miniatuur|Principe van een garratt-locomotief miniatuur|Bouwtekening Garratt K1 van Beyer, Peacock and Company voor Tasmanië, 1909 miniatuur|Bouwtekening Class 400 locomotief van de South Australian Railways Een Garratt is een type stoomlocomotief met een bijzondere constructie.

Naam De naam Garratt is ontleend aan de uitvinder, de Britse ingenieur Herbert William Garratt (1864-1913). De naam Beyer-Garratt wordt ook gebruikt, naar Beyer, Peacock and Company, de fabrikant die de meeste Garratts heeft geproduceerd.

Beschrijving Het is een gelede locomotief, bestaande uit drie delen: een centraal gedeelte, met de rookkast, de stoomketel, de vuurkist en het machinistenhuis, rustend op twee draaistellen die de cilinders en het drijfwerk bevatten, en verder de ruimten voor opslag van brandstof (meestal kolen) en water. Dit type locomotief werd vooral gebruikt in Afrika, Azië, Zuid-Amerika en Australië. Verreweg de meeste Garratt-locomotieven hebben gereden op smalspoor.In Zuid-Afrika, het toenmalige Rhodesië en Australië kaapspoor (1067 mm), elders vaak vergelijkbare spoorwijdtes. De Darjeelingspoorweg heeft een spoorwijdte van 2 voet (610 mm).

De omvang van Garratt-locomotieven heeft sterk gevarieerd met gewichten van circa 30 ton tot ruim 200 ton. Ze werden meestal gebruikt op bochtige en met (relatief) lichte rails aangelegde trajecten, waar hoge snelheden niet van doorslaggevend belang waren.

Voordelen Als voordelen van de Garratt ten opzichte van conventionele locomotieven kunnen worden genoemd: De draaistellen kunnen onafhankelijk van elkaar en van het centrale deel bewegen (uiteraard binnen zekere grenzen), waardoor het mogelijk is om trajecten met scherpe boogstralen te berijden. Het totale gewicht van de locomotief wordt over meer assen verdeeld, en over een grotere lengte. Hierdoor kunnen zwaardere locomotieven, met een grotere trekkracht, worden ingezet op licht aangelegde spoorlijnen. Door de ketel en de vuurkist zich tussen beide draaistellen bevinden (en de drijfwielen daardoor niet "in de weg zitten") kunnen deze dieper liggen, waardoor binnen het geldende omgrenzingsprofiel een (aanmerkelijk) grotere ketel en een grotere vuurkist mogelijk zijn. Hierdoor kan met één locomotief een trein worden getrokken waarvoor anders twee normale locomotieven, ieder met een eigen bemanning, nodig zouden zijn. Een Garratt kan zonder problemen in beide richtingen rijden, waardoor het gebruik van een draaischijf niet nodig is (Garratts zijn uit de aard van het ontwerp aanzienlijk langer dan andere locomotieven).

Nadelen De flexibele stoomleidingen (van de ketel naar de cilinders) kunnen gaan lekken. Water en brandstof worden op de locomotief zelf meegevoerd. Naarmate de rit vordert neemt het gewicht daarvan af, zodat het adhesiegewicht daalt en drijfwielen kunnen doorslaan. Het uitzicht vanuit het machinistenhuis op de rails is beperkt door de tender (nog meer dan bij een standaard-stoomlocomotief).De term "tender" is hier enigszins verwarrend: hiermee wordt in de meeste gevallen de losse "aanhanger" achter een stoomlocomotief bedoeld, maar bij een Garratt bevindt de wateropslag zich voor de ketel.

Afbeeldingen

In België en Nederland De Belgische Buurtspoorwegen (NMVB/SNCV) stelden in 1928-1929 twee metersporige Garratt-locomotieven 850 en 851 (type 23) in dienst die gebaseerd waren op het hoekige ontwerp van stoomtramlocomotieven. De tweede werd tentoongesteld op de Wereldtentoonstelling van 1930 (Luik). Ze waren gebouwd door de Société Saint Léonard bij Luik en werden ingezet voor het zware kalksteenvervoer in Limburg en de bietencampagnes in de provincie Luik. Ze konden treinen tot 35 ton trekken. Na 1945 reden ze niet meer en beide locomotieven werden in 1954 gesloopt.Deze locomotieven worden beschreven in: Jos Block, Rollend materieel bij de Buurtspoorwegen 1885-1991, uitg. C. Blanchart & Cie, Brussel, 1991, pag. 37, en in: Dirk Eveleens Maarse, The Belgian Vicinal. Tram & Light Rail Fleet 1885-1991, uitg. Light Rail Transit Association, Welling UK, 2012, pag. 20.

In Nederland heeft een normaalsporige Garratt-locomotief dienst gedaan: van de Limburgsche Tramweg-Maatschappij. Deze grootste en krachtigste stoomtramlocomotief in Nederland met asindeling C+C, ontworpen door ir. Daniël Verhoop en gebouwd door Henschel, reed van 1931 tot 1938 goederentrams op de heuvelachtige tramlijn Maastricht - Vaals. In 1941 werd de machine via een tussenhandelaar verkocht naar een onbekende bestemming in Duitsland.Deze locomotief wordt beschreven in: S. Overbosch, De stoomlocomotieven der Nederlandsche tramwegen, uitg. H. Waldorp, Utrecht, 1957¹, De Bataafsche Leeuw, Amsterdam, 1985³, pag. 177-180, en in: Johan Blok, Cor Campagne, Sjef Janssen, Trams in Midden- en Zuid-Limburg 1888-1950, uitg. Schuyt & Co., Haarlem, 1998, pag. 218-219.

Literatuur A.E. Durrant, The Garratt Locomotive. David & Charles Locomotive Studies. Newton Abbott, Devon, UK, 1969. A.E. Durrant, Garratt Locomotives of the World. David & Charles Locomotive Studies. Newton Abbott, Devon, UK, 1981. Richard L. Hills, The Origins of the Garratt Locomotive. Plateway Press, East Harling, Norfolk, UK, 2000.

Externe link Herbert William Garratt

Categorie:Stoomlocomotief