en bereikte in 1871 een diepte van 618 meter. Om de ontginning op deze diepte mogelijk te maken werd een Malakoff-toren gebouwd tussen 1872 en 1873. De mijn werd gesloten in 1936 en de gebouwen zijn beschermd als monument historique.

In de gemeente ligt ook het klooster Val Saint Benoît. Deze priorij werd gesticht in 1236 door Gauthier de Sully. Het cisterciënzer klooster kende een bloeitijd tot 1400. In 1705 werd de priorij opgedoekt. In 1982 kwam er een nieuwe kloostergemeenschap in de historische kloostergebouwen.

Epinac