Brachytherapie (van Oudgrieks βραχύς, brachus, 'kort'), ook bekend als inwendige bestraling is een vorm van radiotherapie waarbij een stralingsbron binnen of naast het gebied van de vereiste behandeling wordt geplaatst. Brachytherapie wordt in het algemeen gebruikt als een effectieve behandeling voor baarmoederhals-, prostaat-, borst-, en huidkanker, en kan ook worden gebruikt om tumoren te behandelen op verschillende andere plaatsen van het lichaam. Brachytherapie wordt zelfstandig of in combinatie met andere therapieën gebruikt, zoals chirurgie, externe radiotherapie (EBRT) en chemotherapie.
In tegenstelling tot EBRT waarin hoog-energetische röntgenstralen van buiten het lichaam zijn gericht op de tumor, omvat brachytherapie de precieze plaatsing van de stralingsbronnen direct op de plek van het kankergezwel. Een belangrijk kenmerk van brachytherapie is dat de bestraling alleen invloed heeft op een zeer plaatselijk gebied rondom de stralingsbronnen. Blootstelling aan straling van gezonde weefsels die zich verder van de bron bevinden wordt hiermee dus verminderd. Bovendien behouden de stralingsbronnen hun juiste positie ten opzichte van de tumor, ook als de patiënt beweegt of als er tijdens de behandeling sprake is van enige beweging van de tumor in het lichaam. Deze kenmerken van brachytherapie bieden voordelen ten opzichte van EBRT. De tumor kan worden behandeld met zeer hoge doses van gelokaliseerde straling, waardoor de kans op onnodige schade aan omringende gezonde weefsels wordt verkleind.
De behandeling met brachytherapie kan sneller worden afgerond dan andere radiotherapeutische technieken.Dit kan de overlevingskans verminderen van kankercellen, die zich delen en groeien in de intervallen tussen elke dosis radiotherapie. Patiënten hoeven doorgaans minder bezoeken aan de radiotherapiekliniek te brengen in vergelijking met EBRT, en de behandeling wordt vaak poliklinisch uitgevoerd. Dit maakt de behandeling toegankelijk en geschikt voor veel patiënten. Deze kenmerken van brachytherapie geven aan dat de meeste patiënten een behandeling met brachytherapie zeer goed verdragen.
Brachytherapie is een effectieve behandelingsoptie voor vele soorten van kanker. Behandelingsresultaten hebben aangetoond dat de kans op genezing van kanker met brachytherapie ofwel vergelijkbaar is met chirurgie en EBRT, of groter is wanneer het wordt toegepast in combinatie met deze technieken. Bovendien wordt bij brachytherapie een verband gelegd met een lage kans op het krijgen van ernstige bijwerkingen.
Geschiedenis Brachytherapie dateert van 1901 (kort na de ontdekking van de radioactiviteit door Becquerel in 1896), toen Pierre Curie aan Henri-Alexandre Danlos de suggestie deed dat een radioactieve bron zou kunnen worden ingebracht in een tumor. Er werd vastgesteld dat de straling de tumor deed krimpen. Onafhankelijk hiervan stelde ook Alexander Graham Bell voor om straling op deze manier te gebruiken. In het begin van de 20e eeuw werden baanbrekende technieken ontwikkeld voor de toepassing van brachytherapie door Danlos in het Curie-instituut in Parijs, en door Robert Abbe in het St Luke's en Memorial Hospital in New York.
Na de eerste belangstelling voor brachytherapie in Europa en de Verenigde Staten daalde het gebruik ervan in het midden van de 20e eeuw. Dit als gevolg van het feit dat het personeel, dat de radioactieve bronnen handmatig aanbracht, aan de straling werd blootgesteld.
De ontwikkeling van op afstand bedienbare afterloading-systemen en het gebruik van nieuwe radioactieve bronnen in de jaren '50 en '60 van de 20e eeuw verminderden echter het risico op onnodige blootstelling van personeel en patiënten aan ioniserende straling. Samen met meer recente ontwikkelingen op het gebied van driedimensionale beeldvorming, geautomatiseerde planningssystemen en innovatieve stralingsapparatuur, betekent dit dat brachytherapie vandaag de dag een veilige en effectieve behandeling is voor vele vormen van kanker.
Soorten Verschillende soorten brachytherapie kunnen worden gedefinieerd aan de hand van de plaatsing van de stralingsbronnen in het te behandelen doelgebied het niveau of de intensiteit van de stralingsdosis geleverd aan de tumor de duur van dosislevering
Plaatsing stralingsbron De belangrijkste twee vormen van brachytherapie in termen van plaatsing van de radioactieve bron zijn interstitiële en contact-brachytherapie.
In het geval van interstitiële brachytherapie worden de bronnen direct in het te behandelen weefsel van het aangetaste gebied geplaatst, zoals de prostaat of de borst. Bij contact-brachytherapie wordt de stralingsbron in een gebied naast het betreffende weefsel geplaatst. Deze plek kan een lichaamsholte (intracavitaire brachytherapie) zijn, zoals de baarmoederhals, de baarmoeder of de vagina; een lumen (intraluminale brachytherapie), zoals de luchtpijp of slokdarm; of extern (oppervlakte brachytherapie), zoals de huid. Een stralingsbron kan ook in de bloedvaten worden gebracht (intravasculaire brachytherapie) voor de behandeling van coronaire in-stent-restenose.
Dosis De dosering van brachytherapie verwijst naar het niveau of de intensiteit waarmee de straling wordt geleverd aan het omringende medium en wordt uitgedrukt in Grays per uur (Gy/h). Low-dose rate-brachytherapie (LDR) betekent het implanteren van stralingsbronnen die straling uitzenden met een niveau tot maximaal 2 Gy/h. LDR-brachytherapie wordt vaak gebruikt voor kanker in de mondholte, orofarynx, sarcomen en prostaat. Medium-dose rate-brachytherapie (MDR) wordt gekenmerkt door een gemiddeld niveau van dosislevering, variërend tussen de 2 en 12 Gy/h. High-dose rate-brachytherapie (HDR) betreft een snelheid van dosislevering van meer dan 12 Gy/h. De meest voorkomende toepassingen van HDR-brachytherapie zijn bij tumoren in de baarmoederhals, slokdarm, longen, borsten en prostaat. De meeste HDR-behandelingen worden poliklinisch uitgevoerd. Dit is afhankelijk van de locatie van de behandeling. Pulsed-dose rate-brachytherapie (PDR) houdt korte stoten van bestraling in, meestal eenmaal per uur, om de totale hoeveelheid en doeltreffendheid van de LDR behandeling te simuleren. Typische tumorlokalisaties die behandeld worden met PDR-brachytherapie zijn gynaecologische. en hoofd-halskanker.
Duur van de dosislevering
De plaatsing van stralingsbronnen in het doelgebied kan tijdelijk of permanent zijn. Tijdelijke brachytherapie betekent plaatsing van stralingsbronnen voor een bepaalde duur (meestal een aantal minuten of uren) alvorens te worden verwijderd. De specifieke duur van de behandeling hangt af van een aantal verschillende factoren, waaronder de vereiste snelheid van dosislevering en het type, de grootte en de locatie van de kanker. In LDR- en PDR-brachytherapie blijft de bron meestal tot 24 uur op zijn plaats voordat deze wordt verwijderd, terwijl dat bij HDR-brachytherapie meestal een paar minuten is.
Permanente brachytherapie, ook wel bekend als zaadimplantatie, betreft het plaatsen van kleine LDR-radioactieve zaadjes of bolletjes (ongeveer ter grootte van een rijstkorrel) in de tumor of de locatie van behandeling. Deze zaadjes worden daar achtergelaten en raken geleidelijk in verval. Over een periode van weken of maanden zal het stralingsniveau van de bronnen dalen tot bijna nul. De inactieve zaadjes blijven dan op de locatie van behandeling achter, zonder blijvend effect. Permanente brachytherapie wordt het meest gebruikt bij de behandeling van prostaatkanker.
Klinische toepassingen thumb|right|400px|Delen van het lichaam waar brachytherapie kan worden gebruikt om kanker te behandelen.
Brachytherapie wordt vaak gebruikt om kanker van de baarmoederhals, prostaat, borst, en de huid te behandelen. Brachytherapie kan ook worden gebruikt voor de behandeling van tumoren in de hersenen, oog, hoofd- en halsregio (lip, mondbodem, tong, nasofarynx en orofarynx), luchtwegen (luchtpijp en bronchiën), maag-darmkanaal (slokdarm, galblaas, galwegen, rectum, anus), urinewegen (blaas, urethra, penis), het vrouwelijk voortplantingssysteem (baarmoeder, vagina, vulva), en zachte weefsels.
Aangezien de stralingsbron nauwkeurig kan worden gepositioneerd op de te behandelen locatie van de tumor, kan met brachytherapie een hoge dosis straling worden toegepast op een klein gebied. Omdat de stralingsbronnen bovendien in of naast de te behandelen tumor worden geplaatst, behouden zij hun positie ten opzichte van de tumor als de patiënt beweegt, of als er enige beweging van de tumor in het lichaam is. Zodoende blijven de stralingsbronnen nauwkeurig gericht. Dit stelt clinici in staat om een hoog niveau van de dosis conformiteit te bereiken - dat wil zeggen: zorgen dat de gehele tumor een optimaal stralingsniveau ontvangt. Het vermindert eveneens het risico op schade aan gezond weefsel, organen of structuren rond de tumor, waarmee de kans op genezing en het behoud van orgaanfunctie wordt vergroot.
Het gebruik van HDR-brachytherapie kan de totale behandelperiode verkorten in vergelijking met EBRT. Patiënten die met brachytherapie behandeld worden hoeven in het algemeen minder vaak bestraald te worden dan in vergelijking met EBRT. Ook kan het algemene behandelplan voor radiotherapie met minder tijd worden afgerond. Veel brachytherapie-procedures worden poliklinisch uitgevoerd. Dit gemak kan bijzonder relevant zijn voor patiënten die moeten werken, oudere patiënten, of patiënten die op enige afstand wonen van behandelcentra, zodat kan worden verzekerd dat ook deze patiënten toegang hebben tot radiotherapie en zich houden aan de behandelplannen. Kortere behandeltijden en poliklinische procedures kunnen ook bijdragen aan het verbeteren van de efficiëntie van radiotherapeutische klinieken.
Brachytherapie kan worden gebruikt met als doel het genezen van kanker in het geval van kleine of lokaal gevorderde tumoren, op voorwaarde dat de kanker niet is uitgezaaid (uitbreiding naar andere delen van het lichaam). In adequaat geselecteerde gevallen vertegenwoordigt brachytherapie bij primaire tumoren vaak een vergelijkbare aanpak als chirurgie, met dezelfde kans op genezing en met soortgelijke bijwerkingen. In lokaal gevorderde tumoren biedt een operatie echter niet automatisch de beste kans op genezing en is vaak technisch niet uitvoerbaar. In deze gevallen vormt radiotherapie, inclusief brachytherapie, de enige kans op genezing. In meer gevorderde stadia van de ziekte kan brachytherapie gebruikt worden als palliatieve behandeling voor verlichting van de symptomen van pijn en bloedingen. In gevallen waarin de tumor niet eenvoudig bereikbaar is of te groot om een optimale verdeling van straling in het behandelgebied te garanderen, kan brachytherapie worden gecombineerd met andere behandelingen, zoals EBRT en/of chirurgie. Combinatietherapie van brachytherapie met uitsluitend chemotherapie is zeldzaam.
Baarmoederhalskanker Brachytherapie wordt vaak gebruikt bij de behandeling van vroege of lokaal ingesloten baarmoederhalskanker en is een standaard behandeling in veel landen. Baarmoederhalskanker kan worden behandeld met LDR-, PDR- of HDR-brachytherapie. In combinatie met EBRT kan brachytherapie betere resultaten opleveren dan EBRT alleen. De precisie van brachytherapie zorgt ervoor dat een hoge dosis van gerichte straling kan worden geleverd aan de baarmoederhals, met minimale blootstelling van aangrenzende weefsels en organen. De kans op het uitblijven van de ziekte (ziektevrije overleving) en van overleving zijn vergelijkbaar voor LDR-, PDR- en HDR-behandelingen. Een belangrijk voordeel van de HDR-behandeling is echter dat elke dosis kan worden geleverd op poliklinische basis, met een korte toedieningstijd, hetgeen zorgt voor meer gemak voor veel patiënten.
Prostaatkanker