De Slag om de Donbas is een militaire confrontatie van de Russische Federatie, en de twee zelfverklaarde volksrepublieken Donetsk en Loegansk tegen Oekraïne. De strijd begon op 18 april 2022, als onderdeel van de Russische invasie van Oekraïne die op 24 februari 2022 was begonnen. Eerder had het Russische leger zich geconcentreerd op andere delen van Oekraïne zoals de hoofdstad Kiev (zie ook de Slag om Kiev), maar daar trokken de Russen zich vanaf eind maart terug om zich vervolgens te hergroeperen voor een hernieuwd invasiefront in Zuidoost-Oekraïne.
Het doel van de strijd was om Oekraïense troepen in de Donbas te omsingelen en de gehele oblasten Donetsk en Loehansk te annexeren bij de door Rusland gesteunde separatistische volksrepublieken Donetsk en Loegansk. De initiële ontwikkeling en het strategische belang van de Slag om de Donbas werd vergeleken met de Slag om Koersk (1943).
Op 23 juni beweerden Russische functionarissen dat ze 55% van de oblast Donetsk onder controle hadden. Op 3 juli beweerde Rusland dat het de hele oblast Loehansk onder controle had.
Op 3 juli hadden de legers van Rusland en de volksrepublieken Donetsk en Loegansk een groot aantal Oekraïense steden ingenomen, waaronder Marioepol, Sjevjerodonetsk, Lysytsjansk en Roebizjne. Op 19 september herwon Oekraïne echter de controle over Bilohorivka, een dorp in de buurt van Lysytsjansk in de oblast Loehansk.
De slag thumb|Russische tanks in Oost-Oekraïne na het oversteken van de Severski Donets met pontonbruggen, april 2022 Op 11 april 2022 kondigde de Oekraïense president Volodymyr Zelensky aan dat Oekraïne een groot nieuw Russisch offensief verwachtte in het oosten van het land. Militaire satellieten registreerden uitgebreide Russische konvooien van infanterie en gemechaniseerde eenheden terwijl deze van Charkiv zuidwaarts naar Izjoem reden voor de geplande Russische herschikking van zijn noordoostelijke troepen naar het zuidoostelijke front van de invasie.
Vroege operaties (18-30 april) President Zelensky meldde op 18 april 2022 in een videoboodschap dat de Russische troepen aan het verwachte offensief in de Donbas waren begonnen. Zelensky's adviseur sprak over 'de tweede fase van de oorlog'.
In de omgevingen van Slobozansky en Donetsk voerden Russische troepen de aanvallen op. De Oekraïense secretaris van de Nationale Veiligheidsraad, Oleksiy Danilov, zei dat Russische troepen in de ochtend van 18 april door de Oekraïense verdedigingswerken probeerden te breken langs (bijna) de gehele frontlinie in de omgeving van de oblasten Donetsk, Charkiv en Loehansk met als doel de oblasten Donetsk en Loehansk volledig te veroveren vóór Orthodox Pasen op 24 april.
In de ochtend van 18 april zei de gouverneur van Loehansk, Serhij Hajdaj, dat Russische troepen de stad Kreminna waren binnengevallen.
's Nachts voerden Russische troepen een raketaanval uit op Kramatorsk, oblast Donetsk, waarbij de infrastructuur werd vernietigd.
Op 19 april, in een exclusief interview met India Today erkende de Russische minister van Buitenlandse Zaken, Sergej Lavrov, het begin van een nieuw offensief in de Donbas en noemde het een 'zeer belangrijk moment in deze hele speciale operatie'.
Om de nieuwe fase van het Russische offensief in Oekraïne aan te pakken, hielden de Franse president Emmanuel Macron en de Amerikaanse president Joe Biden een ontmoeting met vertegenwoordigers uit Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Italië, Polen en Roemenië. Ze werden ontvangen door NAVO-secretaris-generaal Jens Stoltenberg, voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen en voorzitter van de Europese Raad, Charles Michel.
Op videobeelden was te zien dat ten minste één burger werd gedood en drie anderen gewond raakten tijdens de Russische beschieting van Kramatorsk.
Gouverneur Hajdaj riep de inwoners van de regio op om onmiddellijk te evacueren, zodat ze niet gevangengenomen of gedood zouden worden door Russische militairen.
Op 20 april rukten Russische troepen en Russischgezinde separatisten uit Loegansk op in Roebizjne, oblast Loehansk, en veroverden het centrale deel van de stad. Russische troepen bezetten ook woonwijken in de stad Popasna in de oblast Loehansk. Volgens een Oekraïense bron geciteerd door de Amerikaanse denktank Institute for the Study of War (ISW), kwamen Libische en Syrische huursoldaten die waarschijnlijk banden hadden met de Wagnergroep, in botsing met Oekraïense troepen in de stad, waarbij de Oekraïense politicus Oleksij Danilov beweerde dat er 20 tot 25 huurlingen waren gedood en daarbij foto's toonde van de vermeende lichamen. Het ISW heeft geen enkele inzet van Syrische of Libische eenheden als onderdeel van de Russische troepen waargenomen en schrijft de aanwezigheid van de genoemde vreemdelingen individueel toe.
Ten zuiden en zuidwesten van Izjoem, oblast Charkiv, hadden de Russische troepen enig succes door middel van een plaatselijke opmars.
Volgens Oekraïense bronnen zette het Russische leger op 21 april de aanval op Popasna voort en probeerde het voet aan de grond te krijgen in de westelijke en noordwestelijke delen van Roebizjne, maar de Oekraïense strijdkrachten sloegen de aanval af.
Volgens het ochtendrapport van de Generale staf van de strijdkrachten van Oekraïne op 22 april bestormde Rusland de dorpen Zaritsjne en Marjinka. Bij Novotosjkivsky vonden ook zware gevechten plaats. De stad Slovjansk werd 's nachts beschoten met (vermoedelijk) clustermunitie; in de middag was er een poging om de stad te bestormen. De stad Lyman werd beschoten, waarbij een plaatselijk ziekenhuis in brand vloog. De beschietingen op de nederzettingen in de frontlinie gingen door: om 15.00 uur werden in de regio Donetsk 20 nederzettingen gebombardeerd en raakten 34 gebouwen beschadigd. In Popasna, Avdijivka en Koerakhove vonden mislukte aanvalspogingen door Russische troepen plaats. Tegelijkertijd wisten Russische troepen Lozove en Stepne onder controle te krijgen. Gedurende de dag werden in de gevechten ongeveer 130 militairen gedood en 3 tanks, 7 infanteriegevechtsvoertuigen, 1 gepantserd gevechtsvoertuig, 13 artillerietrekkers en 2 UAV's vernietigd.
De Centrale Inlichtingendienst van het Ministerie van Defensie van Oekraïne meldde op 23 april dat Rusland de hergroepering van de troepen had voltooid en binnenkort een nog groter offensief zou lanceren in de Donbas. Rond 15.00 uur vonden artilleriebeschietingen plaats op de stad Zolote, waarbij twee mensen omkwamen en twee anderen gewond raakten. Bovendien werden dorpen in de omgeving Sjevjerodonetsk beschoten, waarbij vier inwoners omkwamen. In een avondtoespraak meldde de Generale Staf van de Strijdkrachten van Oekraïne dat Rusland er niet in was geslaagd om op te rukken naar Marjinka, Rubezhnoye en Popasna en dat Rusland voorbereidingen trof om Sjevjerodonetsk aan te vallen. Overdag werden 12 aanvallen afgeslagen. Ongeveer 150 Russische militairen, 4 tanks, 5 artilleriesystemen, 15 eenheden gepantserde voertuigen, 4 auto's en 1 gepantserd gevechtsvoertuig werden vernietigd; Soe-25 vliegtuigen, 1 kruisraket en 3 UAV's werden neergeschoten.
Intensievere gevechten (1-19 mei) Op 7 mei 's middags werd een school in Bilohorivka, oblast Loehansk, waar zo'n 90 mensen een schuilplaats hadden gezocht, doelwit van een Russisch bombardement. Er vielen zeker twee doden, maar gevreesd werd voor veel meer slachtoffers omdat 60 mensen nog niet waren teruggevonden.
Op 13 mei veroverde het Russische leger bij Roebizjne langzaam gebied in westwaartse richting. Hierbij werden steden en dorpen zwaar gebombardeerd door artillerie totdat er niets meer van over was en de Oekraïense troepen zich terugtrokken. Deze tactiek vergde enorm veel munitie. Zoals een Oekraïense functionaris het uitdrukte: 'De Russen veranderen niet van tactiek: ze vernietigen steden en vallen daarna pas de verschroeide aarde binnen.' Tegelijkertijd voerde het Russische leger aanvallen uit vanuit Izjoem in zuidelijke richting, met als doel het Oekraïense leger te omsingelen. Dit offensief had minder succes, daar de Russen er niet in slaagden om met noemenswaardige aantallen de Severski Donets over te steken, ondanks meerdere pogingen met pontons.
Russische doorbraak (20 mei-3 juli) Na de inname van de Azovstalfabriek door de Russen, en de val van Marioepol aan het zuidelijk front, nam het offensief in de Donbas in omvang toe. Op 21 mei meldde gouverneur Hajdaj, via Telegram, dat de Russen Sjevjerodonetsk dag en nacht bombardeerden en een poging deden om de stad te omsingelen. Oekraïense troepen zouden elf aanvallen hebben afgeslagen en daarbij acht tanks hebben vernietigd. Naast Sjevjerodonetsk was ook Lysytsjansk een doelwit. De steden liggen aan weerszijden van de Severski Donets, in het deel van oblast Loehansk dat voor de oorlog nog niet onder controle stond van pro-Russische separatisten. Volgens Zelensky werd ook in Slovjansk hevig gevochten en hield het Oekraïense leger stand.
Op 28 mei verklaarde het Russische ministerie van Defensie dat Lyman nu volledig in Russische handen was. De vorige dag hadden pro-Russische separatisten de verovering van de stad ook al geclaimd. Gouverneur Hajdaj zei dat er in het gebied nu zo'n 10.000 Russische manschappen waren gestationeerd.
Op 29 mei werd er nog steeds hevig gevochten in en rondom Sjevjerodonetsk, inmiddels de enige grote stad in de Donbas die nog in Oekraïense handen was. Gouverneur Hajdaj zei dat het geweld in de stad het onmogelijk maakte om de doden en gewonden op te halen. President Zelensky zei in een toespraak dat de infrastructuur van de stad nu geheel was vernietigd.
Volgens analisten van denktank ISW boekten de Russen langzaamaan meer terreinwinst in de Donbas, ondanks zware verliezen.
Gouverneur Serhij Hajdaj, het hoofd van het Oekraïense militaire bestuur in Loehansk, berichtte op 1 juni dat ca. 80% van Sjevjerodonetsk nu in Russische handen was. In de stad waren nog steeds hevige gevechten gaande. Twee dagen later zei Hajdaj dat het Oekraïense leger 20% van de stad had terugveroverd.
Vadym Skibitsky, het plaatsvervangend hoofd van de Oekraïense militaire inlichtingendienst meldde op 10 juni dat het Oekraïense leger bijna door de munitie heen was en ze het gevecht met de Russen – die 10 tot 15 keer zoveel artillerie hadden als Oekraïne – dreigden te verliezen. Volgens Skibitsky hing alles af van de (hoeveelheid en het type) wapens die het Westen hen zou leveren.
Volgens president Zelensky stierven er dagelijks 60 tot 100 Oekraïense soldaten en vielen er zo'n 500 gewonden aan Oekraïense zijde. De precieze aantallen hiervan worden geheimgehouden.
25-26 juni: de val van Sjevjerodonetsk De burgemeester van Sjevjerodonetsk, Oleksandr Stryuk, liet op 25 juni weten dat het Oekraïense leger de stad bijna had verlaten. Volgens het hoofd van de militaire inlichtingendienst had het Oekraïense leger zich teruggetrokken naar Lysytsjansk, aan de overzijde van de Severski Donets. Men sprak van de grootste nederlaag voor Oekraïne sinds de val van Marioepol in mei.
In de stad bleven de gevechten tussen enerzijds het Russische leger en de separatisten en anderzijds het Oekraïense leger nog doorgaan. De volgende dag werd de evacuatie van burgers uit de chemische fabriek waar zij zich schuilhielden gestaakt. Het Russische persbureau TASS beweerde dat dit het gevolg was van artilleriebeschietingen door het Oekraïense leger.
2-3 juli: de val van Lysytsjansk Op 2 juli omsingelden pro-Russische troepen de stad Lysytsjansk en drongen het centrum van de stad binnen. Op 3 juli werd bekend dat het Oekraïense leger Lysytsjansk verlaten had en dat het Russische leger de stad had ingenomen. Oekraïne verloor de controle over de laatste grote stad in de oblast Loehansk, waardoor de oblast volledig in handen kwam van de pro-Russische, separatistische volksrepubliek Loegansk.Provincie Loehansk volledig in Russische handen, NRC, 3 juli 2022
Russische operationele pauze (4–16 juli)