Eleanor Alice Hibbert-Burford (Canning Town, 1 september 1906 – 18 januari 1993) was een Engels schrijfster die de geschiedenis tot leven bracht in fictie en historische romans, door het combineren van feiten en verbeelding. Ze was zeer productief en publiceerde meerdere boeken per jaar in verschillende literaire genres, elk genre onder een andere pseudoniem: Jean Plaidy voor gefictionaliseerde geschiedenis van Europese koningshuizen; Victoria Holt voor gothic novels, en Philippa Carr voor familiekronieken die meerdere generaties omvatten. Ze schreef ook romances, detectives en thrillers onder de pseudoniemen Eleanor Burford, Elbur Ford, Kathleen Kellow, Anna Percival en Ellalice Tate.
In 1989 gaven de Romance Writers of America haar de Golden Treasure Award als erkenning voor haar belangrijke bijdragen aan het genre van de romance. Tegen de tijd van haar dood had ze meer dan 200 boeken geschreven waarvan wereldwijd meer dan 100 miljoen exemplaren werden verkocht, in 20 talen. Ze is nog steeds een veelgeleende auteur in Britse bibliotheken. Haar historische fictie wordt zowel door lezers als critici gewaardeerd om zijn nauwkeurigheid, kwaliteit van schrijven en aandacht voor details.
Levensloop Hibbert werd geboren als Eleanor Alice Burford op 1 september 1906 in Burke Street 20, Canning Town, nu een deel van de Londense gemeente Newham. Ze erfde haar liefde voor lezen van haar vader, Joseph Burford, een havenarbeider. Haar moeder was Alice Louise Burford-Tate.
In haar jonge jaren was ze door haar slechte gezondheid gedwongen thuis privé-onderwijs te volgen. Op 16-jarige leeftijd ging ze naar een handelsschool, waar ze steno, typografie en talen studeerde. Daarna werkte zij voor een juwelier in Hatton Garden, waar zij edelstenen woog en typte. Ook werkte ze als tolk in een café voor Frans- en Duitssprekende toeristen.
Zij trouwde met George Percival Hibbert (ca. 1886-1966) toen ze begin 20 was. Hij was een ongeveer twintig jaar oudere groothandelaar in leer, die haar liefde voor boeken en lezen deelde. Ze was zijn tweede vrouw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden de Hibberts in een huisje in Cornwall dat uitkeek over een baai genaamd Plaidy Beach.
Tussen 1974 en 1978 kocht Eleanor Hibbert een 13e-eeuws landhuis in Sandwich (Kent) dat ze King's Lodging noemde omdat ze geloofde dat het vroeger had gediend als onderkomen voor de Engelse vorsten Henry VIII en Elizabeth I. Het huis had gebeeldhouwde open haarden en een trap uit de Tudor-periode. Hibbert restaureerde het huis en richtte het weelderig in, maar vond het al snel te groot voor haar smaak en te ver van Londen.
Ze verhuisde toen naar een penthouse-appartement van twee verdiepingen in Albert Court, Kensington Gore, Londen, dat uitkeek op de Royal Albert Hall en Hyde Park. Ze deelde haar appartement met mevrouw Molly Pascoe, een gezelschapsdame die ook met haar meereisde.
In 1985 verkocht Hibbert King's Lodging.
Hibbert bracht haar zomers door in haar huisje bij Plaidy Beach in Cornwall. Om de koude Engelse winter te ontvluchten, voer Hibbert drie maanden per jaar, van januari tot april, rond de wereld aan boord van een cruiseschip. De cruises brachten haar naar exotische bestemmingen als Egypte en Australië, locaties die ze later in haar romans verwerkte. In 1970 zeilde ze aan boord van het cruiseschip Oronsay naar Sydney, en in 1978 met de Canberra.
Tegen het einde van haar leven begon haar gezichtsvermogen af te nemen.
Eleanor Hibbert overleed op 18 januari 1993 op het cruiseschip Sea Princess ergens tussen Athene, Griekenland en Port Said, Egypte en werd op zee begraven. Een herdenkingsdienst werd later gehouden op 6 maart 1993, in St Peter's Anglican Church, Kensington Park Road, Londen.
Schrijfcarrière Literaire invloeden
Eleanor Hibbert groeide op in Londen. Ze ontdekte haar fascinatie voor het verleden voor het eerst toen ze Hampton Court bezocht in haar tienerjaren. Na haar huwelijk bereikte Hibbert de financiële onafhankelijkheid die ze nodig had om haar wens te realiseren om te schrijven. De historische monumenten en koninklijke personages van Londen vulden Hibberts historische romans. Ze werd ook beïnvloed door haar regelmatige bezoeken aan Britse historische huizen en hun architectuur.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog woonden de Hibberts in Cornwall, waarvan de kiezelstranden, hoge kliffen en verraderlijke blauwe wateren als decor dienden voor veel van de gothic novels van Victoria Holt. Eleanor Hibbert voer in 1978 aan boord van de Canberra naar Sydney.
Op latere leeftijd maakte Hibbert elk jaar een wereldcruise. Haar schip deed havens aan van landen als Turkije, Egypte, India, Zuid-Afrika, Hong Kong, Ceylon en Australië. Deze exotische bestemmingen dienen als decor in latere romans van Victoria Holt. Eind jaren zestig bracht Hibbert twee maanden door op de Australische goudvelden, 40 mijl ten noorden van Melbourne, in het kader van onderzoek voor haar Victoria Holt roman uit 1971, The Shadow of the Lynx. In 1972 reisde Hibbert van Sydney naar Melbourne via de Snowy Mountains en bezocht Hobart, Launceston, Geelong, Ballarat en Bendigo.
Hibberts Philippa Carr romans waren deels gesitueerd in Cornwall en deels in Australië.
Hibbert werd in haar schrijven beïnvloed door de Bröntes (vooral de roman Jane Eyre), George Eliot, Charles Dickens, Victor Hugo, en Leo Tolstoj.
Vroeg werk
In de jaren dertig schreef Hibbert negen lange romans (elk ongeveer 150.000 woorden lang), allemaal serieuze psychologische studies van het hedendaagse leven. Geen van deze romans werd echter geaccepteerd voor publicatie. Tegelijkertijd schreef ze korte verhalen voor kranten als de Daily Mail en Evening News. Sommige verschenen ook in The Star, Woman's Realm en Ladies' Home Journal. Het keerpunt kwam toen de fictieredacteur van de Daily Mail haar zei: "Je bent verkeerd bezig: je moet iets schrijven dat verkoopbaar is, en de gemakkelijkste manier is het schrijven van romantische fictie."
Hibbert las 50 romans als research en publiceerde toen haar eerste fictieve roman, Daughter of Anna, in 1941. Het was een historische roman die zich afspeelde in het Australië van de late 18e en 19e eeuw. Het was een matig succes en Hibbert ontving er £30 als voorschot voor. Het boek werd gepubliceerd onder haar meisjesnaam, Eleanor Burford, die ook werd gebruikt voor haar hedendaagse romans. Na het succes van het boek kreeg Hibbert een contract met uitgeverij Herbert Jenkins om één boek per jaar te schrijven. In 1961 had Hibbert 31 romans onder deze naam gepubliceerd, waaronder tien romans voor Mills & Boon.
Pseudoniemen
In 1945 koos ze op verzoek van haar agent het pseudoniem Jean Plaidy voor haar nieuwe roman Together They Ride. De naam was geïnspireerd op Plaidy Beach in de buurt van het huis van de Hibberts in Looe, Cornwall tijdens de Tweede Wereldoorlog. Haar agent stelde de eerste naam voor, met de woorden "Jean neemt niet veel plaats in achter in het boek". Het boek werd uitgegeven door Gerald G. Swan, een Londense uitgever. Het volgende boek geschreven onder het pseudoniem Jean Plaidy was Beyond the Blue Mountains in 1948. De uitgever Robert Hale accepteerde het 500 pagina's tellende manuscript nadat het door verschillende anderen was afgewezen. De firma schreef aan Hibberts literaire agentschap, A.M. Heath, "Wil je deze auteur vertellen dat er schitterende prijzen in het verschiet liggen voor hen die kunnen schrijven zoals zij dat doet?" In 1949 sloeg Hibbert haar slag met de eerste Jean Plaidy roman die fictieve verhalen van royalty's bevatte: The King's Pleasure, met Henry VIII en Anne Boleyn. In totaal zijn er 91 Jean Plaidy romans gepubliceerd. Hibberts laatste Jean Plaidy boek, The Rose Without a Thorn, werd postuum gepubliceerd.
Hibbert schreef ook vier non-fictie boeken onder het pseudoniem Jean Plaidy. Het eerste, A Triptych of Poisoners (1958), was een verzameling van korte biografieën van gifmengers: Cesare Borgia, Marie d'Aubray en Edward William Pritchard. De andere drie waren een trilogie over de Spaanse inquisitie: The Rise (1959), The Growth (1960) en The End (1961).
Van 1950 tot 1953 schreef Hibbert vier romans als Elbur Ford, een pseudoniem afgeleid van haar meisjesnaam, Eleanor Burford. Deze romans waren gebaseerd op waargebeurde moorden uit de negentiende eeuw: Edward William Pritchard (Flesh and the Devil, 1950); Adelaide Bartlett (Poison in Pimlico, 1950); Euphrasie Mercier (The Bed Disturbed, 1952) en Constance Kent (Such Bitter Business, 1953 - in de Verenigde Staten in 1954 gepubliceerd onder de titel Evil in the House).
Tussen 1952 en 1960 schreef Hibbert onder het pseudoniem Kathleen Kellow acht romans in het genre misdaad en mystery. Van 1956 tot 1961 schreef ze vijf romans als Ellalice Tate, een pseudoniem geïnspireerd op de naam van haar moeder, Alice Tate.
In 1960 schreef zij, op voorstel van haar agent, Patricia Schartle Myrer, haar eerste gotische romance, Mistress of Mellyn, onder de naam Victoria Holt. Het pseudoniem werd gecreëerd door de naam Victoria te kiezen vanwege de vorstelijke, romantische klank, terwijl de naam Holt werd ontleend aan de militaire bank Holt & Company waar Hibbert een rekening had. Gepubliceerd door Doubleday in de Verenigde Staten en Collins in het Verenigd Koninkrijk, werd Mistress of Mellyn meteen een internationale bestseller en blies het genre van de gotische romantische horrorroman nieuw leven in.
Mistress of Mellyn was een slimme verweving van elementen uit eerdere gotische romans zoals Jane Eyre (1847), The Woman in White (1859), en Rebecca (1938). De setting in Cornwall maakte de gelijkenis met Rebecca (1938) zo opmerkelijk dat gespeculeerd werd dat Victoria Holt een pseudoniem was voor Daphne du Maurier. Nadat er in acht jaar tijd zes Victoria Holt romans waren gepubliceerd, werd onthuld dat Hibbert de auteur was. Hibbert schreef nog 31 romans als Victoria Holt, voornamelijk met fictieve personages tegen een authentieke achtergrond, meestal van het einde van de 19e eeuw. De laatste roman van Victoria Holt, The Black Opal, werd na haar dood gepubliceerd.
In 1960 schreef Hibbert een roman onder de naam Anna Percival, een pseudoniem geïnspireerd op de tweede naam van haar echtgenoot, Percival. Hibbert heeft dat pseudoniem nooit meer gebruikt.
Haar laatste pseudoniem, Philippa Carr, creëerde zij in 1972 op voorstel van haar uitgever, Collins, om een nieuwe serie te creëren die opeenvolgende generaties Engelse edelvrouwen beschrijft die betrokken zijn bij belangrijke historische gebeurtenissen, te beginnen bij de Reformatie en eindigend bij de Tweede Wereldoorlog.
Hibbert bleef het pseudoniem Jean Plaidy gebruiken voor haar historische romans over de royalty's van Europa. Haar onder dit pseudoniem geschreven boeken waren populair bij het grote publiek en werden ook door critici en historici geprezen om hun historische nauwkeurigheid, kwaliteit van schrijven, en aandacht voor detail.
Aantal titels per decennium
Decade Eleanor Burford Jean Plaidy Elbur Ford Kathleen Kellow Ellalice Tate Anna Percival Victoria Holt Philippa Carr Total 1940s 9 4 13 1950s 19 19 4 7 4 53 1960s 3 26 1 1 1 8 40 1970s 22 10 5 37 1980s 16 10 9 35 1990s 4 4 5 13 Total 31 91 4 8 5 1 32 19 191 De genoemde aantallen slaan op zelfstandige boeken die oorspronkelijk onder dat pseudoniem zijn gepubliceerd. Latere herdrukken met een andere titel of onder een ander pseudoniem zijn niet opgenomen, net zomin als omnibussen en anthologieën.
Onderzoek
Hibbert baseerde haar onderzoek op de geschriften van Britse historici als John Speed, James Anthony Froude, Alexander Fraser Tytler en Agnes Strickland.
Alle Jean Plaidy boeken van Hibbert bevatten een bibliografie aan het eind, waarin de historische werken worden vermeld die geraadpleegd werden tijdens het schrijven van het boek.