Hotel Du Casque, ook Hotel du Casque, officieel Amrâth Hotel Du Casque, is een hotel in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht. Het deels aan de Helmstraat, deels aan het Vrijthof gelegen viersterrenhotel is eigendom van de Amrâth Groep. De al in de middeleeuwen vermelde herberg Den Helm werd diverse malen ver- en herbouwd. Het huidige hotel dateert grotendeels uit 1931-1933 en is opgetrokken in een bouwstijl verwant aan het nieuwe bouwen met art deco-elementen in het interieur. Het gebouw is sinds 1997 een rijksmonument.
Geschiedenis Herberg Den Helm (tot ca. 1800) In de middeleeuwen lag op de hoek van het Vrijthof en de Helmstraat – toen niet meer dan een steeg – de herberg "De(n) Helm" of "In den Helm".Ubachs/Evers (2005), p. 220: 'Helm, De'; p. 221: 'Helmstraat'. De herberg werd voor het eerst vermeld in 1439, toen deze eigendom was van Lambrecht (Lambertus) van Otegroven. Lambrecht erfde Den Helm van zijn vader Claes van Otegroven, dus de herberg was waarschijnlijk ouder. In 1469 werd een conflict beslecht over de eigendomsrechten tussen Lambrecht enerzijds en zijn zus Jutte en haar man anderzijds. Daaruit bleek dat de herberg zeer winstgevend was. Na Lambrechts dood was zijn weduwe Odilie Clut eigenaar. Als waard stelde ze Thomas van Herderen aan. Den Helm was in de vijftiende eeuw vooral een pleisterplaats voor adellijken uit de omgeving. Niet zelden gebeurde het dat een adellijk heer na een drinkgelag het paard als onderpand moest achterlaten, totdat de rekening betaald was.Philippens (1933), p. 27.
thumb|left|170px|Noordzijde Vrijthof met o.a. Perroen (M. Lenarts, 1791). Op de hoek Den Helm, in die tijd eigendom van Maria-Christina Schrack Omstreeks 1530 was het pand in bezit van de magistraatsfamilie Passart, die het in 1532 voor achthonderd goudguldens verkocht aan Vranck Craechs. Craechs overleed in 1544 en zijn zoon Reyner verhuurde aanvankelijk de zaak aan Servaes van Sluyssen, die het pand in 1546 kocht. De familie Van Sluyssen bleef tot begin zeventiende eeuw eigenaar. Als waard traden achtereenvolgens op: Hendrick van Sluyssen, Jan Fosseroul en, na 1597, diens zoon Servaas Fosseroul. In 1641 kocht Melchior Hoen het logement voor 7.900 Brabantse guldens van de familie Fosseroul, die toen blijkbaar eigenaar waren. Hoen verkocht de "hostellerie" in 1659 voor 14.000 Brabantse guldens aan Augustin Carré. Deze breidde het hotel uit met een aangrenzend pand gelegen "in den Winckel". Na Carrés dood in 1661 bleef Den Helm nog tot 1693 in het bezit van enkele van zijn kinderen.Philippens (1933), pp. 28-29.
thumb|Omgeving Vrijthof-Helmstraat, 1748. Links het Wittevrouwenklooster, rechts het Dominicanenklooster. Bij de pijl: De Helm De volgende eigenaar was de wijnkoper Joannes Schrack, die het pand kocht voor 14.000 gulden. Het logement zou tot begin negentiende eeuw in het bezit van de familie Schrack blijven, waarbij met name de vrouwen het voortouw namen. Bij het beleg van 1748 kwam een Franse bom in de schoorsteen van Den Helm terecht. Hoe groot de schade was, is niet bekend. In 1772 werden de daken vernieuwd en kregen de stallingen een opknapbeurt. In 1781 slaagde Maria-Christina Schrack (1718-na 1794?) erin het volledig eigendom te verwerven. Deze energieke vrouw, tweemaal weduwe geworden, was het meest bekend als "aubergiste in den Helm", maar bezat daarnaast diverse andere ondernemingen in Maastricht. Haar beide huwelijken waren kinderloos gebleven. In haar testament uit 1783 wees ze als erfgenamen aan de vier kinderen van haar zuster, waarvan de zoon reeds overleden was, waardoor diens erfdeel aan zijn weduwe toeviel.Philippens (1933), pp. 29-30.
thumb|Omgeving Vrijthof-Helmstraat, 1823-1830. De rode pijl wijst de toenmalige locatie van Du Casque aan; de gele de latere (na 1862)
Eerste Hotel Du Casque (ca. 1800-1860) Vanaf de Franse Tijd (1794-1804) presenteerde het logement zich voornamelijk als "Hôtel le Casque" of "Du Casque", alhoewel in Nederlandstalige kranten nog werd geadverteerd als "Logement den Helm". Voor 1800 werd de Franstalige benaming ook al gebruikt, maar toen was het meestal "Au Heaume". Eind 1816 werd, na een rechterlijke uitspraak, de omvangrijke nalatenschap van Maria-Christina Schrack ("Schraek") geveild. Deze bestond uit een zestal panden, waaronder "le Casque", enkele landerijen en diverse uitstaande leningen ter waarde van ƒ 39.000. Nieuwe eigenaar was ene "sieur Bonjour", die ten tijde van de veiling het hotel runde. Jan Joseph Bonjour (1777-1861) was geboren in Den Haag als zoon van de Franse meesterkok, traiteur en herbergier Abraham David Bonjour. Jan Joseph Bonjour was in 1803 in Maastricht getrouwd met Marie Anne Caldies (1781-1865).Genealogie Bonjour, Lignières (Zwitserland) op marres.nl, geraadpleegd op 29 januari 2022. In 1842 is hij nog steeds eigenaar van het hotel. Wellicht noemde hij zich op onderstaande prenten "Bonjour fils" vanwege de reputatie die zijn vader in Den Haag genoot. Een andere mogelijkheid is dat zijn zoon Jacobus Lodewijk ("Louis") Bonjour (1811-1858) het hotel enige jaren bestierde.
Op een tweetal reclameprenten en een porseleinkaartje, alle uit de 'periode Bonjour' (1816-1845), is het hotel afgebeeld aan het Vrijthof ("Place d'Armes"). De ene versie lijkt onrealistischer dan de andere, omdat het hotel hier vrijliggend is afgebeeld. Op de andere prent (en het porseleinkaartje) is de gevel – in overeenstemming met de werkelijkheid – onderdeel van de noordelijke Vrijthofwand. Het pand is hier echter twee vensterassen breder dan op de eerste prent, wat kan wijzen op een tussentijdse hoteluitbreiding, zij het dat de koetspoort in dat geval één travee opgeschoven is. Mogelijk heeft de tekenaar zich vergist of heeft men het hotel bewust groter willen weergeven dan het was. Het betreft hoe dan ook een brede lijstgevel, waarachter vier bouwlagen plus een kelder- en kapverdieping schuil gaan. De meeste vensters zijn voorzien van blinden. Een grote inrijpoort, met daarboven een luifel en een helm als uithangteken, bevindt zich centraal in de gevel. Een met vier paarden bespannen koets, mogelijk de postkoets Maastricht-Aken, komt op de ene prent aanrijden en rijdt op de andere prent door de poort de binnenplaats op. Rond het hotel is het een komen en gaan van mensen. De reclameteksten op de prenten zijn twee- of drietalig. De Franstalige tekst, met de naam van de eigenaar/uitbater "Bonjour fils", is het meest prominent weergegeven. Interessant is de vertaling van de hotelnaam in het Duits ("Gasthof zum Helm") en Engels ("Hotel of the Head Piece").
thumb|Visitekaartje, ca. 1845-1860 In 1845 werd de oorspronkelijk uit Aken afkomstige Aloys Bonn (1818-1870) eigenaar van het hotel.Bericht van Al. Bonn, in: Opregte Haarlemsche Courant, 23 april 1846 (online tekst op delpher.nl, geraadpleegd op 29 januari 2022). Een visitekaartje (mogelijk ook een porseleinkaartje) uit deze periode toont het hotel zoals het er toen waarschijnlijk uitzag: een brede gevel van acht traveeën met een koetspoort aan het Vrijthof, en een nog bredere gevel, eveneens met koetspoort, aan de Helmstraat. Het Helmstraatje wordt veel breder weergegeven dan het in werkelijkheid was. Bonn's naam staat prominent op de Vrijthofgevel. Al eerder, omstreeks 1840, was hij eigenaar van café Suisse aan het Vrijthof. Later was hij een van de steunpilaren van de sociëteit Momus. (1982): De Momus, p. 7. Maastrichts Silhouet nr. 8. Stichting Historische Reeks Maastricht, Maastricht. . In 1859 kocht Bonn het toentertijd zeer gerenommeerde Hotel du Lévrier aan de Boschstraat.
Al langer bestonden er plannen om aan de noordzijde van het Vrijthof het Statenstraatje en het Helmstraatje te verbreden. Dat was in de eerste plaats nodig om er riolering te kunnen aanleggen; pas in de tweede plaats ging het om "verfraaijing der stad". In het Helmstraatje was Hotel Du Casque de voornaamste sta-in-de-weg. Omdat hoteleigenaar Bonn verbouwingsplannen bleek te hebben, wat de prijs van het te onteigenen pand zou kunnen opdrijven, werd het hotel door de gemeente aangekocht nog vóór de gemeenteraad op 9 maart 1860 het besluit tot verbreding had genomen. In april 1860 werd het hotel afgebroken. In de maanden daarna werd riolering aangelegd en werd de steeg verbreed tot 10 el (circa 7 m), waardoor er plaats was voor een rijweg met twee sporen en voetpaden aan beide zijden. In augustus kon de straat al voor het verkeer worden opengesteld. Op de hoek met het Vrijthof werden twee percelen samengevoegd en hier verrees in 1869 het nieuwe Post- en Telegraafkantoor, een monumentaal, neoclassicistisch gebouw van de Bredase architect A.J.F. Cuypers (in 1929 gesloopt). De rest van de bebouwing langs de westelijke rooilijn van de Helmstraat kwam na 1880 tot stand, op een smal perceel na.Martin (2000), pp. 168-169. Hier zou pas veel later, in 1931, het tweede Hotel Du Casque verrijzen.
Café-restaurant Du Casque (1862-1931) Café-restaurant Du Casque werd na de sloop van het hotel enkele panden westelijker, op het latere adres Vrijthof 52, voortgezet. Het nieuwe pand was aanzienlijk kleiner en het lijkt erop dat Bonn bereid was een stapje terug te doen op deze locatie. Het koffiehuis annex eetgelegenheid was weliswaar ruim opgezet (108 m² op de begane grond en 46 m² op de eerste verdieping), maar van een logeergelegenheid lijkt geen sprake.'Drankwet vergunning', in: Nederlandsche Staatscourant, 19 mei 1908 (online tekst op Delpher, geraadpleegd 29 januari 2022).
In de jaren 1870 was Emile Kirsch eigenaar van het café-restaurant. Na zijn dood verhuurde de weduwe Kirsch-Habets het in 1883 aan Oscar Kayser, die het in 1896 in eigendom verkreeg. In 1919 verwierf Everhardus Petrus Beerman (1869-1928) het pand, dat hij al sinds eind 1907 huurde van Kayser. In hetzelfde jaar 1919 verwierf Du Casque het predicaat hofleverancier. Vanaf 1922 mocht Beerman tevens het wapen van prins Hendrik van Mecklenburg-Schwerin voeren.'Vorstelijk wapen', bericht in: Limburgsch Dagblad, 21 april 1922 (online tekst op Delpher, geraadpleegd 29 januari 2022). Beide eerbewijzen werden met trots door middel van wapenschilden aan de gevel getoond. Beroemde gasten uit die tijd waren onder anderen kroonprins Albert I van België en de Franse premier Georges Clemenceau.Philippens (1933), p. 31. In de jaren 1920 was de Duitser Emil Backerra er chef-kok.'Hotel De La Poste in Gulpen', op warsage.nl. Gearchiveerd op 28 januari 2023. In 1929 verkochten de erven Beerman het pand aan het Vrijthof, samen met een delicatessenwinkel in de Spilstraat, aan P. Gips.Advertentie in Limburger Koerier, 18 januari 1929 (online tekst op Delpher, geraadpleegd 28 januari 2022). Gips liet de bovenzalen van Du Casque renoveren en zette de exploitatie enige tijd voort, maar verkocht het pand waarschijnlijk al in 1930 aan NV Heinekens Bierbrouwerij.Advertentie in: Limburger Koerier, 18 mei 1929, p. 20 (online tekst op Delpher, geraadpleegd 30 januari 2022).
Tweede Hotel Du Casque (1932-nu)