De vlag van Zuid-Afrika (1928-1994) is een historische vlag van de Unie van Zuid-Afrika en later de Republiek van Zuid-Afrika. De vlag is, na een vlaggenstrijd van bijna drie jaar en meerdere aanpassingen, aangenomen en in gebruik geweest tussen 1928 en 1993. Na de vrijlating van Nelson Mandela en de afschaffing van de apartheid in het land is deze in 1994 vervangen voor de huidige vlag van Zuid-Afrika.
Geschiedenis Wetgeving thumb|De handelsvlag en de facto vlag van Zuid-Afrika tussen 1910 en 1928 Na de Tweede Boerenoorlog van 1899 tot 1902 en de stichting van de Unie van Zuid-Afrika in 1910 werd de kwestie omtrent een nieuwe, nationale vlag nooit besproken. Er werd een vlaggencompetitie gehouden die leidde tot de inzending van ongeveer 250 unieke vlaggen, maar uiteindelijk werd besloten om de Britse vlag te gebruiken bij officiële ceremonies. Voor gebruik op zee werden er blauwe en rode Britse vaandels ontworpen. Deze waren niet bedoeld als nationale vlag, maar als handelsvlag en dienstvlag ter zee. In werkelijkheid werd vooral de rode variant als nationale vlag beschouwd, maar was deze vlag nooit bij wet vastgelegd. De vlag zelf was nooit populair onder het Zuid-Afrikaanse volk en werd zelden gebruikt.
Vanaf de jaren twintig van de twintigste eeuw ontstond de wens in Zuid-Afrika om een eigen vlag te creëren. In september of oktober 1924 hield de Zuid-Afrikaanse krant The Sunday Times een vlaggencompetitie, die tot duizenden inzendingen leidde. De eerste prijs werd uiteindelijk uitgereikt aan de heer G.E. Remington uit Johannesburg. Zijn ontwerp bestond uit een combinatie van groene en gele strepen, die de vier provincies van het land moesten uitdrukken. In 1925 introduceerde het Zuid-Afrikaanse parlement een wet die de komst van een eigen nationale vlag moest voorbereiden. Dit leidde de daaropvolgende drie jaar tot grote spanningen in het land en zelfs bijna tot een burgeroorlog, waarbij de provincie Natal dreigde zich af te scheiden van de Unie omdat de Britten (die voornamelijk in deze provincie woonden) niet wilden dat de Afrikaners de Britse symbolen zouden afzweren. In hetzelfde jaar moedigde de Zuid-Afrikaanse regering het volk aan om ontwerpen voor een nieuwe nationale vlag in te zenden, met als resultaat zo'n 3000 inzendingen die waren ontvangen in februari 1926. De Select Committee die was aangesteld om het winnende ontwerp te kiezen, kwam er echter niet uit, vooral omdat de coalitiepartijen een 'schone' vlag wilden en de Suid-Afrikaanse Party, die ook goede banden had met de Britse blanken, een vlag wilde met de Union Jack (en de oude vlaggen van de voormalige Boerenrepublieken) erin. Uiteindelijk stemde een meerderheid voor een voorstel die door de Britse historicus Eric Anderson Walker was ingezonden. Zijn ontwerp, die bekend stond als de 'Walker flag', bestond uit een verticale rode streep aan de hijszijde (die de Kaapkolonie moest voorstellen) en drie horizontale strepen: groen (die Transvaal voorstelde), geel (ter vervanging van het niet-heraldische oranje voor de Oranje Vrijstaat) en blauw (voor de Britse kolonie Natal). Hoewel de vlag neutraal was, leek het teveel op de Transvaalse vierkleur en werd het nooit populair of gekozen door het comité.
Er werd door de regering in 1927 besloten om een Flag Commission op te stellen, met als doel om een nieuw te ontwerpen Zuid-Afrikaanse vlag te kiezen. Deze commissie had uiteindelijk drie ontwerpen goedgekeurd. Het eerste ontwerp bestond uit een oranje en blauwe vlag met een wit kruis, het tweede ontwerp bestond uit een groene vlag met een rood Sint-Joriskruis en een witte rand en het derde ontwerp was een combinatie van horizontale groengele strepen met de Engelse vlag in the linkerbovenhoek. Het eerste ontwerp had de voorkeur, maar werd niet gekozen. Ontwerp twee stond informeel ook bekend als de 'Red Cross flag'.
De oppositie drong erop aan dat de Union Jack een prominente plek op de vlag moest krijgen. Gedurende de Flag Conference die de Flag Commission in Kaapstad had georganiseerd in april of mei 1927 werden drie ontwerpen gepresenteerd door de commissie, die uiteindelijk allen niet werden aangenomen.
In juni 1927 kwam de Suid-Afrikaanse Party met een eigen voorstel voor een nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag. Deze was was in vieren verdeeld door een wit kruis: in het bovenste hoekveld de Union Jack, in het bovenste vlagveld de oude vlag van de Oranje Vrijstaat, in het onderste hoekveld de oude vlag van Transvaal en in het onderste vlagveld een springende springbok op een blauw veld. Als reactie hierop kwam de regering zelf met een eigen ontwerp. Deze vlag zou een combinatie worden van de historische Prinsenvlag die Jan van Riebeeck gebruikte tijdens de stichting van de Kaapkolonie in 1652 met een schild in het midden. In dit schild zouden de Union Jack, de Vierkleur van de Oranje-Vrijstaat (gespiegeld en gekanteld) en de Vierkleur van de Zuid-Afrikaansche Republiek worden afgebeeld. Bij het originele voorstel voor de vlag waren ook vier sterren benoemd, die de vier Zuid-Afrikaanse provincies (de Kaapprovincie, Oranje Vrijstaat, Natal en Transvaal) moesten voorstelen. Het ontwerp van deze 'Shield flag' had meer succes en werd aangenomen in de Zuid-Afrikaanse Volksraad. De Zuid-Afrikaanse Senaat keurde deze vlag uiteindelijk niet goed maar verwierp het ook niet. Wel werd het ontwerp gewijzigd in een vlag die vergelijkbaar was met het voorstep van de SAP, met als verschil dat de springbok vervangen werd met vier zilveren sterren. De Volksraad verwierp dit amendement uiteindelijk, waardoor er alsnog geen vlag werd aangenomen.
Lang leek het erop dat de regering Hertzog-Creswell I zou vallen over deze vlaggenkwestie, maar uiteindelijk werd op 26 oktober 1927 een overeenstemming over de nieuwe vlag bereikt met de oppositiepartij SAP. Deze vlag werd goedgekeurd door zowel de Volksraad als de Senaat. De nieuwe vlag werd op 31 mei 1928 officieel in gebruik genomen na feestelijkheden.
In 1982 werden de kleuren op de vlag van tint veranderd, dit bleef zo tot de uitgebruikstelling van de vlag in 1994.
Referendum Terwijl in 1927 het besluit voor een nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag nog gaande was in de politiek, werd eveneens besloten om een referendum te houden over een nieuw te ontwerpen Zuid-Afrikaanse vlag. Er werden in totaal 46 voorstellen ingezonden, maar nadat de regering overeenstemming had bereikt met de oppositie en de nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag was goedgekeurd, was een referendum niet langer nodig.
Beschrijving
De vlag was gebaseerd op de Prinsenvlag, de oranje-wit-blauwe Nederlandse driekleur die Jan van Riebeeck gebruikt had bij de stichting van de Kaapkolonie.
In de Zuid-Afrikaanse vlag van 1928 werden drie kleine vlaggen in het midden van de witte baan geplaatst: de Britse vlag (gespiegeld), de Vierkleur van Oranje-Vrijstaat (gespiegeld en gekanteld) en de Vierkleur van Transvaal. De keuze voor de Prinsenvlag als basis was een compromis, omdat het de eerste vlag op Zuid-Afrikaanse bodem was en omdat het een politiek neutrale vlag was. Het was immers van geen enkel ander land de nationale vlag. Een ander aspect aan het compromis was dat de Britse vlag óók de officiële vlag zou blijven. Zuid-Afrika was het enige land in de wereld met twee nationale vlaggen. Deze situatie veranderde in 1957, toen de Union Flag haar status als nationale vlag verloor. Deze Zuid-Afrikaanse vlag mocht voortaan enkel nog worden gehesen op Zuid-Afrikaanse overheidsgebouwen. De wet ging op 6 april in, waardoor het gebruik van de Union Jack op overheidsgebouwen niet langer mocht. Eerder, in 1951, verloor het rode vaandel uit 1910 zijn status als handelsvlag. thumb|De voorgestelde nieuwe vlag van Zuid-Afrika door premier Hendrik Verwoerd uit 1965, de "Verwoerdvlag" Na een referendum werd Zuid-Afrika op 31 mei 1961 een republiek, maar het land veranderde niet van vlag, hoewel er druk was van de Afrikaners om de Britse vlag uit de middelste baan te halen. Gedurende de jaren 60 ontstond echter opnieuw ophef om de nationale vlag. De Afrikaners voerden nog altijd druk uit op de regering Verwoerd I om de vlag te veranderen omdat ze een hekel hadden aan de Union Jack, die nog altijd op middelste baan van de nationale vlag prijkte. Ook premier Hendrik Verwoerd zelf stond hier positief over en gaf zijn assistent-secretaris H.C. Blatt in 1965 de opdracht om een 'schone' vlag te ontwerpen. Deze vlag zou gaan bestaan uit drie verticale strepen van oranje, wit en blauw met in het midden afgebeeld een springende springbok over een krans van zes protea's. Hoewel premier Verwoerd al goedkeuring had gegeven voor de nieuwe vlag, zorgde de aanslag op zijn leven door Dimitri Tsafendas in september 1966 ervoor dat de kwestie werd uitgesteld tot de vergadering van de Nasionale Party op 28 september 1968. De vlaggenkwestie werd in deze periode in leven gehouden toen de toenmalige premier en opvolger van de vermoorde Verwoerd, John Vorster, die in oktober 1967 zei dat "als het volk een nieuwe vlag wil, zal het een nieuwe hebben". Ook zei hij "niet getrouwd" te zijn met het Engelse vlaggetje op de Zuid-Afrikaanse driekleur. De toenmalig Minister van Defensie Pieter Willem Botha verklaarde zich eveneens voorstander van een nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag door zich te scharen achter degenen die "de Republiek van Zuid-Afrika door een nieuwe en zuiverder vlag gesymboliseerd wilden zien" en te zeggen dat de Zuid-Afrikaanse jeugd klaar was voor een nieuwe vlag "die het symbool van een vastberaden jonge natie is". Op de vergadering van de Nasionale Party in september van dat jaar kondigde de toen regerende NP een commissie aan te stellen onder voorzitterschap van de heer Justice J.F. Marais om de kwestie van een nieuwe vlag voor Zuid-Afrika te onderzoeken. Het plan was om een eventueel nieuw ontwerp van de vlag te hijsen tijdens de Dag van de Republiek op 31 mei 1971, wat overeen zou komen met de 10e verjaardag van het uitroepen der republiek. John Vorster voerde tegen alle verwachtingen in echter een gematigder beleid dan zijn voorganger en besloot dat nieuwe vlaggen en symbolen niet nodig waren, en dat het "kleinzielige politiek" zou zijn om zich met de zaak te bemoeien. Een paar jaar later, op 30 maart 1971, stelde Vorster opnieuw de vlagkwestie aan de orde gedurende een nieuwsconferentie. Hierin verklaarde hij om, in het licht van de naderende verkiezingen en de viering van de 10e verjaardag van de Republiek, de voorkeur aan gaf "de zaak op de achtergrond te houden". Dit omdat hij niet wilde dat de vlaggenkwestie zou ontaarden in een politiek drama, vergelijkbaar met de stevige ruzie die ontstond in de jaren 20, en dat de kwestie opnieuw zou worden besproken wanneer de omstandigheden "normaler" zouden zijn. Dit is echter nooit gebeurd en sinds het verlies van de macht van de blanke minderheidsregering in 1994 is deze kwestie niet langer aan de orde vanwege de adoptie van een nieuwe nationale vlag in 1994.
Link met Apartheid Ondanks de oorsprong van de vlag en de goedkeuring 20 jaar voordat de Nasionale Party aan de macht kwam, wordt de vlag vooral geassocieerd met het apartheidstijdperk. (Gewapende) bewegingen als de Black Sash en Umkhonto we Sizwe protesteerden tegen de vlag met hun eigen symbolen. De vlag werd ook in het openbaar verbrand tijdens anti-apartheidsprotesten.
Nadat de Frederik Willem de Klerk in 1989 staatspresident werd, hief hij onmiddellijk het verbod van het Afrikaans Nationaal Congres op en liet hij hun leider Nelson Mandela op 11 februari 1990 vrij. De Klerk begon onderhandelingen met Mandela's ANC en andere organisaties om een einde te maken aan de apartheid. Een van de voorwaarden van het ANC was dat het openbare gebruik van de vlag geleidelijk zou afnemen, aangezien veel zwarte Zuid-Afrikanen de vlag associeerden met apartheid en Afrikanernationalisme.