thumb|Prent over de nacht van 4 augustus thumb|Een boer draagt een prelaat en een edelman (karikatuur van mei 1789) De afschaffing van het feodalisme in Frankrijk gebeurde aan het begin van de Franse Revolutie toen de Nationale Grondwetgevende Vergadering de decreten van 4-11 augustus 1789 aannam. Dit luidde het einde in van de hiërarchisch gedeelde eigendom die kenmerkend was voor het leenheerlijk stelsel uit het ancien régime, en de overgang naar een nieuw concept van volle en eengemaakte eigendom. De adel en de geestelijkheid verloren hun privileges en heerlijke rechten, boeren zagen zich bevrijd van karweien, tienden en andere lasten. De hervorming stelde niet alleen een einde aan eeuwen van feodaliteit, ze maakte ook komaf met niet-feodale tenures en ambtenverkoop. Private eigendom en openbare macht werden uit elkaar getrokken. Initieel had deze omwenteling niet tot doel om de heren te verarmen of de lagere klassen te ontlasten, want rechten die als legitiem verworven werden beschouwd, moesten worden afgekocht of vergoed.Blaufarb 2019, p. 71 Hoewel dit principe in 1793 werd verlaten, in wat de tweede afschaffing kan worden genoemd, duurde de praktische afwikkeling van de hervorming nog tot ver in de 19e eeuw.Jean-Jacques Clère, "La survivance des droits féodaux dans la première moitié du XIXe siècle d'après la jurisprudence" in: Mémoires de la Société pour l'histoire du droit des anciens pays bourguignons, 1998, p. 201-216Anne-Marie Patault, "Un conflit entre la Cour de Cassation et le Conseil d'Etat: l'abolition des droits féodaux et le droit de propriété" in: Revue historique de Droit français et étranger, 1978, p. 427-444 De revolutionaire afschaffing in Frankrijk was zeer invloedrijk en kreeg navolging in heel Europa.
Context In de 18e eeuw stond het leenheerlijk stelsel onder druk. Families die al generaties een stuk land van een heer bewoonden en bewerkten, beschouwden zich als de werkelijke eigenaars en vonden de lasten die op hen drukten niet langer vanzelfsprekend. In het hertogdom Savoye had de verlichte despoot Karel Emanuel II in 1771 een wet uitgevaardigd die het collectief afkopen van feodale rechten mogelijk maakte, tot grote vreugde van Voltaire.Max Bruchet, L'abolition des droits seigneuriaux en Savoie (1761-1793), Annecy, 1908Paul Darmstädter, Die Befreiung der Leibeigenen (mainmortables) in Savoyen, der Schweiz und Lothringen, Strassburg, 1897 Ook in Toscane hadden de hervormingen van de groothertogen Frans en Leopold I tegen 1776 een einde gesteld aan de feodale lasten.Eric Cochrane, Florence in the Forgotten Centuries, 1527-1800. A History of Florence and the Florentines in the Age of the Grand Dukes, 1973, p. 428-491. Maar in Frankrijk zat het debat muurvast. In 1776 liet het Parlement van Parijs het pamflet Les inconvéniens des droits féodaux van Pierre-François Boncerf publiek verbranden.
De grond- en eigendomscrisis vond uitdrukking in de cahiers de doléances die in de aanloop naar de Franse Revolutie werden opgesteld. In de Staten-Generaal greep de derde stand de macht en stelden de afgevaardigden zich tot taak het land een geschreven grondwet te geven. De frustraties en verwachtingen leidden in de zomer van 1789 tot ongeziene taferelen. Duizenden landlieden maakten de Saônevallei onveilig om feodale registers te vernielen en seigneurs te plunderen, waarna ze op 29 juli de abdij van Cluny probeerden te beroven.Ted W. Margadant, "Summary Justice and the Crisis of the Old Regime in 1789", in: Historical Reflections/Réflexions historiques, 2003, nr. 3, p. 495-528 Deze uitwassen hielden verband met de Grote Schrik die door het land ging, en die doorgaans wordt gezien als de drijfveer voor de radicale beslissing die de gedeputeerde in de nacht van 4 augustus namen. Wellicht gaat dit te ver: het was zeker een reactie van de Nationale Vergadering op de noodsituatie, maar een reactie gemotiveerd door ideeën die in de lucht hingen en verder kijkend dan een pacificatie van grieven uit één bepaalde hoek.Blaufarb 2019, p. 49
De twee afschaffingen onder de Franse Revolutie Nacht van 4 augustus thumb|Spotprent van een boer die een laatste afdracht doet aan een priester Het antwoord op het rurale geweld was deels geïmproviseerd, maar tegelijk programmatorisch. Op een bijeenkomst van 3 augustus 1789 besprak de Club breton hoe hij de volgende dag de afschaffing van de feodale lasten zou voorstellen. De puissant rijke hertog van Aiguillon werd uitgekozen om de boodschap te brengen, maar tijdens de avondzitting van 4 augustus was de burggraaf van Noailles hem te snel af. Hij stelde het einde voor van de fiscale voorrechten en de collectieve afkoopbaarheid van de feodale lasten, met uitzondering van een aantal rechten die zonder vergoeding zouden verdwijnen (persoonlijke herendiensten en de dode hand). Daarop trad Aiguillon hem bij, maar de tekst die hij presenteerde was minder verregaand. Hij zag het afkopen individueel en zonder uitzonderingen, tegen de hoge prijs van dertig jaarrenten. Pierre Samuel du Pont de Nemours verlegde de aandacht naar harde repressie. Na hem nam de ene spreker na de andere het woord om vol elan en enthousiasme een of ander voorrecht op te offeren. Voor bisschop Jean-Baptiste de Lubersac waren dat bijvoorbeeld de exclusieve jachtrechten van de heren. Pastoors vroegen om afstand te mogen doen van hun casueel. Cottin legde de heerlijke justitie op het blok en een edelman de ambtenverkoop. De hertog van Châtelet legde de afkoopbaarheid van de tienden voor.
Alle nachtelijke beslissingen werden genomen zonder tekstredactie. Het formaliseren ervan was het werk van de volgende dagen. Het uiteindelijke decreet, dat 18 artikelen telde, werd voltooid op 11 augustus. Ondanks het ronkende begin ("De Nationale Vergadering vernietigt het feodale regime volkomen") waren niet alle voorwaarden en implicaties geregeld. De complexe transitie die door het decreet in gang werd gezet, zou nog heel wat voeten in de aarde hebben. Het basisprincipe was echter dat eigendom werd gescheiden van macht en bevrijd van dienstbaarheden en lasten. Gronden moesten zo vrij zijn als personen. De tenures, zelfs de niet-feodale, moesten plaats ruimen voor "absolute" eigendommen. Andere aspecten van het decreet waren de afschaffing van de voorrechten en van de onafhankelijkheid van de Kerk.
Dankzij de nacht van 4 augustus was de weg vrij om later die maand de Verklaring van de rechten van de mens en de burger aan te nemen. Koning Lodewijk XVI stond echter vijandig tegen de genomen beslissingen en liet na ze te bekrachtigen. Hij veranderde deze houding door de Mars op Versailles, zodat het decreet uiteindelijk op 3 november wet werd.
Uitwerking door het Comité voor feodale rechten Merlin de Douai presenteerde in februari 1790 zijn rapport over welke rechten en afdrachten zonder meer werden afgeschaft en welke tegen vergoeding.Blaufarb 2019, p. 69 Het onderscheid dat hij maakte, was tussen afdrachten die de "natuurlijke vrijheid" schonden en afdrachten die ontstaan waren als tegenprestatie voor de concessie van een stuk land. Dit laatste type zag hij als een overeenkomst die moest worden gerespecteerd, omdat ze was geworteld in een vrije uitwisseling. Het gevolg was dat het soort afdracht niet doorslaggevend was: de nomenclatuur bood slechts een eerste benadering, waarvan in de twee richtingen het tegenbewijs was toegelaten. Zo waren banrechten (monopolies op malen, bakken en persen) in principe het prototype van een illegitiem gezagsrecht, maar niet wanneer ze gevestigd waren als de prijs voor de overdracht van land.
Het decreet van 15 maart 1790 nam daarom een lange lijst op van rechten die in principe legitiem waren, behoudens tegenbewijs (cijns, champart, tienden, grondrenten, lods et ventes). Deze rechten waren aan afkoop onderhevig. Rechten die niet werden genoemd, waren in principe afgeschaft. Voormalige heren konden echter de contractuele oorsprong van hun concrete rechten aantonen, en in de meeste provincies mochten ze daarvoor steunen op het adagium Nulle terre sans seigneur: een vermoeden dat de doorslag gaf zolang de tegenpartij het niet met geschriften kon weerleggen. In een materie die dikwijls vele generaties terugging, was dit natuurlijk weinig evident. In de omgekeerde richting kregen voormalige heren het recht getuigen op te voeren, vanwege de doelgerichte verwoestingen die recent waren voorgevallen.
Het rapport van François Denis Tronchet verwierp de collectieve afkoop zoals die in Savoye functioneerde voor een individuele aanpak. Elke tenurehouder moest de rechten die op zijn eigen gronden wogen overnemen, of beter gezegd mocht, want de afkoop was ook optioneel. Wat niet kon, was selecteren in de afgekochte rechten (bv. wel de lod van een perceel, maar niet de cijns). Percelen selecteren was dan weer wel toegelaten: wie meerdere gronden had, was niet verplicht alle heren tegelijk uit te kopen.
De Nationale Vergadering nam het voorstel aan met slechts lichte wijzigingen in het decreet van 3 mei 1790. Daarin waren wettelijke afkooptarieven vastgesteld. Ze lagen behoorlijk hoog, maar waren niet verplicht. Tronchet ging er vanuit dat de partijen onderling lagere afkoopprijzen zouden onderhandelen, omdat het vooruitzicht van kapitaalopbouw aanlokkelijk zou zijn voor de ex-heren. Ook had hij van bij de aanvang een zeer geleidelijke uitdoving van de feodale rechten voor ogen, waarbij de rachats grotendeels het ritme van de onroerende verkooptransacties zouden volgen. Vanaf juni 1790 trad het systeem in voege.
Participatie en verzet De voorwaarden ontgoochelden de landlieden en leidden tot gewelddadige incidenten, met in de Lot en de Dordogne haast een opstand. Massaal veel tenurehouders stopten gewoon elke afdracht, zeker in natura. Het Comité voor feodale rechten ontving ook een hoop klachtenbrieven,1000 à 2000 in de archieven, zie: Philippe Sagnac en Pierre Caron, Les comités des droits féodaux et de législation et l'abolition du régime seigneurial (1789-1793), Paris, Imprimerie nationale, 1907, 823 p. al kan dit volume gerelativeerd worden als men bedenkt dat elk grondperceel van Frankrijk door de hervorming werd geraakt. Toch laat het zich niet loochenen dat er op het platteland nauwelijks gebruik werd gemaakt van de afkoopmogelijkheid, omdat het simpelweg te duur was. In de steden daarentegen was de participatie niet te verwaarlozen, vooral wanneer men in het vooruitzicht van een verkoopstransactie de lod wilde vermijden.Blaufarb 2019, p. 79-80
De afgevaardigden reageerden op het ongenoegen door herhaaldelijk te sleutelen aan de voorwaarden, wat misschien de last verlichtte maar niet de stabiliteit bevorderde. Ze hadden geen enkel begrip voor de oproerigheid van het platteland, zoals ook blijkt uit de Instruction die Merlin op 15 juni 1791 publiceerde. Hun idee van een uitdoving door graduele afkoop, met bescherming van verworven rechten, bleek uiteindelijk te veel weerstand op te roepen. Na nauwelijks drie jaar functioneren zou het plaats ruimen voor afschaffing zonder compensatie.
Bevrijding door bewijsverschuiving