miniatuur|The Eve of the Deluge, door John Martin, 1840, met een voorstelling van een komeet die de zondvloed veroorzaakte. De Jonge Dryas-impacthypothese (YDIH) of Clovis-komeethypothese veronderstelt dat, ca. 12.850 jaar geleden, fragmenten van een grote, uiteenvallende planetoïde of komeet (meer dan 4 kilometer in doorsnede) Noord-Amerika, Zuid-Amerika, Europa en West-Azië raakten en zo de afkoelingsperiode van het Jonge Dryas veroorzaakten. De hypothese is gebruikt om de plotselinge afkoeling van het klimaat, het uitsterven van Pleistocene megafauna en de terloorgang van de Cloviscultuur te verklaren. Wetenschappelijk bewijs voor de hypothese ontbreekt en ze wordt door klimatologen nauwelijks serieus genomen.
De afkoeling tijdens het Jonge Dryas werd waarschijnlijk veroorzaakt door een plotselinge toestroom van koud smeltwater in het noorden van de Atlantische Oceaan. De meeste klimatologen wijten dit aan het plotseling leeglopen van een groot smeltwatermeer, het Agassizmeer in Noord-Amerika, dat aan het einde van de laatste ijstijd was ontstaan. Het smelten van de ijskap werd volgens aanhangers van de hypothese veroorzaakt door de inslag.
Explosies en/of inslagen van meteorieten laten op de voorgestelde schaal wereldwijd sporen achter. Voorstanders van de hypothese hebben in of nabij de grenslaag van het Jonge Dryas gezocht naar gesmolten metaaldeeltjes (sferulieten), magnetische knobbeltjes in botten, een verhoogde concentratie iridium, koolstofbolletjes en andere sporen. Het gevonden bewijs is voor meerdere uitleg vatbaar, ontkracht, of bleek gewoon niet te bestaan. Hoewel er bijvoorbeeld koolstofbolletjes zijn gevonden, bleken deze ook door de activiteit van insecten of schimmels verklaard te kunnen worden. Bovendien bleken de mogelijke sporen van een inslag na datering niet dezelfde ouderdom te hebben. Het is niet aangetoond dat de grenslaag van het Jonge Dryas een hogere concetratie iridium of spherulieten bevat.
De hypothese werd oorspronkelijk opgesteld in 2007 door onder andere Jim Kennett, Richard Firestone en Allen West. Dit veroorzaakte een debat onder wetenschappers. Na het uitblijven van bewijs is de hypothese in het daaropvolgende decennium geleidelijk uit de wetenschappelijke belangstelling verdwenen. De schrijver Graham Hancock trok de publieke belangstelling voor de hypothese door documentaires op National Geographic Channel, History channel, Netflix en het Amerikaanse PBS programma NOVA. Hancock ziet een meteorietinslag tijdens het Jonge Dryas als de oorzaak van het verdwijnen van een door hem gepostuleerde hoogontwikkelde beschaving rond 13 000 jaar geleden.
Categorie:Hypothese Categorie:Prehistorie