thumb|Logo Roech (Volksbeweging van Oekraïne) (Oekraïens: , ) is een politieke partij in Oekraïne, opgericht in 1989. Aanvankelijk heette Roech "Volksbeweging van Oekraïne voor Wederopbouw" (voor Perestrojka), en was het een burgerbeweging omdat er geen andere politieke partijen waren toegestaan in de Sovjet-Unie dan de Communistische Partij. De oprichting van Roech werd mogelijk gemaakt door het glasnost-beleid van de Sovjet-secretaris-generaal Michail Gorbatsjov.
Ontstaan (1989)
Het programma en de statuten van de Beweging werden voorgesteld door de Oekraïense schrijversbond en werden op 16 februari 1989 gepubliceerd in het tijdschrift Literatoerna Oekrajina. De organisatie heeft haar wortels in kringen van Oekraïense dissidenten - met als meest opvallende Vjatsjeslav Tsjornovil en Ivan Dzjoeba (auteur van Internationalisme of russificatie?) - maar accepteerde ook politiek anders georiënteerde leden, van hervormingsgezinde communisten tot nationalisten. Van maart tot september 1989 vonden in heel Oekraïne talrijke partijconferenties plaats. Het eerste tevens constituerende congres van de "Volksbeweging van Oekraïne voor Wederopbouw" vond plaats op 8–10 september 1989 in Kiev oftewel Kyiv. Verkozen als de eerste leider van de beweging werd de Oekraïense dichter en scenarioschrijver Ivan Dratsj.
De oprichting van de organisatie viel samen met het ontslag van Volodymyr Sjtsjerbytsky als eerste secretaris van het Centraal Comité van de Communistische Partij (bolsjewieken) van Oekraïne en de opkomst van Leonid Kravtsjoek. Aan de ene kant wilde Kravtsjoek Roech niet laten registreren, aan de andere kant maakte hij wel de publicatie van Roechs programma mogelijk.
Aanvankelijk was de beweging gericht op het ondersteunen van de hervormingen van Gorbatsjov, later speelde de Volksbeweging van Oekraïne een belangrijke rol bij het houden van een onafhankelijkheidsreferendum in de Oekraïense SSR. Dit was gedeeltelijk te wijten aan het russificatiebeleid van de Sovjet-Unie, toen de Opperste Sovjet van de USSR in 1989 officieel de Russische taal aankondigde als de enige officiële staatstaal van het land.
Partijvorming (1990) thumb|Bijeenkomst Roech 24 juli 1990 op het Oktoberrevolutieplein tijdens het hijsen van de Oekraïense nationale vlag op het gebouw van het stadsbestuur Kyiv Roech werd in 1990 omgevormd tot politieke partij en speelde daarna een rol van betekenis als onderdeel van het aanvankelijke politieke oppositieblok. Bij de Oekraïense parlementsverkiezingen van maart 1990 behaalde het Democratisch Blok (met Roech als leidende partij erbinnen) een grote overwinning met bijna 25% van de zetels. De Communistische Partij van Oekraïne (KPU), die in voorgaande jaren als enige partij alle zetels mocht vullen, hield nog maar 73,6% over.
In de daaropvolgende weken verloor de KPU door een reeks schandalen en starheid tegen verdere hervormingen nog meer populariteit en scheidden steeds meer parlementsleden zich van de conservatieve communistische "Groep van 239" af (die daarmee nog maar een krappe meerderheid van 53,1% behield), terwijl onder leiding van Ihor Joechnovsky van Roech de parlementaire fractie Narodna Rada ("Volksraad") werd gevormd met 125 zetels (27,8%). In deze samenstelling nam het parlement op 16 juli 1990 met een overweldigende meerderheid van 355 tegen 4 de Verklaring van Staatssoevereiniteit van Oekraïne aan. Met stemmen van de KPU-groep van 239 werd op 24 juli 1990 de nieuwe parlementsvoorzitter de hervormingsgezinde en pragmatische Leonid Kravtsjoek.
In tegenstelling tot de Volksfronten in de Baltische republieken slaagde Roech er niet in om door te breken in het hele land. In de zomer van 1990 ontstond er zelfs een tegenbeweging in de mijnstreek Donbas in zuidoostelijk Oekraïne, waar pro-Sovjet-communistische agitatoren in kranten Roech afschilderden als een stelletje agressieve nationalisten uit West-Oekraïne die leken op fascisten uit de oorlog.
Hoewel de stakingen van mijnwerkers uit Donbas vanaf juli 1989 samenvielen en soms rechtstreekse samenwerking aangingen met Roech om radicale politieke en economische hervormingen te eisen, waarbij soevereiniteit of onafhankelijkheid van Oekraïne vaak werden gepresenteerd als mogelijke oplossing van alle problemen voor de stagnerende economie in de steeds onrendabeler wordende mijnbouw, veranderde de toon vanaf half 1990 omdat de regering in Kyiv ook niet veel deed (of kon doen) om de situatie van de mijnwerkers te verbeteren. Onzekerheid over de toekomst en de focus van Roech op oekraïnisering na decennia van russificatie droeg bij aan de onrust in de sterk gerussificeerde Donbas en stimuleerde afkeer jegens Roech, terwijl tot midden 1990 de lokale kranten in Donbas juist positief waren over oekraïnisering.
Tweede viool op weg naar onafhankelijkheid (1991) thumb|Pamflet van Roech om "nee" te stemmen tegen het Nieuwe Unieverdrag op 17 maart 1991. "Alleen een onafhankelijke Oekraïense staat kan het leven en de onsterfelijkheid van het Oekraïense volk verzekeren. (...) Stem tegen het imperiale federatieve Unieverdrag." De "nee"-campagne was geen succes; 71% van de Oekraïners stemde "ja". De Augustusstaatsgreep in Moskou veranderde echter alles: Oekraïne verklaarde zich onafhankelijk en op 1 december 1991 stemde 92% van de Oekraïners vóór onafhankelijkheid. Begin 1991 begon Roech een radicalere koers voor onafhankelijkheid te varen, aangemoedigd door het succes van de Baltische staten die in het voorjaar van 1990 de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen (ook al werd die door niemand erkend), het feit dat tegen 15 december 1990 alle 15 sovjetrepublieken hun staat soeverein hadden verklaard en het aanvankelijke parlementaire succes van Roech zelf vergeleken met de afblokkeling van de Oekraïense Communistische Partij. In plaats van Gorbatsjov's voorstel voor een Nieuw Unieverdrag te steunen, voerde het een "nee-campagne" voor het Sovjet-referendum van 17 maart 1991. De meeste andere partijen waren echter gematigder dan Roech en voerden campagne voor een "ja", omdat zij het Nieuwe Unieverdrag als de beste eerste stap naar of een beter alternatief op onafhankelijkheid vonden. Uiteindelijk stemde 71,48% van de Oekraïners voor het Nieuwe Unieverdrag, dat op 20 augustus 1991 in werking had moeten treden.
Door de Augustusstaatsgreep in Moskou (19–21 augustus 1991) door reactionaire communisten werd de implementatie van het Nieuwe Unieverdrag ruw gedwarsboomd. Dit leidde tot grote onrust in alle sovjetrepublieken, inclusief Oekraïne, waarin Roech, andere oppositiepartijen, partijlozen en zelfs de restanten van de Communistische Partij van Oekraïne nu radicaliseerden. Zij kwamen tot een consensus dat het noodzakelijk was voor het zelfbehoud van Oekraïne om de onafhankelijkheid uit te roepen. De Onafhankelijkheidsverklaring van Oekraïne, mede geschreven door Tsjornovil en andere oppositieleiders,A reform that ruined the Soviet Union, The Ukrainian Week (10 november 2018) werd op 24 augustus 1991 aangenomen met 321 stemmen voor, 2 stemmen tegen en 6 onthoudingen (op een totaal van 360 aanwezigen). Kravtsjoek, die op 19 augustus definitief uit de Communistische Partij zou zijn gestapt, loodste die dag (24 augustus) als partijloze parlementsvoorzitter de Verklaring en andere zaken door de Verchovna Rada, waaronder Tsjornovil's voorstel om de Oekraïense nationale blauw-gele vlag te hijsen op het parlementsgebouw. De rode communistische vlag van de Oekraïense SSR werd voor het laatst gestrekenn en de blauw-gele vlag gehesen, onder gejuich van de buiten aanwezige pro-democratische demonstranten.
Door Kravtsjoeks metamorfose van een traditionele Sovjet-communist tot een partijloze voorstander van Oekraïense onafhankelijkheid, nam hij Roech de electorale wind uit de zeilen. Kravtsjoek slaagde erin met compromissen aan alle partijen het land in 1991 naar de onafhankelijkheid te loodsen. Bij de Oekraïense presidentsverkiezingen van 1 december 1991, gehouden op dezelfde dag als het onafhankelijkheidsreferendum van Oekraïne, werd de Roech-kandidaat Vjatsjeslav Tsjornovil tweede met 23,27%, terwijl Kravtsjoek won met 61,59% van de stemmen, waarmee een tweede ronde overbodig werd. Tegen eerdere verwachtingen in dat het nationaal-democratische Roech het land uit het Sovjet-tijdperk zou leiden, werd het aldus de partijloze ex-communist.
1992–1999
Na de onafhankelijkheid viel het Democratisch Blok uiteen in aparte partijen, aangezien hun belangrijkste gemeenschappelijke doel bereikt was. Roech ging zelfstandig verder, sinds 4 december 1992 onder leiding van Tsjornovil. Zij vergrootte haar winst bij de Oekraïense parlementsverkiezingen van maart 1994 van 15 naar 20 zetels (met 5,49% van de stemmen) en werd daarmee de tweede partij van het land. Hoewel de oude Communistische Partij (bolsjewieken) van Oekraïne op 30 augustus 1991 was verboden, werd op 19 juni 1993 de nieuwe Communistische Partij van Oekraïne opricht, die toch nog 86 zetels won (vergeleken met de 331 zetels van de oude Partij in maart 1990). Verreweg de meeste zetels (168) gingen echter naar partijlozen en onafhankelijken. Bij de daaropvolgende Oekraïense presidentsverkiezingen van 26 juni 1994 deden vrijwel alleen partijloze kandidaten mee; Roech sprak haar steun uit voor Volodymyr Lanovyi (korte tijd Minister van Economie in 1992), maar die kwam met 9,55% op de vierde plaats. In de tweede ronde van 10 juli 1994 steunde Roech haar voormalige rivaal Kravtsjoek, die echter werd verslagen door Leonid Koetsjma.
Roech bleef in de oppositie en behaalde haar grootste overwinning bij de Oekraïense parlementsverkiezingen van maart 1998: de partij verwierf met 9,4% 46 zetels van de 450. Toch was het een teleurstellend resultaat: Roech behaalde met name nieuwe stemmen op de Krim door de Krim-Tataarse mensenrechtenactivist Mustafa Abdülcemil Cemilev op een hoge plek op de lijst te plaatsen, maar buiten haar traditionele electorale basis in West-Oekraïense steden en de hoofdstad Kyiv wist de Volksbeweging niet door te breken. Op 25 maart 1999 kwam Tsjornovil om bij een auto-ongeluk, waarmee Roech haar beste kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 31 oktober en 14 november 1999 verloor. Samen met de kleine liberale Hervorming- en Ordepartij nomineerde Roech oud-Minister van Buitenlandse Zaken Hennady Oedovenko voor het presidentschap, maar die behaalde slechts 1,27%. Koetsjma werd herkozen, terwijl Roech sterk aan politieke relevantie had ingeboet.
Vanaf 2000
Sinds 2001 deed Roech mee aan het verkiezingsblok Ons Oekraïne van Viktor Joesjtsjenko, maar verloor alle daaropvolgende parlementsverkiezingen een paar zetels.
In de loop van de tijd werd het belang van de partij minder en bij de parlementsverkiezingen van 2012 haalde de partij geen zetels meer in het parlement. Tijdens de Euromaidan-protesten van 2013 en 2014 in Kyiv speelde Roech weer een bescheiden rol van betekenis.
Bij de lokale verkiezingen in 2020 haalde de partij wel enige zetels.
Categorie:Oekraïense politieke partij Categorie:Uiteenvallen van de Sovjet-Unie