Na de Belgische parlementsverkiezingen van 5 april 1925 ging de formatie van een nieuwe Belgische regering van start. De formatie duurde 70 dagen en leidde tot de vorming van de regering-Poullet. Eerst werd na 35 dagen de regering-Van de Vyvere gevormd, een homogeen katholieke minderheidsregering die bij de vertrouwensstemming in het parlement in de minderheid werd gesteld. Vervolgens duurde het 26 dagen om de regering-Poullet samen te stellen, een coalitie van christendemocratische katholieken en socialisten.
Verloop van de formatie Tijdslijn
Vorming regering-Van de Vyvere Resultaten van de verkiezingen en raadplegingen van de koning Bij de parlementsverkiezingen van 5 april 1925 leden de partijen die deel uitmaakten van de regering-Theunis III een nederlaag. De Katholieke Unie van premier Georges Theunis behaalde 38 procent, een verlies van zowat twee procentpunt, en verloor haar positie als grootste partij ten voordele van de socialistische oppositiepartij BWP-POB, die bijna veertig procent van de stemmen behaalde, een stijging van vijf procentpunt. De grote verliezer was de Liberale Partij, de coalitiepartner van de katholieken, haalde bijna vijftien procent van de stemmen en verloor drie procentpunt ten opzichte van de vorige verkiezingen in 1921. Qua zetelaantal in de Kamer van volksvertegenwoordigers behaalden de katholieken en de socialisten elk 78 zetels (de Katholieke Unie verloren twee zetels, de BWP-POB won er tien), de liberalen waren goed voor 23 zetels (-10) en de kleinere partijen, de Vlaams-nationalistische Frontpartij en de communistische KPB-PCB, die haar intrede in het parlement deed, haalden respectievelijk zes (+2) en twee (+2) zetels binnen. In de Senaat rijfden de katholieken 71 zetels (-2) binnen, de socialisten en de liberalen hadden respectievelijk 59 (+7) en 23 (-5) zetels. De katholieken haalden in de Senaat een pak meer zetels binnen dan de socialisten, daar ze meer provinciale en gecoöpteerde senatoren mochten aanduiden.
Op basis van de kiesuitslag waren drie verschillende tweepartijencoalities mogelijk: een grote coalitie van katholieken en socialisten, een verderzetting van de regering van katholieken en liberalen en een socialistisch-liberale regering. Geen enkele coalitie was echter evident: de liberalen waren na hun grote verkiezingsnederlaag niet geneigd om deel te nemen aan een regering en binnen de Katholieke Unie was er bij de conservatieve Federatie van Katholieke Kringen en Conservatieve Verenigingen heel wat tegenstand tegen een regering met de socialisten, terwijl de christendemocratische vleugel van de partij hier wel voor gewonnen was. Beide vleugels hadden echter beslist om een blok te vormen tijdens de regeringsonderhandelingen. Hierdoor beloofde de regeringsvorming moeilijk te verlopen.
Reeds op verkiezingsdag, nog voor de kiesbureaus werden gesloten, diende premier Georges Theunis bij koning Albert I het ontslag van de regering-Theunis III in. De koning aanvaardde het ontslag en belastte de regering met de afhandeling van de lopende zaken.Ontslag van de Regeering, Het Laatste Nieuws, 6 april 1925. Na de bekendmaking van de verkiezingsuitslag begon de vorst op 9 april met zijn raadplegingen om een nieuwe regering te vormenEen lastige kabinetsvorming, Het Laatste Nieuws, 10 april 1925. en ontving hij parlementsvoorzitters Arnold 't Kint de Roodenbeke (Senaat) en Emile Brunet (Kamer), minister van Binnenlandse Zaken Prosper Poullet (katholiek) en minister van Buitenlandse Zaken Paul Hymans (liberaal). De volgende dag werden de socialistische leider Emile Vandervelde, de gewezen katholieke minister Aloys Van de Vyvere, de liberale minister van Staat Adolphe Max en de voormalige socialistische minister Joseph Wauters op het Paleis ontboden.De Politieke Toestand, Het Laatste Nieuws, 11 april 1925.
Formateur Emile Vandervelde (14 april - 24 april 1925)
Na het Paasweekend vroeg de koning op 14 april aan Emile Vandervelde om als leider van de grootste partij in de Kamer een regering te vormen. Vandervelde hield zijn antwoord in beraad en wilde eerst de Algemene Raad van zijn partij raadplegen. Die gaf hem groen licht om onderhandelingen aan te vatten met vertegenwoordigers van de andere politieke groepen.Vandervelde met de taak belast, Het Nieuws van den Dag, 15 april 1925. Vervolgens aanvaardde Vandervelde dezelfde dag nog de opdracht van formateur. De dagen daarna legde Vandervelde zijn voorstellen voor aan een aantal politici, waaronder Frans Van Cauwelaert, de voorzitter van de Katholieke Vlaamsche Kamergroep, de liberale boegbeelden Louis Franck, Fulgence Masson, Charles Magnette en Paul Hymans, de katholieke ministers Paul Tschoffen en Prosper PoulletDe Belgische Regeeringscrisis, Het Nieuws van den Dag, 17 april 1925. , de christendemocratische Kamerleden Emile Blavier, Jules Van Caenegem en Hendrik Heyman en de socialistische oud-minister Edward AnseeleDe Nieuwe Regeering, Het Laatste Nieuws, 18 april 1925.. Dat programma bevatte volgende puntenDe Politieke Toestand in België, Het Nieuws van den Dag, 16 april 1925.: verdediging van de democratische instellingen, het algemeen stemrecht en de syndicale vrijheden streven naar een begroting in evenwicht door een beleid van besparingen en belastingen voor de grote vermogens en door de fiscale fraude tegen te gaan behoud van de achturige werkdag hervorming van de pensioenen en de sociale zekerheid en uitbreiding van de arbeidswetgeving. uitbreiding van het openbaar onderwijs dienstplicht verminderen naar zes maanden
Op 18 april kwamen de katholieke fracties van de Kamer en Senaat bijeen om de onderhandelingen met Emile Vandervelde te bespreken. De conservatieve en christendemocratische katholieken bevestigden hun blokvorming in de regeringsonderhandelingen en wezen de voorstellen van de formateur af, waarbij meespeelde dat de katholieken een regering onder leiding van een socialist niet zagen zitten. Niettemin bleven de katholieken wel openstaan voor verdere onderhandelingen met de socialisten.De Nieuwe Regeering, Het Laatste Nieuws, 19 april 1925. Op 20 april gaf de Algemene Raad van de BWP-POB Vandervelde de toestemming om de onderhandelingen met de liberalen en de katholieken verder te zetten, waarbij een delegatie werd aangesteld die rechtstreekse onderhandelingen met de katholieken en de liberalen moesten aanvatten. Deze delegatie bestond uit Désiré Bouchery, Jules Destrée, Louis de Brouckère, Camille Huysmans, Joseph Van Roosbroeck, Léon Troclet en Joseph Wauters. Dezelfde avond nog begaven delegatieleiders Wauters en Van Roosbroeck zich samen met formateur Vandervelde bij de katholieke fractieleiders Alexandre Braun (Senaat) en François-Xavier De Bue (Kamer) en het liberale boegbeeld Paul-Emile Janson om hen op te dragen de parlementaire fracties van de katholieken en liberalen bijeen te roepen teneinde het voorstel tot rechtstreekse onderhandelingen te onderzoeken. De volgende dag hielden de Kamer- en Senaatsfracties van de Katholieke Unie een vergadering hierover: door de verdeeldheid tussen conservatieven en christendemocraten werd beslist om geen delegatie aan te stellen die rechtstreeks met de socialisten zouden onderhandelen, maar fractieleiders Braun en De Bue kregen de opdracht om de socialistische delegatie te vragen op basis van welk programma ze een regering met de katholieken wensten te vormen. De liberalen bleven dan weer bij hun besluit om zich van regeringsdeelname te onthouden.Rond de Ministerieele Crisis, Het Nieuws van den Dag, 22 april 1925. Op 22 april vond het overleg tussen Braun en De Bue en de socialistische delegatie plaats, waarbij de eerdere voorstellen van Vandervelde opnieuw op tafel werden gelegd.Rond de Ministerieele Krisis, Het Nieuws van den Dag, 23 april 1925. De dag erna herhaalden de katholieke fracties dat ze niet op de voorstellen van Vandervelde wilden ingaan. Dezelfde dag nog kwam een ledencongres van de socialisten bijeen, waar een motie ter stemming werd voorgelegd over de vorming van een homogeen socialistische minderheidsregering.De Ministerieele Krisis, Het Nieuws van den Dag, 24 april 1925. Nadat die werd weggestemd, diende Vandervelde de volgende ochtend zijn ontslag als formateur in.
Na het ontslag van Vandervelde consulteerde de koning het katholieke kopstuk Aloys Van de Vyvere. De volgende dag ontbood de vorst hem opnieuw om hem te vragen om een regering te vormen, maar Van de Vyvere weigerde.Op het doode punt, Het Laatste Nieuws, 26 april 1925. Vervolgens hield Albert I een nieuwe consultatieronde: op 25 april ontving hij de katholieke ministers Prosper Poullet en Albéric Ruzette, op 26 april was het de beurt aan de voormalige eerste minister Charles de Broqueville (eveneens katholiek)De Belgische Cabinetscrisis, Gazet van Antwerpen, 27 april 1925. en op 27 april werden de liberale minister Fulgence Masson en de gewezen katholieke minister Jules Renkin ontboden.De Belgische Cabinetscrisis, Gazet van Mechelen, 28 april 1925. Op 28 april werden door de installatie van de nieuw verkozen Kamer en Senaat geen raadplegingen gehouden,Vergaderingen van Kamer en Senaat, Het Laatste Nieuws, 29 april 1925. de dag daarna werd Paul Segers, de voorzitter van de conservatieve Federatie van Katholieke Kringen en Conservatieve Verenigingen, geraadpleegd.De Regeeringscrisis, Gazet van Mechelen, 30 april 1925.
Verkenner Charles de Broqueville (29 april - 3 mei 1925)
Na zijn onderhoud met Paul Segers rondde koning Albert I zijn consultatieronde af en riep hij voormalig premier Charles de Broqueville bij zich om hem een formateursopdracht aan te bieden. De Broqueville hield zijn antwoord in beraad en kreeg de toestemming om eerst te verkennen of hij een regering kon samenstellen op basis van een democratisch programma. Verondersteld werd dat de Broqueville wilde uitzoeken of het mogelijk was om een katholieke regering te vormen aangevuld met liberale extraparlementairen. Om de christendemocratische katholieken tevreden te houden, sloot hij echter niet uit om ook socialistische extraparlementairen aan de regering toe te voegen en voerde hij ook consultaties met socialistische politici. Vanaf 30 april voerde hij besprekingen met onder andere de Kamer- en Senaatsvoorzitter, de socialistische leider Emile Vandervelde, uittredend minister van Kunsten en Wetenschappen Pierre Nolf (extraparlementaire liberaal), senatoren Vincent Volckaert (socialist), Charles Magnette en Emile Digneffe (beiden liberalen),Op Zoek naar een Regeering, Het Laatste Nieuws, 1 mei 1925. uittredend premier Georges Theunis, de katholieken Prosper Poullet, Frans Van Cauwelaert.Graaf de Broqueville zet zijn besprekingen voort, Het Laatste Nieuws, 2 mei 1925. en Hendrik Heyman en de socialist Joseph Wauters.De kabinetsvorming, Het Laatste Nieuws, 2 mei 1925.
Op 3 mei besloot de Broqueville om zijn formateursopdracht te weigeren. Die dag bracht hij de koning op de hoogte van de besprekingen die hij had gevoerd. Hieruit concludeerde hij dat de regeringsformule die hij voor ogen had niet levensvatbaar was: de liberalen wilden geen medewerking verlenen aan een katholieke regering aangevuld met extraparlementairen, de socialisten stonden vijandig tegenover het programma dat de Broqueville hen voorlegde, waarbij de regering de begroting opgesteld door de katholiek-liberale regering-Theunis III zou doorvoeren, en de christendemocratische katholieken vonden dat de door de Broqueville voorgestelde regeringsformule te veel zou lijken op de door de kiezer afgestrafte regering-Theunis.De Belgische Cabinetscrisis, Gazet van Antwerpen, 4 mei 1925.
Formateur Aloys Van de Vyvere (8 mei - 13 mei 1925)