thumb|Sluis op plantagecomplex La Jalousie, in 1971 gefotografeerd door Temminck Groll, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. thumb| Detail van de sluis. NB De bovenste foto, in de infobox, betreft de waterinlaat. La Jalousie (ook gespeld La Jalouzie) is een voormalige suikerplantage aan de Kraskreek of vaart naar Cottica in de kolonie Suriname. In de volksmond werd ze ook wel Patra genoemd, naar de eerste eigenaar, Gerrit Pater. La Jalousie had een watergedreven suikermolen.

Locatie De plantage was gelegen tussen de suikerplantages Mijn Hoop en Breukelerwaard in het Boven-Commewijne gebied.

In 1737 was La Jalousie 2.153 akkers groot (925 hectare).https://www.surinameplantages.com/archief/l/lajalousie. Gearchiveerd op 16 augustus 2022. In 1835 was buurplantage Mijn Hoop aan het bezit toevoegd tot 'Mijn Hoop en La Jalousie'.

Eigendomssituatie (naar jaar:) 1737: Gerrit Pater 1770: Erven Pater 1793: Baron van Lijnden, G. Pater 1820: Rocquette en van de Poll qq. en erven Baron van Lijnden tot Swanenburg 1827: Erven Lijnden tot Swanenburg 1832: Erven Lijnden tot Swanenburg en erven G. Pater 1863: J.P.F.S. vrijheer von Ungern Sternberg; freule Elise von Ungern Sternberg; freule Amelie S.C. von Ungern Sternberg en freule Rosalina Ida Bernardina Lucia von Voelderndorff Waradein, enig kind van Lucia Ottilia von Ungern Sternberg, echtgenote van F.W. vrijheer von Voelderndorff Waradein (allen uit Duitsland).

Emancipatie In aanloop naar de onvermijdelijke afschaffing van de slavernij (1863) vonden op La Jalousie in de jaren vijftig enkele manumissies plaats en wel van de slavin Neeltje (geboren in 1828) en haar kinderen: Josephina, geboren in 1847, Julia, geboren in 1848, Maria, geboren in 1851 en George, geboren 1852.Gouvernements – Secretarie.. "Surinaamsche courant en Gouvernements advertentie blad". Paramaribo, 16-05-1854, p. 2. Geraadpleegd op Delpher op 16-08-2022, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011192154:mpeg21:p002Mauumissie.. "Surinaamsch weekblad". Paramaribo, 18-09-1859, p. 3. Geraadpleegd op Delpher op 17-08-2022, https://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:011190279:mpeg21:p003

In 1860 telde La Jalousie 129 slaven: 70 mannelijk en 59 vrouwelijk. De plantage had een gewapende burgerwacht bestaande uit luitenant J. Reinking en een adjudant-onderofficier. Reinking was tevens plantagedirecteur. Zijn assistent-administrateur was G.J.A. Bosch Reitz. De administrateur in Europa was G.C. Bosch Reitz.Almanak voor de Nederlandsche West-Indische bezittingen, en de kust van Guinea. Jaargang 1861 (1860)

Bij de Emancipatie in 1863 werden op La Jalouzie 119 slaven vrijgemaakt. Er werden 30 nieuwe familienamen geboekstaafd.Surinamistiek.nl, Familienamen en Plantages.pdf. Gearchiveerd op 15 februari 2022.

Geboren (Vermoedelijk:) Winst (slaaf) (ca.1805-1833), betrokkene bij de stadsbrand van Paramaribo (1832). Egbert Jacobus Bartelink (1834-1919), zwartofficier, later plantage-eigenaar.

Zie ook Lijst van plantages in Suriname

Categorie:Plantage in Commewijne Categorie:Suikerrietplantage in Suriname