Twie Giok Tjoa (Soerabaja, 3 december 1943) is een Nederlands feminist en organisatiesocioloog, gespecialiseerd op het omgaan met diversiteit en inclusie op het werk en in de maatschappij. In Suriname was zij de eerste vrouwelijke directeur op het ministerie van Arbeid. Na haar verhuizing naar Nederland in 1996 heeft Tjoa zich in vele organisaties ingezet voor verbetering van de positie van vrouwen, in het bijzonder zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen (ZMV-vrouwen). Voor haar werk ontving zij verschillende onderscheidingen. Tjoa wordt gezien als een icoon van de ZMV-vrouwenbeweging.
Biografie Tjoa werd geboren als deel van een eeneiige tweeling. Ze had ook een acht jaar oudere broer. Beide ouders waren Peranakan-Chinezen. Haar moeder, Kiem Tjing Tjoa-Liem (1911-1997), was onderwijzeres, haar vader, Tiang An Tjoa (1907- 1978), boekhouder. Haar ouders waren katholiek, en voedden hun kinderen daarnaast op in de Chinese cultuur en tradities. Zij bezocht de katholieke meisjesschool Sancta Angela. Na de derde klas werd ze — na aandringen van haar moeder — in 1952 toegelaten tot de Concordante lagere school; een gemengde school waar in het Nederlands les werd gegeven. In 1955 stapte ze over naar het uitgebreid lager onderwijs (ulo), en aansluitend naar de hogereburgerschool (hbs). In 1957 werd de school gesloten in het kader van Soekarno's dekolonisatiepolitiek: alle Nederlandstalige scholen werden verboden. Tjoa kreeg daarna les aan een Indonesische middelbare school.
Chinezen werden in Indonesië aan het eind van de jaren 1950 steeds meer gediscrimineerd en vernederd. In 1962 vluchtte de familie daarom in het diepste geheim naar Suriname, vlak voor het eindexamen van Tjoa. Zij werden in Suriname met open armen ontvangen en Tjoa voelde er zich meteen thuis.
In Suriname ging Tjoa naar de Algemene Middelbare School (AMS), waar zij haar middelbareschoolopleiding afrondde. Voor haar vervolgopleiding verhuisde Tjoa in 1966 naar Nederland, waar ze studeerde aan de Rooms-Katholieke Akademie voor Educatieve Arbeid Kopse Hof in Nijmegen. Vervolgens (1970-1975) studeerde ze Organisatiesociologie aan de Universiteit Utrecht. Na haar afstuderen keerde Tjoa in 1975 terug naar Suriname om mee te bouwen aan het onafhankelijke Suriname.
In Suriname volgde zij de post-HBO-leergang Supervisie, een samenwerkingsproject van de Hogeschool van Amsterdam en het Supervisoren-netwerk in Paramaribo. Van 1991-1992 (tijdens een sabbatical van een jaar) studeerde zij in het kader van de Hubert Humphrey Fellowship Program aan de American University (AU), een particuliere universiteit in de Amerikaanse hoofdstad Washington D.C. op het gebied van 'Women and Development' en 'Structural Adjustment Management'.
In 1996 verhuisde zij noodgedwongen vanwege gezondheidsredenen (een niertransplantatie) voorgoed naar Nederland.
Carrière
Suriname In Suriname werd Tjoa hoofd van de dienst Onderzoek en Planning van het ministerie van Sociale Zaken. Eind jaren tachtig en begin jaren negentig was Tjoa de eerste vrouwelijke directeur op het ministerie van Arbeid. Verbetering van de positie van de Surinaamse vrouwen stond centraal in het werk van Tjoa. Maar ook in het vrijwilligers- en bestuurswerk dat zij naast haar werk deed, bij onder andere de Organisatie van Surinaamse vrouwen (OSV), het Netwerk van Supervisoren, SOS Kinderdorp, Surinaamse Vereniging van Vrouwen met een Hogere Opleiding en de progressieve politieke beweging, de Volkspartij.
Ze streed tegen stereotiepe denkbeelden over vrouwen, voor onderwijs en scholing, betere werkomstandigheden waaronder een goede kinderopvang (met name voor alleenstaande moeders) maar ook voor huisvesting voor vrouwen. Zij zette zich ook in voor afschaffing van het 'decreet van handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen', de wetgeving die het een gehuwde vrouw in Suriname onmogelijk maakte om financiële of juridische handelingen uit te voeren zonder toestemming van haar huwelijkspartner. In de periode van 1975 tot 1978 organiseerden verschillende vrouwenorganisaties acties en debatten. Op 16 april 1981 werd de wet officieel opgeheven.
Tjoa was afgevaardigde namens de Surinaamse regering tijdens de Wereld Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties in Kopenhagen in 1980.
Wetenschappelijke bijdragen Tussen 1992 en 1995 publiceerde Twie Tjoa zowel in het Engels als in het Nederlands verschillende teksten over de positie van vrouwen in de Surinaamse samenleving. Zo verscheen in 1992 haar rapport Women in the Caribbean: 500 years of history. Political Participation of Women. Legal Status of Women. Suriname. (Vrouwen in het Caraïbisch gebied: 500 jaar geschiedenis. Politieke deelname van vrouwen. Wettelijke positie van vrouwen. Suriname) bij het Venezolaanse "Instituto Venezolano de Estudios Sociales y Politicos" (Venezolaans Instituut voor Sociale en Politieke Wetenschap). Daarin laat ze zien dat vrouwen, hun manier van leven, hun betekenis voor de geschiedenis, grotendeels "onzichtbaar" zijn in de wetenschappelijke literatuur over Suriname. Ze probeert vervolgens daarin verandering te brengen voor drie perioden in de Surinaamse geschiedenis: de koloniale periode (1650-1940), de periode van het opkomende nationalisme tot aan de onafhankelijkheid (1940-1975) en de periode na de onafhankelijkheid (na 1975). Binnen deze drie perioden gaat ze in op de deelname van vrouwen aan de politiek en op de wettelijke status van vrouwen.
In enkele bijdragen voor wetenschappelijke tijdschriften heeft ze dit in 1995 verder uitgewerkt. Onder de titel 'The Political Participation of Women in Suriname from a Herstorical Perspective' (de politieke deelname van vrouwen in Suriname vanuit een herstorisch perspectief) verschenen twee verschillende bijdragen in het Leidse VENA journal en in het Surinaamse Journal of Social Sciences.In haar bijdragen 'The Political Participation of Women in Suriname from a Herstorical Perspective' (1995) maakt ze overigens een iets gedetailleerdere periodisering van de geschiedenis dan in haar rapport uit 1992. Ze onderscheidt hierin de koloniale periode (1650-1940), de periode van het opkomend nationalisme tot de eerste periode na de onafhankelijkheid (1940-1980), de periode van de militaire dictatuur (1980-1987) en de overgang naar een democratie (na 1987).
Nederland Na 23 jaar in Suriname kwam Tjoa in 1996 voorgoed naar Nederland. Zij werd beleidsmedewerker (1998-2004) bij de organisatie de Vrouwen Alliantie, een koepelorganisatie van landelijke (vrouwen)organisaties, die streefde naar economisch zelfstandigheid voor alle vrouwen. Zij schreef onder andere rapporten over de arbeidspositie van zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen, die van vrouwen met een lichamelijke beperking en vrouwen met chronische ziekten.
Na de subsidiestop, en daarmee de opheffing van de Vrouwen Alliantie in 2004, werkte Tjoa als supervisor, coach en trainer bij diverse professionele begeleidingstrajecten, in het bijzonder op het gebied van diversiteit en inclusie. Zij is onder andere verbonden aan de PAO Psychologie (een postacademische opleiding) als docent en leersupervisor binnen de opleiding supervisiekunde, werkt als begeleider van intervisiegroepen bij Regionale Organisatie Huisartsen Amsterdam (ROHA), is supervisor bij de opleidingsorganisatie Begeleiden voor Iedereen en geeft supervisie aan huisartsen in opleiding bij het VU medisch centrum (VUmc) en de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Tjoa heeft meegewerkt aan verschillende publicaties op haar werkterrein. Zo schreef zij een hoofdstuk in het boek Supervisiekunde (2015) en Van levenservaring naar ervaringsdeskundigheid (2018).
Met acht professionele auteurs met een Indische en Molukse achtergrond, werkzaam in de sociaal-agogische sector en verenigd in het Netwerk Bingkil, heeft Tjoa onderzoek gedaan naar de rol van Indische aspecten in leiderschap. Het viel hen op dat de Indische manier van leiding geven vooral indirect, procesgericht en op de achtergrond gebeurt. Het onderzoek resulteerde in het boek De stille kracht van leiderschap, een Indisch perspectief (2008).
Samen met collega’s Enith Pereira, Margie Kessler, Christine van Duin en Ankephien van Tijen vormde Tjoa het Netwerk Caleidoscopia, gevestigd in Amsterdam. Het netwerk is onder meer actief in het onderwijs, het welzijnswerk en de gezondheidszorg, in de vakbond, de vrouwen- en LHBT-beweging en in organisaties voor ouderen met een migratie-achtergrond. In het netwerk was Tjoa nauw betrokken bij de ontwikkeling van het diversiteitsspel Caleidoscopia en het bijhorende handboek Caleidoscopia, Spelen met Diversiteit: Theorie, Praktijk en Ervaring, dat zich richt op begeleiders die in hun werk te maken hebben met diversiteit en de invloed daarvan op hun eigen positie en op die van de mensen met wie ze werken en samenwerken. Het concept is ontwikkeld op basis van intersectionaliteit.
Activiteiten in organisaties Tjoa voelt zich als een kind van vier culturen, pendelend - en bruggenbouwer - tussen Chinees, Indonesisch, Surinaams en Nederlands. Ze was en is actief in verschillende organisaties, met name op het terrein van (lesbische) zwarte, migranten en vluchtelingenvrouwen:
Voorzitter (1999-2009) van Zami , een organisatie voor zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen. In deze functie had zij ook zitting in de stuurgroep van het project Haar Geschiedenis, een oral history-project met (levens)geschiedenissen van Nederlandse vrouwen van Surinaamse, Marokkaanse en Indische afkomst. Er verscheen een boek met een selectie van de verhalen; de verhalen zelf zijn opgenomen in de collectie van Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis. Bestuurslid bij de FNV Vrouwenbond (2004-2013, onderdeel van de Federatie Nederlandse Vakbeweging) en begeleidde binnen de bond intervisiegroepen voor zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen. Bestuurslid van Stichting Mil Colores (vanaf 2014), platform voor vrouwen, in het bijzonder lesbische, biseksuele en trans-vrouwen uit diverse etnische groepen. Mil Colores staat voor een inclusieve samenleving en biedt sinds 2000 een ontmoetingsplek. Vicevoorzitter van Stichting Fos'ten, een organisatie van Surinaamse vrouwen 50+, opgericht in 1997. Vanuit Fos'ten was zij ook betrokken bij het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten (NOOM), opgericht met het doel om ouderen met een migratie-achtergrond te representeren, zodat een sterke landelijke belangenbehartiging ontstaat. Voorzitter van de beheersstichting het Hugo Olijfveldhuis, in samenwerking met de Vereniging Ons Suriname. Bestuurslid Stichting Dian (opgericht in 2013), een netwerkorganisatie van vrouwen in Nederland met een Indonesische achtergrond. Zij is een van de bedenkers van talkshow Pink Talks: persoonlijke verhalen en gesprekken over lesbische gevoelens, lesbische identiteit, succes, persoonlijke strijd en ambitie. In 2019 organiseerde het kenniscentrum Atria ter gelegenheid van Pride Amsterdam de Pink Tour. Van Paarse September tot Roze Zaterdag. Vrouwen van toen zijn erbij en delen hun ervaringen met archiefmateriaal als rode draad: Tjoa (31 juli) en Gon Buurman (30 juli). In het kader van diversiteit en inclusie is zichtbaarheid van LHBTI+ voor haar een relevant politiek statement geworden. Zo werkte zij mee aan het project Roze Levensverhalen van de Stichting IHLIA LGBTI Heritage. Op 6 november 2022 werd haar levensverhaal, Twie Tjoa Liefde in beweging , opgetekend door Marten Bos, gepresenteerd als het 50ste boek in de serie Roze Levensverhalen. In het boek noemt zij haar drijvende kracht haar migratieverhaal, het samenleven en omgaan met verschillen, die zij ervaart als complementair en verrijkend.
Erkenning