Julia Henriëtte Jaarsma-Adolfs (24 september 1899 – 16 november 1975) was een Nederlands-Indisch strafpleiter. Zij was de eerste in Nederlands-Indië geboren vrouwelijke advocaat.Indische Courant, 22 Januari 1927 Zij praktiseerde in Soerabaja van 1927-1961, en maakte naam als strafpleiter.De Telegraaf, 28 april 1972 Onder haar clientèle bevonden zich veel vooraanstaande zakenlieden uit de Chinese gemeenschap.Indische Courant, 28 februari 1940. Naast een carrière als advocaat vervulde zij (bestuurs)functies in het maatschappelijke, religieuze en politieke leven van Europees gezind Surabaya. Zij zette zich in voor vrouwenrechten, de vooroorlogse rooms-katholieke gemeenschap en bepleitte, in lijn met het Indo-Europeesch Verbond, eigendomsrechten op grond voor Indo-Europeanen.(e.g.) Soerabaijasch Handelsblad, 17 juni 1936. Tijdens de Japanse bezetting vervulde zij, door sommigen omstreden, leiderschapsrollen in burgerkampen waarin ze met haar drie dochters was geïnterneerd.Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, toegangsnr 401, inventarisnr 467 (p.7-8). Het betreft burgerkampen Gedangan en Lampersari. Na de onafhankelijkheid van Indonesië op 17 augustus 1945 bleef Jaarsma-Adolfs tot 1961 werkzaam in Surabaya in de advocatuur en onroerend goed.Nationaal Archief, Den Haag, NL-HaNA, BuZa / Schadeclaims Indonesië, DDR en Egypte, toegangsnr 2.05.407, inv.nr. 2741 Haar middelste dochter Trudie Vervoort-Jaarsma heeft haar aandeel van overerfd vermogen nagelaten aan het Amsterdams Universiteitsfonds met onder meer een fonds op naam, van mr. Julia Jaarsma-Adolfs bedoeld voor studiebeurzen voor aankomend juristen.https://web.archive.org/web/20190901204936/https://www.parool.nl/nieuws/wie-was-de-vrouw-die-de-uva-een-indisch-kapitaal-naliet~bf0a731a/
Achtergrond en Opleiding
Julia Henriëtte Adolfs werd geboren op 24 januari 1899 in Semarang, Midden-Java. Haar vader, Gerardus Cornelis Adolfs, roepnaam Gerrit (1871-1945), was als jongste ongediplomeerde zoon van een Amsterdamse scheepstimmerman in 1894 naar Nederlands-Indië vertrokken en daar getrouwd met de Javaans sprekende Henriëtte Donkel, roepnaam Jet (1874-1949), die een afstammeling was van VOC-militair Donkel.
Julia was het tweede kind en de oudste dochter. De oudste zoon, Gerard Pieter Adolfs (1898-1968) werd later bekend als autodidact kunstschilder. Het gezin, met na verloop van tijd acht Indische kinderen, verhuisde vaak wegens de loopbaan van vader Adolfs bij de Semarang-Joana Stoomtram Maatschappij (SJS).De Locomotief, 18 July 1896; Adresboek 1904: 7; National Archief, 2.20.15 Personeelsdossiers der Zustermaatschappijen (Indische stoomtrammaatschappijen), 1882-1966, 1-6Over zijn beginnende carrière bij het spoor, opvoeding van de eerste twee kinderen en kritische mijmeringen over de kolonie schreef Gerrit Adolfs brieven naar huis; zie de bloemlezing ‘Brieven uit Insulinde’ Zo woonden zij in Blora, Koendoeran en Goendih uiteindelijk in Surabaya Bij volwassenheid verbleven verschillende familieleden in dezelfde buurt: in en om de Bengawanstraat in de Europese wijk Darmo.
Julia was het enige meisje uit het gezin met universitaire opleiding. Zij kwam, na voltooiing van de HBS in Surabaya en het afleggen van staatsexamen in 1921 voor het eerst in Nederland om rechten te studeren aan Universiteit Leiden.Haar studie betrof Nederlands recht met bijvakken oud-Frans recht en staathuishoudkunde. Ze werd lid van studentenvereniging VVSL en was in het laatste studiejaar Praeses voor/van de Commissie eet- en koffietafel. Twee van haar dochters zou ze - na de oorlog - Indisch Recht laten studeren, eveneens in Leiden. Op 6 oktober 1926 studeerde zij volgens schema af en keerde terug naar Surabaya.Kroon en Blok 1925: 335.
Vanaf 1927 was zij lid van de Vereeniging in Indië van Vrouwelijke Oud-Studenten (VIVOS).In 1939 bracht ze tijdens een jaarvergadering van de VIVOS Italiaanse liederen ten gehore (Driemaandelijksche Mededeelingen van de Vereeniging in Indië van Vrouwelijke Oud-studenten, jrg. 16, afl 2, juni 1939). Bij andere gelegenheid zong zij uiteenlopende zang-genres in het Frans en leverde een uiteenzettingen over wereldse en liturgische muziekgeschiedenis (). Zij zal een van de weinige Indo-Europese leden zijn geweest, gezien het raciaal discriminatoire karakter van de toenmalige samenleving. In oktober 1927 trad Jaarsma-Adolfs toe tot het bestuur van de plaatselijke afdeling van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht.Indische Courant, 5 oktober 1927 In die rol hield zij diverse openbare lezingen, evenals over huwelijkse voorwaarden binnen de Huwelijkswet.Indische Courant, 22 februari 1928
Advocatuur Begin 1927 werd Julia als mr. J. Adolfs opgenomen in het advocatenkantoor van mr. Sytze Jaarsma, met wie zij op 9 juli van datzelfde jaar trouwde. Als advocaat bleef Adolfs haar meisjesnaam hanteren maar in het maatschappelijk verkeer stond zij bekend als mevrouw Jaarsma of Jaarsma-Adolfs.Soerabaiasch Handelsblad, 23 mei 1932 Maart 1927 werd mr. Julia Adolfs benoemd tot procureur bij de Raad van Justitie in Surabaya. Ze behandelde zowel publiekrechtelijke als civiele zaken, over het algemeen voor de verdediging. Deze omvatten gevallen van moord, verkrachting, fraude, illegaal gokken, opiumsmokkel, afpersing, woeker, valsemunterij, diefstal, smaad, enzovoorts. Ze maakte hierbij vooral naam als strafpleiter. Ludvig E. Movig, voormalig rechter in Nederland en in koloniaal Indonesië, verwees in 1972 als volgt naar mr. Adolfs: “Zij was beslist een strafpleiter van formaat en de beste, die ik tijdens mijn lange carrière van bijna een halve eeuw heb ontmoet.”De Telegraaf, 28 april 1972 In de Telegraaf wordt hij aangeduid als ‘Movis’, maar dat is een drukfout. Het gaat om Mr. Drs. Ludvig E. Movig (1898-1989), die werkzaam was bij de plaatselijke rechtbanken van Sukabumi, Malang, Surabaya, Pamekasan en Lumajang in de periode 1929-1942. In de periode 1946-1952 werkte hij in Roermond, waar hij in de periode 1953-1963 rechter was. Het citaat uit 1972 kwam uit een discussie over vermeend ongelijke kansen voor vrouwen aan de balie.
Bij veel zaken van Adolfs waren cliënten met een Indonesische, Arabische of Chinese achtergrond betrokken.Met name Chinese zakenlieden zouden bij voorkeur onder Nederlandse wetgeving opereren sinds 1900 (Dick, H.W. (2002) Surabaya, City of Work. A Socioeconomic History, 1900-2000, Center for International Studies, Ohio University, 43). Mr. Adolfs was in Surabaya, evenals mr. Ploegman, een advocaat die de voorkeur genoot bij het Chinese bedrijfsleven.Indische Courant, 28 februari 1940 In 1934 verdedigde Adolfs onder meer de beruchte Ang Tjay Tjoen, in Oost-Java bekend als de 'Woekeraar van Singosari'.Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, 21 augustus 1934De Indische Courant, 20 augustus 1934 Dit ondanks dat zij bestuurslid was geweest van de plaatselijke afdeling van de Anti-Woekervereeniging.Indische Courant, 14 maart 1931
Het advocatenkantoor van Adolfs en Jaarsma verhuisde enkele keren binnen de Chinese wijk van Surabaya.Indische Courant, 25 januari 1927. De Chinese clientèle blijft belangrijk; in 1939 verhuist het kantoor van Kembang Jepun 15 terug naar de Chineesche Voorstraat, nu naar nummer 92. Eerdere vestigingen waren op de nummers 2 en 19 evenals aan de Kembang Djepoen op de nummers 15, 7 en 182. Verdiensten uit de advocatuur werden geïnvesteerd in onroerend goed. Aangekochte panden werden opgeknapt en gemeubileerd verhuurd via Woningbureau Versluis N.V. Soerabaia. Bij het uitbreken van de oorlog stonden er 90 panden op haar naam, waaronder het tot privé woonhuis ingerichte perceel aan de Darmokali 10.Dit gebouwencomplex op een 6000m2 perceel was in 1914 gebouwd in opdracht van een Chinese ondernemer, ontworpen door architect J.P. Pinédo en stond enige tijd als Hotel “Villa Georgina” bekend. Gedurende de hotelfunctie werd het onder eerdere straatnummering geregistreerd op Darmokali nummer 4.
Gedurende de gehele De Japanse bezettingstijd van de Indonesische archipel (1942 - 1945) was de advocatenpraktijk van Adolfs en Jaarsma noodgedwongen gesloten. Per april 1946 maakte Adolfs direct deel uit van de dan net opgerichte “Voorloopige Advocaten Organisatie” om gratis of tegen verminderd tarief in rechtsbijstand te kunnen voorzien aan onvermogenden in de chaotische naoorlogse situatie.Nieuwe Courant, 28 maart 1946Nieuwe Courant, 19 april 1946 Daarnaast verschenen opnieuw zaken in de pers waarvoor zij de verdediging voerde met onder meer corruptie, fraude, moord, wapenhandel en dergelijke die haar bijnaam ‘advocaat van kwaaie zaken’ bleven voeden.Mondelinge overlevering (bron: videomateriaal stichting docuprins) In 1952 kwamen daar drie politiek geruchtmakende zaken bij.De Vrije Pers, 4 augustus 1952De Vrije Pers, 23 september 1952 Het betrof het conflict tussen vakbond Sarbufis en de directeur-eigenaar Liem Seeng Tee van het Sampoerna-concern - bestaande uit een filmtheater en een tabaksfabriek - dat tot de Hoge Raad werd uitgespeeld.Java-bode, 6 augustus 1952 Ook werd, deels achter gesloten deuren, de miljoenenroof van de Java Bank door Nederlandse onderdanen, gepleegd in 1950, behandeld.Java-bode, 26 september 1952 En de zaak over al of niet beledigende stukken aan het adres van vakbond P4P door hoofdredacteur Tjia Tik Sing van dagblad Perdamaian werd door Adolfs bepleit.De Vrije Pers, 29 mei 1952 Na 1952 ontbreken verdere vermeldingen in de Nederlandstalige pers over haar activiteiten in de advocatuur.
Geloof en liefdadigheid Vanaf april 1936 nam Adolfs een sleutelpositie in bij de sociaalpolitiek actieve katholieke gemeenschap van Surabaya. Ze werd verkozen tot voorzitter van de in dat jaar opgerichte Katholieke Centrale Organisatie (KC), een overkoepelend orgaan voor verschillende katholieke organisaties in Surabaya, zoals scholen, sociale verenigingen en een ziekenhuis.Steenbrink 2007: 595Indische Courant, 21 april 1936Indische Courant, 4 mei 1936 Surabaya kende in die jaren een 20.000 katholieken. Haar drie dochters gingen naar school bij de zusters Ursulinen. Adolfs bleef behulpzaam bij allerhande initiatieven, zoals de oprichting van een Katholieke Wetenschappelijke Vereeniging, die tot taak kreeg om publiek debat te stimuleren over de vraag hoe wetenschappelijke ontwikkelingen te verenigen met de Quadragesimo Anno encycliek. Ter ere van de kroning van Paus Pius XII hield de Apostolisch Prefect van Surabaya, mgr. Verhoeks, in maart 1939 een grote receptie ten huize van Jaarsma-Adolfs aan de Darmokali 10, bezocht door ruim 600 mensen waaronder vele hoogwaardigheidsbekleders zoals de gouverneur van Oost-Java C. van der Plas.Indische Courant, 14 maart 1939 Met onder andere zijn echtgenote mevr. A. van der Plas-Pleyte maakte zij in de jaren 1939-1940 deel uit van het bestuur van de Emmabloem-collecte, een liefdadigheidsinstelling voor de preventie van tuberculose.Soerabaijasch Handelsblad, 5 november 1940
Ook organiseerde Jaarsma-Adolfs in 1940 een 'fancy fair' om geld in te zamelen voor het maatschappelijk werk van katholieke missionarissen in Indonesië. In hetzelfde jaar trad ze ook toe tot het bestuur van de nieuwe katholieke HBS voor jongens (SMA Katolik Santo Louis). Eveneens in 1940 trad Jaarsma-Adolfs toe tot het bestuur van de Soerabajase tak van de Centrale Commissie van Vrouwenarbeid in Mobilisatietijd (COVIM).Indische Courant, 19 april 1940 In 1960 ontving zij de pauselijke onderscheiding ‘Pro Ecclesia et Pontifice’, het hoogste ereteken voor een leek, voor bewezen trouw en goede diensten jegens de kerk en de paus. Zij had zich meer dan 25 jaar bijzonder verdienstelijk gemaakt voor kerk en samenleving in Surabaya. Politiek