Het arrest Aujeszky is een arrest van de Hoge Raad der Nederlanden (), waarin de Hoge Raad de regel formuleerde dat de burgerlijke rechter een onverbindendheidsoordeel van de hoogste bestuursrechter moet volgen. Het is een zogeheten volgplicht-arrest.
Casus en procesverloop Ingevolge een verordening van het Landbouwschap waren varkenshouders verplicht om de op hun vestiging aanwezige varkens te doen inenten tegen de ziekte van Aujeszky. Ingevolge de Retributieverordening van het Landbouwschap dienden de varkenshouders voor deze entingen aan het Landbouwschap een bepaalde vergoeding (retributie) te betalen. De beide verordeningen werden voor het Landbouwschap in belangrijke mate uitgevoerd door de Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren.
Het College van Beroep voor het bedrijfsleven — een hoogste bestuursrechter — had in zijn uitspraak van 7 oktober 1998, nr. AWB 97/1145, AB 1999/10, beslist dat de Retributieverordening onverbindend is omdat het Landbouwschap op grond van art. 126 Wet op de bedrijfsorganisatie niet de bevoegdheid toekomt retributie te heffen voor het laten verrichten van entingen in het kader van de georganiseerde bestrijding van de ziekte van Aujeszky.
De Staat betwistte de onverbindendverklaring bij de burgerlijke rechter. In cassatieberoep bij de Hoge Raad bestreed het middel II als onjuist dan wel onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd het oordeel van het gerechtshof te 's-Gravenhage dat de Retributieverordening onverbindend is.
Arrest van de Hoge Raad De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep met de overweging:Opmaak (vetgedrukt) toegevoegd.
Anders gezegd: De burgerlijke rechter heeft een volgplicht erga omnes ten aanzien van een onverbindendverklaring van een algemeen verbindend voorschrift door de hoogste bestuursrechter.
De Hoge Raad overwoog verder,
Rechtsontwikkeling
Aujeszky