De vergelijking van de kloek en haar kuikens komt voor in een uitspraak van Jezus in Matteüs 23:37-39 en Lucas 13:34-35.
Inhoud Jezus zei:
Interpretatie Het beeld van de hen en de kuikens Jezus citeerde mogelijk 2 Esdras 1:30:
Dit is op zijn beurt mogelijk afgeleid van Psalm 17:8, 36:8, 61:5; 63:8, 91:3-4. Een vergelijkbaar beeld van schuilen onder de vleugels van God staat in Ruth 2:12. In Deuteronomium 32:11 wordt God vergeleken met een arend die zijn vleugels uitspreidt en zijn volk op zijn wieken droeg, een beeld dat ook in Jesaja 31:5 staat. In Rabbijnse literatuur wordt een vergelijkbaar beeld geschetst: proselieten die zich bekeerden tot het jodendom verzamelden zich onder de vleugels van Sjechina - dat een 'heilige vogel' werd genoemd.Gill's Exposition of the Entire Bible over Matteüs 23:37
Jeruzalem wordt in deze uitspraak gebruikt als een pars pro toto voor de Israëlieten als geheel. Jeruzalem was de zetel van de koningen van Juda en bovenal de plaats waar de Joodse tempel stond - het hart van de aanbidding van God. God had in Deuteronomium 18 al gezegd dat als de Israëlieten zich niet hielden aan hun verbond, Hij profeten zou sturen om ze aan hun verbond te houden. Toen dit gebeurde, doodden de Israëlieten de profeten (1 Koningen 19:10).
Jezus' waarschuwing voor de gevolgen die het weigeren zich aan Gods verbond te houden komt in grote lijnen overeen met Maleachi 3:22-24:
Met name vanwege het laatste deel hiervan, worden de woorden in Maleachi en Jezus' woorden in Matteüs 23 soms gezien als een profetische voorspelling van de verwoesting van Jeruzalem door de Romeinen in 70. Jezus had namelijk gezegd dat Johannes de Doper de Elia was die Maleachi voorspelde (Matteüs 11:7-14) - waarbij in gedachten moet worden gehouden dat de consensus is dat het evangelie volgens Matteüs tussen 80 en 90 n.Chr. ontstond.
Het doden van de profeten Omdat het doden van de profeten in de tegenwoordige tijd wordt genoemd, wordt dit soms van toepassing gebracht op het vroege christendom - ook hierbij moet in gedachten worden gehouden dat het evangelie volgens Matteüs tussen 80 en 90 n.Chr. ontstond.
In de vroegste periode van het vroegchristelijk jodendom bestond de Kerk nog volledig uit Joden. Aangezien Jezus had gezegd dat hij niet was gekomen om de Wet en de Profeten teniet te doen (Matteüs 5:17-18), waren de eerste oproepen tot bekering en evangelisatie volledig gericht op Joden. In plaats van te luisteren, doodden zij Stefanus (Handelingen 7:60) en Jakobus de RechtvaardigeFlavius Josephus: Oude geschiedenis van de Joden 20.9.1Eusebius van Caesarea: Kerkgeschiedenis II.23 en dreigde voor Petrus eenzelfde lot (Handelingen 12:1-3).Ellicott's Commentary over Matteüs 23:27
In het oudst bewaard gebleven deel van het Nieuwe Testament schreef Paulus rond het jaar 50:
Zie ook Gelijkenissen van Jezus
Categorie:Evangelie volgens Matteüs Categorie:Evangelie volgens Lucas