Craniosacraal therapie is een alternatieve behandeling waarbij door middel van zachte aanraking niet-bestaande ritmische bewegingen van de schedelbotten worden gevoeld en de zogenaamde onbeweeglijke gewrichten van de schedel worden aangepast om een therapeutisch resultaat te bereiken. Craniosacraal therapie is gebaseerd op fundamentele misvattingen over de anatomie en fysiologie van de menselijke schedel en wordt gepromoot als een wondermiddel voor allerlei gezondheidsproblemen.

Medisch onderzoek heeft geen significant bewijs gevonden dat CST of craniale osteopathie gezondheidsvoordelen opleveren, en pogingen om de botten van de schedel te manipuleren kunnen schadelijk zijn, met name voor kinderen of zuigelingen. In verschillende peer-reviewde publicaties en overzichtsartikelen wordt craniosacrale therapie aangemerkt als pseudowetenschap.

Craniosacraal therapie is ontstaan vanuit de osteopathie.

Geschiedenis Craniosacraal therapie vindt zijn oorsprong in de osteopathie ontwikkeld door de Amerikaanse medicus Dr. Andrew T. Still (1828-1917). De Amerikaanse osteopaat William G. Sutherland (1873-1954) breidde het uit tot craniale osteopathie. Sutherland is verantwoordelijk voor de meeste technieken die worden gebruikt. Hij heeft het belang van het craniosacraal systeem onderkend en onderwezen rond de jaren 1940. Het werd verfijnd en gecodificeerd door zijn student Harold Magoun in de jaren 1950 en door deze onderwezen aan John E. Upledger in de late jaren 1960.

Upledger ontwikkelde het tot wat hij craniosacraal therapie noemde. Hij vergeleek craniosacraal therapie met craniale osteopathie en schreef: "Dr. Sutherland's ontdekking met betrekking tot de flexibiliteit van schedelhechtingen, leidde tot het vroege onderzoek achter craniosacraal therapie. Beide benaderingen beïnvloeden de schedel, het heiligbeen en het stuitbeen, daar houden de overeenkomsten op".

Van 1975 tot 1983 werkten Upledger en neurofysioloog en histoloog Ernest W. Retzlaff aan de Michigan State University als klinische onderzoeker en hoogleraar.

Toepasbaarheid Het doel van craniosacraal therapie is de behandelde door middel van lichte aanrakingen zo goed mogelijk te laten functioneren. Lichte aanraking ter facilitatie van het sensomotorisch zelfregulerend vermogen.

De therapie kan volgens aanhangers worden toegepast bij allerlei uiteenlopende functionele klachten: Leer-, gedrags- en concentratieproblemen, zoals ADHD. Migraine, hoofdpijn, sinusitis, tinnitus. Chronische vermoeidheid. Slaapstoornissen. Aangezichtspijn. Psychische klachten, stress, burn-out. Chronische klachten zonder aanwijsbare oorzaak. Bekkenbodemklachten en lagere urinewegsymptomen. Klachten van het bewegingsapparaat: rug-, nek- en schouderklachten, RSI, whiplash. Deze lijst is zuiver indicatief als voorbeeld van functionele klachten.

De behandeling miniatuur|Craniosacraal therapie Craniosacraal therapie is een behandelwijze met als doel het bevorderen van de autoregulatie in het craniosacraal systeem en het bindweefselsysteem door middel van zachte en precieze technieken. Het is een interactieve therapie, die ten doel heeft lichaam en geest te helpen zich te bevrijden van spanningen die zijn ontstaan na fysieke en emotionele traumatische belevingen. De therapeut beroert het bindweefsel en het craniosacraal systeem om het lichaam uit te nodigen tot zelfregelende beweeglijkheid.

In het zogenaamde 10 stappen protocol worden, in een logische opbouw, de belangrijkste plaatsen van het craniosacraal systeem behandeld. Er wordt getracht de verharding van het bindweefsel te verzachten, door middel van lichte aanraking en het uitoefenen van zachte druk. Door de diepe ontspanning die daarbij ontstaat, kunnen ook de lagen die met een verharding te maken hebben worden behandeld. Deze verhardingen zijn, volgens de theorie, mogelijk verantwoordelijk voor het voortbestaan van klachten.

Risico's en controverse Ongereguleerde alternatieve therapieën, zoals craniosacraal therapie, kunnen gevaarlijk zijn, door het ontbreken van (voldoende) toezicht. Therapeuten kunnen handelingen wijzigen of toevoegen naar eigen inzicht en onbewezen gezondheidsclaims doen, met ongewenste gevolgen. Bij levensbedreigende of ernstige ziektes is het van belang dat de patiënt in eerste instantie reguliere medische zorg krijgt aangeboden.

De theorie achter craniosacraal therapie, de genoemde flexibiliteit van schedelhechtingen en het bestaan van een 'craniosacraal ritme', is omstreden en niet wetenschappelijk bewezen.

Wetenschappelijk onderzoek

Beoefenaars van CST beweren dat het effectief is bij de behandeling van een breed scala aan aandoeningen, en stellen soms zelfs dat het een geneesmiddel tegen kanker is, of een wondermiddel. Beoefenaars bevelen het gebruik van CST vooral aan bij kinderen. Pediaters hebben hun bezorgdheid geuit over de schade die CST bij kinderen en zuigelingen kan veroorzaken.

Er is geen bewijs dat CST nuttig is voor mensen met autisme en het gebruik ervan is potentieel schadelijk. Tot en met 2018 waren er ten minste twee sterfgevallen gemeld als gevolg van spinale manipulatie binnen CST. In een kleine studie ondervonden deelnemers met hoofdletsel een verergering van hun symptomen als gevolg van CST. Daarnaast kan het kiezen voor CST als enige behandeling bij ernstige gezondheidsproblemen ernstige nadelige gevolgen hebben; de American Cancer Society beveelt aan dat mensen met kanker of chronische aandoeningen hun arts raadplegen voordat zij een therapie starten die bestaat uit manuele manipulatie.

Volgens de American Cancer Society kan CST weliswaar symptomen van stress of spanning verlichten, maar “beschikbaar wetenschappelijk bewijs ondersteunt niet de beweringen dat craniosacrale therapie helpt bij de behandeling van kanker of enige andere ziekte”. Craniale osteopathie heeft een vergelijkbare beoordeling gekregen; een artikel uit 1990 concludeerde dat er geen wetenschappelijke basis was voor de onderzochte claims van beoefenaars.

Tests tonen aan dat CST-beoefenaars de vermeende craniosacrale puls niet daadwerkelijk kunnen identificeren, en verschillende beoefenaars verkrijgen uiteenlopende resultaten bij dezelfde patiënt. Het idee van een craniosacraal ritme kan wetenschappelijk niet worden onderbouwd.

Dr. John E. Upledger en Ernest W. Retzlaff voerden onderzoek uit naar de vermeende craniosacrale puls en de door Sutherland voorgestelde beweging van schedelbotten. Zij publiceerden bevindingen die zij interpreteerden als ondersteuning voor het bestaan van een zogenoemd ‘craniosacraal ritme’ en schedelbotbeweging. Latere onafhankelijke beoordelingen van deze onderzoeken concludeerden dat ze geen goed bewijs leverden voor het bestaan van de voorgestelde schedelbotbeweging.

Sommige kleine gerandomiseerde onderzoeken vonden statistisch significante verminderingen in pijnintensiteit bij chronische lage rugpijn en nekpijn in vergelijking met controle- of schijnbehandelingen. De primaire uitkomsten waren echter niet in alle studies significant, en de steekproeven waren beperkt.

Systematische reviews In oktober 2012 voerde Edzard Ernst een systematisch literatuuronderzoek uit van gerandomiseerde klinische onderzoeken naar craniosacrale therapie. Hij concludeerde dat “het idee dat CST gepaard gaat met meer dan niet-specifieke effecten niet is gebaseerd op bewijs uit rigoureuze gerandomiseerde klinische onderzoeken”. Over deze conclusie schreef Ernst op zijn blog dat hij deze formulering had gekozen als “een beleefde en wetenschappelijke manier om te zeggen dat CST onzin is”. Ernst merkte ook op dat de kwaliteit van vijf van de zes door hem beoordeelde onderzoeken “betreurenswaardig slecht” was, een oordeel dat aansloot bij een review uit augustus 2012 waarin werd gewezen op de “matige methodologische kwaliteit van de opgenomen studies”.

Ernst bekritiseerde een systematische review uit 2011 van Jakel en von Hauenschild omdat daarin observationele studies waren opgenomen en ook studies met gezonde vrijwilligers waren meegenomen. Deze review concludeerde dat de bewijslast rond craniosacrale therapie en de effectiviteit ervan beperkt was en bestond uit studies met een heterogeen ontwerp. De auteurs stelden dat het beschikbare bewijs op dat moment onvoldoende was om conclusies te trekken.

Een systematische review uit 2019 vond beperkt bewijs dat CST gedurende maximaal zes maanden enige verlichting kan bieden bij mensen met chronische pijn. De conclusies van deze studie werden echter betwist door het Office for Science and Society van McGill University vanwege de gebrekkige methodologische kwaliteit van de afzonderlijke studies waarop de analyse was gebaseerd.

Craniosacraal systeem Het craniosacraal systeem van de mens bestaat volgens aanhangers van CST uit de schedel (cranium), het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg) tot en met het heiligbeen (sacrum). Het centrale zenuwstelsel wordt omhuld door de hersen- en ruggenmergvliezen. Het buitenste harde vlies heet de dura mater. Dit harde hersenvlies zorgt ervoor dat de hersen- ruggenmergvloeistof (liquor), niet weg kan lekken. Het craniosacraal systeem is een onderdeel van het bindweefselsysteem.

Craniosacraal ritme

De Amerikaanse osteopathisch arts, Dr. John Upledger, ontdekte begin jaren '70, een voor hem onbekend ritme. Upledger noemde dit het 'craniosacraal ritme', ook wel de 'primaire ademhaling' genoemd. Volgens Upledger vindt de voeding van hersenen en ruggenmerg plaats door het ritmisch verversen van de hersenvloeistof. Het ritme ontstaat door een pompsysteem diep binnenin de hersenen. Via de schedelbotten, de wervelkolom en het stuitje beweegt het ritme golvend door het lichaam.

Verversing van de hersenvloeistof is van vitaal belang voor het goed functioneren van het centrale zenuwstelsel. Volgens Upledger kan de beweging worden waargenomen aan de schedel en staat door het bindweefsel (de fascia) in contact met het hele lichaam. Hierdoor is de beweging uiteindelijk ook voelbaar in de rest van het lichaam. Voor het 'craniosacraal ritme' is het belangrijk dat er geen belemmeringen zijn, aldus Upledger. Deze theorie is niet wetenschappelijk bewezen.

Bindweefsel

Een belangrijke ontdekking is het belang van de functie van het bindweefsel en de invloed daarvan op ons functioneren. Ons lichaam bestaat voor 25% uit bindweefsel, alle structuren in ons lichaam zijn hierdoor met elkaar verbonden. Dit bindweefsel kunnen we ons voorstellen als een cocon die onze schedel, ruggenmerg, organen, botten, spieren, gewrichten, bloedvaten en zenuwen omhult, steunt en verbindt.

Bij een trauma of ziekte zal ons lichaam in eerste instantie zelf proberen te herstellen. Afhankelijk van de ernst, hebben we daar medische zorg, therapie en tijd voor nodig. Ook emotionele trauma’s komen we, na een bepaalde tijd, weer te boven. Het trauma is dan deel geworden van onze geschiedenis.

Soms is het trauma zo groot of het zoveelste op een rij, dat genezing of herstel lang kan duren of zelfs uitblijft. In die situatie kan ons lijf overgaan op een tweede mogelijkheid: het zo efficiënt mogelijk 'inkapselen', waardoor een 'litteken' ontstaat. Dit litteken zorgt voor verharde plaatsen in het bindweefsel die vervolgens de balans verstoren. Klachten kunnen zich acuut of geleidelijk voordoen op de plek waar een verstoring zit, en kunnen zich ook op een hele andere plek in het lichaam openbaren. Volgens craniosacraal therapeuten is het 'craniosacraal ritme' op deze 'verharde' plaatsen minder voelbaar.

Referenties

Categorie:Alternatieve behandeling