Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt of Majoliques de Hasselt was een keramiekfabriek gevestigd in Hasselt. De fabriek was actief van 1895 tot 1954. Hasseltse keramiek behoorde destijds tot de Europese top.
Geschiedenis
Ontstaan Aan de basis van de Hasseltse porselein- en keramiekindustrie ligt de plaatselijke bank Credit commercial et agricole de Hasselt, die in 1888 werd opgericht door een aantal handelaars en industriëlen, waaronder jeneverstokers. Als uitbreiding op hun activiteiten werd in 1890 de Manufacture de Porcelaines de Limbourg opgericht in de Badderijstraat in Hasselt, maar deze porseleinfabriek was al in 1893 failliet. Verschillende aandeelhouders namen het initiatief om in de bestaande gebouwen een keramiekfabriek uit te baten. Ze trokken de Brusselse keramist Henry Badoux aan voor zijn expertise en inbreng van machines afkomstig van de voormalige keramiekfabriek in Kuregem. Hij werd aangesteld als directeur en werd in het begin geassisteerd door ingenieur-architect Celestin Helman. In 1895 was de officiële oprichting van het bedrijf. Bloeiperiode miniatuur|Personeel van de Hasseltse keramiekfabriek in 1896|links miniatuur|Brief aan fabriek in Bourlers-les-Chimay, Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt, 1928, SMU.2019.0012.00, Het Stadsmus Vanaf de start werd de fabriek groots opgevat. Al in 1896 waren er niet minder dan 150 werkkrachten, waaronder 14 vrouwen die actief waren in de ateliers. Zo was de keramiekfabriek jarenlang een van de belangrijkste werkgevers in de Hasselt en een van de grootste keramiekfabrieken in België.
Mede door in te spelen op de opkomst van de art nouveau kende de fabriek direct een grote afzetmarkt in binnen- en buitenland.
De fabriek nam deel aan verschillende tentoonstellingen en vielen hierbij regelmatig in de prijzen
De wereldtentoonstelling in Brussel in 1897 De wereldtentoonstelling in Luik in 1905 De wereldtentoonstelling in Milaan in 1906 De Provinciale tentoonstelling in Sint Truiden in 1907 In 1902 werd Paul Alphonse Gatz (1871-1917) directeur. Hij introduceerde een modulair systeem van keramische bouwelementen dat een nieuwe impuls gaf voor de productie in de fabriek. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden de werkzaamheden op een lager pitje, maar dankzij deze innovatie kon de fabriek produceren tot kort na de Tweede Wereldoorlog.
Sluiting en afbraak In de jaren 1950 kwam er kritiek op de aanwezigheid van de fabriek in de binnenstad omwille van milieuverontreiniging. Dit in combinatie met een gebrek aan investeringen zorgden ervoor dat de fabriek in 1954 zijn activiteiten stopzette en de stad Hasselt het gebouw kocht. In maart 1955 werd er het opleidingscentrum voor werknemers van de nieuwe Philipssite van Hasselt in ondergebracht in afwachting van de nieuwe gebouwen aan de Kempische Steenweg. Nadien kreeg het complex nog allerlei functies. Uiteindelijk kocht de provinciale overheid het gebouw in 1961. Ze lieten het in 1972 slopen om plaats te maken voor de toenmalige provinciale bibliotheek, nu Bibliotheek Hasselt Limburg.
Productie De Hasseltse keramiekfabriek vervaardigde een uitgebreid gamma aan producten. Voor het ontwerp van tegeltableaus deed men vaak een beroep op lokale kunstenaars, waaronder Jos Damien, Jacques Madiol en Fernand Toussaint. Daarnaast werden ook modellen overgenomen uit het assortiment van andere fabrikanten, zoals dat van de Gebroeders Massier uit Zuid-Frankrijk. De producten kregen doorgaans een vormnummer, dat in diepdruk werd aangebracht of in de bodem of achterkant werd gekrast. Soms zijn ook de initialen van de modelleur terug te vinden.
Sierkeramiek miniatuur|Ensemble van vaas op sokkel 'Nimf', Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt, eerste helft 20ste eeuw, SMU.2024.0021.00, Het Stadsmus Deze categorie bestond onder meer uit vazen, jardinières, tabakspotten, cache-pots en funeraire ornamenten. De Hasseltse keramiekfabriek specialiseerde zich in monumentale stukken, die paste in de herenhuizen met hoge plafonds van hun welstellende klanten. Een topstuk is een staander met vaas die in 2024 opdook bij een Mechelse antiquair en op de veertigste antiekbeurs in Hasselt werd overgedragen aan het Stadsmus. Bijzonder is het feit dat de staander zelf ook is vormgegeven als een zeenimf met een naakt bovenlichaam die een sluier in de wind laat waaien. Samen zijn de vaas en staander meer dan 2 meter hoog.
Vaak werd er transparante glazuur toegepast, maar een kenmerkende eigenschap van de Hasseltse sierkeramiek is het druipglazuur waarbij verschillende kleuren door elkaar lopen. Dit effect wordt verkregen door veldspaat aan het glazuur toe te voegen zodat deze bij verhitting in de oven begint te lopen of af te druipen. Ook de bloemdecoraties, barbotine genoemd, waren een troef van de Hasseltse sierkeramiek. Deze werden door vrouwen in het fabrieksatelier met de hand gevormd en aangebracht.
Decoratieve bouwkeramiek miniatuur|Manufacture de Céramiques Décoratives de Hasselt (1895-1954), ontwerptekening voor drie halfellipsvormige tegelpanelen met bloemmotieven, SMU.1988.0244.00, Het Stadsmus|links Aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw was er een enorme expansie van de tegelproductie in België. Dit had te maken met de opkomst van de art nouveau, waarbij tegels in de architectuur werden geïntegreerd als decoratief element. Met de productie van bouwkeramiek speelde de keramiekfabriek dus in op de behoefte van de markt. Ze specialiseerden zich in op maat gemaakte tegelfriezen en tableaus. Men ontwierp volledig muurbedekkende panelen met de voorstelling van landschappen, figuren, binnenhuistaferelen enzovoort om eetzalen, salons, schoorsteenmantels of café-interieurs maar ook buitengevels te decoreren. Een deel van de originele ontwerpen is nog bewaard gebleven. Daarnaast waren er ook tal van tegelmodellen in serie beschikbaar.
Verspreid in België zijn er nog verschillende gebouwen te vinden waar de toepassing van de Hasseltse decoratieve tegeltableaus is bewaard gebleven. Enkele voorbeelden in Hasselt zijn de Villa Des Roses op de Luikersteenweg 66 en een kleurrijk tegelpaneel met een fragment uit Madiols Zwanenmeerontwerp in de gevel van het burgerhuis in de Thonissenlaan 67. Het Hasseltse tegelwerk is ook opvallend veel terug te vinden aan de Belgische kust. Kuststeden zoals Oostende en Blankenberge wilden zich in begin van de 20ste eeuw profileren als toeristische badsteden en pensions, hotels en villa's in art nouveaustijl schoten als paddenstoelen uit de grond. De Hasseltse keramiekfabriek bracht zijn ontwerpen aan de man in een bijhuis van de Brusselse firma Helman te Blankenberge. Het is dus niet verwonderlijk dat vooral in die stad tot op de dag van vandaag nog de meeste gevels te vinden zijn met het Hasseltse tegelwerk. De gevel van Hotel Leopold II was zelfs volledig bekleed in Hasseltse tegels. Tegen de bakstenen werden tegelstrips geplaatst en deze werden gecombineerd met decoratief seriewerk boven de vensters. Centraal boven de deur kwam een uitgewerkt bloemendecor. Dit laatste is een van weinige fragmenten van de bekleding die gered werden toen het gebouw in 2007 werd afgebroken. De bloemenslinger werd geschonken aan Het Stadsmus. Dankzij het thesisonderzoek van Ine Schuurmans en Charlot de Bisschop, kon er in 2016 een professionele restauratie worden uitgevoerd. miniatuur|Postkaart van kamp Beverloo, in de badzaal met modulair tegelwerk van de Hasseltse keramiekfabriek, ca.1900-1930
Functionele bouwkeramiek Zoals eerder vermeld volgde begin 20ste eeuw ook de productie van functionele bouwkeramiek. Dit betrof modulaire elementen die in serie werden geproduceerd. In veel openbare gebouwen, zoals kazernes, mijngebouwen en scholen, maar ook in de Luikse staalindustrie, werden de sanitaire installaties geïntegreerd. Enkele vermeldenswaardige uitvoeringen zijn sanitaire voorzieningen in de mijngebouwen in Winterslag en de badzaal met douchecabines van de kazerne in kamp Beverlo.
Publicitaire keramiek links|miniatuur|Vaas 'Pastilles Em Poncelet' in Hasseltse keramiek, modelnummer 404 ingekrast, s.d., SMU.2017.0075.00, Het Stadsmus Deze laatste categorie kwam regelmatig tot stand in samenwerking met Hasseltse jeneverstokerijen zoals Villers en Fryns, die de geldschieters waren voor de keramiekfabriek. Zo werden er een twintigtal verschillende likeurkruiken en ook reclameborden geproduceerd voor de stokerijen. Ook komen er onderzetbordjes met een bedrukt patroon van stokerij Claes voor. Een ander noemenswaardig voorbeeld zijn de reusachtige vazen die in opdracht van apotheker Emile Poncelet werden gemaakt. Hij ontwikkelde een keelpastille die hij via een actieve reclamecampagne aan de man bracht. De ponceletvazen dienden als premies voor grootafnemers ervan. Dit soort keramiek sierden de wanden in herbergen en bij verdelers en verkopers om zo het cliënteel te verleiden tot een bepaald product.
Herontdekking en herwaardering In 2001 werd de verzamelaarsgroep Hasseltse Keramiek opgericht, die in 2024 onderdeel werd van vzw Vrienden van het Stadsmuseum Hasselt. Ze streeft er naar om de geschiedenis van de keramiekfabriek te documenteren en de productie in kaart te brengen. Daarnaast draagt deze vereniging ook actief bij tot de verspreiding van het verhaal van de keramiekfabriek bij het brede publiek door middel van lezingen, tentoonstellingen en publicaties. Deze worden vaak in samenwerking met het Jenevermuseum of Het Stadsmus georganiseerd, instellingen die zelf ook objecten van de keramiekfabriek in hun collectie hebben.
Lijst van belangrijkste tentoonstellingen over de keramiekfabriek
'Hasseltse porselein en keramiek 1890 - 1952' in Het Jenevermuseum Hasselt, 30 april - 1 oktober 1983 'Gracieus, Hasseltse keramiek uit de belle époque' in Het Stadsmus, 20 april -8 september 2002 'Ravissant, Hasseltse bouwkeramiek', in Het Stadsmus 2005 'Magnifique. Hasseltse keramiek spreekt!' in het Jenevermuseum Hasselt, 2009 'Belle Epoque schatten', in het Belle Epoque Centrum Blankenberge, 2011 'Door vrouwenhanden gevormd' in Het Stadsmus, 2 februari - 25 mei 2019
Bronnen
Categorie:Geschiedenis van Hasselt