thumb|F.D. Maurice (1805-1872), foto uit 1865 John Frederick Denison Maurice (Normanston, Suffolk, 29 augustus 1805Dr. P. Blaauw: F.D. Mauric en de Christelijk-Sociale Beweging, G.J.A. Ruys, Utrecht 1911. Gearchiveerd op 2 februari 2022.p. 7P. Blaauw: F.D. Maurice. Zijn leven en werken (diss.), Drukkerij N.V. Concordia, Amsterdam 1908. Gearchiveerd op 2 februari 2022.p. 2 – Londen, 1 april 1872p. 3p. 96)"Maurice, (John) Frederick Denison", in: Grote Winkler Prins Encyclopedia in 26 dln., dl. 15, onder red. van L.C.M. Röst, Elsevier Amsterdam/ Antwerpen 1992, p. 461was een Engels (anglicaans) theoloog, schrijver en grondlegger van het Britse christensocialisme. Hij stond bekend als F.D. Maurice.

Biografie Hij werd geboren op 29 augustus 1805 als zoon van Michael Maurice, een unitarische predikant.p. 7 Zijn voorouders behoorden al generaties tot de presbyteriaanse kerk; vader Michael Maurice, die zijn opleiding genoot aan de Hoxton Academy,Een zogenaamde "Dissenters Academy", een opleidingsinstituut of hogeschool voor hen die niet behoorden tot de anglicaanse kerk, en daarom geen toegang hadden tot de reguliere universiteiten. was de eerste van de familie die over was gegaan tot het unitarisme.p. 2 Op politiek vlak behoorde hij tot de liberalen.p. 2 De moeder van F.D. Maurice was Priscilla Hurry, een koopmansdochter.p. 10

Opleiding thumb|left|F.D. Maurice Maurice ontving zijn lager- en middelbaar onderwijs in de thuissituatie. Hij was buitengewoon leergierig en wordt omschreven als een brave jongen.p. 11 In 1823 werd hij toegelaten tot Trinity College (Cambridge)p. 7 om te beginnen aan een studie in de rechten. Voor de studie was het niet noodzakelijk om lid te zijn van de Kerk van Engeland, maar daar stond tegenover dat iemand buiten de kerk staande, niet kon promoveren en dus geen academische graad kon verwerven. Hij werd lid van de debatclub (waar leden van verschillende politieke richting bij waren aangesloten) en sloot zich aan bij de Cambridge Apostles, een dispuut.p. 19 In 1825 zette hij zijn studie voort aan Trinity Hall. Omdat hij niet kon promoveren, werkte hij na zijn studie (1827) als redacteur voor een krantje waarvan slechts drie nummers verschenen en de naam The Metropolitan Quarterly Magazine droeg.p. 21 Daarna verrichtte hij journalistiek werk voor de liberale The Westminster Review en het literaire tijdschrift The Athenaeum. Hij maakte gedurende deze periode kennis met John Stuart Mill. In deze periode naderde Maurice het liberalisme, maar hij was er de man niet naar een ideologie te omarmen. Hij bekritiseerde echter het individualisme dat voor hem gelijkstond aan egoïsme. Hij onderging echter ook de invloed van enkele Tory-denkers en het utopische socialisme van Robert Owen. Bij de klassieke tories en de utopische socialisten vond hij een (her)waardering voor het gemeenschapsleven terug. Daarnaast leerde hij ook Thomas Erskine of Linlathen, een Schotse theoloog, kennen. Erskine vertegenwoordigde een stroming binnen het protestantisme dat liberaal gedachtegoed probeerde te verbinden met een geheel eigensoortig theocratisch denken.p. 7 Dit theocratisch denken maakte Maurice zich volledig eigen en was gestoeld op het besef dat God regeerde en het niet noodzakelijk was om de bestaande orde te vervangen als voorwaarde voor verbetering.De liberalen gingen indertijd uit van het vervangen van het oude, dat op zichzelf al zal leiden tot vooruitgang. De radicalen waren realistischer, begrepen dat na het vervangen van de bestaande orde er daarna wetgeving zou moeten komen om tot lotsverbetering te komen. De meeste tories (conservatieven) ontbrak het geheel aan visie om om te springen met allerlei sociale problemen die waren ontstaan. Er waren echter enkele Tory-denkers die meenden dat de remedie voor de sociale problematiek vooral lag in het "teruggaan in de tijd" en zij verwierpen al het moderne. Vanuit het bestaande (dat daarom overigens niet per definitie juist is) kan men aanvangen met het doen van het goede.Hierin kan men gemakkelijk een zekere conservatieve "trek" binnen het denken van Maurice waarnemen. Anders dan de gemiddelde Tory waardeerde hij ook bepaalde elementen binnen het liberalisme en het radicalisme. Ook is zijn waardering voor Mill altijd gebleven, vooral voor diens persoon.

Tijdens een verblijf in Southampton, waar zijn ouders woonden, besloot hij over te gaan tot de Kerk van Engeland en te studeren voor (anglicaans) priester. Reden voor zijn breuk met het unitarisme waren het in zijn ogen het te veel op de voorgrond treden van het rationalisme en het ontbreken van een credo. Ook het individualisme en het subjectivisme gingen hem tegenstaan.p. 11 Van Egmond noemt de voornaamste breuk met het unitarisme "omdat hij de ook daarin gangbare gedachten over God als vader en God als liefde alleen in de Triniteit afdoende gefundeerd achtte."A. van Egmond: De Lijdende God etc., Amsterdam 1986, p. 85, voetnoot 15 Zijn overgang tot het anglicanisme vond plaats in 1831. Hij was een jaar eerder aan zijn studie voor het priesterschap te Exeter College (Oxford) begonnen en werd in 1834 tot priester gewijd.p. 7 Als theoloog onderging hij de invloed van Plato en de kerkvaders. Tussen 1834 en 1836 werkte hij als assistent-parochievicaris te Bubbenhall, Warwick. In het eerste jaar van zijn werkzaamheden als priester publiceerde hij een roman, Eustace Conway, genaamd.

Hoogleraar In 1836 werd hij benoemd tot docent moraalfilosofie aan Guy's Hospital, Londen. In 1837 trouwde hij met Anna Eleanor Barton, dochter van een generaal. In 1837 verscheen een van zijn belangrijkste werken, de eerste editie van The Kingdom of God. Maurice was - onder invloed van het theocratisch denken - ervan overtuigd dat het Koninkrijk van God reeds op beperkte mate zichtbaar is op aarde. Bijvoorbeeld in de sacramenten van doop en eucharistie. Andere tekenen van het Godsrijk waren de preek, de aanwezigheid van de Heilige Schrift, het juiste leergezag, de liturgie en het episcopale stelsel; kortom in het kerkelijke leven van de anglicaanse kerk.

In 1840 werd Maurice benoemd tot hoogleraar Engelse taal- en letterkunde aan King's College London. In 1845 overleed zijn eerste vrouw.

Queen's College en de Working Men's College Maurice is gedurende zijn hele leven een groot pleitbezorger geweest voor toegankelijk onderwijs voor alle mensen. Dit idee werd gevoed door het liberale element dat altijd aanwezig is gebleven binnen Maurice' denken. In 1848 was hij oprichter van Queen's College (Londen), een onderwijsinstelling voor meisjes tot 18 jaar. Was Queen's College vooral bedoeld voor meisjes uit de (hogere) middenklasse, het door Maurice en de zijnen in 1854 opgerichte Working Men's College. Deze onderwijsinstelling - die nog altijd bestaat - is bedoeld voor volwassen mannen uit de arbeidersklasse en de klasse van kleine handwerklieden om hen te onderrichten in de vrije kunsten en zo hun horizon te verbreden. Maurice was het eerste hoofd (principal) van de Working Men's College. Bekende docenten waren in die beginjaren o.a. J.S. Mill en Charles Kingsley. Maurice hertrouwde in 1849 met Georgina Hare-Naylor.

Ontslag als hoogleraar aan King's College thumb|Maurice in 1854 In 1853 werd Maurice als hoogleraar aan King's College ontslagen vanwege zijn theologische werk Theological Essays dat hij weigerde aan te passen. Zijn uitleg van het begrip eeuwigheid stuitte op verzet van kerkelijke zijde. Volgens Maurice wordt met eeuwigheid (eternal)Van het Griekse aioon. bedoeld het ontbreken van tijdsbesef en mag daarom niet in verband worden gebracht oneindigheid (everlasting). Maurice beriep zich voor zijn uitleg van het begrip eeuwigheid op de Bijbel, de geloofsbelijdenissen van de oude kerk, Plato en de kerkvaders.p. 68 Zijn tegenstanders verweten Maurice met zijn interpretatie te kort te doen aan de "eeuwige straf", die volgens hun interpretatie van Maurice nu niet meer kon worden uitgelegd als eindeloos. Het "eeuwig leven", door Maurice gekenschetst als het "kennen van God", en alleen op grond daarvan eindeloos te noemen, werd door zijn tegenstanders echter misverstaan als zou Maurice het eindeloze leven van de gelovige bij God ontkennen.Een zeker egoïsme van de kant van de tegenstanders van Maurice is merkbaar: voor het staat voorop dat eeuwig leven eindeloos is en pas op de tweede plaats het kennen van God. Maurice draait de situatie echter om: het eeuwige leven is het kennen van God en pas op de tweede plaats eindeloos voortleven.p. 68 Kerkelijke vervolging bleef voor Maurice uit: zijn opvattingen bleven geheel binnen de belijdenis van de anglicaanse kerk, de zogenaamde 39 artikelen van het geloof.p. 69 Maurice ontving steun voor zijn opvattingen van verscheidene theologen, maar ook van classici die meenden dat zijn interpretatie van het Griekse woord voor "eeuwigheid" juist was. Dat Maurice het universalisme zou leren in zijn Theological Essays is niet geheel juist. Wel leerde hij dat in theorie dat de straffen in het hiernamaals de zondaar tot bekering zou kunnen brengen. God straft volgens Maurice om een bepaald doel te bereiken. Hij schijnt er echter van uit te zijn gegaan dat de zondaar in de praktijk onverbeterlijk zou blijken te zijn en dus eindeloos een straf zou moeten ondergaan.A. van Egmond: De Lijdende God in de Britse Theologische Traditie van de Negentiende Eeuw (diss.), VU Uitgeverij, Amsterdam 1986, pp. 81-118

Christensocialisme