Vijanden en ziekten in de slakkenkweek zijn predatoren, parasieten, bacteriën en andere gedierte die een veilig, gezonde en productieve slakkenkwekerij in de weg staan.

Omdat de slak een rijke bron van primaire voedingsstoffen als proteïne en calcium is en het een eenvoudige prooi is voor predatoren en omnivoren, bevindt het zich aan het einde van veel voedselketens. De preventie en bestrijding van deze vijanden is dan ook een grote punt van zorg in slakkenkweek.

Openlucht- ofwel 'extensieve' kwekerijen hebben potentieel veel last van roofdieren die grote fysieke schade aan de faciliteiten kunnen brengen. In indoor-kwekerijen, de zogenaamde 'intensieve' slakkenkwekerijen, waar met grote slakkendichtheden onder kunstmatige omstandigheden gekweekt wordt en hygiëne uitermate kritiek is, zijn parasieten, schimmels en bacterie potentieel de grootste aandachtspunten in de pestbestrijding. Deze veroorzaken namelijk onomkeerbare ziektepatronen die niet alleen tot sterilisatie en dood leiden, maar door spreiding hele slakkenpopulaties kunnen vellen.

Maatregelen gaan echter gepaard met kosten en worden dan ook niet zomaar toegepast. In het ontwerp van een kwekerij wordt alleen structurele maatregelen doorgevoerd, die onder de lokale omstandigheden nodig geacht worden. Gedurende de praktijk verzekert de kweker zich in de eerste plaats dat aan basisvoorwaarden van een gezonde slakkenkwekerij voldaan wordt. Extra maatregelen ten aanzien van pestbestrijding worden genomen op basis van feitelijke ervaring ter plaatse. Het herkennen van (symptomen van) ongedierte en ziekten is hierbij van belang voor de keuze van kostefficiëntie oplossingen.

Gewervelde vijanden Zoogdieren Grote zoogdieren, als het wilde zwijn en vossen eten niet alleen slakken, maar ze veroorzaken ook grote ravage bij het breken in een kwekerij. Dit geldt ook voor loslopende honden. Een slakkenkwekerij heeft daarom een robuuste omheining nodig om deze dieren buiten de deur te houden. Katten daarentegen zijn minder schadelijk en dienen zelfs als een natuurlijke bestrijdingsmiddel tegen ratten en muizen.

De mens blijft in de literatuur zelden onvermeld. Kwaadwillenden kunnen de kwekerij ingaan simpelweg om slakken te stelen. Landlopers en onwetenden hebben vaak geen idee dat en hoe ze schade berokkenen. Maatregelen als degelijke hekwerken zijn daarom nodig om mensen buiten te houden. Bezoekers dienen altijd onder begeleiding te blijven. Men dient griepvrij te zijn omdat ziektekiemen (bacteriën) van de mens op de slak overgedragen kunnen worden. Roken op een kwekerij is ook uit den boze.

Knaagdieren miniatuur|Een slak die vermoedelijk door een opossum gegeten is Ratten en muizen en hiervan in het bijzonder de dwerg- en bosmuizen zijn fervente jagers van de slak. Ze hebben de typische gewoonte om de apex van het slakkenhuisje weg te knagen om bij het vlees te komen. Als deze knaagdieren eenmaal hun weg gevonden hebben, kunnen ze grote schade aanbrengen. Tegen deze dieren zijn diverse oplossingen, van muizenvallen tot biologische en chemische gif. In het bijzonder chemische gif dient buiten de omheiningen van slakkenparken toegepast worden, opdat slakken er niet mede slachtoffer van worden.

Insecteneters Insecteneters, zoals egels, spitsmuizen en eikelmuizen vinden hun weg meestal via gaten in de omheining. Hekwerken en barrières dienen daarom nauwkeurig en periodiek op onvolkomenheden (bijvoorbeeld door de wind los geblazen bevestigingspunten, door wildgroei opengebarsten zeil etc.) geïnspecteerd te worden.

Vogels miniatuur|Slakkenwouw met zijn prooi Vogels en dan met name kraaien en lijsters zijn beruchte rovers van slakken. Lijsters slaan het huisje kapot om bij het vlees te komen terwijl kraaien ze eenvoudig vermorzelen en desnoods uit de lucht kapot laten vallen.

Onbeschermde openluchtkwekerijen verliezen 5 tot 8% van hun voorraad aan vogels. Vogelnetten worden gebruikt ter wering van vogels, maar worden meestal pas toegepast als er duidelijk last van de vogels ondervonden wordt. Een nadeel van netten kan zijn dat zij het contact tussen openluchtparken en de atmosfeer verstoren, waardoor de vorming van morgendauw op vegetatie verstoord kan worden.Avagnina (2012), p.100

Reptielen en amfibieën Van de reptielen zijn schubreptielen en hagedisachtigen, waarvan in het bijzonder hazelwormen, slakkeneters. Bij de amfibieën zijn groene kikkers en padden de meest gevreesde jagers van slakken. Hazelwormen kunnen met de hand verwijderd worden. Voor kikkers worden kikkervallen gebruikt. Dat kunnen ingegraven emmers zijn met een lampje erboven die de aanwezige kikkers in de nacht aantrekken en ze zo in de emmer doen vallen.

Ongewervelde vijanden Insecten Van de insecten zijn er diverse keversoorten die op slakken jagen. Algemeen gesproken jagen zowel de volwassenen en hun larven op de slak. Deze wordt verlamd of gedood door een giftige beet waarna met een proteolitisch afscheiding het vlees verteerd wordt voor consumptie. miniatuur|Kortschildkever Kortschildkevers zijn beruchte rovers van slakken die voornamelijk op zure grond (pH<7.0) voorkomen.Avagnina (2012) Zij laten hun proteolitische afscheiding uitwendig zijn werk doen alvorens ze hun slachtoffer consumeren.

Van de slakkenkevers kruipt het vrouwtje in het huisje van de slak alwaar ze de slak doodt en consumeert. miniatuur|Een larve van de glimworm aan zijn slakkenmaal Het vleugelloze vrouwtje en de larve van de grote glimworm lijken op elkaar en eten de slak levend nadat ze hem met hun slijm verlamd hebben.

Ook loopkevers, zowel volwassenen als hun larven, eten hun slachtoffer levend. De larve kruipt daarvoor in het huisje van de slak, waarbij het overigens het slakkenslijm moet ontwijken die de slak uit verdediging produceert, anders stikt het daarin. Wanneer het zich succesvol in het huisje heeft genesteld verlamd het de slak met een neurotoxine en na uitwendige vertering consumeert het de slak. Loopkevers eten behalve het vlees ook de slakkeneieren. miniatuur|Een kever verorbert een dode (naakt)slak. De aaskevers in het algemeen en de phosphuga in het bijzonder zijn geduchte predatoren van de slak. De aaskevers beschikken over een anale afscheiding waarmee ze het slijm die de slak ter verdediging produceert neutraliseren. De aaskevers slaan ook toe bij hibernerende slakken, waarvan ze de epifragma doorboren om bij het vlees komen.

Er zijn diverse vallen voor als er veel last is van vliegende insecten (bijvoorbeeld vliegenstrip, wespenval), maar die moeten met zorg gekozen worden wanneer ook van goede insecten gebruikgemaakt wordt (biologische bestrijding). Diverse van genoemde kevers vliegen echter niet en kunnen met bodemvallen gevangen worden.

Roofslakken miniatuur|Een exemplaar van de Rumina decollata De Rumina decollata is een geduchte rover van de tuinslak en leeft van nature in het Middellandse zeegebied. Slakkenkwekers aldaar hebben een groot probleem als de Rumina zijn weg in de kwekerij gevonden heeft, want het decimeert in korte tijd hele populaties. Deze slak wordt dan ook door tuinders als biologische bestrijdingsmiddel tegen tuinslakken ingezet.

Naaktslakken Naaktslakken zijn vectoren: ze dragen ziekten met zich mee die op de segrijnslakken overgebracht kunnen worden. Het gaat met name om parasieten als mijten. Bovendien zijn naaktslakken zijn voedselconcurrenten van de gekweekte slakken en jagen ze de kweker daarmee op extra kosten. Daarmee vallen ze ook in de categorie van ongewenste dieren.

Naaktslakken zijn hardnekkige dieren om te verwijderen als ze eenmaal de slakkenkwekerij binnengedrongen zijn. Ze dienen handmatig verwijderd te worden. Een alternatieve methode is het plaatsen van karton in de parken. Naaktslakken hechten zich aan de onderkant hieraan en na een paar dagen kunnen ze en masse verzameld worden. In de literatuur wordt veelal gesuggereerd de naaktslakken in chloorwater te verdelgen.

Om vermenigvuldiging van dit dier in de kwekerij tegen te gaan, is de kweker er in de paartijd extra alert op deze dieren op te ruimen en in de broedperiodes de grond te bewerken ter vernietiging van de einesten. Dit dient echter met beleid te gebeuren om geen schade te berokkenen aan de kweekslakken.

De gevlekte akkerslak is geslachtsrijp vanaf de late zomer en haar eieren komen tot eind mei uit. De Arion hortensis is geslachtsrijp vanaf de herfst. De eieren worden in het voorjaar gelegd en komen uit in juni. Ook de wegslak is ongewenst en heeft eveneens zijn eigen paar- en eileg-periodes.

Parasieten Ziekten van slakken worden veroorzaakt door parasieten, nematoden en bacteriën, die de slak verzwakken en in het ergste geval tot zijn dood leiden. Ziekten worden hoofdzakelijk veroorzaakt door gebrek aan hygiëne, slechte voeding en ongunstige klimatologische en fysieke omstandigheden van het leefgebied. Hieruit volgt dat ziekten relatief weinig voorkomen in de natuurlijke omgeving, terwijl ze in slakkenkwekerijen juist vaker kan voorkomen.

Voorts werken slechte voeding, meststoffen en pesticiden als gif voor de slak.

Mijten Van de mijten die de slak parasiteren is de Riccardoella limacum de bekendste. Deze slakkenmijt voedt zich aan het bloed van de slak, de hemolymfe. Dit verzwakt de slak en leidt tot vertraagde groei. Als de aantallen mijten beperkt zijn, heeft deze parasiet een niet noemenswaardige invloed. Echter, de aantallen kunnen snel groeien in slakkenkwekerijen en dan wordt het een probleem, omdat de oogst door de vertraagde groei van de slakken kleiner wordt.

De maximaal 0,4 mm grote slakkenmijt is met het blote oog te herkennen op het huid van de slak. Het kruipt echter ook via de pneumostoom de long van het dier binnen. Er is geëxperimenteerd met desinfecteerbaden voor slakken om van mijten af te komen.De Grisse (2003) De hypoaspis miles is een roofmijt die op slakkenmijten, vliegenlarven, duizendpoten, bladluizen, en ander kruipend klein ongedierte jaagt, maar de slak met rust laat. Deze roofmijt wordt dan ook door slakkenkwekers en tuinders als biologisch bestrijdingsmiddel tegen ongewenste ongewervelden gebruikt.

Tegen de slakkenmijt kan ook pyrethrine gebruikt worden. Dit is een desinfectiemiddel op natuurlijke basis, gemaakt van Tanacetum cinerariaefolium. Het wordt gedurende onderhoudsperioden in de parken gespoten.

Parasitaire wormen Slakken kunnen parasitaire wormen behuizen, die slakken als tussengastheer in hun ontwikkeling gebruiken.

Platwormen / trematoden miniatuur|Een door platworm geparasiteerde barnsteenslak is een kleurrijke 'zombie' geworden. De slak is een tijdelijke gastheer van de larven van de Dicrocoelium dentriticum en die van de zuigworm, een platwormstam. Deze larven vermenigvuldigen zich en stappen in een latere fase van hun ontwikkeling over naar gewervelde gastheren. De impact van deze larven op de slak varieert met de hoeveelheid, maar bij grote hoeveelheden leiden ze tot de dood van de slak.

Dit probleem komt echter vooral voor bij slakken in de natuur, waar de zuigworm makkelijk van de ene gastheer naar de andere kan overgaan en de slak als tussengastheer functioneert. In een kwekerij komt de zuigworm nagenoeg niet voor bij gebrek aan de gewervelde gastheer die noodzakelijk is voor zijn ontwikkeling. Slakken die uit de natuur geraapt zijn om in een kwekerij geplaatst te worden vormen daarom een tijdelijk risico. Dit is een reden waarom deze slakken eerst in quarantaine geplaatst worden alvorens ze bij de andere slakken geplaatst worden.

Rondwormen Er zijn diverse soorten nematoden, ofwel rondwormen, die de slak als gastheer gebruiken. Een aantal van hen gebruiken de slak net as de platworm alleen als tijdelijk gastheer alvorens ze naar een gewervelde gastheer overgaan. Deze zijn dus vooral problematisch voor slakken in de natuur.