De Eerste Kamerverkiezingen 1907 waren reguliere Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 9 juli 1907.
De verkiezingen werden gehouden voor een derde deel van de zittende leden van de Eerste Kamer van wie de zittingstermijn afliep.Bij de Eerste Kamerverkiezingen in 1904 was de gehele Eerste Kamer vernieuwd. De gekozen leden waren ingeloot en verdeeld over drie groepen waarvan de leden na resp. drie, zes en negen jaar aftraden. Bij deze verkiezingen kozen de leden van Provinciale Staten - die bij de Statenverkiezingen in juni 1907 gekozen waren - in tienIn Zeeland waren geen aftredende Kamerleden. kiesgroepen naar provincieZie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. zeventien nieuwe leden.
De uitslag van de verkiezingen was als volgt:
PartijZetelsZetelverdeling naar provincie 1904Een wijziging van het aantal zetels van een partij c.q. groepering is ontstaan door tussentijdse verkiezingen als gevolg van aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode 1904-1907. AfAftredend in 1907 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de verkiezingen in 1907. 1907 +/− Gr F D O Ge U NH ZH Z NB L Algemeene BondDe groepering katholieken verenigde zich in 1904 in een politieke partij. 18 8 8 18 0 1 3 1 4 6 3 Liberale Unie 12 5 6 13 +1 3 2 2 6 Anti-Revolutionaire Partij 8/9 3 3 9 0 1 2 1 4 1 Bond van Vrije LiberalenDe groepering Vrije Liberalen verenigde zich in 1906 in een politieke partij. 7 1 0 6 −1 2 1 3 Christelijk-Historische Partij 5/4 0 0 4 0 1 2 1 totaal 50 17 17 50 0 3 4 2 3 6 2 9 10 2 6 3
Gekozenen
Bij deze verkiezingen waren zeventien leden aftredend, van wie zestien herkozen werden. De stemming voor de resterende vacature had het volgende resultaat: Door Provinciale Staten van Friesland werd Reitze Bloembergen (Liberale Unie) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Samuel van Houten (Bond van Vrije Liberalen). Op Van Houten werden, hoewel hij herkiesbaar was, geen stemmen uitgebracht.
De zittingsperiode van de Eerste Kamer ging in op 17 september 1907. De zittingstermijn van de gekozen Kamerleden bedroeg negen jaar.Om de drie jaar was een derde deel van de Kamerleden aftredend.
1907 Categorie:Nederlandse politiek in 1907 Nederland