thumb|Schoch in Turkije in 2014. Robert M. Schoch is een Amerikaanse associate professor in de natural sciences aan het College of General Studies, Boston University. Ondanks het feit dat Schoch geoloog en geofysicus is, werd het stofopwaaiende werk waar hij aan bijdroeg en welke hij sinds 1990 uitbreidde - de Sfinx watererosie-hypothese - door veel egyptologen initieel als pseudogeschiedenis bestempeld.

Jeugd Schoch is de zoon van Milton en Alicia Schoch. Zijn zuster heet Marguerita C. Schoch. Schoch kwam op jonge leeftijd al in aanraking met literatuur over het Oude Egypte, via zijn grootmoeder Adriana M. Goetz, die theosofe was. Zij leerde hem open te staan voor een alternatieve kijk op de geschiedenis. Zelf noemt hij zich echter geen theosoof.Youtube-film waarin Schoch de sfinx watererosie-hypothese uitlegt, maar ook over de invloed van zijn grootmoeder spreekt:

Volgens de theosofie werd Atlantis voorafgegaan door Lemurië. Atlantis besloeg alle Noord- en Zuid-Atlantische gebieden, delen van de noordelijke en zuidelijke Grote Oceaan, en omvatte zelfs eilanden in de Indische Oceaan (overblijfselen van Lemurië).'De Geheime Leer, Deel II, p.457 Het grootste deel van Atlantis zou miljoenen jaren geleden ten onder zijn gegaan, 850.000 jaar geleden zou het grote Atlantische eiland Ruta zijn overstroomd, 270.000 jaar geleden Daitya en in 9564 v.Chr. het laatste eiland van Atlantis, (Plato's) Poseidonis. De 'geelgezichten', de voorvaderen van de Turaniërs, Mongolen en Chinezen, vluchtten volgens de theosofie 850.000 jaar geleden oostwaarts naar Midden-Azië, toen Ruta door een meteorietenregen werd verwoest en in de vloedgolven ten onderging. Volgens Schoch hadden Chinezen invloed op de cultuur van Meso-Amerikaanse Olmeken door naar hen toe te varen en zouden er dáárom overeenkomsten tussen de twee beschavingen zijn.

Opleiding Schoch ontving een BA in antropologie en een BS in geologie van de George Washington University in 1979. Hij ontving een MS en PhD in geologie en geofysica van Yale University (PhD, 1983). Schochs dissertatie, Systematics, Functional Morphology and Macroevolution of the extinct Mammalian Order Taeniodonta werd in 1986 door het Peabody Museum of Natural History gepubliceerd.

Onderwijs Schoch heeft sinds 1984 aan de Boston University onderwezen. Hij kreeg de Peyton Richter Award voor interdisciplinair onderwijs, waaronder biologie, geologie, environmental science, geografie en science and public policy. In 1993 werd een genus van uitgestorven zoogdieren naar hem vernoemd, Robertschochia.

Gezin Schoch is getrouwd met Cynthia Pettit en ze hebben twee zonen: Nicholas Robert en Edward Robert. Ze wonen in Attleboro, Massachusetts.Schoch, Voyages of the Pyramid Builders, p. 303

Werken en gezichtspunten Sfinx thumb|Verticale groeven in de omheinende muur om de sfinx. De muur ontstond door het weghakken van grote steenblokken en het vrijmaken van het lichaam van de sfinx. Volgens geoloog Schoch zijn de groeven het resultaat van zware regenval, die zich alleen voordeed aan het einde van de Laatste IJstijd, ca. 10.000 v.Chr. thumb|De Tempel van de sfinx. Blokken kalksteen, rond de sfinx, werden uitgehakt en gebruikt voor de tempel ten oosten van de sfinx. miniatuur|Hal met granieten pilaren in de Vallei-tempel van Chefren, waar zijn beeld werd gevonden. Schoch is vooral bekend geworden vanwege zijn onorthodoxe bewering dat de Grote Sfinx van Gizeh ouder is dan conventioneel wordt gedacht (ca. 2500 v.Chr.), en dat een catastrofe verantwoordelijk was voor het uitwissen van bewijs van een oudere, onbekende beschaving. In 1991 herdateerde Schoch het monument op 10.000 - 5.000 v.Chr., gebaseerd op kenmerken van watererosie op de omheinende muren van de sfinx, en seismische studies rond de basis van de Sfinx en elders op het plateau.

Blokken kalksteen tot 50 ton werden rond de sfinx uitgehakt - het hoofd stak er bovenuit - en ten oosten van de sfinx gebruikt voor de Tempel van de sfinx en de Vallei-tempel. Met name in de omheinende muren, die vrijkwamen door het uithakken van de blokken, zijn de verticale fissures (groeven) te zien, die het gevolg zouden zijn van precipitation (neerstorten, zware regenval). De kalksteenblokken zijn op een andere manier verweerd dan de granieten dekstenen er omheen, die gemarkeerd zijn met inscripties van het Oude Rijk. De kalksteenblokken van de tempels zijn volgens Schoch verweerd door blootstelling aan zware regenval. Volgens Schoch zijn de granieten dekstenen van een latere tijd, mogelijk van de periode van Chefren. De oorspronkelijke tempels zouden zijn opgericht toen Egypte een nat klimaat had.

Er werden door Schoch en Thomas Dobecki seismologische testen gedaan van de doorsnee van structuren onder de sfinx. Er kwam een patroon uit van ongelijke ondergrondse verwering. In de vloer van de groeve van de sfinx in het noorden, zuiden en oosten was de verwering tot 6-8 voet onder het oppervlak, in het westen tot 4 voet. De westelijke zijde heeft twee muren, de buitenste is hoger en ouder dan de binnenste en de sfinx zou in twee fasen uit de rotsen zijn gehouwen. Mogelijk heeft Chefren de groeve in het westen verdiept en reparatie aan de sfinx uitgevoerd. Er was dus veel tijd overheen gegaan om de sfinx zodanig te verweren dat er reparatie nodig was. Het hoofd van de sfinx is volgens Schoch disproportioneel ten opzichte van het lichaam en heeft relatief recente sporen van beitels. Het hoofd zou in Chefrens tijd kunnen zijn gehouwen uit een eerder hoofd, mogelijk dat van een leeuw. De oudste fase van de sfinx ligt volgens Schoch 2200 tot 4500 jaar vóór Chefrens tijd (dus 4700-7000 v.Chr.) of daarvóór. De sfinx werd gebouwd door een beschaving, maar volgens de conventionele chronologie was die daar toen nog niet en dus moet er volgens Schoch iets mis zijn met die tijdrekening.Schoch, Appendix:Redating the Great Sphinx of Giza, in Voyages, p. 278-298

In 1992 deelde hij zijn bevindingen tijdens de Convention of the Geological Society of America en tijdens de 1992 Annual Meeting of the American Association for the Advance of Science (AAAS).

Schochs argumentatie werd opgenomen in de documentaire The Mystery of the Sphinx (1993), van de NBC en gepresenteerd door Charlton Heston. Schoch treedt er in op naast auteur John Anthony West. West zocht contact met Schoch nadat hij in zijn Serpent in the Sky de werken van R.A. Schwaller de Lubicz Temple de l'Homme en Roi de la Théocratie Pharaonique had bestudeerd.

Schwaller de Lubicz schreef: 'A great civilization must have preceded the vast movements of water that passed over Egypt, which leads us to assume that the Sphinx already existed, sculptured in the rock of the west cliff at Giza - that Sphinx whose leonine body, except for the head, shows indisputable signs of water erosion'Schwaller de Lubicz, Sacred Science, p. 96 De Lubicz zinspeelde op hevige regenval die de sfinx deed eroderen, terwijl er volgens West in de dynastieke tijd van Egypte geen dergelijke zware regenval was. Daarbij moest de Sfinx voor lange tijd onder woestijnzand begraven hebben gelegen, waardoor erosie door wind was uitgesloten. Volgens Schoch zou deze zware regenval veroorzaakt kunnen zijn door een heftige zonneuitbarsting.

Piramiden Schoch schreef ook Voyages of the Pyramid Builders (2003). Volgens hem werden de precolumbiaanse Amerika's langs drie wegen beïnvloed: via China, Zuid-, Zuidoost-Azië enerzijds en via Afrika en het Middellandse Zeegebied anderzijds (Precolumbiaanse transoceanische contact theorieën).Schoch, p. 164-5 Hij beweert dat mogelijk alle "pyramiden" - in Egypte, Meso-Amerika en elders - het resultaat zouden zijn van de verwoesting van een oude protobeschaving in Soendaland tussen 8000 en 6000 jaar geleden door zeespiegelstijging, veroorzaakt door veelvuldige botsingen met kometen. In 2006 onderzocht hij de "Bosnische piramide" ten noorden van Sarajevo, maar hij vond er geen bewijs van een grote, oude beschaving.

Yonaguni en astronauten Schoch schreef ook over de Yonaguni-onderwatermonumenten, waar hij vanaf 1997 meerdere malen dook. Het zou volgens hem om een natuurlijke site gaan, mogelijk door mensen naar behoefte aangepast. Schoch schreef ook een essay voor Lost Secrets of the gods, een pseudowetenschappelijk boek over het bestaan van astronauten in de oudheid.

Parapsychologie Schoch interesseert zich voor parapsychologie en stelde dat psychokinese en telepathie in potentie mogelijk zijn.

Reactie van andere academici Schochs geologische beweringen rond de Sfinx zijn door archeologen en geologen betwist. Volgens de Amerikaanse archeoloog en egyptoloog Mark Lehner kan de Sfinx niet ouder zijn dan de regering van Chefren van de 4e dynastie en is Schochs bewering pseudowetenschappelijk."Scholars Dispute Claim That Sphinx Is Much Older". The New York Times, 09 February 1992. Volgens Lehner is het gezicht van de sfinx het gebeeldhouwde portret van Chephren. Volgens Frank Domingo, forensisch officier van de New York City Police Department, die Egypte in oktober 1991 bezocht, zijn Chephren en de sfinx niet alleen twee verschillende personen, maar ook van een verschillend ras. Chefren zou meer op een Europeaan lijken, terwijl de sfinx Afrikaanse trekken zou hebben, met een zwaardere, uitstekende onderkaak en bredere neus.Schoch, Voyages, p. 281 Volgens Lehner was de verwering van de sfinx het gevolg van de moderne vervuiling, maar andere structuren van het Oude Rijk hebben er minder onder te lijden gehad dan de sfinx. Volgens geoloog K. Lal Gauri was exfoliation de oorzaak van de verticale groeven: kristallen zouden de kalksteenlaag doen verweren. Dat effect kan zich niet voorgedaan hebben toen de sfinx door zand bedekt was en bovendien geven andere kalksteenstructuren, zoals de tombes uit de 26e dynastie (ca. 600 v.Chr.) onder dezelfde omstandigheden niet dezelfde vormen van verwering.

Volgens geoloog James Harrell was (nat) zand dat tegen de kalksteen lag de oorzaak van slijtage. Runnels, de verticale groeven in de kalksteen van de sfinx en de groeve, aan de top wijder zijn dan onder, zijn volgens Schoch het resultaat van stromend water. Ian Lawton en Chris Ogilvie-Herald leverden in hun boek Giza: The Truth kritiek op Schochs analyse van de seismische data en diens theorie van constructie in twee fasen. Volgens geoloog Farouk El-Baz was de sfinx uit reeds verweerde rotsen gehouwen en was in feite een yardang. Volgens Zahi Hawass was de kwaliteit van de kalksteen zo beroerd, dat er direct in de periode van het Oude Rijk reparatie nodig was.

Ook historicus Ronald H. Fritze noemt Schoch een pseudohistorische en pseudowetenschappelijke schrijver.Fritze, Ronald H. (2009). Invented Knowledge: False History, Fake Science and Pseudo-Religions. Reaktion Books.

De Inventaris-stèle (of stèle van Cheops' dochter) stelt dat de sfinx er al was in Cheops' tijd en dat Cheops het hoofddeksel van de sfinx repareerde nadat deze door bliksem was beschadigd. De stèle wordt door egyptologen als een vervalsing uit de oudheid beschouwd.

Selim Hassan onderzocht de getuigenissen van de ouden vanaf Romeinse tijden en allen plaatsen de sfinx in een eerdere tijd dan de piramiden van Gizeh. Volgens orale tradities van dorpen rond Gizeh zou de sfinx ten minste 5000 jaar ouder dan Chefren zijn.

Geoloog David Coxill ondersteunt in zijn boek InScription: Journal of Ancient Egypt Schochs hypothese dat de sfinx uit een tijd moet stammen van zware regenval en dus ouder moet zijn dan de traditionele datum die er aan gegeven wordt. Ook volgens Colin Reader, geological engineer, moet niet alleen de sfinx, maar ook Khafre's Causeway, een deel van de Mortuary Temple en de Tempel van de sfinx opnieuw worden gedateerd (volgens Reader 2800-2600 v.Chr.).

Schoch is eveneens bekritiseerd voor zijn onorthodoxe idee dat Göbekli Tepe werd beïnvloed door een solar event, dat zou kunnen zijn waargenomen op Paaseiland, volgens Jason Colavito een bizarre fantasie.

Werken