thumb|Poort van Casa Campanini (1904)

Met Liberty wordt de stijl aangeduid die in de stad Milaan steeds populairder werd tussen het begin van de twintigste eeuw en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. De Libertystijl (in het Italiaans stile Liberty) kon zich in de hoofdstad van Lombardije zo snel ontwikkelen dankzij de zeer ambitieuze industriële bourgeoisie in die tijd. Liberty werd beïnvloed door de florale Franse art nouveau, de Duitse jugendstil en het eclecticisme.

Historische achtergrond en kenmerken Toen in 1881, twintig jaar na de eenwording van Italië, de Nationale Tentoonstelling in Milaan werd gehouden, was de stad al hard op weg om het industriële centrum van Italië te worden. In de stad was een nieuwe burgerklasse in opkomst die betrokken was bij de industrie en handel en die bestond uit voormannen, grondeigenaren en ondernemers. In slechts tientallen jaren zou deze klasse de oude stedelijke adel in rijkdom en aanzien evenaren.

Aan het begin van de twintigste eeuw had deze nieuwe burgerklasse de leiding genomen over het sociale en economische leven in de stad. De Libertystijl was een noviteit die uit Frankrijk was komen overwaaien en in Italië in 1902 was geïntroduceerd in Palermo (eind negentiende eeuw) en tijdens de internationale kunsttentoonstelling in Turijn. De nieuwe burgerklasse vond in de Libertystijl een eigen statussymbool: een kans om de macht te tonen en om zich tegelijkertijd te onderscheiden van de adellijke klasse met haar neoklassieke en barokke woningen. Deze bijna exclusieve band tussen de nieuwe heersende klasse en de nieuwe bouwstijl wordt nog duidelijker als je in aanmerking neemt dat de nieuwe burgerklasse moderne woningen ging bouwen volgens de voorschriften van de Libertystijl, terwijl de meer traditionele en behoudende bouwopdrachten van de oude financiële en kerkelijke wereld werden uitgevoerd in de inmiddels niet meer zo geliefde en meer conservatieve eclectische stijl die in de negentiende eeuw zo populair was. Duidelijke voorbeelden hiervan zijn de bancaire gebouwen in de buurt van piazza Cordusio.

De Wereldtentoonstelling in Milaan in 1906 was de laatste aanzet tot de ontwikkeling van de Libertystijl. Ter gelegenheid van deze tentoonstelling werden tientallen paviljoenen en openbare gebouwen opgetrokken in Libertystijl, waarna deze stijl definitief de heersende artistieke stijl in de stad werd. Hoewel de werken in Libertystijl in Milaan erg van elkaar verschillen, hebben ze ook een aantal zaken met elkaar gemeen. Een steeds terugkerend element is de decoratie van de gebouwen in smeedijzer of met decoratief cement, met bloemen- of dierenthema's. Bij de constructie valt het gebruik van gewapend beton op. Andere gemeenschappelijke elementen zijn de schilderingen, vaak met gebruikmaking van keramische tegels, die op de wanden van de gebouwen zijn aangebracht, en het gebruik van kariatiden en hermen die overgenomen zijn van de adellijke paleizen in Milaan. Hoewel er zeer veel voorbeelden zijn van toegepaste kunst in Libertystijl in de stad werden, enkele uitzonderingen daargelaten, de architectuur en decoraties binnenshuis niet aangepast aan de Libertystijl. De binnenhuisarchitectuur bleef gedomineerd door laat-eclectische stijlkenmerken.

Nadat de Libertystijl in Milaan een hoogtepunt had bereikt in 1906, waren de eerste vermengingen met de eclectische architectuur te zien en deze werden steeds frequenter tot aan de Eerste Wereldoorlog. Hierna kwam de Libertystijl alleen nog beperkt voor bij kleinere gebouwen, terwijl de industriële bourgeoisie spontaan overging op de art deco.

Particuliere bouwprojecten thumb|Palazzo Castiglioni thumb|Casa Guazzoni

De Libertyperiode in Milaan werd ingeleid met het in 1903 voltooide palazzo Castiglioni. Ontwerper was Giuseppe Sommaruga, een architect die later een van de belangrijkste vertolkers van het modernisme in Italië zou worden. Het gebouw is gedecoreerd met cementen beelden met bloementhema's en met smeedijzeren composities die kenmerkend waren voor de nieuwe stijl. Anders dan bij de klassieke art nouveau zijn hier monumentale vormen toegepast en is gebruik gemaakt van klassieke elementen, zoals de putti die zijn overgenomen van de nabijgelegen adellijke neoklassieke paleizen. Palazzo Castiglioni wordt als een van de beste voorbeelden van de Italiaanse Libertystijl gezien en staat in een van de meest elegante en vooraanstaande lanen van Milaan. Het palazzo benadrukt nog eens heel duidelijk de status van de nieuwe burgerklasse en het is een van de eerste gebouwen waarbij cement is gebruikt voor het maken van de sculpturen. Dat er was gebroken met de oude heersende klasse blijkt nog duidelijker doordat er bij de ingang twee beelden van naakte vrouwen waren geplaatst, in een houding die in die tijd zeker als uitdagend kon worden beschouwd. Deze beelden veroorzaakten een dermate groot schandaal dat het palazzo van de inwoners van Milaan de bijnaam la ca’ di ciapp (‘het huis met de billen’ verwijzend naar het naakte achterwerk van de afgebeelde vrouwen) kreeg. De architect werd gedwongen de beelden weg te halen en ze te verplaatsen naar villa Faccanoni, die destijds in een buitenwijk lag. Deze villa, eveneens ontworpen door Sommaruga, is een uitstekend voorbeeld van de Libertystijl en heeft net als palazzo Castiglioni putti en zuilvormige ramen op de hoogste verdieping.

Een andere toonaangevende vertolker van de Libertystijl was Giovanni Battista Bossi. Zijn beroemdste werk is casa Galimberti. De voorgevel van het gebouw is overvloedig gedecoreerd met keramische tegels waarop mensen en planten zijn afgebeeld in contrasterende kleuren. Noemenswaardig zijn ook de gedecoreerde cementen balkons en de balkonnetjes met smeedijzeren baldakijnen. Enkele meters verderop staat het eveneens door Bossi ontworpen casa Guazzoni. Hoewel ook hier de typische florale stijl is behouden, is de voorgevel rijk gedecoreerd met sculpturen van putti, vrouwen en planten, eveneens uitgevoerd in beton en smeedijzer, en heeft het overhangende balkons. Dezelfde architect heeft ten slotte casa Alessio ontworpen, in een stijl die meer lijkt op de Weense sezessionstil, met strakke geometrische lijnen en de verticale band bij de ingang.

Casa Campanini is een zeldzaam voorbeeld van een gebouw dat niet voor een ander is ontworpen; architect en aannemer Alfredo Campanini bouwde het in 1904 om er zelf in te gaan wonen. Het ontwerp van de voorgevel lijkt op het eerste gezicht erg op het werk van Sommaruga, met name door het gebruik van vrouwelijke beelden bij de ingang, wat een duidelijk eerbetoon is aan de entree van het palazzo Castiglioni. De klassieke houten poort van de ingang is hier vervangen door een smeedijzeren hekwerk met plantenmotieven van de hand van Alessandro Mazzucotelli, die ook de andere smeedijzeren decoraties heeft gemaakt. Samen met de fresco's en de gekleurde ramen aan de binnenzijde van de woning ademen deze de kenmerkende Libertystijl zonder enig spoor van de eclectische stijl. Dit was niet gebruikelijk in de stadsarchitectuur uit die tijd.

In 1902, toen er nog geen nieuwe woonwijken werden gebouwd speciaal voor de bourgeoisie, is casa Ferrario gebouwd aan de via Spadari, een van de oudste en meest centraal gelegen wegen in Milaan. Dit palazzo, dat in wezen nog steeds traditioneel is met overwegend sobere decoraties, is ontworpen door Ernesto Pirovano en is bekend vanwege de overhangende smeedijzeren balkons die zijn gedecoreerd met spiraal- en bloemmotieven en de consoles die griffioenen voorstellen. Ook deze balkons zijn gemaakt door Mazzucotelli, die als een van de grootste kunstenaars op het gebied van smeedijzer in Italië wordt beschouwd.

Als tegenhanger van de florale stroming van de Libertystijl in Milaan, aangevoerd door Sommaruga, kan casa Donzelli van architect Ulisse Stacchini genoemd worden. Hoewel ook hij duidelijk beïnvloed is door de meester Sommaruga, zijn in het ontwerp ook de strakke lijnen die zo kenmerkend zijn voor de Duitse Libertystijl te vinden. Een ander voorbeeld is casa Agostini. Hier zijn elementen terug te vinden die kenmerkend zijn voor de Libertystijl, zoals thema's ontleend aan de natuur en beelden in cement, maar dan in combinatie met een voorgevel die typisch is voor gebouwen uit de negentiende eeuw met classicistische elementen zoals bas-reliëfs.

Naast woningen voor de hogere klassen zijn er in Milaan ook veel woningen in Libertystijl gebouwd voor de lagere en middenklassen. Omdat er voor de bouw van deze woningen veel minder geld beschikbaar was, werd er gebruik gemaakt van keramische decoraties en betonnen beelden die in fabrieken in massaproductie waren gemaakt en van eenvoudigere smeedijzeren decoraties. Ook werden de gemeenschappelijke ruimtes beperkt tot wat strikt noodzakelijk was. Voorbeelden van dit type opdrachten zijn casa Dugnani en casa Biraghi, waarvan de majolicategels met bloemenmotief in massa geproduceerd zijn door het bedrijf Richard-Ginori.

Een aparte stroming in de woningbouw voor de bourgeoisie zijn de gebouwen met een gemengde bestemming, zowel voor bewoning als voor industriële of commerciële activiteiten. Een voorbeeld hiervan is casa Laugier, een gebouw dat ontworpen is voor de familie Laugier uit Val d'Aosta om te dienen als woning voor het gezin en als apotheek. Het palazzo is ontworpen door architect Antonio Tagliaferri en is geïnspireerd door de Weense art nouveau. Voor de decoratie is gebruik gemaakt van elementen die zo kenmerkend zijn voor de Italiaanse Libertystijl zoals tegels, cement en smeedijzer met afbeeldingen uit de dieren-of plantenwereld. Wel zijn de decoraties eenvoudiger van aard en is er gebruik gemaakt van terracotta bakstenen die ook gebruikt werden voor de aanleg van wegen in Lombardije gedurende de renaissance.

Uitsluitend voor zakelijk gebruik waren de Magazzini Contratti die in 1903 zijn gebouwd naar ontwerp van Luigi Broggi. Gebruik van gewapend beton (toen nog heel vernieuwend) maakte de dragende structuur van eenvoudige kolommen en het gebruik van grote ramen met smeedijzeren balustrades mogelijk die dit gebouw het kenmerkende uiterlijk geven. Hetzelfde geldt voor de Magazzini Bonomi, dat ontworpen is met grote raampartijen, smeedijzeren balkons en kolommen van gietijzer. Naast gebouwen met een commerciële bestemming zijn er ook fabrieken gebouwd, maar deze kwamen vaker voor in de omgeving van Milaan en de meeste zijn afgebroken om plaats te maken voor woningen. Voorbeelden hiervan zijn de voormalige ondernemingen ditta Gondrand en ditta Cusini van architect Cesare Mazzocchi. Op deze gebouwen vind je ook de elementen van de Libertystijl en de grote ramen van de Magazzini Contratti, maar op een meer sobere manier. Zo konden de eisen die aan het verfraaien van het uiterlijk van het gebouw werden gesteld, verenigd worden met het beperken van de kosten voor het bouwen van een industrieel gebouw.

Ten slotte kunnen nog wat werken genoemd worden die gebouwd zijn voor andere activiteiten in de dienstensector. Een beroemd voorbeeld hiervan is de voorgevel van het voormalige hotel Trianon, een rijk gedecoreerd gebouw met grote raampartijen. Het gebruik van putti laat duidelijk de invloed van de oudere neobarok zien. De neobarok is later ook weer opgepakt door Alfredo Campanini bij de bouw van casa Tosi. Vermeldenswaardig is ook de vroegere bioscoop Dumont, gedecoreerd met florale motieven en gebouwd om filmvoorstellingen in te geven. Dit gebouw is een van de eerste in Italië dat voor dit specifieke doel werd gebouwd.

Volkshuisvesting, openbare gebouwen en Liberty minore