De gladde vezelkop (Inocybe glabrescens) is een paddenstoel uit de familie Inocybaceae. Hij vormt ectomycorrhiza met loof- en naaldbomen op kalkrijke grond.NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen Hij is bekend van Abies, Picea, Pinus en Fagus. Fungal Portraits door G. Kibby

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft een diameter van 1-3 cm. De vorm is plat met een kleine centrale umbo en omkrulde rand. De kleur is bruin met aan de rand wat bleker. De structuur is licht vervilt, daarna bijna glad en vezelig naar de rand toe.

Lamellen De lamellen zijn aflopend met een tand. De kleur is witachtig tot okergeel. Bij oudere vruchtlichamen zijn de lamellen intens bruin.

Steel De steel heeft een lengte van 3-4 cm en een dikte van 0,3-0,6 cm. De vorm is cilindrisch met een basis vergroot tot bolvormig. De kleur is licht oker tot bruinachtig wanneer rijp, berijpt.

Geur Het vlees is wit tot bleek oker. De geur is zwak spermatisch.

Microscopische kenmerken De basidia zijn 4-sporig. De sporen zijn glad, subamygdaliform en meten 8-10 × 5,5-6,5 µm. Er zijn cystidia aanwezig. De pleurocystiden meten meestal (sub)fusiform, soms (sub)utriform of sublageniform, Apex vaak voorzien van kristallen of kristallijne ophopingen, dikwandig (tot 4 micron) en meten 50–63 µm × 15–20 µm. De cheilocystiden zijn dikwandig (tot 2,5 micron), vergelijkbaar van vorm en meten 40–65 x 14–18 µm. Caulocystiden die bijna tot aan de steelbasis reiken, vergelijkbaar met de cheilocystidia.

Verspreiding In Nederland komt de gladde vezelkop vrij zeldzaam voor. Hij staat niet op de rode lijst.

Categorie:Inocybaceae Categorie:Schimmelsoort